- Beslissing van 27 februari 2014

27/02/2014 - M13-1-0353

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Het dochtertje van verzoeker was slachtoffer van opzettelijke slagen en verwondingen toegebracht door de onthaalmoeder.

Vonnis corr. rb. ... dd. 13/04/2010, f° 4 -5

" Flore X. was 5 maanden oud op het ogenblik van de feiten.

Zij werd op 17 maart 2009 in kritieke toestand en met acuut levensgevaar opgenomen op de spoedafdeling van het UZ ... .

Volgens de beklaagde heeft ze in paniek Flore "geschud" toen ze merkte dat het kind had overgegeven en moeilijk kon ademen.

Een moeder van een ander aanwezig kindje (Veerle V.) verklaarde dat zij geen sporen of geur van braaksel aangetroffen had toen ze Flore had gereanimeerd. Zij bevestigde dit op de terechtzitting van 9 maart 2010.

De gerechtsdeskundige (dr. VDB.) die Flore heeft onderzocht, kwam tot het besluit dat er duidelijke aanwijzingen waren voor een niet-accidenteel stomp trauma.

De deskundige stelde uitgebreide subdurale hematomen vast, evenals uitgebreide bloedingen ter hoogte van het netvlies.

Dergelijke bloedingen waren volgens de deskundige typisch voor het "shaken baby syndroom".

De bloedingen in het oog wezen er op dat deze Ietsels langer dan 1 of 2 dagen aanwezig waren en dus moeilijk konden verklaard worden door een eenmalig insult daags voordien. De bloedingen zouden kunnen kaderen in een meermaals schudden.

Hierbij kan opgemerkt worden dat de ouders van Flore een week eerder hadden vastgesteld dat Flore heel bleek was, een blauwe tong had en haar rechterwang gezwollen was toen zij van de onthaalmoeder kwam. Zij gingen hieivoor langs bij de huisarts.

Volgens het verslag van 14 april 2009 van de gerechtsdeskundige zijn er tekenen van ernstige hersenschade bij Flore en is een volledige (neurologische) recuperatie zo goed als uitgesloten. Flore zou restletsels overhouden aan de feiten.

De vader van Flore verklaarde op de zitting van 9 maart 2010 dat Flore sinds de feiten in het "P..." (een revalidatiecentrum) verblijft, blind is aan beide ogen en zwaar hulpbehoevend is.

Hoewel de beklaagde de gevolgen van de feiten niet gewild heeft, staat het voldoende vast dat zij wetens en willens Flore heeft geschud en het niet om een éénmalig feit ging. "

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 13 april 2010 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd onder meer de volgende tenlastelegging bewezen geacht in hoofde van de genaamde Veronique Z. (° 1967), en waarvoor deze veroordeeld werd tot 4 jaar gevangenisstraf waarvan de helft met uitstel onder probatievoorwaarden:

"Te ...,

A. Minstens op 17 maart 2009

Opzettelijk verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan X. Flore (°../../2008), die voor deze hetzij een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij een blijvende ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid, hetzij het volledig verlies van het gebruik van een orgaan, hetzij een zware verminking ten gevolge gehad hebben.

Met de omstandigheid dat het misdrijf werd gepleegd op een minderjarige of op een persoon die uit hoofde van zijn lichaams- of geestestoestand niet bij machte was om in zijn onderhoud te voorzien door een persoon die hem onder zijn bewaring heeft."

Op burgerlijk vlak werd Z. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling aan verzoeker de (definitieve) hoofdsom van euro 12.500 voor morele schade meer de intresten en een rechtsplegingsvergoeding van euro 900.

Aan de huwgemeenschap X. - Y. diende de veroordeelde een " provisionele materiële schadevergoeding van euro 13.279,66 " te betalen (zie verder rubrieken V en VI).

"Zij (de ouders) zien zich geconfronteerd met een zwaar gehandicapt kind, terwijl Flore tot op het ogenblik van de feiten en gezond en levenslustig kind was. Zij beseffen dat Flore niet als elk ander kind normaal zal kunnen opgroeien en zij de zorg voor Flore tijdens hun ganse leven op zich zullen moeten nemen. "

Dit vonnis bekwam kracht van gewijsde (attest griffie).

III. Gevolgen van de feiten

Conclusies van gerechtsdeskundige dr. Katia De M.in haar verslag van 21/08/2012:

Bespreking

Flore X., bijna 3 jaar op het ogenblik van de laatste evaluatie, blijft na de feiten van 17.03.09 achter in een sterk afhankelijke positie door emstige neurologische schade met verschrompeling van de hersenen en blindheid.

Sedert de eerste evaluatie is slechts een subtiele vooruitgang merkbaar voornamelijk in het welbevinden en minder in het functioneren van Flore.

Neu|glogisch is er blijvend sprake van een ontwikkelingsniveau van een kind van 2 maanden oud. Ze is blind en ook bij systematische testing in de leefgroep besluit men tot een functionerings- niveau van 4 maanden of jonger.

De prognose is dan ook gereserveerd.

Er is dan ook sprake van 100 % blijvende invaliditeit met volledige afhankelijkheid van derden.

Meerdere hulpmiddelen zijn noodzakelijk, de meesten op maat gemaakt. Tijdens de groeifase is er vanzelfsprekend nood aan frequente aanpassing.

Huidige hulpmiddelen :

-Zitschelp met hoofdsteun

-Staanplank

-Ligmatras

-Stoeltje

-Ligkussen in bad

-Corset

-Rijglaarsjes

Er is nood aan residentiele opvang met uitgebreide omkadering (medisch en paramedisch), zoals voorzien wordt in de VZW G....

Er is, gezien het weekendverblijf thuis, eveneens noodzaak tot aanpassing van de woning van haar ouders. De aanpassingen die reeds gebeurden tijdens het bouwproces van deze nieuwbouwwoning, werden bovenstaand aangegeven. Het attest van de architect wordt in bijlage bijgevoegd.

Een volgend onderzoek wordt voorzien in de 2015.

Graag ontvang ik evolutieverslagen vanuit G..., zowel medisch als paramedisch.

Besluit 2012

De gezondheidstoestand van Flore X. werd opnieuw gedocumenteerd in de zomer van 2011. Er is, in de nasleep van de feiten van 17.03.09, sprake van een ernstige handicap met gereserveerde prognose en sterke afhankelijkheid van hulpmiddelen en omkadering. De huidige hulpmiddelen werden gedocumenteerd evenals de aanpassingen aan de woning van haar ouders.

Gezien de beperkte evolutie sedert het vorig onderzoek, wordt een volgend onderzoek voorzien in 2015.

Het dossier zal vermoedelijk pas kunnen worden afgesloten wanneer Flore de jong volwassen leeftijd bereikt.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. " Wij hebben het vonnis, dat kracht van gewijsde heeft, op 31.01.2011 laten betekenen met bevel aan Véronique Z.. Op 08.06.2011 werd een gemeengemaakt beslag met verkoopdagstelling betekend.

Hierop heeft Z. een collectieve schuldenregeling aangevraagd en zij is in schuldbemiddeling sinds 01.07.2011.

Namens cliënten dienden wij een aangifte van schuldvordering in bij de schuldbemiddelaar.

Een eerste minnelijke aanzuiveringsregeling werd door de arbeidsrechtbank gehomologeerd op 29.12.2011 waarna een nieuw ontwerp werd gehomologeerd op 28.01.2013.

Tot op heden ontvingen cliënten geen enkele betaling, noch van mevrouw Z. zelf, noch via de schuldbemiddelaar. "

IV-2. Verzoeker heeft een rechtsbijstandverzekering afgesloten bij ETHIAS. Deze verzekeraar neemt de procedurekosten ten laste. De polis bevat tevens een clausule ‘onvermogen van derden' die in een maximale tussenkomst van euro 20.000 voorziet. Daarvan werd euro 10.000 uitgekeerd aan verzoeker in persoon. Verzoeker wendt dit bedrag aan voor het lenigen van de aanzienlijke materiële uitgaven die zich ten behoeve van zijn dochter Flore opdringen, thans en in de nabije toekomst.

IV-3. De hospitalisatieverzekeraar DKV nam een deel van de ziekenhuisfacturen ten laste (niet opgenomen in de vordering).

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 25.779,66.

- morele schade euro 12.500,00

- medische kosten ("provisioneel") euro 1.146,08

- materiële kosten ("provisioneel") euro 12.133,58

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Verzoeker vraagt een hulp in zijn hoedanigheid van "ouder van een slachtoffer dat minderjarig is op het ogenblik van een opzettelijke gewelddaad en dat voldoet aan de voorwaarden van artikel 31,1°, of personen die op dat ogenblik voorzagen in het onderhoud van de minderjarige" conform artikel 31, 3°, Wet van 1 augustus 1985.

Voor deze categorie slachtoffers somt artikel 32, §3, op limitatieve wijze de schadeposten op die in aanmerking komen voor een hulp vanwege de Commissie:

1° de morele schade;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten;

3° de procedurekosten.

De door verzoeker gevraagde post ‘materiële kosten' is daarbij niet opgenomen en komt dus niet in aanmerking voor een financiële hulp.

Gelet op het subsidiariteitsbeginsel, dat vervat ligt in artikel 31bis, § 1, 5° van voormelde wet, dient de Commissie bij de toekenning van een hulpbedrag tevens rekening te houden met de door de verzoeker genoten verzekeringstussenkomst (in casu euro 10.000). Er is geen beletsel om deze verzekeringstussenkomst toe te rekenen op de schadeposten die, zoals hierboven uiteengezet, niet opgenomen zijn in de limitatieve opsomming van art. 32, §1 van de wet van 1 augustus 1985.

Rekening houdend met:

- de ernst van deze wel zeer schrijnende feiten;

- de aanzienlijke opgelopen morele schade, inzonderheid het geconfronteerd worden met een zwaar gehandicapt kind (dat voor de feiten nog gezond was) waarvoor verzoeker tijdens zijn ganse leven de zorg op zich zal moeten nemen;

- de door de wet uitgesloten schadeposten en de reeds ontvangen verzekeringstussenkomst,

meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een globale hulp te kunnen toekennen die zij

ex aequo et bono op euro 12.500 begroot.

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 12.500.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 27 februari 2014.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 11 april 2013 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.