- Arrest van 9 augustus 2012

09/08/2012 - 100/2012

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Het Hof verwerpt het beroep.


Arrest - Integrale tekst

Het Grondwettelijk Hof,

samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de rechters A. Alen, J.-P. Snappe, E. Derycke, J. Spreutels en T. Merckx-Van Goey, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter R. Henneuse,

wijst na beraad het volgende arrest :

I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging

Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 20 juli 2011 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 25 juli 2011, is beroep tot vernietiging ingesteld van het decreet van het Waalse Gewest van 20 januari 2011 « tot ratificatie van de stedenbouwkundige vergunning, bij besluit van de gemachtigd ambtenaar op 16 juli 2010 toegekend aan de NV Infrabel voor de bouw van een stationshal en de inrichting van de nabije omgeving van het GEN-station - lijn 124 te 1410 Waterloo » (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 26 januari 2011) door Paul Fastrez en Henriette Fastrez, beiden wonende te 1040 Brussel, Legerlaan 73.

(...)

II. In rechte

(...)

B.1. Het enige artikel van het decreet van het Waalse Gewest van 20 januari 2011 « tot ratificatie van de stedenbouwkundige vergunning, bij besluit van de gemachtigd ambtenaar op 16 juli 2010 toegekend aan de NV Infrabel voor de bouw van een stationshal en de inrichting van de nabije omgeving van het GEN-station - lijn 124 te 1410 Waterloo » bepaalt :

« De stedenbouwkundige vergunning, bij besluit van de gemachtigd ambtenaar op 16 juli 2010 toegekend aan de NV Infrabel voor de bouw van een stationshal en de inrichting van de nabije omgeving van het GEN-station - lijn 124 te 1410 Waterloo, wordt geratificeerd ».

Die bepaling, die in het Belgisch Staatsblad van 26 januari 2011 is bekendgemaakt, is op 5 februari 2011 in werking getreden.

B.2.1. Artikel 142 van de Grondwet en artikel 2, 2°, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof vereisen dat elke natuurlijke persoon die een beroep tot vernietiging instelt, doet blijken van een belang.

Van dat vereiste belang doen slechts blijken de personen wier situatie door de bestreden norm rechtstreeks en ongunstig zou kunnen worden geraakt.

B.2.2. Dat belang dient te bestaan op het ogenblik van de indiening van het verzoekschrift en dient te blijven bestaan tot de uitspraak van het arrest.

B.3.1. Uit de bewoordingen van het verzoekschrift tot vernietiging en van de memorie van de verzoekende partijen, alsook uit stukken die zij hebben neergelegd, blijkt dat die laatsten zijn gedomicilieerd op het grondgebied van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.

B.3.2. Uit het dossier met stukken van de verzoekende partijen blijkt ook dat enkel de eerste van hen beschikt over rechten op de grond waarvan zij beweren eigenaar te zijn om te doen blijken van hun belang.

B.3.3. Uit dezelfde stukken blijkt dat die grond het voorwerp heeft uitgemaakt van een vordering tot onteigening die uitging van de naamloze vennootschap van publiek recht « Infrabel », op grond van de wet van 26 juli 1962 « betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte ».

Bij vonnis van 6 juli 2011 heeft de Vrederechter te Eigenbrakel, met toepassing van artikel 7, tweede lid, van de wet van 26 juli 1962, die vordering ingewilligd, na de door de verzoekende partijen geformuleerde middelen, afgeleid uit de onwettigheid van het koninklijk besluit van 21 februari 2011 « waarbij de onmiddellijke inbezitneming van sommige percelen, nodig voor de bouw van een derde en vierde spoor van de spoorlijn 124 en de aanleg van nieuwe wegenis, gelegen op het grondgebied van de gemeente Waterloo van algemeen nut wordt verklaard », niet gegrond te hebben geacht.

Dat vonnis heeft tot gevolg dat het eigendomsrecht van de eerste verzoekende partij definitief en zonder voorbehoud is overgegaan van haar vermogen naar dat van de onteigenaar (Cass., 24 oktober 2003, Arr.Cass., 2003, nr. 527).

Dat vonnis is niet vatbaar voor beroep (artikel 8 van de wet van 26 juli 1962).

B.3.4. Uit het voorafgaande vloeit voort dat het niet blijkt dat de verzoekende partijen thans omwonenden zijn van het vastgoedproject, zoals bedoeld in de bij het decreet van 20 januari 2011 bekrachtigde stedenbouwkundige vergunning, of eigenaar van een grond die in de nabijheid van dat project is gelegen.

B.4. De door de verzoekende partijen beschreven situatie kan bijgevolg niet rechtstreeks en ongunstig worden geraakt door dat decreet.

B.5. Het beroep tot vernietiging is onontvankelijk.

Om die redenen,

het Hof

verwerpt het beroep.

Aldus uitgesproken in het Frans, het Nederlands en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 9 augustus 2012.

De griffier,

F. Meersschaut

De voorzitter,

R. Henneuse

Vrije woorden

  • Beroep tot vernietiging van het decreet van het Waalse Gewest van 20 januari 2011 « tot ratificatie van de stedenbouwkundige vergunning, bij besluit van de gemachtigd ambtenaar op 16 juli 2010 toegekend aan de NV Infrabel voor de bouw van een stationshal en de inrichting van de nabije omgeving van het GEN-station

  • lijn 124 te 1410 Waterloo », ingesteld door Paul Fastrez en Henriette Fastrez. Bestuursrecht

  • Ruimtelijke ordening en stedenbouw

  • Waals Gewest

  • Stedenbouwkundige vergunning

  • Bekrachtiging. # Rechtspleging

  • Beroep tot vernietiging

  • Ontvankelijkheid

  • Belang.