- Arrest van 28 maart 2013

28/03/2013 - 47/2013

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Het Hof zegt voor recht :

- Artikel 43quater, in samenhang gelezen met artikel 60bis, van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met het algemene rechtsbeginsel van het persoonlijke karakter van de straf, in de interpretatie dat die bepaling, met de woorden « elke andere derde », het geval beoogt waarin de reclame die zij verbiedt, uitgaat van een derde, zelfs zonder medewerking van een of meer welbepaalde ziekenfondsen of landsbonden van ziekenfondsen.

- Artikel 43quater, in samenhang gelezen met artikel 60bis, van de voormelde wet van 6 augustus 1990 schendt niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met het algemene rechtsbeginsel van het persoonlijke karakter van de straf, in de interpretatie dat die bepaling, met de woorden « elke andere derde », enkel het geval beoogt waarin de reclame die zij verbiedt, uitgaat van een derde, maar met medewerking van een of meer welbepaalde ziekenfondsen of landsbonden van ziekenfondsen.


Arrest - Integrale tekst

Het Grondwettelijk Hof,

samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en R. Henneuse, en de rechters E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul en F. Daoût, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter M. Bossuyt,

wijst na beraad het volgende arrest :

I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging

Bij arrest van 3 mei 2012 in zake de Controledienst voor de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen tegen de Landsbond van de Onafhankelijke Ziekenfondsen, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 9 mei 2012, heeft het Arbeidshof te Brussel de volgende prejudiciële vraag gesteld :

« Schenden de artikelen 43quater en 60bis van de wet van 6 augustus 1990 op de ziekenfondsen, in die zin geïnterpreteerd dat de ziekenfondsen of de landsbonden van ziekenfondsen ook een administratieve geldboete kunnen oplopen voor een reclame gemaakt door derden, ook als zij met deze derden geen overeenkomst hebben en zij op geen enkele wijze aan deze reclame hun medewerking hebben verleend, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zoverre zij aan de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen de bescherming ontnemen van het algemeen rechtsbeginsel van het persoonlijke karakter van de straf ? ».

(...)

III. In rechte

(...)

B.1. Het verwijzende rechtscollege vraagt of de artikelen 43quater en 60bis van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen (hierna : wet van 6 augustus 1990) bestaanbaar zijn met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.

Artikel 43quater van de wet van 6 augustus 1990, waarvan inzonderheid paragraaf 4 in het geding is, bepaalt :

« § 1. Voor de toepassing van deze wet verstaat men onder :

1° reclame : elke vorm van mededeling met als directe of indirecte doelstelling de promotie ofwel van de aansluiting bij een ziekenfonds of van het ziekenfonds zelf ofwel van een dienst in de zin van artikelen 3, eerste lid, b) en c), en 7, §§ 2 en 4, van deze wet en 67, vijfde lid, van de wet van 26 april 2010 houdende diverse bepalingen inzake de organisatie van de aanvullende ziekteverzekering (I) ingericht door een ziekenfonds, een landsbond of een rechtspersoon met dewelke het ziekenfonds of de landsbond een samenwerkingsakkoord heeft afgesloten;

2° vergelijkende reclame : elke reclame die op directe of indirecte, expliciete of impliciete wijze via vergelijking één of meerdere ziekenfonds(en) of landsbond(en) identificeert of een dienst bedoeld sub 1°;

3° bedrieglijke reclame : elke reclame die op enigerlei wijze, met inbegrip van haar presentatie, tot vergissing leidt of kan leiden en die ingevolge dit bedrieglijk karakter het gedrag van de leden kan beïnvloeden of die om deze redenen nadeel berokkent of kan berokkenen aan één of meerdere ander(e) ziekenfonds(en) of landsbond(en).

§ 2. Elke vergelijkende of bedrieglijke reclame in hoofde van een ziekenfonds of een landsbond is verboden.

§ 3. Is eveneens verboden, in hoofde van een ziekenfonds of een landsbond, het voeren van reclame :

1° betreffende de inhoud van statutaire bepalingen die nog niet goedgekeurd zijn door de controledienst;

2° onder een andere benaming dan diegene die opgenomen is in de statuten;

3° betreffende de toekenning van voordelen in het kader van diensten bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, b) en c), en 7, §§ 2 en 4, van deze wet en 67, vijfde lid, van de wet van 26 april 2010 houdende diverse bepalingen inzake de organisatie van de aanvullende ziekteverzekering (I) onder beperkende voorwaarden met betrekking tot hun beschikbaarheid.

§ 4. Voor de toepassing van deze wet wordt eveneens als een reclame in hoofde van een ziekenfonds of een landsbond beschouwd, een reclame, bedoeld in de §§ 2 en 3, gevoerd door een rechtspersoon waarmee het ziekenfonds of de landsbond een samenwerkingsakkoord heeft afgesloten, een maatschappij van onderlinge bijstand bedoeld door artikel 43bis of elke andere derde ».

Artikel 60bis van de wet van 6 augustus 1990 bepaalt :

« Een administratieve geldboete van 50 euro tot 250 euro kan worden uitgesproken :

1° per, in strijd met de bepalingen van artikel 43quinquies, toegekend voordeel;

2° voor elke, in strijd met de bepalingen van artikel 71quinquies, verrichte betaling.

Een administratieve geldboete van 100 euro tot 500 euro kan worden uitgesproken in geval van niet naleving van de termijn bedoeld door of krachtens de artikelen 3bis, derde lid, 11, § 1, eerste lid, 30, tweede lid, 35, derde lid, 36, eerste lid, en 43, §§ 3 en 4, derde lid.

Een administratieve geldboete van 500 euro tot 2 500 euro kan worden uitgesproken :

1° voor elke, in strijd met de bepalingen van artikel 43quater, § 2, gevoerde vergelijkende reclame;

2° voor elke, in strijd met de bepalingen van artikel 43quater, § 3, gevoerde reclame.

Een administratieve geldboete van 1 500 euro tot 7 500 euro kan worden uitgesproken voor elke inbreuk op de bepalingen van artikel 43ter.

Een administratieve geldboete van 1 500 euro tot 7 500 euro kan worden uitgesproken :

1° [...]

[...]

9° [...]

Een administratieve geldboete van 2 500 euro tot 12 500 euro kan worden uitgesproken :

1° voor elke, in strijd met de bepalingen van artikel 43quater, § 2, gevoerde bedrieglijke reclame;

2° [...]

3° [...] ».

B.2. De wet van 6 augustus 1990 stelt de voorwaarden vast waaraan de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen moeten beantwoorden om rechtspersoonlijkheid te verkrijgen, bepaalt hun opdrachten en de basisregels voor hun werking en organiseert het toezicht waaraan zij zijn onderworpen.

Het artikel 43quater is in de wet van 6 augustus 1990 ingevoegd bij artikel 152 van de wet van 12 augustus 2000 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen.

Zoals blijkt uit de memorie van toelichting bij het ontwerp van die wet van 12 augustus 2000, werd beoogd de wet van 6 augustus 1990 aan te passen aan de evoluties die zich sedertdien hebben voorgedaan in de sector van de ziekenfondsen, alsook aan de vaststellingen die uit de dagelijkse praktijk voortvloeien :

« Zo is het onder meer nodig op een aantal domeinen de wet van 6 augustus 1990 aan te vullen, zowel op het vlak van de rechten van de leden als op het vlak van de rechten en plichten van de ziekenfondsen en landsbonden.

Dit is bijvoorbeeld het geval voor de ontbinding van een landsbond van ziekenfondsen, voor de door de ziekenfondsen en de landsbonden gevoerde reclame, inzake de verjaringstermijn van te betalen of terug te vorderen bijdragen en voordelen, alsook inzake de administratieve geldboetes die kunnen worden opgelegd in geval van inbreuk op de wet en de uitvoeringsbesluiten ervan » (Parl. St., Kamer, 1999-2000, DOC 50-0756/001, p. 68).

Inzonderheid wat artikel 43quater van de wet van 6 augustus 1990 betreft, stelt diezelfde memorie van toelichting :

« Met uitzondering van artikel 43ter, betreffende inzonderheid de akkoorden met als voorwerp de promotie van sommige diensten en producten, bevat de wet van 6 augustus 1990 nu geen enkele bepaling inzake reclame.

De bedoeling van dit artikel is een artikel 43quater in de wet van 6 augustus 1990 in te voegen om een wettelijke basis te creëren om aan de Controledienst toe te laten op te treden wanneer er zich buiten het artikel 43ter een probleem betreffende reclame stelt.

Krachtens dit artikel is, in hoofde van een ziekenfonds of een landsbond, elke bedrieglijke reclame, alsmede elke vergelijkende reclame, waarbij al dan niet uitdrukkelijk de naam of een dienst van een ziekenfonds of een landsbond wordt vermeld, verboden. Bovendien is niet enkel directe vergelijkende reclame, maar ook indirecte vergelijkende reclame, waarbij naar een vergelijkende studie, gemaakt door een verbruikers- of andere organisatie, wordt verwezen, verboden.

Dit artikel verbiedt eveneens, in hoofde van een ziekenfonds of een landsbond, de reclame betreffende de inhoud van statutaire bepalingen die nog niet zijn goedgekeurd door de Controledienst, alsook de reclame gevoerd onder een andere benaming dan diegene die is opgenomen in de statuten.

Teneinde aan de Controledienst toe te laten een sanctie uit te spreken bij de vaststelling van een bedrieglijke of vergelijkende reclame gevoerd door een rechtspersoon met wie het ziekenfonds of de landsbond een samenwerkingsakkoord heeft afgesloten of door een maatschappij van onderlinge bijstand, bedoeld in artikel 43bis van de wet van 6 augustus 1990 of door elke andere derde, voorziet artikel 43quater, § 3, dat een dergelijke reclame als een reclame in hoofde van het ziekenfonds of de landsbond wordt beschouwd. » (ibid., p. 77).

B.3. Voor het verwijzende rechtscollege worden de administratieve sancties betwist die de Controledienst voor de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen (hierna : CDZ) krachtens de in het geding zijnde bepalingen heeft opgelegd aan een landsbond, vanwege de reclame die uitgaat van een in Nederland gevestigde onderneming, en wordt gevoerd via de internet-webstek « OnafhankelijkAdvies.be ».

Hoewel de landsbond betwist dat hij enige band heeft met die onderneming en de CDZ geen bewijs van enige samenwerking tussen die onderneming en de landsbond voorlegt, is de CDZ van oordeel dat de administratieve sancties krachtens artikel 43quater, § 4, van de wet van 6 augustus 1990 kunnen worden opgelegd, nu reclame voor een ziekenfonds of een landsbond van ziekenfondsen in de zin van die wet ook de reclame omvat die « door elke andere derde » wordt gevoerd.

Het verwijzende rechtscollege vraagt of de in het geding zijnde bepalingen discriminerend zijn doordat zij aan de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen de bescherming ontnemen van het algemene rechtsbeginsel van het persoonlijke karakter van de straf, in de interpretatie volgens welke die ook een administratieve geldboete kunnen oplopen voor een reclame gemaakt door derden, ook als zij met die derden geen enkele overeenkomst hebben en zij op geen enkele wijze aan die reclame hun medewerking hebben verleend.

B.4.1. In de interpretatie dat de ziekenfondsen en landsbonden van ziekenfondsen door de CDZ kunnen worden bestraft voor reclame in de zin van de wet van 6 augustus 1990 gemaakt door derden waarmee zij geen enkele band hebben, ontneemt artikel 43quater, § 4, van die wet de personen die dergelijke instellingen beheren, de waarborg die eenieder geniet, te weten het beginsel van het persoonlijke karakter van de straf.

B.4.2. De administratieve sancties die krachtens artikel 60bis van de wet van 6 augustus 1990 kunnen worden opgelegd, en die kunnen oplopen tot 2 500 euro voor verboden vergelijkende reclame en tot 12 500 euro voor verboden bedrieglijke reclame, hebben tot doel de inbreuken tegen artikel 43quater van de wet van 6 augustus 1990 op algemene wijze te voorkomen en te bestraffen. Zij hebben derhalve in hoofdzaak een repressief karakter en zijn strafrechtelijk in de zin van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en artikel 14 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.

B.4.3. In de interpretatie van artikel 43quater, § 4, van de wet van 6 augustus 1990 die de CDZ voorstaat, leidt die bepaling ertoe dat een ziekenfonds of landsbond van ziekenfondsen onweerlegbaar kan worden vermoed verantwoordelijk te zijn voor handelingen van derden, zelfs wanneer er geen enkel verband is aangetoond tussen hen en die derden.

Niettegenstaande de specificiteit van de sector waarin de ziekenfondsen en landsbonden van ziekenfondsen hun activiteit ontplooien, en ook al kan met de Ministerraad worden aangenomen dat het bewijs van een samenwerking tussen een ziekenfonds of landsbond van ziekenfondsen en een derde moeilijk kan worden geleverd, doet het onweerlegbare vermoeden van schuld dat is ingevoerd bij de in het geding zijnde bepaling, zoals geïnterpreteerd door de verwijzende rechter, op onevenredige wijze afbreuk aan het beginsel van het persoonlijke karakter van de straf.

In die interpretatie dient de prejudiciële vraag bevestigend te worden beantwoord.

B.5. Artikel 43quater, § 4, van de wet van 6 augustus 1990 kan evenwel ook zo worden geïnterpreteerd dat de wetgever met de woorden « elke andere derde » enkel het geval beoogt waarin de bij die bepaling verboden reclame uitgaat van een derde, maar met medewerking van een of meer welbepaalde ziekenfondsen of landsbonden van ziekenfondsen.

In die interpretatie is de in het geding zijnde bepaling niet discriminerend en dient de prejudiciële vraag ontkennend te worden beantwoord.

Om die redenen,

het Hof

zegt voor recht :

- Artikel 43quater, in samenhang gelezen met artikel 60bis, van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met het algemene rechtsbeginsel van het persoonlijke karakter van de straf, in de interpretatie dat die bepaling, met de woorden « elke andere derde », het geval beoogt waarin de reclame die zij verbiedt, uitgaat van een derde, zelfs zonder medewerking van een of meer welbepaalde ziekenfondsen of landsbonden van ziekenfondsen.

- Artikel 43quater, in samenhang gelezen met artikel 60bis, van de voormelde wet van 6 augustus 1990 schendt niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met het algemene rechtsbeginsel van het persoonlijke karakter van de straf, in de interpretatie dat die bepaling, met de woorden « elke andere derde », enkel het geval beoogt waarin de reclame die zij verbiedt, uitgaat van een derde, maar met medewerking van een of meer welbepaalde ziekenfondsen of landsbonden van ziekenfondsen.

Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 28 maart 2013.

De griffier,

P.-Y. Dutilleux

De voorzitter,

M. Bossuyt

Vrije woorden

  • Prejudiciële vraag over de artikelen 43quater en 60bis van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen, gesteld door het Arbeidshof te Brussel. Sociaal recht

  • Sociale zekerheid

  • Ziekte- en invaliditeitsverzekering

  • Ziekenfondsen

  • Reclame

  • Verboden reclame

  • 1. Administratieve geldboete

  • Strafrechtelijke maatregel

  • Persoonlijk karakter van de straffen

  • 2. Reclame gemaakt door derden met medewerking van ziekenfondsen.