- Arrest van 28 maart 2013

28/03/2013 - 45/2013

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Het Hof zegt voor recht :

Artikel 94quinquies, § 2, van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk schendt niet de artikelen 10, 11, 16, 170 en 172 van de Grondwet.


Arrest - Integrale tekst

Het Grondwettelijk Hof,

samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en R. Henneuse, en de rechters L. Lavrysen, J.-P. Moerman, E. Derycke, J. Spreutels en P. Nihoul, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter M. Bossuyt,

wijst na beraad het volgende arrest :

I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging

Bij arrest van 3 april 2012 in zake de bvba « Van Laere Consult » tegen de nv « Axa Belgium », waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 12 april 2012, heeft het Hof van Beroep te Brussel de volgende prejudiciële vraag gesteld :

« Is het door de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, met name artikel 94quinquies, ingevoerde systeem van betaling van het honorarium van de deskundige door de arbeidsongevallenverzekeraar, verstaanbaar [lees : bestaanbaar] met het gelijkheidsbeginsel zoals vastgelegd in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, met artikelen 170 en 172 van de Grondwet alsook met artikel 16 van de Grondwet ? ».

(...)

III. In rechte

(...)

B.1. Artikel 94quinquies van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk maakt deel uit van het hoofdstuk met als opschrift « Maatregelen om de herhaling van ernstige ongevallen te voorkomen ».

Als een ernstig arbeidsongeval wordt beschouwd een ongeval dat zich op de arbeidsplaats zelf voordoet en dat wegens zijn ernst een grondig specifiek onderzoek vereist met het oog op het treffen van preventiemaatregelen die herhaling ervan moeten vermijden. De Koning bepaalt de criteria op basis waarvan het arbeidsongeval als een ernstig arbeidsongeval wordt beschouwd (artikel 94bis, 1°, van dezelfde wet).

Na elk ernstig arbeidsongeval draagt de werkgever van het slachtoffer zorg ervoor dat het ongeval onmiddellijk door zijn bevoegde preventiedienst wordt onderzocht en bezorgt hij binnen de tien dagen volgend op het ongeval een omstandig verslag aan de toezichthoudende ambtenaren die de arbeidsveiligheid onder hun bevoegdheid hebben (artikel 94ter, § 1).

In geval van afwezigheid van een omstandig of voorlopig verslag binnen de tien dagen, kunnen de voormelde ambtenaren een deskundige aanstellen. De Koning kan andere gevallen bepalen waarin deze ambtenaren een deskundige kunnen aanstellen (artikel 94ter, § 4). De deskundige wordt gekozen uit een lijst die door de bevoegde administratie is samengesteld (artikel 94bis, 2°).

De deskundige heeft als opdracht (1) de oorzaken en de omstandigheden van het ernstig arbeidsongeval te onderzoeken en de gepaste aanbevelingen te formuleren om de herhaling van het ongeval te voorkomen, (2) de elementen van het onderzoek, de vastgestelde oorzaken en de geformuleerde aanbevelingen op te nemen in een schriftelijk verslag en (3) dat verslag mee te delen aan de bevoegde ambtenaren, de werkgever en de verzekeringsonderneming (artikel 94quater).

De deskundige ontvangt voor de prestaties geleverd in uitoefening van zijn opdrachten een honorarium (artikel 94quinquies, § 1).

B.2. De prejudiciële vraag heeft betrekking op de betaling van het honorarium van de deskundige. Artikel 94quinquies, § 2, eerste lid, bepaalt :

« Het in § 1 bedoelde honorarium is verschuldigd door de verzekeringsondernemingen inzake arbeidsongevallen bij wie, naargelang het geval, de in artikel 94ter, § 1, bedoelde werkgever, of de in artikel 94ter, § 2, bedoelde personen zijn aangesloten voor de verzekering van hun werknemers ».

De verwijzende rechter wenst van het Hof te vernemen of die bepaling bestaanbaar is met de artikelen 10, 11, 16, 170 en 172 van de Grondwet.

B.3. De artikelen 10 en 11 van de Grondwet waarborgen het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie. Artikel 172 van de Grondwet is een bijzondere toepassing van dat beginsel in fiscale aangelegenheden.

Uit de bewoordingen van de prejudiciële vraag, noch uit de motieven en stukken die eraan ten grondslag liggen, kan worden afgeleid welke categorieën van personen met elkaar moeten worden vergeleken. Een mogelijke schending van het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie, op zichzelf beschouwd, kan derhalve niet worden onderzocht.

B.4. Artikel 170, § 1, van de Grondwet drukt het wettigheidsbeginsel in fiscale zaken uit, dat vereist dat de wezenlijke bestanddelen van de belasting in beginsel bij de wet worden bepaald, opdat geen enkele belasting kan worden geheven zonder de instemming van de belastingplichtigen, uitgedrukt door hun vertegenwoordigers. Tot de wezenlijke bestanddelen van de belasting behoren de aanwijzing van de belastingplichtigen, de belastbare materie, de belastbare grondslag, de aanslagvoet en de eventuele belastingvrijstellingen en -verminderingen.

B.5. De betaling, door de verzekeringsonderneming, van het honorarium van de deskundige vertoont geen enkel kenmerk van een belasting. Het betreft een vergoeding voor de prestaties die de deskundige heeft geleverd in de uitoefening van zijn opdracht inzake de arbeidsveiligheid, die de werkgever dient te waarborgen. Het is geen heffing die gezagshalve door de Staat wordt opgelegd om de algemene uitgaven van openbaar nut te dekken.

De verzekeringsonderneming kan het bedrag van het betaalde honorarium terugvorderen van de werkgever (artikel 94sexies).

Aangezien de betaling van het honorarium geen belasting betreft, kan artikel 170, § 1, van de Grondwet niet zijn geschonden.

B.6. Artikel 16 van de Grondwet bepaalt dat niemand van zijn eigendom kan worden ontzet dan ten algemenen nutte, in de gevallen en op de wijze bij de wet bepaald en tegen een billijke en voorafgaande schadeloosstelling.

De onteigening biedt de overheid de mogelijkheid om voor doeleinden van algemeen nut de beschikking te krijgen over in beginsel onroerende goederen die niet middels de gewone wijzen van eigendomsoverdracht kunnen worden verworven.

De verplichting tot betaling van het honorarium van de deskundige is vreemd aan de eigendomsberoving bedoeld in artikel 16 van de Grondwet.

B.7. Het honorarium is aan de deskundige of aan zijn werkgever verschuldigd op voorlegging van een schuldvordering die de prestaties van de deskundige gedetailleerd weergeeft (artikel 94quinquies, § 2, vijfde lid).

Zoals uit het bodemgeschil blijkt, kan de verzekeringsonderneming het te betalen bedrag voor de rechter betwisten. Zoals reeds vermeld in B.5, kan zij het bedrag bovendien van de werkgever terugvorderen. De verplichting tot betaling van het honorarium doet derhalve niet op onevenredige wijze afbreuk aan de financiële situatie van de verzekeringsonderneming.

Om die redenen,

het Hof

zegt voor recht :

Artikel 94quinquies, § 2, van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk schendt niet de artikelen 10, 11, 16, 170 en 172 van de Grondwet.

Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 28 maart 2013.

De griffier,

P.-Y. Dutilleux

De voorzitter,

M. Bossuyt

Vrije woorden

  • Prejudiciële vraag over artikel 94quinquies van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, gesteld door het Hof van Beroep te Brussel. Sociaal recht

  • Arbeidsrecht

  • Welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk

  • Voorkoming van herhaling van ernstige ongevallen

  • Onderzoek en verslaggeving betreffende de ernstige arbeidsongevallen door een deskundige

  • Betaling van het honorarium van de deskundige door de verzekeringsonderneming. Sociaal recht

  • Arbeidsrecht

  • Welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk

  • Voorkoming van herhaling van ernstige ongevallen

  • Onderzoek en verslaggeving betreffende de ernstige arbeidsongevallen door een deskundige

  • Betaling van het honorarium van de deskundige door de verzekeringsonderneming.