- Arrest van 29 januari 2014

29/01/2014 - 22/2014

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende,

verwerpt het beroep.


Arrest - Integrale tekst

Het Grondwettelijk Hof, beperkte kamer,

samengesteld uit emeritus voorzitter M. Bossuyt, overeenkomstig artikel 60bis van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, en de rechters-verslaggevers E. De Groot en J.-P. Moerman, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux,

wijst na beraad het volgende arrest :

I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging

Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 2 december 2013 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 3 december 2013, heeft Ivy Fredison, p/a 3600 Genk, Winterslagstraat 57, Aparthotel Esplanada, beroep tot vernietiging ingesteld tegen de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen, tegen het bericht van de Vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen en tegen de bestuurlijke traagheid.

Op 19 december 2013 hebben de rechters-verslaggevers E. De Groot en J.-P. Moerman, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, de voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarin wordt vastgesteld dat het beroep tot vernietiging klaarblijkelijk onontvankelijk is.

(...)

II. In rechte

(...)

B.1. Aangezien de verzoekende partij een memorie met verantwoording heeft ingediend per fax en niet bij een ter post aangetekende zending, dient die memorie onontvankelijk te worden verklaard.

B.2. De verzoekende partij vordert de vernietiging van een beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen alsook van een bericht van de Vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen en beklaagt zich over traagheden in de behandeling van haar dossier door de bevoegde administraties alsook over een illegale opname van haar persoonsgegevens.

B.3. Het Hof vermag zich enkel uit te spreken over de schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet als die schending aan een wetskrachtige norm kan worden toegeschreven.

Noch artikel 1 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, noch enige grondwets- of wetsbepaling verleent het Hof de bevoegdheid om uitspraak te doen over een beroep tot vernietiging gericht tegen een beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen of tegen een bericht van de Vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen, die geen wetskrachtige normen zijn, of tegen traagheden of onwettigheden begaan door een administratie.

B.4. Een beroep tot vernietiging dat betrekking heeft op een onderwerp dat niet onder de bevoegdheid van het Hof valt, is klaarblijkelijk niet ontvankelijk.

Om die redenen,

het Hof, beperkte kamer,

met eenparigheid van stemmen uitspraak doende,

verwerpt het beroep.

Aldus uitgesproken in het Nederlands, het Frans en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 29 januari 2014.

De griffier,

P.-Y. Dutilleux

De voorzitter,

M. Bossuyt

Vrije woorden

  • Beroep tot vernietiging gericht tegen de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen, tegen het bericht van de Vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen en tegen de bestuurlijke traagheid, ingesteld door Ivy Fredison. Voorafgaande rechtspleging

  • Beroep tot vernietiging

  • Klaarblijkelijke onbevoegdheid van het Hof

  • Administratieve beslissingen.