- Arrest van 14 februari 2013

14/02/2013 - 9/2013

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Het Hof, beperkte kamer,

met eenparigheid van stemmen

uitspraak doende, verwerpt het beroep.


Arrest - Integrale tekst

Het Grondwettelijk Hof, beperkte kamer,

samengesteld uit voorzitter M. Bossuyt en de rechters-verslaggevers L. Lavrysen en J. Spreutels, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut,

wijst na beraad het volgende arrest :

I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging

Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 19 november 2012 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 22 november 2012, heeft Mariette Schwartz, wonende te F-24590 Salignac-Eyvigues (Frankrijk), rue des Ecoles 4, een beroep ingesteld betreffende het koninklijk besluit van 14 juli 1994 houdende coördinatie van de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 27 augustus 1994).

Op 11 december 2012 hebben de rechters-verslaggevers L. Lavrysen en J. Spreutels, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, de voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarin wordt vastgesteld dat het beroep klaarblijkelijk onontvankelijk is.

(...)

II. In rechte

(...)

B.1. De verzoekende partij vordert « de toepassing in zijn geheel » van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, en vraagt dat het Grondwettelijk Hof « het nodige wil doen dat [zij] in de toekomst, alles wat de Rijkspensioenen en de Rijksverzekeringen betreft, enkel berichten van de Rijksdiensten zal ontvangen, niets meer van de Holding NV ».

B.2. Het Grondwettelijk Hof is bevoegd om uitspraak te doen over beroepen tot vernietiging van wetten, decreten en ordonnanties (artikel 1 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof). Een dergelijk beroep kan met name worden ingesteld door iedere natuurlijke of rechtspersoon die doet blijken van een belang (artikel 2) en dit binnen een termijn van zes maanden of, indien het gaat om een akte houdende instemming met een verdrag, binnen een termijn van zestig dagen na de bekendmaking van de betrokken wettelijke norm (artikel 3). Het beroep tot vernietiging wordt bij het Hof aanhangig gemaakt door middel van een verzoekschrift (artikel 5), dat het onderwerp van het beroep vermeldt en een uiteenzetting van de feiten en middelen bevat (artikel 6).

B.3. Het Hof is niet bevoegd om de gevraagde beslissing te nemen. Zelfs indien het verzoekschrift wordt opgevat als een beroep tot vernietiging van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, waarin onder meer de verplichte aansluiting, voor een categorie van rechthebbenden, bij de Kas der geneeskundige verzorging van de NMBS Holding is vervat (artikel 118), is het beroep buiten de voormelde termijn van zes maanden ingesteld.

De regels betreffende de vormvoorschriften en termijnen om beroep in te stellen zijn gericht op een goede rechtsbedeling en het weren van de risico's van rechtsonzekerheid. Hoewel het Hof erover dient te waken dat die ontvankelijkheidsvoorwaarden niet op een buitensporig restrictieve of formalistische wijze worden toegepast, kan een termijn van zes maanden om een beroep tot vernietiging in te stellen als zodanig niet worden geacht de aanwending van het beroep buitensporig moeilijk of onmogelijk te maken.

Bovendien staat, krachtens artikel 4 van de reeds vermelde bijzondere wet, voor eenieder die doet blijken van een belang een nieuwe termijn van zes maanden open voor het instellen van een beroep tot vernietiging tegen een wettelijke norm indien het Hof, uitspraak doende op een prejudiciële vraag, heeft verklaard dat die wettelijke norm in strijd is met de Grondwet. Het stellen van een prejudiciële vraag is niet aan een termijnvereiste onderworpen. Het staat de verzoekende partij derhalve vrij om haar zaak voor de bevoegde rechter te brengen en die rechter te verzoeken een prejudiciële vraag aan het Hof te stellen.

B.4. Zonder dat het nodig is te onderzoeken of aan de overige ontvankelijkheidsvereisten is voldaan, moet worden vastgesteld dat het verzoek klaarblijkelijk onontvankelijk is wegens laattijdigheid.

Om die redenen,

het Hof, beperkte kamer,

met eenparigheid van stemmen uitspraak doende,

verwerpt het beroep.

Aldus uitgesproken in het Nederlands, het Frans en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 14 februari 2013.

De griffier,

F. Meersschaut

De voorzitter,

M. Bossuyt

Vrije woorden

  • Beroep betreffende het koninklijk besluit van 14 juli 1994 houdende coördinatie van de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, ingesteld door Mariette Schwartz. Voorafgaande rechtspleging

  • Beroep tot vernietiging

  • Klaarblijkelijke niet-ontvankelijkheid

  • Beroep ingesteld buiten de termijn. # Sociaal recht

  • Sociale zekerheid

  • Ziekte- en invaliditeitsverzekering

  • Geneeskundige verzorging en uitkeringen

  • Verplichte aansluiting bij de Kas der geneeskundige verzorging van de NMBS Holding.