- Arrest van 8 mei 2013

08/05/2013 - 62/2013

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Het Hof zegt voor recht :

Artikel 19 van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met de artikelen 6 en 13 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, niet.


Arrest - Integrale tekst

Het Grondwettelijk Hof,

samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de rechters E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, J. Spreutels, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul en F. Daoût, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter R. Henneuse,

wijst na beraad het volgende arrest :

I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging

Bij vonnis van 15 mei 2012 in zake Eric Robin tegen de politiezone Brussel-Elsene, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 25 mei 2012, heeft de Arbeidsrechtbank te Brussel de volgende prejudiciële vraag gesteld :

« Schendt artikel 19 van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met de artikelen 6.1 en 13 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, in zoverre het beroep waarin het voorziet het de openbare werkgever niet mogelijk maakt de vaststelling van het percentage in een voor hem gunstigere zin te betwisten om de vermindering ervan te verkrijgen, terwijl de ambtenaar die het slachtoffer van een arbeidsongeval is, door het instellen van een dergelijk beroep de vaststelling van het percentage van blijvende arbeidsongeschiktheid in een voor hem gunstigere zin kan betwisten om de verhoging ervan te verkrijgen ? ».

(...)

III. In rechte

(...)

B.1.1. De verwijzende rechter stelt aan het Hof een vraag over de bestaanbaarheid, met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met de artikelen 6.1 en 13 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, van artikel 19 van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector.

B.1.2. De in het geding zijnde bepaling luidt :

« Alle geschillen met betrekking tot de toepassing van deze wet, ook die over de vaststelling van het percentage van blijvende arbeidsongeschiktheid, worden verwezen naar de rechterlijke overheid die bevoegd is om kennis te nemen van de vorderingen met betrekking tot de vergoedingen, waarin de wetgeving inzake herstel van schade uit arbeidsongevallen of uit beroepsziekten voorziet.

Behalve wanneer zij slechts op de betaling van de rente, van de bijslag wegens verergering of van de overlijdensbijslag slaat, wordt de rechtsvordering, ingeleid door het personeelslid van de besturen, diensten of instellingen vermeld in artikel 1, 3° tot 7° uitsluitend gericht tegen de Gemeenschap, het Gewest of het College waarvan het afhangt.

Deze bepaling sluit het betrekken van de Staat in de zaak uit, bij wege van een gedwongen tussenkomst als bedoeld in artikel 813, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, maar tast het recht van de Staat niet aan om in een lopende procedure tussen te komen ».

B.1.3. Volgens de verwijzende rechter maakt het bij de voormelde bepaling geregelde beroep het de openbare werkgever niet mogelijk de vaststelling van het percentage van arbeidsongeschiktheid te betwisten teneinde de vermindering ervan te verkrijgen, terwijl de ambtenaar die het slachtoffer is van een arbeidsongeval, door een dergelijk beroep in te stellen, de vaststelling van het percentage van blijvende ongeschiktheid kan betwisten teneinde een verhoging te verkrijgen.

B.2. Bij zijn arrest van 7 februari 2000 (Arr. Cass., 2000, nr. 96) heeft het Hof van Cassatie geoordeeld :

« Overwegende dat, krachtens artikel 9 van dit besluit [koninklijk besluit van 13 juli 1970 betreffende de schadevergoeding, ten gunste van sommige personeelsleden van overheidsdiensten of overheidsinstellingen van de lokale sector, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk], de overheid aan wie de beslissing van de geneeskundige dienst is bekendgemaakt, oordeelt of er aanleiding bestaat om het aldus vastgestelde percentage van de blijvende invaliditeit te verhogen en aan het slachtoffer de betaling van een rente voorstelt op basis van de verminderde [arbeidsgeschiktheid];

Dat uit de bepalingen van het koninklijk besluit van 13 juli 1970 volgt dat de beslissing van de geneeskundige dienst voor de overheid bindend is in zoverre deze dienst een blijvende invaliditeit erkent en dat de overheid alleen het vastgestelde percentage kan verhogen;

Dat hieruit volgt dat de arbeidsrechtbank die oordeelt over een geschil met betrekking tot het percentage aan blijvende invaliditeit van een personeelslid van een gemeente, zoals bedoeld in artikel 19 van de wet van 3 juli 1967, geen lager percentage van blijvende invaliditeit kan toekennen dan datgene dat door de voormelde geneeskundige dienst is erkend ».

B.3.1. Uit de verwijzingsbeslissing blijkt dat de te dezen bekritiseerde onmogelijkheid voortvloeit uit het feit dat de openbare werkgever die valt onder het toepassingsgebied van de wet van 3 juli 1967, de verzekeraar van zijn werknemer is, dat die werkgever de conclusies heeft bevestigd van de expertise die is uitgevoerd door Medex, het Bestuur van de medische expertise dat bevoegd is om de medische aspecten vast te stellen van een arbeidsongeval en adviserende geneesheer van de werkgever, maar dat de herverzekeraar van de openbare werkgever, « Mensura », het door Medex vastgestelde percentage van ongeschiktheid betwist.

B.3.2. De regeling van de arbeidsongevallen in de overheidssector heeft eigen kenmerken. Zo heeft het slachtoffer van een arbeidsongeval in het stelsel van de wet van 3 juli 1967 als schuldenaar de overheid die hem tewerkstelde op het ogenblik van het ongeval. Die overheid kan zich herverzekeren om dat risico te dekken, maar zelfs in dat geval heeft het slachtoffer geen rechtstreekse vordering op de herverzekeraar van de overheid waarvan het afhangt.

Het feit dat de overheid de schuldenaar van de arbeidsongevallenvergoedingen is en de onmogelijkheid voor het slachtoffer om tegen de herverzekeraar op te treden, blijken uit artikel 16 van de wet van 3 juli 1967 dat sinds de wijziging ervan bij de wet van 17 mei 2007 bepaalt :

« De renten, bijslagen en vergoedingen toegekend aan de personeelsleden van de besturen, diensten of instellingen vermeld in artikel 1, 1°, 3° tot 7° en 10°, alsook aan de in artikel 1bis, 1° en 2°, bedoelde personen vallen ten laste van de Schatkist. Dit geldt eveneens voor de procedurekosten, behalve wanneer het gaat om een tergende en roekeloze eis.

De rechtspersonen vermeld in artikel 1, 2°, 8° en 9°, de korpsen van de lokale politie vermeld in artikel 1, 11°, alsook de instellingen vermeld in artikel 1bis, 3°, dragen de last van de renten, bijslagen en vergoedingen, toegekend aan hun personeelsleden met toepassing van deze wet. Dit geldt eveneens voor de procedurekosten, behalve wanneer het gaat om een tergende en roekeloze eis. De Koning legt daartoe, indien nodig, de verplichting op een verzekering aan te gaan. In dat geval kunnen zowel het slachtoffer als de herverzekeraar geen rechtsvordering tegen elkaar instellen ».

B.4. Het personeelslid dat het slachtoffer van een arbeidsongeval in de openbare sector is, heeft belang erbij om de beslissing van de adviserende geneesheer van de overheid te betwisten.

Met toepassing van het koninklijk besluit van 24 januari 1969 « betreffende de schadevergoeding, ten gunste van de personeelsleden van de overheidssector, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk » en van het koninklijk besluit van 13 juli 1970 « betreffende de schadevergoeding, ten gunste van sommige personeelsleden van overheidsdiensten of overheidsinstellingen van de lokale sector, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk », is het de gezondheidsdienst die het percentage van blijvende arbeidsongeschiktheid vaststelt, zodat het redelijk verantwoord is dat de overheid waarvan Medex de adviserende geneesheer is, geen beroep kan instellen tegen een beslissing die haar eigen adviserende geneesheer heeft genomen teneinde, in voorkomend geval, de door die laatste vastgestelde ongeschiktheidsgraad te laten verlagen.

Het in het geding zijnde verschil in behandeling is derhalve redelijk verantwoord.

B.5. De toetsing van de in het geding zijnde bepaling aan de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met de artikelen 6 en 13 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, leidt niet tot een andere conclusie.

B.6. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord.

Om die redenen,

het Hof

zegt voor recht :

Artikel 19 van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met de artikelen 6 en 13 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, niet.

Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 betreffende het Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 8 mei 2013.

De griffier,

P.-Y. Dutilleux

De voorzitter,

R. Henneuse

Vrije woorden

  • Prejudiciële vraag over artikel 19 van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector, gesteld door de Arbeidsrechtbank te Brussel. Sociaal recht

  • Sociale zekerheid

  • Arbeidsongevallen

  • Arbeidsongeschiktheid

  • Vaststelling van het percentage van arbeidsongeschiktheid

  • Beroep

  • 1. Ambtenaar die het slachtoffer is van een arbeidsongeval

  • 2. Openbare werkgever. # Rechten en vrijheden

  • Jurisdictionele waarborgen

  • Recht op toegang tot de rechter.