- Arrest van 10 mei 2012

10/05/2012 - 64/2012

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Het Hof verwerpt de beroepen.


Arrest - Integrale tekst

Het Grondwettelijk Hof,

samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en R. Henneuse, en de rechters E. De Groot, L. Lavrysen, J.-P. Moerman, T. Merckx-Van Goey en F. Daoût, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter M. Bossuyt,

wijst na beraad het volgende arrest :

I. Onderwerp van de beroepen en rechtspleging

a. Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 20 juni 2011 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 21 juni 2011, is beroep tot vernietiging ingesteld van het Vlaamse decreet van 10 december 2010 « houdende aanstelling van erkende landmeters door provincies, gemeenten en O.C.M.W.'s voor het opmaken van schattingsverslagen in het kader van onroerende verrichtingen die worden gesteld door de provincies, gemeenten en O.C.M.W.'s » (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 21 december 2010, derde editie), door het Beroepsinstituut van vastgoedmakelaars, met zetel te 1000 Brussel, Luxemburgstraat 16B, de vzw « Confederatie van Immobiliënberoepen Vlaanderen », met zetel te 9000 Gent, Kortrijksesteenweg 1005, de Orde van architecten, met zetel te 1000 Brussel, Livornostraat 160, Philippe Adam, wonende te 9990 Maldegem, Mevrouw Courtmanslaan 85, Filip Dermul, wonende te 8400 Oostende, Albert I-promenade 48, Cindy Utterwulghe, wonende te 8301 Knokke-Heist, Heldenplein 25, Johan Tackoen, wonende te 3500 Hasselt, Thonissenlaan 80, Dirk Coelus, wonende te 8670 Koksijde, Louise Hegerplein 13, Frank Van Wijk, wonende te 8420 De Haan, Batterijstraat 15, Peter Bonhomme, wonende te 8670 Oostduinkerke, Zuidwesterstraat 24, Franky Van Hamme, wonende te 8310 Assebroek, Rapaertstraat 29, en Nicole Saintpo, wonende te 8400 Oostende, Limburgstraat 4.

b. Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 20 juni 2011 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 21 juni 2011, is beroep tot vernietiging ingesteld van hetzelfde decreet door David Martens, wonende te 9220 Hamme, Petrus Van der Jeugdlaan 21.

Die zaken, ingeschreven onder de nummers 5158 en 5159 van de rol van het Hof, werden samengevoegd.

(...)

II. In rechte

(...)

Ten aanzien van de ontvankelijkheid

B.1.1. De Vlaamse Regering voert aan dat een vernietiging van het Vlaamse decreet van 10 december 2010 « houdende aanstelling van erkende landmeters door provincies, gemeenten en O.C.M.W.'s voor het opmaken van schattingsverslagen in het kader van onroerende verrichtingen die worden gesteld door de provincies, gemeenten en O.C.M.W.'s » (hierna : decreet van 10 december 2010) de belangen van de verzoekende partijen in de zaak nr. 5158 niet kan dienen en dat zij het voorwerp van hun beroep dienen te specifiëren, elk binnen de perken van het eigen belang.

Wat de verzoeker in de zaak nr. 5159 betreft, voert de Vlaamse Regering aan dat zijn dispuut met de overheid over de vraag of hij op het tableau van de Federale Raad van landmeters-experten kan worden ingeschreven, geen voorwerp kan zijn van een beroep bij het Hof en dat zijn uitgangspunt tegenstrijdig is met dat van de verzoekende partijen in de zaak nr. 5158.

B.1.2. De Grondwet en de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof vereisen dat elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een beroep tot vernietiging instelt, doet blijken van een belang. Van het vereiste belang doen slechts blijken de personen wier situatie door de bestreden norm rechtstreeks en ongunstig zou kunnen worden geraakt.

B.1.3. Onder de verzoekende partijen in de zaak nr. 5158 zijn er een aantal natuurlijke personen die zich beroepen op hun hoedanigheid van architect of van vastgoedmakelaar en die aanklagen dat het bestreden decreet hen uitsluit van de mogelijkheid tot aanstelling voor het opmaken van de schattingsverslagen in het kader van onroerende verrichtingen die worden gedaan door de provincies, gemeenten en OCMW's.

Die personen doen aldus blijken van een voldoende belang bij de vernietiging van het decreet, dat de mogelijkheid tot aanstelling voor het opmaken van die schattingsverslagen voorbehoudt aan de enkele beroepscategorie van de landmeters-experten, nu bij een vernietiging de kans bestaat dat die regeling wordt uitgebreid tot de beroepscategorieën waartoe zij behoren.

Aangezien het belang van minstens één van de verzoekende partijen in de zaak nr. 5158 vaststaat, is het niet nodig het belang en de procesbekwaamheid te onderzoeken van de overige partijen die het verzoekschrift in die zaak mede hebben ingediend.

B.1.4. De verzoeker in de zaak nr. 5159 beroept zich onder meer op zijn hoedanigheid van gegradueerde in de topografie.

Indien hij rechtsgeldig zou worden ingeschreven op het tableau van de Federale Raad van landmeters-experten, zou hij geen belang hebben bij de vernietiging van het bestreden decreet, maar voor zover zulks niet het geval is, heeft ook hij er belang bij het decreet aan te vechten, in de hoop dat na een vernietiging een regeling zou worden aangenomen waarbij ook hij betrokken zou worden.

Het gegeven dat zijn grieven niet dezelfde zijn als die van de verzoekende partijen in de zaak nr. 5158, ontneemt hem niet dat belang bij zijn beroep.

B.1.5. De excepties van de Vlaamse Regering worden verworpen.

B.2. De vzw « N.A.V., De Vlaamse architectenorganisatie » heeft een memorie van tussenkomst ingediend, ter ondersteuning van de beroepen tot vernietiging en ter behartiging van de belangen van de architecten.

B.3.1. Roger Taelman, Axel Annaert en de vzw « Belgische Orde van Landmeters-Experten » hebben een memorie van tussenkomst ingediend waarin zij de verdediging van het bestreden decreet opnemen.

B.3.2. De excepties van niet-ontvankelijkheid die zij daarin opwerpen, dienen niet te worden onderzocht, nu reeds is vastgesteld dat minstens één van de verzoekende partijen in de zaak nr. 5158 doet blijken van een belang bij het beroep en er derhalve geen aanleiding is om het belang of de procesbekwaamheid van de andere verzoekende partijen in de zaak nr. 5158 te onderzoeken, terwijl ook het belang van de verzoeker in de zaak nr. 5159 reeds is aangenomen.

B.3.3. Ook de exceptie van niet-ontvankelijkheid die Roger Taelman en anderen aanvoeren met betrekking tot het belang van de vzw « N.A.V., De Vlaamse architectenorganisatie » kan niet worden aangenomen, nu die vereniging doet blijken van een voldoende collectief belang om op te komen, overeenkomstig haar statutaire doel, voor de beroepsbelangen van de architecten, die aanklagen dat zij niet in aanmerking worden genomen voor het opmaken van schattingsverslagen overeenkomstig het bestreden decreet.

Ten gronde

B.4.1. De verzoekende partijen in de zaak nr. 5158 voeren in een enig middel de schending aan van het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie gewaarborgd bij de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat het decreet van 10 december 2010 uitsluitend betrekking heeft op de landmeters-experten die zijn ingeschreven op het tableau van de beoefenaars van het beroep als bedoeld in de wet van 11 mei 2003 tot bescherming van de titel en van het beroep van landmeter-expert.

B.4.2. De verzoeker in de zaak nr. 5159 voert in een enig middel de schending aan van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat het bestreden decreet geen rekening houdt met de beroepsbelangen van de professionele schatters van vastgoed, die bij ontstentenis van een wettelijke beroepsreglementering worden gediscrimineerd ten aanzien van de landmeters-experten die op het tableau zijn ingeschreven.

B.4.3. De middelen worden samen onderzocht.

B.5. Het decreet van 10 december 2010 wijzigt het Vlaamse Gemeentedecreet van 15 juli 2005, het Vlaamse Provinciedecreet van 9 december 2005 en het Vlaamse decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, om de provinciale en lokale overheden de mogelijkheid te bieden om voor het opstellen van schattingsverslagen in het kader van hun onroerende verrichtingen naast de dienstverlening door de comités van aankoop en door de ontvangers van registratie een beroep te doen op landmeters-experten die op het tableau zijn ingeschreven.

In de toelichting bij het voorstel van decreet is onder meer gesteld :

« We stellen vast dat er zowel bij het aankoopcomité als bij de ontvangers van registratie een ernstige achterstand is van de te behandelen dossiers.

Als gevolg daarvan blijven de noodzakelijke schattingsverslagen, die de openbare besturen nodig hebben voor hun onroerende verrichtingen uit, wat een enorme vertraging oplevert in de belangrijke sociaaleconomische dossiers.

[...]

Dit voorstel van decreet zorgt ervoor dat de schattingen, niet alleen door het aankoopcomité en de ontvanger van registratie, maar ook door landmeters-experten zouden kunnen gebeuren die ingeschreven zijn op het tableau, beheerd door de Federale Raad van landmeters-experten conform de wet van 11 mei 2003. Door dit nieuwe systeem in het leven te roepen, kunnen de problemen van achterstand en onderbemanning snel en blijvend worden opgevangen.

Ook de rechtbanken maken van de bovengenoemde lijst gebruik om in hun vonnissen indien nodig een deskundige aan te stellen.

Dat de schattingen van deze landmeters-experten onpartijdig en objectief zijn, staat buiten kijf aangezien zij de bepalingen volgen van het koninklijk besluit van 15 december 2005 tot vaststelling van de voorschriften inzake de plichtenleer van de landmeter-expert.

Aangezien zowel provincies, gemeenten als OCMW's te kampen hebben met het geschetste probleem, houdt dit voorstel van decreet een aanvulling en/of wijziging in van de van toepassing zijnde decreten » (Parl. St., Vlaams Parlement, 2009-2010, nr. 219/1, pp. 2-3).

B.6. Geconfronteerd met de problemen van onderbemanning en achterstand bij de comités van aankoop en de ontvangers van registratie, heeft de decreetgever geoordeeld dat het nodig was een categorie van personen aan te wijzen die eveneens door de provinciale en lokale overheden kunnen worden belast met het opmaken van de voor hun verrichtingen met onroerende goederen vereiste schattingsverslagen. De verzoekende partijen voeren aan dat zij behoren tot beroepscategorieën ten aanzien waarvan de decreetgever volgens hen evengoed als ten aanzien van de landmeters-experten had kunnen oordelen dat zij daartoe in aanmerking kwamen.

Het komt het Hof niet toe de beleidskeuzes van de decreetgever te beoordelen. Het dient wel in het kader van de toetsing aan het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie te oordelen of het verschil in behandeling dat uit de bestreden maatregel voortvloeit, niet zonder redelijke verantwoording is en of uit die maatregel geen onevenredige gevolgen voortspruiten.

B.7.1. Krachtens de artikelen 3, 7 en 11 van het decreet van 10 december 2010, waarbij respectievelijk wijzigingen worden aangebracht in het Vlaamse Gemeentedecreet van 15 juli 2005, het Vlaamse Provinciedecreet van 9 december 2005 en het Vlaamse OCMW-decreet van 19 december 2008, kunnen de provincies, gemeenten, openbare centra voor maatschappelijk welzijn alsook de verzelfstandigde agentschappen die van die overheden afhangen, voor het opmaken van de schattingsverslagen voor hun onroerende verrichtingen een beroep doen op een landmeter-expert, die in de respectieve artikelen 5, 9 en 13 van het bestreden decreet wordt omschreven als zijnde « de landmeter-expert, ingeschreven op het tableau van de beoefenaars van het beroep als bedoeld in de wet van 11 mei 2003 tot bescherming van de titel en van het beroep van landmeter-expert en op wie het koninklijk besluit van 15 december 2005 tot vaststelling van de voorschriften inzake de plichtenleer van de landmeter-expert van toepassing is ».

Dat het opmaken van schattingsverslagen voor onroerende verrichtingen mede aan die aldus objectief omschreven beroepscategorie wordt toevertrouwd, kan redelijkerwijze worden verantwoord, enerzijds, door de wil om snel over een objectieve lijst van beroepsbeoefenaars te beschikken om het hoofd te bieden aan een achterstand bij de comités van aankoop en de ontvangers van registratie die normaliter met die opmaak van schattingsverslagen belast zijn en, anderzijds, door de wil om die mogelijkheid te beperken tot een beroepscategorie van personen waarvan de provinciale en lokale overheden kunnen aannemen dat zij voldoende bekwaam zijn om objectieve en kwaliteitsvolle schattingsverslagen op te stellen, omdat zij op het tableau van de landmeters-experten zijn ingeschreven en daartoe de eed hebben afgelegd.

B.7.2. De decreetgever is vanwege de dringende nood afgestapt van een systeem van erkenning van landmeters-experten door het Vlaamse Gewest, en heeft de opname van die personen op het tableau van de landmeters-experten als objectief criterium vooropgesteld, wat impliceert dat die personen de titel van landmeter-expert mogen dragen en dat erkende beroep mogen uitoefenen op basis van de vereiste kwalificaties en daarbij zijn onderworpen aan de plichtenleer van het koninklijk besluit van 15 december 2005 tot vaststelling van de voorschriften inzake de plichtenleer van de landmeter-expert, onder toezicht van de Federale Raad van landmeters-experten en de Federale Raad van Beroep van landmeters-experten, opgericht bij de wet van 11 mei 2003 tot oprichting van federale raden van landmeters-experten.

Het is juist dat ook andere beroepscategorieën, onder wie een aantal van de verzoekende partijen in zaak nr. 5158, deel uitmaken van beschermde beroepen waarvoor men kan worden ingeschreven op een tableau van de beoefenaars van dat beroep en waarbij men is onderworpen aan een plichtenleer, te weten de architecten en de vastgoedmakelaars.

De decreetgever kon evenwel redelijkerwijze van oordeel zijn dat de vastgoedmakelaars niet moesten worden opgenomen, in eerste instantie omdat hij kon verhopen dat met de opname van de landmeters-experten reeds een voldoende aantal personen kon worden aangewezen. Voorts zijn de diploma's die toegang bieden tot dat beschermde beroep zeer verscheiden, derwijze dat die de beroepen omvat van bijvoorbeeld boekhouders en juristen voor wie de techniek van het opmaken van schattingsverslagen geen deel uitmaakt van de opleiding. Bovendien bieden de omstandigheden waarin vastgoedmakelaars als bemiddelaar schattingsverslagen opmaken, niet dezelfde garanties van onpartijdigheid en onafhankelijkheid als die waarin de landmeters-experten hun opdracht dienen te vervullen.

Ook wat de architecten betreft, was het niet onredelijk dat de decreetgever van oordeel was dat die categorie niet moest worden opgenomen, omdat hij kon verhopen dat met de opname van de landmeters-experten reeds een voldoende aantal personen konden worden aangewezen. Voorts heeft hij zich kunnen beperken tot de beroepsgroep van de landmeters-experten omdat hij kon uitgaan van hun bekwaamheid om schattingsverslagen op te maken vanwege hun meer specifieke opleiding daartoe en omdat bij de landmeters-experten het schatten van onroerend goed uitdrukkelijk is opgenomen in de omschrijving van hun beroepsbezigheden, meer bepaald in artikel 18 van het koninklijk besluit van 15 december 2005 tot vaststelling van de voorschriften inzake de plichtenleer van de landmeter-expert. Ten slotte zijn de Federale Raad van landmeters-experten en de Federale Raad van Beroep van landmeters-experten, die toezien op de naleving van de plichtenleer, anders dan bij de Orde van architecten, niet samengesteld uit personen uit de eigen beroepsorganisatie, maar uit door de Koning benoemde magistraten en advocaten, de plaatsvervangende assessoren-landmeters-experten buiten beschouwing gelaten.

B.7.3. Ook in vergelijking tot de kwalificaties die de verzoeker in zaak nr. 5159 aanvoert, vermocht de decreetgever om de voormelde redenen redelijkerwijze enkel de landmeters-experten in overweging te nemen. Bovendien bieden de plichtenleer en de controle daarop zoals georganiseerd in het kader van de vzw « Kamer van Vastgoed-Experten » niet dezelfde waarborgen als die welke voortspruiten uit de plichtenleer en de controle daarop bij de landmeters-experten die op het tableau van de beoefenaars van dat beroep zijn ingeschreven.

B.8. Ten slotte is de maatregel beperkt tot de mogelijkheid voor de provinciale en lokale overheden om een beroep te doen op landmeters-experten voor het opmaken van schattingsverslagen voor hun onroerende verrichtingen.

Het bestreden decreet van 10 december 2010 regelt niet de wijze waarop de beroepscategorieën waartoe de verzoekende partijen behoren, of de leden die zij vertegenwoordigen, hun beroepsactiviteiten kunnen ontplooien. Er zijn derhalve wat dat betreft geen onevenredige gevolgen voor die personen.

B.9. De middelen zijn niet gegrond.

Om die redenen,

het Hof

verwerpt de beroepen.

Aldus uitgesproken in het Nederlands, het Frans en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 10 mei 2012.

De griffier,

P.-Y. Dutilleux

De voorzitter,

M. Bossuyt

Vrije woorden

  • Beroepen tot vernietiging van het Vlaamse decreet van 10 december 2010 « houdende aanstelling van erkende landmeters door provincies, gemeenten en O.C.M.W.'s voor het opmaken van schattingsverslagen in het kader van onroerende verrichtingen die worden gesteld door de provincies, gemeenten en O.C.M.W.'s », ingesteld door het Beroepsinstituut van vastgoedmakelaars en anderen en door David Martens. Bestuursrecht

  • Provinciale en locale overheden

  • Onroerende verrichtingen

  • Opmaak van schattingsverslagen

  • 1. Landmeters-experten

  • 2. Uitsluiting

  • a. Architecten

  • b. Vastgoedmakelaars.