- Arrest van 25 oktober 2012

25/10/2012 - 130/2012

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Het Hof, beperkte kamer,

met eenparigheid van stemmen uitspraak doende, verwerpt het beroep.


Arrest - Integrale tekst

Het Grondwettelijk Hof, beperkte kamer,

samengesteld uit voorzitter M. Bossuyt en de rechters-verslaggevers L. Lavrysen en J. Spreutels, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut,

wijst na beraad het volgende arrest :

I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging

Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 30 juli 2012 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 31 juli 2012, is beroep tot vernietiging ingesteld van de wet van 15 december 2010 houdende instemming met, onder meer, het « Verdrag tot herziening van het op 3 februari 1958 gesloten Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie » (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 22 december 2011), door het « Ecologisch Kennis Centrum B.V. », met zetel te NL-5491 XD Sint-Oedenrode (Nederland), 't Achterom 9a, de vzw « No Cancer Foundation », met zetel te 3500 Hasselt, Paul Bellefroidlaan 16, de familie A.M.L. van Rooij, wonende te 3520 Zonhoven, Hazendansweg 36 A, en de familie Erik Verbeek, wonende te HR-34550 Pakrac (Kroatië), Seovacki put 43.

Op 17 augustus 2012 hebben de rechters-verslaggevers L. Lavrysen en J. Spreutels, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, de voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarin wordt vastgesteld dat het beroep tot vernietiging klaarblijkelijk onontvankelijk is.

(...)

II. In rechte

(...)

B.1. De verzoekende partijen vragen het Grondwettelijk Hof het volgende te beslissen :

« I. dat het op 1 januari 2012 in werking getreden nieuwe Benelux Verdrag onmiddellijk moet worden verbroken, daar die in zeer ernstige mate in strijd met de Belgische Grondwet tot stand is gekomen.

II. dat de erkenning van Nederland als lidstaat van de Europese Unie onmiddellijk moet worden ingetrokken omdat Nederland met het opnemen van artikel 120 in de Grondwet, de overige artikelen uit die Grondwet heeft uitgeschakeld, wat niet mag worden getoetst door een rechter en Nederland om die reden ook niet over een Grondwettelijk Hof beschikt, waarmee in ernstige mate wordt gehandeld in strijd met het Europese Verdrag van Lissabon ».

B.2. Het Grondwettelijk Hof is bevoegd om uitspraak te doen over beroepen tot vernietiging van wetten, decreten en ordonnanties (artikel 1 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof). Een dergelijk beroep kan met name worden ingesteld door iedere natuurlijke of rechtspersoon die doet blijken van een belang (artikel 2), en dit binnen een termijn van zes maanden of, indien het gaat om een akte houdende instemming met een verdrag, binnen een termijn van zestig dagen na de bekendmaking van de betrokken wettelijke norm (artikel 3). Het beroep tot vernietiging wordt bij het Hof aanhangig gemaakt door middel van een verzoekschrift (artikel 5), dat het onderwerp van het beroep vermeldt en een uiteenzetting van de feiten en middelen bevat (artikel 6).

B.3. Het Hof is niet bevoegd om de gevraagde beslissingen te nemen. Zelfs indien het verzoekschrift wordt opgevat als een beroep tot vernietiging van de wet van 15 december 2010 houdende instemming met, onder meer, het « Verdrag tot herziening van het op 3 februari 1958 gesloten Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie », moet worden vastgesteld dat die wet is bekendgemaakt in het Belgisch Staatblad van 22 december 2011, zodat het beroep moet worden geacht buiten de voormelde termijn van zestig dagen te zijn ingediend. In weerwil van wat de verzoekende partijen in hun memorie met verantwoording lijken aan te nemen, kan een beroep tot vernietiging niet op een andere wijze dan door middel van een verzoekschrift bij het Hof aanhangig worden gemaakt.

B.4. Zonder dat het nodig is te onderzoeken of aan de overige ontvankelijkheidsvereisten is voldaan, is het beroep tot vernietiging derhalve klaarblijkelijk onontvankelijk wegens laattijdigheid.

Om die redenen,

het Hof, beperkte kamer,

met eenparigheid van stemmen uitspraak doende,

verwerpt het beroep.

Aldus uitgesproken in het Nederlands, het Frans en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 25 oktober 2012.

De griffier,

F. Meersschaut

De voorzitter,

M. Bossuyt

Vrije woorden

  • Beroep tot vernietiging van de wet van 15 december 2010 houdende instemming met, onder meer, het « Verdrag tot herziening van het op 3 februari 1958 gesloten Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie », ingesteld door het « Ecologisch Kennis Centrum B.V. » en anderen. Voorafgaande rechtspleging

  • Beroep tot vernietiging

  • Klaarblijkelijke niet-ontvankelijkheid

  • Beroep ingesteld buiten de termijn.