- Arrest van 6 december 2011

06/12/2011 - 2010/BV/77

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

De strafrechter die verschillende personen hoofdelijk of in solidum tot betaling van schadevergoeding aan de burgerlijke partij veroordeelt, is niet bevoegd om te beslissen in hoeverre deze partijen, onderling, in deze veroordeling zullen bijdragen.


Arrest - Integrale tekst

Het Hof van Beroep, zitting houdende op 6 december 2011

te Antwerpen, 15e kamer

(...)

1. Nopens de verdeling van de aansprakelijkheid op burgerlijk gebied:

Bij vonnis op tegenspraak van 30.04.2007 van de correctionele rechtbank te Tongeren werden de oorspronkelijke beklaagden L. G. en L. R. strafrechtelijk definitief schuldig bevonden aan het misdrijf van te Lanaken op 9 oktober 2004 door gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg, maar zonder het oogmerk om de persoon van een ander aan te randen, onopzettelijke slagen of verwondingen te hebben toegebracht aan S. L., namelijk:

1. De eerste (L. G.) door als geneesheer het geneesmiddel Ledertrexate 2,5mg voor te schrijven a rato van 3 x 2 mg per dag

2. De tweede (L. R.) door als apotheker het geneesmiddel voor te schrijven a rato van 3 x 2 comprimés per dag.

De beide verwezenen werden op strafgebied definitief schuldig bevonden aan hetzelfde misdrijf. Het staat vast dat zij elk een onderscheiden fout - zoals omschreven in de tenlastelegging - hebben begaan die in causaal verband staat met de schade.

De verantwoordelijkheid van de apotheker werd door de eerste rechter bepaald op 1/2de en de verantwoordelijkheid van de geneesheer op 1/4de.

Zij werden solidair/hoofdelijk veroordeeld tot het vergoeden van het slachtoffer onder aftrek van 1/4de van de begrote schadevergoeding, vermits de eerste rechter oordeelde dat het slachtoffer zelf voor 1/4de verantwoordelijk was.

De verdeling van de verantwoordelijkheid wordt betwist.

1.1. Principes:

Overeenkomstig artikel 50, eerste lid, Strafwetboek zijn alle wegens eenzelfde misdrijf veroordeelde personen hoofdelijk gehouden tot vergoeding van de schade die het misdrijf aan de benadeelde heeft veroorzaakt, welke ook de graad van deelneming van hen aan het gemeenschappelijk misdrijf is en al was er tussen de veroordeelden geen voorafgaande afspraak of eenheid van optreden.

Krachtens artikel 50, tweede en derde lid, Strafwetboek zijn alle wegens eenzelfde misdrijf veroordeelde personen hoofdelijk gehouden tot de kosten, wanneer zij door een zelfde vonnis of arrest zijn veroordeeld, maar kan de rechter nochtans alle veroordeelden of enige van hen vrijstellen van de hoofdelijkheid, mits hij de redenen van die vrijstelling opgeeft en het door ieder persoonlijk te dragen aandeel in de kosten bepaalt.

De mogelijkheid tot vrijstelling van de hoofdelijkheid die in artikel 50, derde lid, Strafwetboek is bepaald, heeft geen betrekking op de gehoudenheid tot schadevergoeding, maar betreft alleen de veroordeling tot de kosten.

De strafrechter die verschillende personen hoofdelijk of in solidum tot betaling van schadevergoeding aan de burgerlijke partij veroordeelt, is niet bevoegd om te beslissen in hoeverre deze partijen, onderling, in deze veroordeling zullen bijdragen.

1.2.Onbevoegdheid om te oordelen over de verdeelsleutel tussen de verwezenen onderling

Gelet op de hierboven vermelde principes wordt het bestreden vonnis bevestigd in zoverre de beide veroordeelden, L. G. en L. R. conform artikel 50 Strafwetboek hoofdelijk werden veroordeeld tot vergoeding van het slachtoffer.

Het strafrechtelijk gewijsde heeft slechts betrekking op de vaststelling van de aansprakelijkheid en niet op de uiteindelijke verdeling daarvan in de onderlinge verhouding tussen de veroordeelden.

In zoverre het bestreden vonnis een verdeelsleutel bepaalde in de onderlinge verhouding tussen de beide veroordeelden, wordt het vernietigd, gelet op de onbevoegdheid van de strafrechter om daarover te beslissen.

1.3. Geen verdeling tussen de verwezenen en de burgerlijke partij

Bij bestreden vonnis werd de verantwoordelijkheid voor ¼ ten laste van de burgerlijke partij gelegd, vermits zij "vertrouwd was met de medicatie en aldus had kunnen/moeten vermoeden dat de voorgeschreven dosis duidelijk overdreven was".

Deze stelling wordt door het hof niet gevolgd.

Op consultatie bij L. G. was immers beslist om de dosis van het voorgeschreven geneesmiddel te verhogen. Als patiënt zonder enige medische kwalificatie had mevrouw S. L. geen enkele reden om de voorgeschreven verhoogde dosis in twijfel te trekken, temeer ook de apotheker de voorgeschreven dosis niet in twijfel trok. De bewering in beroepsbesluiten van verwezene L. G. dat mevrouw S. L. wist dat het om een "lichte verhoging" ging, is niet aangetoond, wordt door mevrouw S. L. tegengesproken en doet aan voorgaande vaststelling geen afbreuk.

Aan mevrouw S. L. kan dan ook niet verweten worden dat zij de voorgeschreven adviezen van arts en apotheker heeft gevolgd. Zij mocht erop vertrouwen dat het juiste geneesmiddel in de juiste dosis was voorgeschreven.

Dat in de bijsluiter bepalingen staan inzake dosage rsp. inzake overdosering doet daaraan geen afbreuk. Het betreft trouwens louter aanbevelingen en er wordt verwezen naar het advies van de arts (stuk 71/3 strafdossier).

Mevrouw S. L. had geen enkele reden om de competentie van haar arts en apotheker in twijfel te trekken.

Er is geen fout bewezen in hoofde van de burgerlijke partij mevrouw S. L. zodat er geen reden is om een deel van de verantwoordelijkheid bij haar te leggen.

(...)

Vrije woorden

  • Strafrecht

  • schadevergoeding

  • hoofdelijkheid

  • verdeelsleutel in de onderlinge verhouding tussen de veroordeelden

  • onbevoegdheid