- Arrest van 17 november 2011

17/11/2011 - 179/2011

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Het Hof verwerpt de vordering tot schorsing.


Arrest - Integrale tekst

Het Grondwettelijk Hof,

samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de rechters L. Lavrysen, J.-P. Moerman, E. Derycke, J. Spreutels en P. Nihoul, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter R. Henneuse,

wijst na beraad het volgende arrest :

I. Onderwerp van de vordering en rechtspleging

Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 14 september 2011 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 15 september 2011, is een vordering tot schorsing ingesteld van de wet van 1 juni 2011 tot instelling van een verbod op het dragen van kleding die het gezicht volledig dan wel grotendeels verbergt (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 13 juli 2011) door Elisabeth Cohen, die keuze van woonplaats doet te 1050 Brussel, Louizalaan 208.

Bij hetzelfde verzoekschrift vordert de verzoekende partij eveneens de vernietiging van dezelfde wet.

Op 21 september 2011 hebben de rechters-verslaggevers J. Spreutels en L. Lavrysen, met toepassing van artikel 72, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, het Hof ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht voor te stellen een arrest van onmiddellijk antwoord te wijzen.

(...)

II. In rechte

(...)

B.1.1. Artikel 1 van de wet van 1 juni 2011 « tot instelling van een verbod op het dragen van kleding die het gezicht volledig dan wel grotendeels verbergt » bepaalt dat die laatste « een aangelegenheid [regelt] als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet ».

Artikel 2 van dezelfde wet voegt in het Strafwetboek een artikel 563bis in dat luidt :

« Met geldboete van vijftien euro tot vijfentwintig euro en met gevangenisstraf van een dag tot zeven dagen of met een van deze straffen alleen worden gestraft, zij die zich, behoudens andersluidende wetsbepalingen, in de voor het publiek toegankelijke plaatsen begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat zij niet herkenbaar zijn.

Het eerste lid geldt echter niet voor hen die zich in de voor het publiek toegankelijke plaatsen begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat zij niet herkenbaar zijn, en wel krachtens arbeidsreglementen of een politieverordening naar aanleiding van feestactiviteiten ».

Artikel 3 van de wet van 1 juni 2011 voegt in artikel 119bis, § 2, van de Nieuwe Gemeentewet, een verwijzing naar de voormelde bepaling in teneinde de gemeenteraad ertoe te machtigen elke inbreuk op die strafbepaling te bestraffen met een administratieve geldboete. Daarnaast voegt het in artikel 119bis, §§ 7 en 8, van de Nieuwe Gemeentewet, dat betrekking heeft op de administratieve procedure voor het opleggen van een dergelijke geldboete, twee andere verwijzingen naar dezelfde strafbepaling in.

B.1.2. De wet van 1 juni 2011 is in werking getreden op de tiende dag na de bekendmaking ervan, namelijk 23 juli 2011.

B.2. Luidens artikel 20, 1°, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof kan tot de schorsing van een wetsbepaling alleen worden besloten indien ernstige middelen worden aangevoerd en indien de onmiddellijke toepassing van die bepaling een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.

B.3. De schorsing door het Hof van een wetsbepaling moet het immers mogelijk maken te voorkomen dat de onmiddellijke toepassing ervan de verzoeker een ernstig nadeel berokkent dat niet of slechts moeilijk zou kunnen worden hersteld wanneer die bepaling wordt vernietigd.

Uit artikel 22 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 blijkt dat, om te voldoen aan de tweede voorwaarde van artikel 20, 1°, van die wet, het verzoekschrift waarbij een vordering tot schorsing wordt ingesteld concrete en precieze feiten moet uiteenzetten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke toepassing van de bestreden bepaling de verzoeker een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Die persoon moet met name het bestaan van het risico van een nadeel, de ernst ervan en het verband tussen dat risico en de toepassing van de bestreden bepaling aantonen.

B.4.1. Te dezen wordt het Hof in de uiteenzetting van het verzoekschrift verzocht een onderscheid te maken tussen drie risico's van een ernstig en onherstelbaar nadeel.

B.4.2. De verzoekster voert in de eerste plaats aan dat de onmiddellijke toepassing van de wet van 1 juni 2011 afbreuk doet aan verschillende van haar fundamentele rechten en vrijheden, alsook aan die van de samenleving waarin zij leeft.

Zij maakt evenwel geen gewag van concrete en nauwkeurige feiten die voldoende aantonen dat de toepassing van die wet haar een moeilijk te herstellen nadeel kan berokkenen.

Bovendien is het aangevoerde nadeel niet persoonlijk in zoverre het betrekking heeft op de samenleving waarin de verzoekster leeft.

B.4.3. De verzoekster verklaart vervolgens dat de onmiddellijke toepassing van de wet van 1 juni 2011 haar blootstelt aan een strafrechtelijke of administratieve sanctie wanneer een ambtenaar die bevoegd is om het bij artikel 563bis van het Strafwetboek ingevoerde misdrijf vast te stellen, van mening is dat zij niet herkenbaar is om reden van de manier waarop zij haar gezicht zou verbergen in een voor het publiek toegankelijke plaats. Zij voegt eraan toe dat die wet de overheid of andere derden die gebruik maken van bewakingscamera's in de openbare ruimte toelaat om beelden van haar te verzamelen, te verwerken, te bewaren en te gebruiken die persoonsgegevens bevatten die losstaan van elk misdrijf.

De verzoekster zet evenwel niet uiteen in welke zin zij ertoe zou kunnen worden genoopt, vooraleer het Hof uitspraak doet over haar beroep tot vernietiging, haar gezicht te verbergen op een wijze die niet verenigbaar is met de voorschriften van artikel 563bis van het Strafwetboek en zich bijgevolg bloot te stellen aan een sanctie.

De verzoekster geeft evenmin aan hoe de toepassing van de bestreden bepalingen zou toelaten dat ofwel een gebruik van bewakingscamera's conform de bestaande reglementering tot bescherming van het privéleven ofwel identiteitscontroles door de politie haar een ernstig nadeel berokkenen.

B.4.4. De verzoekster voert ten slotte aan dat de onmiddellijke toepassing van de wet van 1 juni 2011 de vrijheid van godsdienst in het geding brengt, die een van de grondslagen van een democratische maatschappij vormt, hetgeen haar een onherstelbaar nadeel zou berokkenen als ongelovige burger van een democratische samenleving die de mensenrechten eerbiedigt. Zij onderstreept dat, volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, de vrijheid van godsdienst ook een « kostbaar goed » voor de ongelovigen is.

In de veronderstelling dat het bestaat, is het aangevoerde nadeel niet persoonlijk, aangezien het zich niet onderscheidt van het nadeel dat iedere andere persoon zou lijden die die vrijheid wil respecteren. Het is bovendien niet moeilijk te herstellen, aangezien het zou verdwijnen indien het Hof na het onderzoek van het beroep tot vernietiging zou beslissen de bestreden bepaling te vernietigen.

B.5. Uit hetgeen voorafgaat, vloeit voort dat de verzoekster niet voldoende aantoont dat de onmiddellijke toepassing van de wet van 1 juni 2011 haar een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, zodat niet is voldaan aan een van de voorwaarden vereist bij artikel 20, 1°, van de bijzondere wet van 6 januari 1989.

Om die redenen,

het Hof

verwerpt de vordering tot schorsing.

Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 17 november 2011.

De griffier,

P.-Y. Dutilleux.

De voorzitter,

R. Henneuse.

Vrije woorden

  • Vordering tot schorsing van de wet van 1 juni 2011 tot instelling van een verbod op het dragen van kleding die het gezicht volledig dan wel grotendeels verbergt, ingesteld door Elisabeth Cohen. Strafrecht

  • Misdrijven

  • Overtredingen

  • Dragen van een kledingstuk dat het gezicht geheel of gedeeltelijk verbergt in voor het publiek toegankelijke ruimten. # Schorsing

  • Geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel.