- Arrest van 6 december 2012

06/12/2012 - 148/2012

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Het Hof zegt voor recht :

Artikel 180, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, in samenhang gelezen met artikel 220, 2°, van hetzelfde Wetboek, schendt de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet in zoverre het de autonome gemeentebedrijven die een identieke taak uitoefenen als een intercommunale of een intergemeentelijk samenwerkingsverband en die niet in concurrentie treden met ondernemingen in de privésector, niet eveneens als de intercommunales en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden vrijstelt van de vennootschapsbelasting.


Arrest - Integrale tekst

Het Grondwettelijk Hof,

samengesteld uit voorzitter M. Bossuyt, rechter J.-P. Snappe, waarnemend voorzitter, en de rechters E. De Groot, A. Alen, J.-P. Moerman, E. Derycke, J. Spreutels, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul en F. Daoût, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter M. Bossuyt,

wijst na beraad het volgende arrest :

I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging

Bij arrest van 20 december 2011 in zake het autonoom gemeentebedrijf « Elektriciteitsnet Izegem » (ETIZ) tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 10 januari 2012, heeft het Hof van Beroep te Gent de volgende prejudiciële vraag gesteld :

« Schendt artikel 180, 1° juncto artikel 220, 2° WIB 92 de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet, in zoverre het de intercommunales of intergemeentelijke samenwerkingsverbanden vrijstelt van de vennootschapsbelasting en onderwerpt aan de rechtspersonenbelasting en aldus een onderscheid in het leven roept tussen de intercommunales of intergemeentelijke samenwerkingsverbanden enerzijds, en anderzijds de autonome gemeentebedrijven die identiek dezelfde taak van gemeentelijk belang verrichten, doch onderworpen worden aan de vennootschapsbelasting ? ».

(...)

III. In rechte

(...)

B.1. Het verwijzende rechtscollege vraagt of artikel 180, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna : WIB 1992), in samenhang gelezen met artikel 220, 2°, van hetzelfde Wetboek, bestaanbaar is met de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet, in zoverre het de intercommunales (of, in het Vlaamse Gewest, de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, sinds het decreet van het Vlaamse Gewest van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking) op algemene wijze vrijstelt van de vennootschapsbelasting en onderwerpt aan de rechtspersonenbelasting, terwijl de autonome gemeentebedrijven die dezelfde taak van gemeentelijk belang verrichten aan de vennootschapsbelasting zijn onderworpen.

B.2. Artikel 180, 1°, van het WIB 1992, zoals aangevuld bij artikel 36 van de wet van 22 december 2009 houdende fiscale en diverse bepalingen, bepaalt :

« Aan de vennootschapsbelasting zijn niet onderworpen :

1° intercommunales beheerst door de wet van 22 december 1986 betreffende de intercommunales, alsmede intercommunales beheerst door het decreet van het Waalse Gewest van 5 december 1996 betreffende de Waalse intercommunales, samenwerkingsverbanden, met uitzondering van interlokale verenigingen, beheerst door het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, en de projectverenigingen beheerst door het decreet van het Waalse Gewest van 19 juli 2006 tot wijziging van Boek V van het eerste deel van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie en betreffende de wijzen van samenwerking tussen gemeenten ».

Dat artikel 36 heeft krachtens artikel 43 van dezelfde wet van 22 december 2009 uitwerking met ingang van 17 februari 1997 wat de aanpassingen betreft inzake intercommunales als bedoeld in het decreet van het Waalse Gewest van 5 december 1996 betreffende de Waalse intercommunales, met ingang van 10 november 2001 wat de aanpassingen betreft inzake samenwerkingsverbanden als bedoeld in het decreet van het Vlaamse Gewest van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking en met ingang van 23 augustus 2006 wat de aanpassingen betreft inzake projectverenigingen als bedoeld in het decreet van het Waalse Gewest van 19 juli 2006 tot wijziging van Boek V van het eerste deel van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie en betreffende de wijzen van samenwerking tussen gemeenten.

Artikel 220, 2°, van het WIB 1992 bepaalt :

« Aan de rechtspersonenbelasting zijn onderworpen :

[...]

2° de rechtspersonen die ingevolge artikel 180, niet aan de vennootschapsbelasting zijn onderworpen ».

B.3.1. Krachtens artikel 263bis van de Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988, zoals ingevoegd bij wet van 28 maart 1995, kunnen gemeenten autonome gemeentebedrijven met eigen rechtspersoonlijkheid oprichten en hun nader door de Koning te bepalen activiteiten van industriële of commerciële aard toevertrouwen. Het koninklijk besluit van 10 april 1995 « tot bepaling van de activiteiten van industriële of commerciële aard waarvoor de gemeenteraad een autonoom gemeentebedrijf met rechtspersoonlijkheid kan oprichten » preciseert de activiteiten die autonome gemeentebedrijven kunnen ontplooien.

In antwoord op een parlementaire vraag (Vr. en Antw, Kamer, 1996-1997, nr. 86, 16 juni 1997, pp. 11749-11750) stelde de minister van Financiën dat voor de autonome gemeentebedrijven geval per geval moet worden nagegaan of ze onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting dan wel aan de rechtspersonenbelasting, al naargelang de aard van de betrokken activiteiten. Aangezien die activiteiten volgens het koninklijk besluit van 10 april 1995 activiteiten van industriële of commerciële aard moeten zijn, kan volgens de minister worden aangenomen dat de autonome gemeentebedrijven in de regel aan de vennootschapsbelasting zijn onderworpen. De minister van Financiën bevestigde die visie in antwoord op een andere parlementaire vraag (Vr. en Antw., Kamer, 2001-2002, 26 maart 2002, CRIV 50 COM 702, pp. 8-9).

B.3.2. Krachtens de artikelen 232 en volgende van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 kunnen de gemeenten in het Vlaamse Gewest autonome gemeentebedrijven met eigen rechtspersoonlijkheid oprichten en hen belasten met taken van algemeen belang.

In tegenstelling tot artikel 263bis van de Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988, is in de artikelen 232 en volgende van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 niet gepreciseerd welke activiteiten de autonome gemeentebedrijven kunnen uitoefenen.

B.3.3. Voor het verwijzende rechtscollege staat niet ter discussie dat het autonoom gemeentebedrijf « Elektriciteitsnet Izegem » (ETIZ), dat is opgericht op basis van artikel 263bis van de Nieuwe Gemeentewet en dat in die gemeente instaat voor het beheer van het elektriciteitsdistributienet, belastingplichtig is in de vennootschapsbelasting.

B.4. Artikel 180, 1°, van het WIB 1992 is overgenomen uit artikel 94, tweede lid, a), van het WIB 1964.

Bij artikel 13 van de wet van 18 augustus 1907 « betreffende de vereenigingen van gemeenten en van particulieren tot het inrichten van waterleidingen », artikel 17 van de wet van 1 maart 1922 « omtrent de vereeniging van gemeenten tot nut van 't algemeen » en ten slotte bij artikel 26 van de voormelde wet van 22 december 1986, zijn de intercommunales op meer algemene wijze vrijgesteld van elke belasting ten gunste van de Staat.

Zowel de decreetgever van het Waalse Gewest als die van het Vlaamse Gewest hebben, wanneer zij een eigen regeling hebben uitgewerkt voor intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, de voormelde wet van 22 december 1986 voor het overige grotendeels opgeheven en het behoud van artikel 26 ervan bevestigd (artikel 35, 2°, van het decreet van het Waalse Gewest van 5 december 1996 betreffende de Waalse intercommunales en artikel 81, a), van het decreet van het Vlaamse Gewest van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking).

De fiscale vrijstelling van de intercommunales werd tijdens de parlementaire voorbereiding van de voormelde wet van 18 augustus 1907 als volgt toegelicht :

« De maatschappijen waarop dit wetsontwerp betrekking heeft, zijn opgericht met een doel van algemeen belang; zij nemen de taak op zich een gemeentelijke plicht te vervullen : het lijkt rechtmatig hun het vervullen van die taak te vergemakkelijken door hun de fiscale voordelen toe te kennen die de gemeenten, in wier plaats zij optreden, zouden genieten » (Pasin., 1907, p. 206 - eigen vertaling).

Zoals het Hof in zijn arresten nrs. 8/2004, 14/2004, 166/2004 en 173/2005 reeds heeft gesteld, kan daaruit worden opgemaakt dat de wetgever steeds de bedoeling heeft gehad om de intercommunales, die in een bepaald opzicht het verlengstuk vormen van de gemeenten, vrij te stellen van belastingen in zoverre de gemeenten zelf niet daaraan waren onderworpen.

Bij de voormelde wet van 22 december 2009 heeft de federale wetgever de vrijstelling voor de intercommunales, bedoeld in de voormelde wet van 22 december 1986, met terugwerkende kracht uitgebreid tot de intercommunales beheerst door het voormelde decreet van het Waalse Gewest van 5 december 1996 en de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden beheerst door het decreet van het Vlaamse Gewest van 6 juli 2001.

B.5. Hoewel ook autonome gemeentebedrijven in een bepaald opzicht een verlengstuk vormen van een gemeente, zij het intern, bestaat er voor hen geen vergelijkbare vrijstelling van de vennootschapsbelasting.

Autonome gemeentebedrijven zijn in vele opzichten sterk vergelijkbaar met intercommunales en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden met rechtspersoonlijkheid. Telkens gaat het om publiekrechtelijke rechtspersonen die bij beslissing van de gemeenteraad worden belast met taken van gemeentelijk belang.

Wanneer de activiteiten die door een autonoom gemeentebedrijf zouden kunnen worden uitgevoerd, niet in een afzonderlijke rechtspersoon zijn ondergebracht, maar door de gemeente zelf worden uitgevoerd, wordt daarop geen vennootschapsbelasting geheven, maar is de gemeente als zodanig onderworpen aan de rechtspersonenbelasting. Hetzelfde geldt wanneer die activiteiten door twee of meer gemeenten worden uitgeoefend in een intercommunale of in intergemeentelijke samenwerkingsverbanden met rechtspersoonlijkheid.

Nu de wetgever heeft geoordeeld dat het aangewezen was de intercommunales en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden vrij te stellen van belastingen in zoverre de gemeenten zelf daaraan niet werden onderworpen, is het niet redelijk verantwoord om autonome gemeentebedrijven uit te sluiten van de vrijstelling van de vennootschapsbelasting voor activiteiten die, wanneer zij hetzij door de gemeente zelf, hetzij door een intercommunale of een intergemeentelijk samenwerkingsverband zouden worden uitgeoefend, wel op algemene wijze zijn vrijgesteld van de vennootschapsbelasting.

Overigens is het beheer van het elektriciteitsdistributienet een activiteit die aan de gemeenten is voorbehouden en waarvoor de autonome gemeentebedrijven derhalve niet in concurrentie treden met ondernemingen uit de privésector.

B.6. Artikel 180, 1°, van het WIB 1992, in samenhang gelezen met artikel 220, 2°, ervan, is niet bestaanbaar met de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet in zoverre het de autonome gemeentebedrijven die een identieke taak uitoefenen als een intercommunale of een intergemeentelijk samenwerkingsverband en die niet in concurrentie treden met ondernemingen in de privésector, niet eveneens vrijstelt van de vennootschapsbelasting.

Om die redenen,

het Hof

zegt voor recht :

Artikel 180, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, in samenhang gelezen met artikel 220, 2°, van hetzelfde Wetboek, schendt de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet in zoverre het de autonome gemeentebedrijven die een identieke taak uitoefenen als een intercommunale of een intergemeentelijk samenwerkingsverband en die niet in concurrentie treden met ondernemingen in de privésector, niet eveneens als de intercommunales en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden vrijstelt van de vennootschapsbelasting.

Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 6 december 2012.

De griffier,

F. Meersschaut

De voorzitter,

M. Bossuyt

Vrije woorden

  • Prejudiciële vraag betreffende artikel 180, 1°, juncto artikel 220, 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gesteld door het Hof van Beroep te Gent. Fiscaal recht

  • Inkomstenbelastingen

  • Vennootschapsbelasting

  • Aan de belasting onderworpen vennootschappen

  • 1. Autonome gemeentebedrijven

  • 2. Intercommunales en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden

  • Vrijstelling.