- Arrest van 12 juli 2012

12/07/2012 - 91/2012

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Het Hof verwerpt het beroep.


Arrest - Integrale tekst

Het Grondwettelijk Hof,

samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en R. Henneuse, en de rechters E. De Groot, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, T. Merckx-Van Goey en F. Daoût, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter M. Bossuyt,

wijst na beraad het volgende arrest :

I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging

Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 24 februari 2012 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 27 februari 2012, heeft Joris Van Hauthem, wonende te 1750 Lennik, Scheestraat 21, beroep tot vernietiging ingesteld van artikel 175, 5°, van het Vlaamse decreet van 8 juli 2011 « houdende de organisatie van de lokale en provinciale verkiezingen en houdende wijziging van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, het Provinciedecreet van 9 december 2005 en het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn » (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 25 augustus 2011).

(...)

II. In rechte

(...)

Ten aanzien van de ontvankelijkheid

B.1. De Vlaamse Regering voert aan dat het beroep laattijdig is, omdat het in werkelijkheid gericht is tegen de voorheen bestaande regeling, die is overgenomen uit de vroegere federale regelgeving, zonder dat het de bedoeling was op dat vlak opnieuw wetgevend op te treden.

Volgens de Vlaamse Regering heeft de verzoeker bovendien geen belang bij zijn beroep.

B.2. De bestreden bepaling maakt deel uit van artikel 175 van het Vlaamse decreet van 8 juli 2011 « houdende de organisatie van de lokale en provinciale verkiezingen en houdende wijziging van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, het Provinciedecreet van 9 december 2005 en het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn » (hierna : het decreet van 8 juli 2011), dat bepaalt :

« De bepalingen, vermeld in artikel 165 tot en met 174, zijn van overeenkomstige toepassing op de verkiezingen voor de stadsdistrictsraden met dien verstande dat :

1° ' gemeentelijk hoofdbureau ' wordt gelezen als ' stadsdistrictshoofdbureau ';

2° ' gemeentesecretariaat ' wordt gelezen als ' secretariaat van het stadsdistrict ';

3° ' gemeenteraadsverkiezingen ' wordt gelezen als ' stadsdistrictraadsverkiezingen ';

4° ' gemeente ' wordt gelezen als ' stadsdistrict ';

5° artikel 166, eerste lid, wordt gelezen als ' Het stadsdistrictshoofdbureau deelt het stemcijfer van iedere lijst achtereenvolgens door 1, 2, 3, 4 enzovoort en rangschikt de quotiënten in de volgorde van hun belangrijkheid, tot er voor alle lijsten samen zoveel quotiënten worden bereikt als er leden te kiezen zijn. ' ».

Het eerste lid van artikel 166, waarnaar in de bestreden bepaling wordt verwezen, bepaalt :

« Het gemeentelijk hoofdbureau deelt het stemcijfer van iedere lijst achtereenvolgens door 1; 1 1/2; 2; 2 1/2; 3; 3 1/2; 4; 4 1/2 enzovoort en rangschikt de quotiënten in de volgorde van belangrijkheid, tot er voor alle lijsten samen zoveel quotiënten worden bereikt als er leden te kiezen zijn ».

B.3. De bestreden bepaling en het zo-even geciteerde eerste lid van artikel 166 van het decreet van 8 juli 2011 hebben betrekking op de wijze waarop het aantal te begeven zetels respectievelijk voor de verkiezingen van de stadsdistrictsraden en voor die van de gemeenteraden tussen de deelnemende partijen of lijsten worden verdeeld in verhouding tot het stemmenaantal dat die partijen of lijsten hebben behaald, met het oog op een evenredige vertegenwoordiging.

Daarbij wordt telkens gebruik gemaakt van een reeks delers waarbij voor elke partij of lijst het stemcijfer (dit is het totaal van de geldige stemmen voor die partij of lijst) telkens wordt gedeeld door een oplopende noemer. In het « systeem D'Hondt » wordt een delerreeks gehanteerd met als opeenvolgende noemers 1, 2, 3, 4, enz. In het « systeem Imperiali » wordt een delerreeks gehanteerd met als opeenvolgende noemers 1; 1 1/2; 2; 2 1/2; 3; 3 1/2; 4; 4 1/2, enz. In beide systemen gaat de eerste zetel naar de partij of lijst die het hoogste quotiënt heeft behaald en de volgende zetels - zoveel als er te verdelen zijn - komen vervolgens toe aan de partij of lijst met het daaropvolgende quotiënt gerangschikt in een aflopende orde.

B.4.1. De verzoeker beroept zich op zijn hoedanigheid van gemeenteraadslid in de gemeente Lennik.

Hij voert tevens aan dat hij « politiek actief [is] zowel op nationaal als lokaal niveau ».

B.4.2. De verzoeker vecht niet het « systeem Imperiali » aan dat krachtens artikel 166 van het decreet van 8 juli 2011 wordt gehanteerd voor de verkiezing van de gemeenteraden, maar het « systeem D'Hondt » zoals dat krachtens de bestreden bepaling wordt gehanteerd voor de verkiezing van de districtsraden.

De gemeente Lennik, waar de verzoeker de hoedanigheid van gemeenteraadslid heeft, is niet onderverdeeld in stadsdistricten, nu dergelijke binnengemeentelijke territoriale organen krachtens artikel 41, derde lid, van de Grondwet enkel kunnen worden opgericht in gemeenten met meer dan 100 000 inwoners.

De verzoeker voert niet aan dat hij kandidaat of kiezer is of zulks met een redelijke graad van waarschijnlijkheid zou kunnen zijn in een gemeente waar verkiezingen worden georganiseerd voor stadsdistrictsraden.

Hij zet evenmin uiteen in welk opzicht het gebruik van het « systeem D'Hondt » voor de verkiezingen van de stadsdistrictsraden krachtens de bestreden bepaling, hem ongunstig zou kunnen raken.

B.5. Er blijkt niet hoe de verzoeker, met de hoedanigheden en grieven die hij aanvoert, doet blijken van een voldoende persoonlijk en rechtstreeks belang bij zijn beroep tegen een bepaling waarvan hij niet aannemelijk maakt dat de vernietiging hem een voordeel zou kunnen opleveren.

B.6. Het beroep is niet ontvankelijk, bij gebrek aan het door de Grondwet en door artikel 2 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof vereiste belang van de verzoeker.

Om die redenen,

het Hof

verwerpt het beroep.

Aldus uitgesproken in het Nederlands, het Frans en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 12 juli 2012.

De griffier,

P.-Y. Dutilleux

De voorzitter,

M. Bossuyt

Vrije woorden

  • Beroep tot vernietiging van artikel 175, 5°, van het Vlaamse decreet van 8 juli 2011 « houdende de organisatie van de lokale en provinciale verkiezingen en houdende wijziging van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, het Provinciedecreet van 9 december 2005 en het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn », ingesteld door Joris Van Hauthem. Rechtspleging

  • Beroep tot vernietiging

  • Niet-ontvankelijkheid

  • Gebrek aan belang. # Grondwettelijk recht

  • Verkiezingen

  • Vlaams Gewest

  • Verkiezingen van de districtsraden

  • Verdeling van de zetels tussen de lijsten

  • Systeem D'Hondt.