- Arrest van 22 december 2011

22/12/2011 - 200/2011

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende,

stelt vast dat de beroepen tot vernietiging van artikel 39/68-1, eerste en tweede lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, ingevoegd bij artikel 38 van de wet van 29 december 2010 houdende diverse bepalingen (II), niet ontvankelijk zijn.


Arrest - Integrale tekst

Het Grondwettelijk Hof, beperkte kamer,

samengesteld uit voorzitter R. Henneuse en de rechters-verslaggevers F. Daoût en A. Alen, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux,

wijst na beraad het volgende arrest :

I. Onderwerp van de beroepen en rechtspleging

Bij verzoekschriften die aan het Hof zijn toegezonden bij op 26 september 2011 ter post aangetekende brieven en ter griffie zijn ingekomen op 27 september 2011, zijn beroepen tot vernietiging van artikel 39/68-1, eerste en tweede lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, zoals dat artikel werd ingevoegd bij artikel 38 van de wet van 29 december 2010 houdende diverse bepalingen (II) (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 31 december 2010, derde editie), ingesteld respectievelijk door Ousmane Bangoura, wonende te 4000 Luik, rue Auguste Buisseret 25, Edward Osei Bonsu, wonende te 4000 Luik, rue du Calvaire 307/11, en Ismail Ali Farah, wonende te 4030 Grivegnée, rue Boileau 47/0011.

Die zaken, ingeschreven onder de nummers 5210, 5211 en 5212 van de rol van het Hof, werden samengevoegd.

Op 12 oktober 2011 hebben de rechters-verslaggevers F. Daoût en A. Alen, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, de voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdend in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarbij wordt vastgesteld dat de beroepen tot vernietiging klaarblijkelijk niet ontvankelijk zijn.

(...)

II. In rechte

(...)

B.1. De verzoekende partijen vorderen de vernietiging van artikel 39/68-1, eerste en tweede lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, ingevoegd bij artikel 38 van de wet van 29 december 2010 houdende diverse bepalingen (II).

B.2. Luidens artikel 3, § 1, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof zijn de beroepen strekkende tot de vernietiging van een wetsbepaling slechts ontvankelijk indien zij worden ingesteld binnen een termijn van zes maanden na de bekendmaking van de bestreden bepaling in het Belgisch Staatsblad.

B.3. Te dezen werd de voormelde wet van 29 december 2010 bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 31 december 2010. Bijgevolg was bij het instellen van de in het geding zijnde beroepen, op 26 september 2011, de termijn voor het instellen van een beroep tot vernietiging verstreken.

B.4. Uit het voorgaande volgt dat de beroepen tot vernietiging klaarblijkelijk niet ontvankelijk zijn.

Om die redenen,

het Hof, beperkte kamer,

met eenparigheid van stemmen uitspraak doende,

stelt vast dat de beroepen tot vernietiging van artikel 39/68-1, eerste en tweede lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, ingevoegd bij artikel 38 van de wet van 29 december 2010 houdende diverse bepalingen (II), niet ontvankelijk zijn.

Aldus uitgesproken in het Frans, het Nederlands en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 22 december 2011.

De griffier,

P.-Y. Dutilleux.

De voorzitter,

R. Henneuse.

Vrije woorden

  • Beroepen tot vernietiging van artikel 39/68-1, eerste en tweede lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, zoals dat artikel werd ingevoegd bij artikel 38 van de wet van 29 december 2010 houdende diverse bepalingen (II), ingesteld door Ousmane Bangoura en anderen. Voorafgaande rechtspleging

  • Beroep tot vernietiging

  • Klaarblijkelijke niet-ontvankelijkheid

  • Beroep ingesteld buiten de termijn.