- Arrest van 30 mei 2011

30/05/2011 - 2009AR3461

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

De overeenkomst kadert binnen de rechtsfiguur van de bindende derdenbeslissing, d.i. een regeling waarbij partijen zich ertoe verbinden om door een derde een of meerdere aspecten van hun rechtsverhouding een (materieelrechtelijk) bindende invulling te laten geven. In de overeenkomst die voorligt, diende de door de partijen aangestelde deskundige een minnelijke expertise uit te voeren op de wijze van een gerechtelijke expertise, waarbij partijen zich akkoord verklaarden het eindverslag van de deskundige als bindend te aanvaarden.

Er is geen enkele reden om te besluiten dat aan de overeenkomst die de uitdrukking is van de wil van de partijen, geen bindende kracht zou toekomen.


Arrest - Integrale tekst

Het HOF VAN BEROEP, zitting houdende te ANTWERPEN, ZEVENDE KAMER, recht doende in burgerlijke zaken, heeft volgend arrest uitgesproken:

In zake: 2009/AR/3461

Bvba BOUWONDERNEMING SEGRETO VENARUZZO, afgekort B.S.V., met zetel te 3630 Maasmechelen, Reihaag 31, ondernemingsnummer 0471.951.916;

appellante tegen het vonnis uitgesproken op 17.11.2009 door de rechtbank van eerste aanleg te Tongeren;

- vertegenwoordigd door mr. G. Niesten, advocaat te 3621 Rekem, Populierenlaan 35;

tegen:

1. P. F., en zijn echtgenote

2. R. D.,

beiden samenwonende te;

3. E. M., wonende te ;

geïntimeerden,

- geïntimeerden sub 1 en 2 vertegenwoordigd door mr. R. Neven loco mr. L. Christoffels, advocaat te 3620 Lanaken, Stationsstraat 15;

- geïntimeerde sub 3 vertegenwoordigd door mr. K. Caers, advocaat te 3580 Beringen, Scheigoorstraat 5;

* * * * *

Gelet op de door de wet vereiste processtukken, in behoorlijk vorm overgelegd, waaronder het bestreden vonnis, door de recht-bank van eerste aanleg te Tongeren gewezen op 17 november 2009, waarvan geen betekening voorligt, en het verzoekschrift tot hoger beroep, ter griffie van dit hof neergelegd op 28 december 2009, waarmee een naar vorm en termijn regelmatig en ontvan-kelijk hoger beroep werd ingesteld.

* * * * *

I. FEITELIJKE GEGEVENS - VOORWERP VAN DE VORDERINGEN - BESTREDEN BESLISSING

1. Bvba Bouwonderneming Segreto Venaruzzo (hierna bvba BS.V.) en het echtpaar F.-D.(hierna de bouwheer) hebben op 15 juni 2006 een aannemingsovereenkomst gesloten voor de uitvoering van het lot ruwbouwwerken en betonnen kelder in het kader van de bouw van een woning te

2. De werken dienden te worden uitgevoerd volgens plannen en lastenboek van architect E. M.

3. De prijs voor de ruwbouwwerken bedroeg 69.538,44 EUR en voor de betonnen kelder 21.000 EUR.

4. Bvba B.S.V. facturen stelde tijdens de uitvoering facturen op die door de bouwheer werden betaald.

5. Nadat de werken volgens bvba B.S.V. beëindigd waren, is discussie ontstaan over de wijze waarop de werken werden uit-gevoerd en over de afrekening.

De bouwheer weigerde het saldo van de aannemingsprijs te betalen.

6. Nadat de betwisting tussen partijen een feit was, hebben de bouwheer en bvba B.S.V. op 29 oktober 2007 een overeenkomst gesloten waarbij architect Lambert Vos als deskundige werd aan-gesteld met als opdracht technisch advies uit te brengen over de kwaliteit van de uitgevoerde werken en de eindafrekening op te stellen. Partijen verbonden er zich toe het eindverslag van de deskundige te aanvaarden.

7. De bouwheer stelt steeds bereid te zijn geweest om de over-eenkomst uit te voeren en de deskundige in werking te stellen. Bvba B.S.V. van haar zijde liet gelden dat de overeenkomst niet kon worden uitgevoerd nu de architect geen partij was bij de overeenkomst en niet bij de expertisewerkzaamheden zou worden betrokken.

8. Op 6 augustus 2008 heeft bvba B.S.V. bouwheer en archi-tect in kort geding gedagvaard voor de aanstelling van een gerechtsdeskundige. De vordering werd als ongegrond afgewe-zen.

9. Op 11 februari 2009 heeft bvba B.S.V. de bouwheer en de architect gedagvaard voor de rechtbank van eerste aanleg te Tongeren, waarbij zij in hoofdorde de aanstelling vorderde van een gerechtsdeskundige met als opdracht de uitgevoerde bouw-werken te onderzoeken en een afrekening op te stellen.

In ondergeschikte orde vroeg zij "De oplevering van de werf te laten geschieden plus de verzoeker en eerste en tweede gedaag-de met uitzondering van de architect M. overeenkomstig de niet-gedateerde arbitrage-overeenkomst."

De vordering die werd gesteld in ondergeschikte orde werd niet hernomen in de conclusie voor de eerste rechter.

10. Zowel de bouwheer als de architect vroegen de afwijzing van de vordering.

11. Met het bestreden vonnis heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van de vordering gericht tegen de bouwheer en dit gelet op de overeenkomst die voorlag en die de eerste rechter als een arbitrageovereenkomst aanduidde.

De vordering tegen de architect werd als ongegrond afgewezen.

II. EISEN IN HOGER BEROEP

12. In hoger beroep herneemt bvba B.S.V. haar vordering met dien verstande dat zij nu in ondergeschikte orde vraagt de voor-lopige en definitieve oplevering te laten geschieden in aanwezig-heid van alle partijen overeenkomstig de niet-gedateerde arbitra-ge-overeenkomst.

13. Bvba B.S.V. en de architect vragen de afwijzing van het hoger beroep.

III. BEOORDELING

14. De heer en mevrouw F.-D. als bouwheer en bvba B.S.V. als aannemer hebben op 29 oktober 2007 een overeenkomst gesloten die zij in de hoofding als arbitrageovereenkomst aanduidden.

15. Met de overeenkomst stelden partijen deskundige Lambert Vos aan die zij de opdracht toevertrouwden om (samengevat) de bouwwerken te onderzoeken, technisch advies uit te brengen over de wijze waarop de werken werden uitgevoerd en over eventuele gebreken in de werken en de eindafrekening tussen partijen op te stellen.

Partijen verklaarden zich akkoord de conclusies in het eindverslag van de deskundige te aanvaarden en aan deze eindconclusies de waarde te geven van een beslechting bij arbitrage.

16. Anders dan de eerste rechter oordeelt het hof dat de over-eenkomst niet kan worden gekwalificeerd als een arbitrage-overeenkomst. Uit de overeenkomst die voorligt, blijkt niet dat partijen aan de aangestelde gerechtsdeskundige de opdracht verleenden een tussen hen gerezen geschil bij wege van een rechtsprekende handeling te beslechten. Uit de overeenkomst blijkt dat de partijen akkoord gingen hun geschil ter technisch advies voor te leggen aan gerechtsdeskundige Lambert Vos. De omstandigheid dat partijen bijkomend overeenkwamen de conclu-sies van de deskundige in zijn eindverslag te zullen aanvaarden en aan deze eindconclusies de waarde te geven "van een beslech-ting bij arbitrage" doet aan het voorgaande geen afbreuk en wijst enkel op het akkoord tussen partijen om het eindverslag van de deskundige als bindend te aanvaarden.

17. De overeenkomst kadert binnen de rechtsfiguur van de bindende derdenbeslissing, d.i. een regeling waarbij partijen zich ertoe verbinden om door een derde een of meerdere aspecten van hun rechtsverhouding een (materieelrechtelijk) bindende invulling te laten geven. In de overeenkomst die voorligt, diende de door de partijen aangestelde deskundige een minnelijke exper-tise uit te voeren op de wijze van een gerechtelijke expertise, waarbij partijen zich akkoord verklaarden het eindverslag van de deskundige als bindend te aanvaarden.

18. De bindende derdenbeslissing heeft kracht van overeen-komst tussen partijen.

19. Bvba B.S.V. werpt de ongeldigheid van de overeenkomst op, omdat de architect die samen met de aannemer een cruciale schakel vormt binnen het bouwproces, niet bij de overeenkomst is betrokken.

20. Het feit dat de architect niet als partij bij de overeenkomst is betrokken, laat niet toe te besluiten dat de overeenkomst voor niet bestaande moet worden gehouden en geen gevolg kan hebben.

21. Uit de tekst van de overeenkomst blijkt ondubbelzinnig de wil van partijen om het werk van de aannemer te onderwerpen aan het onderzoek van een deskundige om op die manier te komen tot een correcte vaststelling van de aannemingsprijs die door beide partijen zal worden aanvaard. Partijen waren het er ten tijde van de contractsluiting over eens dat de architect niet als partij bij de overeenkomst diende te worden betrokken.

22. Het feit dat de architect niet bij de overeenkomst betrokken werd is duidelijk niet het gevolg van een vergissing of vergetel-heid. De overeenkomst zelf verwijst in de preambule naar E.M. die als toezichthoudend architect voor de werf was aangesteld.

23. Er is geen enkele reden om te besluiten dat aan de overeen-komst die de uitdrukking is van de wil van de partijen, geen bindende kracht zou toekomen.

24. Enkel ten overvloede en gelet op het standpunt dat bvba B.S.V. inneemt, benadrukt het hof dat de aannemingsovereen-komst en de architectenovereenkomst twee volstrekt van elkaar te onderscheiden overeenkomsten zijn. Nu de verbintenissen die aannemer en architect jegens de bouwheer aangaan volstrekt verschillend zijn, is er geen enkele reden om te besluiten dat de beoordeling van de prestaties van de aannemer en de vaststelling van de aannemingsprijs niet mogelijk zouden zijn zonder tussenkomst van de architect. De argumentatie van bvba B.S.V. in dit verband snijdt geen hout.

25. Partijen merken op dat de aangestelde deskundige Lambert Vos inmiddels met pensioen is gegaan zodat het mogelijk is dat hij de opdracht die hem met de overeenkomst werd verleend niet zal aanvaarden. Met deze mogelijkheid hebben partijen rekening gehouden door te bedingen dat zij, indien deskundige Vos de opdracht niet zou kunnen aanvaarden, in onderling overleg via hun raadslieden een andere deskundige zouden aanstellen met eenzelfde opdracht.

26. Er is geen enkele reden - minstens wordt geen reden aan-gevoerd - waarom de overeenkomst die voorligt geen uitwerking zou kunnen hebben.

27. De vordering tot aanstelling van een gerechtsdeskundige door het hof is in die omstandigheden niet gegrond.

28. Bvba B.S.V. vraagt het hof in ondergeschikte orde "de voor-lopige en definitieve oplevering van de werf te laten geschieden in aanwezigheid van appellant en eerste en tweede geïntimeerden in aanwezigheid van derde geïntimeerde M. E. overeenkomstig de niet-gedateerde arbitrageovereenkomst." (conclusie bvba B.S.V. d.d. 15 september 2010).

29. Deze vordering is kennelijk ongegrond. De overeenkomst van 29 oktober 2007 gesloten tussen aannemer en bouwheer bepaalt niets over de wijze van oplevering van de werken.

30. Ten overvloede blijkt uit het dossier van de bouwheer dat er "een verslag voorlopige oplevering" voorligt van 23 augustus 2007, waarin de afwezigheid van bvba B.S.V. wordt genoteerd en waarin een overzicht wordt gemaakt van nog uit te voeren werken en herstellingen. Nadien hebben aannemer en bouwheer de overeenkomst van 29 oktober 2007 gesloten. Het was hierbij duidelijk hun bedoeling om in eerste instantie de staat van de werken tegensprekelijk te laten onderzoeken.

31. Het besluit is dat het hoger beroep slechts gedeeltelijk gegrond is en het bestreden vonnis dient te worden hervormd waar de rechtbank zich onbevoegd verklaarde om kennis te nemen van de vordering van bvba B.S.V. gericht tegen de bouw-heer. Nu de overeenkomst van 29 oktober 2007 niet kan worden gekwalificeerd als een arbitrage maar wel als een bindende derdenbeslissing, was de rechtbank wel degelijk bevoegd om van de vordering kennis te nemen. De vordering gericht tegen bouw-heer en architect is evenwel - om de hoger aangehaalde redenen - ongegrond.

OM DIE REDENEN

HET HOF, na beraad,

Rechtsprekend op tegenspraak;

Gelet op art. 24 van de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken;

Verklaart het hoger beroep gedeeltelijk gegrond en hervormt het bestreden vonnis voor zover de rechtbank zich onbevoegd verklaarde.

Zegt voor recht dat de rechtbanken bevoegd zijn om te oordelen over de vordering van bvba B.S.V. gericht tegen de heer en mevrouw F.-D.

Verklaart de vorderingen gericht tegen de heer en mevrouw F.-D. en tegen E. M. ongegrond.

Bevestigt het bestreden vonnis voor wat betreft de uitspraak over de kosten.

Veroordeelt bvba B.S.V. tot de kosten van het hoger beroep.

Vereffent deze aan de zijde van F.-D. op 1.320 EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep (geïndexeerd).

Vereffent deze aan de zijde van E.M. op 1.320 EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep (geïndexeerd).

Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terecht¬zitting van DERTIG MEI TWEEDUIZEND ELF.

Vrije woorden

  • geschillenbeslechting

  • Overeenkomst

  • arbitrage-overeenkomst

  • bindende derdenbeslissing

  • bindende kracht