- Arrest van 14 november 2012

14/11/2012 - 141/2012

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Het Hof verwerpt het beroep.


Arrest - Integrale tekst

Het Grondwettelijk Hof,

samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en R. Henneuse, en de rechters E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, J. Spreutels, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul en F. Daoût, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter M. Bossuyt,

wijst na beraad het volgende arrest :

I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging

Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 18 januari 2012 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 19 januari 2012, is beroep tot vernietiging ingesteld van artikel 53 van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen (wijziging van artikel 44, § 1, 1°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde), bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 30 december 2011, vierde editie, door Patrick Van den Weghe, wonende te 3010 Leuven, Leopold Ruelensstraat 54, Marc Allard, wonende te 3300 Tienen, Groot Begijnhof 59, en Christian Maes, wonende te 3000 Leuven, Maria Theresiastraat 107.

Bij hetzelfde verzoekschrift vorderden de verzoekende partijen eveneens de schorsing van dezelfde wetsbepaling. Bij het arrest nr. 44/2012 van 8 maart 2012 (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 7 juni 2012) heeft het Hof de vordering tot schorsing verworpen.

(...)

II. In rechte

(...)

Ten aanzien van de bestreden bepaling

B.1. Het beroep tot vernietiging is gericht tegen artikel 53 van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen, luidende :

« In artikel 44, § 1, 1°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, vervangen bij de wet van 28 december 1992, worden de woorden ' notarissen, ' en de woorden ' en gerechtsdeurwaarders ' opgeheven ».

Ten gevolge daarvan bepaalt artikel 44, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek, overeenkomstig artikel 56 van de voormelde wet van 28 december 2011, met ingang van 1 januari 2012 :

« Van de belasting zijn vrijgesteld de diensten door de nagenoemde personen verricht in de uitoefening van hun geregelde werkzaamheid :

1° advocaten; ».

Bij de bestreden bepaling werd aldus de btw-vrijstelling die tot dan betrekking had op de notarissen, de advocaten en de gerechtsdeurwaarders, afgeschaft voor de notarissen en de gerechtsdeurwaarders en behouden voor de advocaten.

Ten aanzien van het belang van de verzoekende partijen

B.2.1. Volgens de Ministerraad zouden de verzoekende partijen, die allen notaris zijn, geen belang hebben bij de vernietiging van de bestreden bepaling, in zoverre die de gerechtsdeurwaarders btw-plichtig maakt.

B.2.2. De Grondwet en de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof vereisen dat elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een beroep tot vernietiging instelt, doet blijken van een belang. Van het vereiste belang doen slechts blijken de personen wier situatie door de bestreden norm rechtstreeks en ongunstig zou kunnen worden geraakt.

B.2.3. De verzoekende partijen zijn notarissen, die belang hebben bij de vernietiging van de bestreden bepaling in zoverre die op de notarissen van toepassing is, doch niet in zoverre die op de gerechtsdeurwaarders van toepassing is.

Het beroep tot vernietiging is onontvankelijk in zoverre het betrekking heeft op de situatie van de gerechtsdeurwaarders.

De exceptie is gegrond.

Ten gronde

B.3. De verzoekende partijen voeren een enig middel aan dat uit de schending van de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet is afgeleid. Bij de bestreden bepaling werd de btw-vrijstelling die tot dusver betrekking had op onder meer de notarissen en de advocaten, afgeschaft voor de notarissen en behouden voor de advocaten. Voor dat verschil in behandeling zou geen redelijke verantwoording bestaan.

B.4. De artikelen 10 en 11 van de Grondwet waarborgen het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie. Artikel 172 van de Grondwet is een bijzondere toepassing van dat beginsel in fiscale aangelegenheden.

B.5.1. Volgens de Ministerraad en de Orde van Vlaamse balies zouden de notarissen en de advocaten niet tot dezelfde beroepscategorie behoren, zodat zij zich ten aanzien van de bestreden maatregel niet in een vergelijkbare situatie zouden bevinden.

B.5.2. Tussen de beroepscategorie van de notarissen en die van de advocaten bestaan verschillen die voortvloeien uit de verschillende regelgeving waaraan beide categorieën zijn onderworpen. Die verschillen hebben betrekking op inzonderheid hun onderscheiden taken, de organisatie van het beroep, de deontologie en de regels voor de toegang tot het beroep. Uit die verschillen kan evenwel niet worden afgeleid dat de beide beroepscategorieën dermate van elkaar te onderscheiden zijn dat zij ten aanzien van de bestreden maatregel niet vergelijkbaar zouden zijn.

B.6. Het komt de bevoegde wetgever toe de vrijstellingen of de afschaffing van vrijstellingen te bepalen van de belastingen waarin hij voorziet. Hij beschikt ter zake over een ruime beoordelingsbevoegdheid. In sommige domeinen, met name op het vlak van de belasting over de toegevoegde waarde, is die bevoegdheid evenwel begrensd door de toepasselijke Europese regelgeving.

Het Hof vermag, in die aangelegenheid, de beleidskeuzen van de wetgever, alsook de motieven die daaraan ten grondslag liggen, slechts af te keuren indien zij op een manifeste vergissing zouden berusten of indien zij kennelijk onredelijk zouden zijn.

B.7. Het amendement dat tot het bestreden artikel heeft geleid, is als volgt verantwoord :

« De diensten van notarissen, advocaten en gerechtsdeurwaarders zijn aan de belasting over de toegevoegde waarde (btw) onderworpen volgens de normale regels van de richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde.

Overeenkomstig artikel 371 van voornoemde richtlijn mogen evenwel de lidstaten die op 1 januari 1978 vrijstelling verleenden voor de in de lijst van bijlage X, deel B, van voormelde richtlijn genoemde handelingen, deze onder de in iedere betrokken lidstaat op die datum bestaande voorwaarden, blijven vrijstellen van de belasting. Deze afwijking blijft van toepassing tot de invoering van de definitieve regeling.

België heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. De diensten verricht door notarissen, advocaten en gerechtsdeurwaarders in de uitoefening van hun geregelde werkzaamheid zijn sinds 1 januari 1978 van de belasting vrijgesteld gebleven overeenkomstig artikel 44, § 1, 1°, van het btw-Wetboek.

Onderhavig amendement voorziet in de opheffing van deze vrijstelling van de btw wat de diensten van notarissen en gerechtsdeurwaarders betreft » (Parl. St., Kamer, 2011-2012, DOC 53-1952/004, p. 36).

In de parlementaire voorbereiding wordt tevens vermeld :

« Het oorspronkelijk ontwerp dat bij het parlement is ingediend, bevatte slechts 1 artikel onder de titel Financiën. [...]

In de Commissie Financiën van de Kamer zijn vervolgens een pakket amendementen ingediend door de fracties die de nieuwe meerderheid vormen. Deze amendementen hebben als doel om zeer snel uitvoering te geven aan de beslissingen die met betrekking tot de begroting 2012 zijn genomen bij het tot stand komen van het regeerakkoord. Het is van uitzonderlijk belang dat de maatregelen die uiterlijk op 1 januari 2002 [lees : 2012] in werking moeten treden, ook effectief tegen die datum door het parlement zijn aangenomen. Daar zijn drie zeer goede redenen voor. Ten eerste een budgettaire : er dient over gewaakt dat de maatregelen ook in 2012 hun vooropgesteld rendement halen. Ten tweede is het belangrijk dat vooral internationaal het vertrouwen terug hersteld wordt in de Belgische financiële markt. Ten slotte is het ook voor de mensen belangrijk dat er zo snel mogelijk duidelijkheid komt over de maatregelen die zijn genomen.

De maatregelen die nu in het ontwerp zijn opgenomen zijn :

[...]

6. Het onderwerpen van de diensten van notarissen en gerechtsdeurwaarders aan de btw, naar analogie van alle andere EU-landen. (artikelen 53 en 54) » (Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1408/4, pp. 4-5).

In de plenaire vergadering van de Senaat stelde de minister dat de bestreden bepaling « het resultaat [is] van een politiek akkoord waarbij men heeft nagekeken hoever men kon gaan voor bepaalde groepen » (Hand., Senaat, 2011-2012, 23 december 2011, p. 9).

B.8. Uit de voormelde parlementaire voorbereiding blijkt dat de bestreden bepaling deel uitmaakt van een reeks maatregelen die in eerste instantie ertoe strekken om, in het kader van de begroting 2012, zeer snel uitwerking te hebben, zodat het vooropgestelde rendement reeds in 2012 wordt behaald. De opbrengst van de bestreden belasting wordt aangewend voor overheidsuitgaven die strekken tot de behartiging van het algemeen belang.

In de parlementaire voorbereiding wordt nog erop gewezen dat in geen enkele andere lidstaat van de Europese Unie de notarissen van de btw zijn vrijgesteld, zodat de bestreden maatregel tevens kan worden geacht een harmonisatie in Europees verband na te streven.

B.9. Zoals de verzoekende partijen aanvoeren, zouden de voormelde doelstellingen nog beter worden verwezenlijkt, indien ook ten aanzien van de advocaten de btw-vrijstelling zou worden opgeheven : er zouden aanzienlijk meer financiële middelen voor de Schatkist worden gegenereerd en de harmonisatie van de regelgeving binnen de Europese Unie zou beter worden gediend. Het komt evenwel aan de wetgever toe te oordelen of het aangewezen is dat ook ten aanzien van de advocaten de btw-vrijstelling zou worden opgeheven of gemoduleerd, rekening houdend met de Europese regelgeving en, in voorkomend geval, met de eigen karakteristieken van dat beroep.

Die vaststellingen zijn niet van dien aard dat kan worden besloten dat de bestreden maatregel discriminerend zou zijn, vermits de beleidskeuzen van de wetgever, alsook de motieven die daaraan ten grondslag liggen, inzonderheid wat de toegang tot het gerecht betreft, niet kennelijk onredelijk zijn en evenmin op een manifeste vergissing berusten.

B.10. Uit wat voorafgaat volgt dat de bestreden bepaling de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet niet schendt.

Het middel is niet gegrond.

Om die redenen,

het Hof

verwerpt het beroep.

Aldus uitgesproken in het Nederlands, het Frans en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 14 november 2012.

De griffier,

P.-Y. Dutilleux

De voorzitter,

M. Bossuyt

Vrije woorden

  • Beroep tot vernietiging van artikel 53 van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen (wijziging van artikel 44, § 1, 1°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde), ingesteld door Patrick Van den Weghe en anderen. Fiscaal recht

  • Belasting over de toegevoegde waarde

  • Vrijstelling

  • 1. Advocaten

  • 2. Notarissen

  • Afschaffing. # Europees recht

  • Belasting over de toegevoegde waarde.