- Arrest van 3 mei 2012

03/05/2012 - 59/2012

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Het Hof zegt voor recht :

Artikel 165, §§ 3 en 4, van het decreet van de Franse Gemeenschap van 20 juni 2008 « betreffende de administratieve personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde Hogescholen, Hogere Kunstscholen en Hogere Instituten voor architectuur », en artikel 30 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 19 februari 2009 « betreffende de administratieve personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde Hogere Kunstscholen en Hogere Instituten voor architectuur » schenden de artikelen 10, 11 en 24, § 4, van de Grondwet niet.


Arrest - Integrale tekst

Het Grondwettelijk Hof,

samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de rechters A. Alen, J.-P. Snappe, E. Derycke, T. Merckx-Van Goey en F. Daoût, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter R. Henneuse,

wijst na beraad het volgende arrest :

I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging

Bij vonnis van 18 mei 2011 in zake Jean Cloes tegen de Franse Gemeenschap, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 31 mei 2011, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Luik de volgende prejudiciële vraag gesteld :

« Schenden de artikelen 165 van het decreet van 20 juni 2008 - in het bijzonder de §§ 3 en 4 ervan - en artikel 30 van het decreet van 19 februari 2009 betreffende de administratieve personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde Hogere Kunstscholen en Hogere Instituten voor architectuur, de artikelen 10, 11 en 24, in het bijzonder § 4, van de Grondwet, in zoverre het niveau 2+ werd toegekend aan alle bestuurders-secretarissen van de onderwijsinstellingen van de Franse Gemeenschap die werden benoemd om de datum van inwerkingtreding van het decreet van 20 juni 2008, maar het niveau 2+ niet werd toegekend aan de bestuurders-secretarissen die vast benoemd waren op de datum van inwerkingtreding van het decreet van 20 juni 2008 betreffende de administratieve personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde Hoge Scholen, Hogere Kunstscholen en Hogere Instituten voor architectuur ? ».

(...)

III. In rechte

(...)

B.1.1. Het Hof wordt verzocht zich uit te spreken over de bestaanbaarheid, met de artikelen 10, 11 en 24, § 4, van de Grondwet, van artikel 165, §§ 3 en 4, van het decreet van de Franse Gemeenschap van 20 juni 2008 « betreffende de administratieve personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde Hogescholen, Hogere Kunstscholen en Hogere Instituten voor architectuur », alsook van artikel 30 van het decreet van 19 februari 2009 « betreffende de administratieve personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde Hogere Kunstscholen en Hogere Instituten voor architectuur ».

B.1.2. Artikel 165, §§ 3 en 4, van het decreet van 20 juni 2008 bepaalt :

« § 3. De personeelsleden die vast benoemd zijn in het ambt bestuurder-secretaris met inachtneming van artikel 54 van het koninklijk besluit van 29 augustus 1966 houdende het statuut van de leden van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, worden, ten persoonlijke titel, geacht vast benoemd te zijn in een ambt van administratief adjunct van niveau 2+ zoals bepaald in dit decreet.

De bij het eerste lid bedoelde personeelsleden blijven hun baremaschaal genieten zoals toegekend de dag voor de inwerkingtreding van dit decreet indien deze voor ze gunstiger is. Zij behouden hun aanstelling in de instelling waarin ze hun ambt als bestuurder-secretaris uitoefenden voor de inwerkingtreding van dit decreet.

§ 4. De personeelsleden die vast benoemd zijn in het ambt bestuurder-secretaris met inachtneming van artikel 54 van het voornoemde koninklijk besluit van 29 augustus 1966 en aangesteld in een hogere kunstschool of een Architectuurinstituut ingericht door de Franse Gemeenschap, genieten, ten persoonlijke titel, de baremaschaal toegekend aan de personeelsleden bedoeld bij § 4 [lees : 3], eerste lid. Ze blijven hun baremaschaal genieten zoals toegekend de dag voor de inwerkingtreding van dit decreet indien deze voor ze gunstiger is ».

Artikel 30 van het decreet van 19 februari 2009 bepaalt :

« De personeelsleden die benoemd of aangeworven worden in vast verband in een Hogere Kunstschool of in een Hoger Instituut voor architectuur de dag vóór de inwerkingtreding van dit decreet worden geacht benoemd of aangeworven te zijn in vast verband in de zin van het decreet van 20 juni 2008, in de hoedanigheden en ambten die ze uitoefenden de dag vóór de inwerkingtreding van dit decreet, overeenkomstig de overeenstemmingstabel opgenomen in bijlage 2 van het decreet van 20 juni 2008. Ze worden geacht aangesteld te zijn in de inrichting waarin ze deze aanstellingen en ambt uitoefenen. Ze behouden de weddeschaal die hen toegekend werd de dag vóór de inwerkingtreding van dit decreet indien deze weddeschaal niet gunstig is [lees : indien deze weddeschaal gunstiger is] voor hen ».

B.2. Volgens de eiser voor de verwijzende rechter zouden de voormelde bepalingen een discriminerend verschil in behandeling in het leven roepen ten aanzien van de bestuurders-secretarissen van door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde inrichtingen voor hoger onderwijs die op de datum van inwerkingtreding van het decreet van 20 juni 2008 in vast verband benoemd zijn en die in een functie van niveau 2 zijn opgenomen, terwijl de inschakeling in een functie van niveau 2+ zou zijn toegekend aan de personeelsleden die op dezelfde datum in vast verband benoemd zijn in het ambt van bestuurder-secretaris en die aangesteld zijn in een hogere kunstschool of een architectuurinstituut georganiseerd door de Franse Gemeenschap.

B.3. Artikel 24, § 4, van de Grondwet bepaalt :

« Alle leerlingen of studenten, ouders, personeelsleden en onderwijsinstellingen zijn gelijk voor de wet of het decreet. De wet en het decreet houden rekening met objectieve verschillen, waaronder de eigen karakteristieken van iedere inrichtende macht, die een aangepaste behandeling verantwoorden ».

B.4.1. Uit de memorie van toelichting van het decreet van 20 juni 2008 blijkt dat de decreetgever statutaire bepalingen wenste op te stellen alsook een formule om de formatie van het administratief personeel van de hogescholen voor alle netten vast te leggen, waarbij hij in statutaire aangelegenheden evenwel de situaties identificeerde waarin een gedifferentieerde behandeling noodzakelijk zou zijn (Parl. St., Parlement van de Franse Gemeenschap, 2007-2008, nr. 549/1, pp. 6 en 7).

De memorie van toelichting vermeldt eveneens :

« De Algemene Raad voor de Hogescholen heeft in zijn advies nr. 63 van 2 juni 2005 de wens uitgedrukt dat de inrichtingen kunnen beschikken over een administratieve personeelsformatie waarin is voorzien in verschillende ambten voor niet-onderwijzend personeel, met name ambten van de niveaus 1 en 2+.

Met uitzondering van de hiervoor vermelde meesters-assistenten die in de hogescholen belast zijn met het boekhoudkundig of juridisch beheer en die men kan gelijkstellen met ambten van niveau 1, bestaat dat ambtsniveau momenteel niet.

De ambten van niveau 2+ zijn slechts vertegenwoordigd door de leden van het opvoedend hulppersoneel die in een uitdovende personeelsformatie zijn geplaatst » (ibid., pp. 8 en 9).

Het in het geding zijnde artikel 165, §§ 3 en 4, behoort tot de overgangsbepalingen van het decreet van 20 juni 2008, waarvan de aanneming als volgt is verantwoord :

« § 3. De personeelsleden die vast benoemd zijn en aangesteld zijn in een door de Franse Gemeenschap georganiseerde hogere niet-universitaire inrichting met inachtneming van artikel 54 van het koninklijk besluit van 29 augustus 1966, dat wil zeggen, die onder meer geslaagd zijn voor de in 5° van dat artikel bedoelde proef over de beroepsbekwaamheid, worden gelijkgesteld met personeelsleden van niveau 2+ zoals bepaald in dit decreet.

§ 4. De personeelsleden die voldoen aan de in § 3 vermelde voorwaarden en die in vast verband zijn aangesteld in een hogere kunstschool of een architectuurinstituut ingericht door de Franse Gemeenschap, genieten op persoonlijke titel de weddeschaal van de administratief adjunct van niveau 2+ » (ibid., pp. 16-17).

Artikel 54, 5°, van het koninklijk besluit van 29 augustus 1966 « houdende het statuut van de leden van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs » (Belgisch Staatsblad, 31 augustus 1966) bepaalde :

« Niemand kan benoemd worden tot een bevorderingsambt, zo hij niet aan de volgende voorwaarden voldoet :

[...]

5° geslaagd zijn voor een examen tot vaststelling van de beroepsbekwaamheid, ingericht door de Minister volgens de door hem vastgesteld [e] regels ».

B.4.2. De memorie van toelichting van het decreet van 19 februari 2009, eveneens beoogd in de prejudiciële vraag, preciseert :

« Het onderhavige ontwerp past in het kader van de modernisering van ons hoger onderwijs.

Met betrekking tot het administratief personeel legt het specifieke bepalingen vast, met name voor de berekening van de personeelsfunctie van de hogere kunstscholen en de hogere instituten voor architectuur, waarbij het, voor het administratief statuut van de ambtenaren, geïnspireerd is op de bepalingen vervat in het decreet van 20 juni 2008 betreffende de administratieve personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde Hogescholen. Daartoe wijzigt het onderhavige ontwerp het decreet van 20 juni 2008, waarbij de bepalingen die eigen zijn aan de inrichtingen voor kunst en architectuur evenwel gemakkelijk kunnen worden geïdentificeerd en bijgevolg ook op zichzelf staand kunnen worden gelezen.

Het onderhavige ontwerp strekt ertoe statutaire bepalingen op te stellen alsook een formule voor het vaststellen van de personeelsformatie voor alle netten, zodat het gedeeltelijk tegemoetkomt aan de derde algemene opmerking vervat in het advies van de Raad van State over het ontwerp dat het decreet van 12 mei 2004 tot bepaling van het statuut van de leden van het administratief personeel, het meester-, vak- en dienstpersoneel van de onderwijsinrichtingen ingericht door de Franse Gemeenschap zou worden.

De volgende statutaire bepalingen die van toepassing zijn op de leden van het administratief personeel van de hogescholen worden uitgebreid tot de hogere kunstscholen en de hogere instituten voor architectuur : de basisregels die de aanwerving, de benoeming en de bevordering bepalen; de administratieve standen en de regels met betrekking tot de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking; de verlofregeling; de gemeenschappelijke essentiële onverenigbaarheden en de gemeenschappelijke fundamentele plichten. Dit behoort wel degelijk tot de toepassing van artikel 24, § 4, van de Grondwet » (Parl. St., Parlement van de Franse Gemeenschap, 2008-2009, nr. 645/1, p. 4).

Het in de prejudiciële vraag beoogde artikel 30 werd niet in het bijzonder besproken. Die bepaling heeft tot gevolg dat de bestuurders-secretarissen aangesteld in een hogere kunstschool of een hoger instituut voor architectuur, in een statutair ambt van niveau 2 werden geklasseerd.

B.5.1. In tegenstelling met wat de eiser voor de verwijzende rechter beweert, wordt er geen onderscheid gemaakt tussen de bestuurders-secretarissen aangesteld in een hogere kunstschool of een door de Franse Gemeenschap georganiseerd hoger instituut voor architectuur en diegenen die zijn aangesteld in een door die gemeenschap gesubsidieerde school.

Zoals blijkt uit de parlementaire voorbereiding van het decreet van 20 juni 2008 en zoals de Franse Gemeenschapsregering in haar memorie uiteenzet, heeft artikel 165, §§ 3 en 4, immers alleen voor de ambtenaren die waren benoemd in het ambt van bestuurder-secretaris na te zijn geslaagd voor de kwalificatieproef bedoeld in artikel 54 van het koninklijk besluit van 29 augustus 1966 een uitdovende personeelsformatie in het leven geroepen waarbij alleen aan die ambtenaren een graad van niveau 2+ werd verleend.

B.5.2. De aanstelling in een functie van niveau 2+ van de ambtenaren die geslaagd zijn voor een kwalificatieproef in verband waarmee de decreetgever terecht ervan is kunnen uitgaan dat die naar waarde diende te worden geschat, vormt een overgangsmaatregel die zal verdwijnen met de ambtsneerlegging van de betrokken ambtenaren. Het is redelijk verantwoord dat zij niet werd uitgebreid tot ambtenaren wier benoeming niet afhankelijk werd gesteld van het slagen voor een dergelijke proef en die, ongeacht het onderwijsnet waarin zij werden benoemd, allemaal werden opgenomen in een graad van niveau 2.

B.6. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord.

Om die redenen,

het Hof

zegt voor recht :

Artikel 165, §§ 3 en 4, van het decreet van de Franse Gemeenschap van 20 juni 2008 « betreffende de administratieve personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde Hogescholen, Hogere Kunstscholen en Hogere Instituten voor architectuur », en artikel 30 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 19 februari 2009 « betreffende de administratieve personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde Hogere Kunstscholen en Hogere Instituten voor architectuur » schenden de artikelen 10, 11 en 24, § 4, van de Grondwet niet.

Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 3 mei 2012.

De griffier,

P.-Y. Dutilleux.

De voorzitter,

R. Henneuse.

Vrije woorden

  • Prejudiciële vraag over artikel 165, §§ 3 en 4, van het decreet van de Franse Gemeenschap van 20 juni 2008 « betreffende de administratieve personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde Hogescholen, Hogere Kunstscholen en Hogere Instituten voor architectuur », en artikel 30 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 19 februari 2009 « betreffende de administratieve personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde Hogere Kunstscholen en Hogere Instituten voor architectuur », gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te Luik. Publiek recht

  • Onderwijs

  • Franse Gemeenschap

  • Hoger onderwijs

  • Rechtspositie van het personeel

  • Bestuurders secretarissen

  • 1. Door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde inrichtingen voor hoger onderwijs

  • Inschakeling in een functie van niveau 2

  • 2. Hogere kunstschool of architectuurinstituut

  • Inschakeling in een functie van niveau 2 + # Rechten en vrijheden

  • Gelijkheid inzake onderwijs.