- Arrest van 17 mei 2011

17/05/2011 - 2007AR3408

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Wanneer de burgerlijke rechtsvordering niet tegelijkertijd en voor dezelfde rechters wordt vervolgd als de strafvordering, moet de uitoefening ervan worden geschorst omdat een geschilpunt een element kan zijn van de beslissing over de strafvordering en wanneer er een tegenspraak kan zijn over de burgerlijke rechtsvordering en de publieke vordering. Een mogelijke tegenspraak is te dezen niet uitgesloten nu deze punten door de correctionele rechtbank te Doornik precies behandeld werden en door het hof van beroep te Bergen zullen onderzocht worden.

De regel van openbare orde volgens dewelke de uitoefening van de burgerlijke rechtsvordering, wanneer ze niet gelijkertijd en voor dezelfde rechters wordt vervolgd als de strafvordering, is geschorst zolang niet definitief is beslist over de strafvordering, is gegrond op het feit dat het strafrechtelijk vonnis ten opzichte van de afzonderlijk ingestelde burgerlijke rechtsvordering gezag van het rechterlijk gewijsde heeft op de punten die gemeenschappelijk zijn voor de strafvordering en de burgerlijke rechtsvordering.

Art. 4 V.T. Sv. heeft een ruime draagwijdte.


Arrest - Integrale tekst

Nr.: HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL

1e kamer,

zetelend in burgerlijke zaken,

Rep. nr.: 2011/ na beraad, wijst volgend arrest:

A.R. Nr.: 2008/AR/1477 en A.R. Nr.: 2007/AR/3408

A.R. Nr.: 2008/AR/1477

INZAKE VAN:

FLUXYS N.V., met maatschappelijke zetel te 1040 BRUSSEL, Kunstlaan 31, ingeschreven met KBO-nummer 0402.954.628.,

appellante,

vertegenwoordigd door Mr. VANHULST Olivier, advocaat te 1050 BRUSSEL, Marsvelplein 5 en

vertegenwoordigd door Mr. VANHULST Olivier loco Mr. VERPLAETSE André-Marie, advocaat te 7800 ATH, Boulevard de l'Est 26 ;

TEGEN:

1. VALVAN BALING SYSTEMS N.V., met maatschappelijke zetel te 8930 MENEN, Krommebeekstraat 14, ingeschreven met KBO-nummer 0460.789.392.,

geïntimeerde,

vertegenwoordigd door Mr. DELAUNOY E. loco Mr. FAGNART Jean-Luc, advocaat te 1050 BRUSSEL, Bolwcrqsquare 1A ;

2. HDI-GERLING VERZEKERINGEN N.V., met maatschappelijke zetel te 1150 BRUSSEL, Tervurenlaan 272, ingeschreven met KBO-nummer 0406.428.416.,

geïntimeerde,

vertegenwoordigd door Mr. VAN DYCK N. loco Mr. BOUTELIGIER Leo, advocaat te 2000 ANTWERPEN, Louizastraat 32 bus 1 ;

3. HUSQVARNA BELGIUM N.V., Zoning Industriel 2, 7822 GHISLENGHIEN, avenue des Artisans 50, ingeschreven met KBO-nummer 0400.604.654.,

geïntimeerde,

vertegenwoordigd door Mr. HOOGERS S. loco Mr. HOFSTROSSLER Patrick, advocaat te 1050 BRUSSEL, Louizalaan 99 ;

4. tot en met 24....

EN

A.R. Nr.: 2007/AR/3408

INZAKE VAN:

FLUXYS N.V., met maatschappelijke zetel te 1040 BRUSSEL, Kunstlaan 31, ingeschreven met KBO-nummer 0402.954.628.,

appellante,

vertegenwoordigd door Mr. VANHULST Olivier, advocaat te 1050 BRUSSEL, Marsvelplein 5 en

vertegenwoordigd door Mr. VANHULST Olivier loco Mr. VERPLAETSE André-Marie, advocaat te 7800 ATH, Boulevard de l'Est 26 ;

TEGEN:

1 tot en met 24.

Samenvatting

Wanneer de burgerlijke rechtsvordering niet tegelijkertijd en voor dezelfde rechters wordt vervolgd als de strafvordering, moet de uitoefening ervan worden geschorst omdat een geschilpunt een element kan zijn van de beslissing over de strafvordering en wanneer er een tegenspraak kan zijn over de burgerlijke rechtsvordering en de publieke vordering. Een mogelijke tegenspraak is te dezen niet uitgesloten nu deze punten door de correctionele rechtbank te Doornik precies behandeld werden en door het hof van beroep te Bergen zullen onderzocht worden.

De regel van openbare orde volgens dewelke de uitoefening van de burgerlijke rechtsvordering, wanneer ze niet gelijkertijd en voor dezelfde rechters wordt vervolgd als de strafvordering, is geschorst zolang niet definitief is beslist over de strafvordering, is gegrond op het feit dat het strafrechtelijk vonnis ten opzichte van de afzonderlijk ingestelde burgerlijke rechtsvordering gezag van het rechterlijk gewijsde heeft op de punten die gemeenschappelijk zijn voor de strafvordering en de burgerlijke rechtsvordering.

Art. 4 V.T. Sv. heeft een ruime draagwijdte.

...

II. Relevante feitelijke gegevens

10. Het geschil heeft betrekking op de schadelijke gevolgen van de ramp van 30 juli 2004, omstreeks 8 uur 56' in de industriezone te Gellingen (Ghislenghien), naar aanleiding van de gasontploffing ter hoogte van de gasleidingen beheerd door de NV Fluxys, voorheen NV Distrigas, verzekerd bij de NV Gerling Konzern Belgium.

Ingevolge deze ramp zijn 24 slachtoffers overleden en hebben 132 personen (zware) (brand)verwondingen opgelopen.

11. De heer V. was een zelfstandige aannemer die ter plaatse werkzaam was en brandverwondingen opgelopen heeft. Na drie jaar behandeling, zou hij nog volledig arbeidsongeschikt zijn.

12. NV Valvan Baling Systems had ter plaatse drie werknemers op het industrieterrein werkzaam, die alle drie zwaar verbrand werden en, ten tijde van het bestreden vonnis van 16 mei 2008, nog steeds volledig arbeidsonbekwaam zouden zijn. NV Valvan Baling Systems verloor eveneens materiaal ingevolge de ontploffing.

13. De heer V. en de NV Valvan Baling Systems hebben respectievelijk op 23 augustus 2005 en 9 januari 2008 een vordering voor de rechtbank van eerste aanleg, respectievelijk de rechtbank van koophandel te Brussel tegen NV Fluxys ingesteld in vergoeding van hun schade, welke vorderingen hoofdzakelijk op artikel 1384, lid 1, van het Burgerlijk Wetboek zijn gegrond. NV Fluxys heeft voor de eerste rechter 22 partijen in gedwongen tussenkomst en vrijwaring gedagvaard.

14. Het is gebleken dat de NV Husqvarna Belgium, voorheen Diamant Boart, werken op haar perceel in het industrieterrein heeft laten uitvoeren door aannemer J., thans NV Colas Belgium, die vanaf 21 april 2004 een beroep deed op onderaannemer NV Tramo, welke voor de grondwerken beschikte over een geschikte machine Bomag MPH 121. Deze werken met gebruik van de Bomag liggen volgens NV Fluxys aan de oorsprong van de beschadiging, op 24 juni 2004, van haar gasleiding en van de eruit voortvloeiende gasontploffing op 30 juli 2004. Steeds volgens NV Fluxys zou het gaslek door de opdrachtgever NV Husqvarna Belgium zijn vastgesteld maar zeer laattijdig aan de brandweer gemeld en zou de brandweer ter plaatse ongepaste of onvoldoende maatregelen hebben genomen.

Een gerechtelijk onderzoek, toevertrouwd aan onderzoeksrechter Bressoux te Doornik, werd onmiddellijk opgestart.

De onderzoeksrechter stelde een college van drie deskundigen aan die op 31 augustus 2005 een eerste verslag en op 19 januari 2008 een aanvullend verslag opstelden.

22 partijen werden in verdenking gesteld voor onopzettelijke doodslag en onopzettelijke slagen en verwondingen, hetzij de partijen die NV Fluxys in eerste aanleg in gedwongen tussenkomst en vrijwaring heeft laten dagvaarden.

Bij beschikking van 16 januari 2009 van de Raadkamer te Doornik werden 14 partijen naar de Correctionele rechtbank verwezen, te weten NV Fluxys, NV Husqvarna Belgium, BVBA A & I Architectenvennootschap, ....

15. Bij vonnis van 22 februari 2010 heeft de 12de voorlopige kamer van de correctionele rechtbank te Doornik partijen NV Fluxys, BVBA A & I Architectenvennootschap, BVBA CAD & V, ...

vrijgesproken. NV Husqvarna werd vrijgesproken voor onopzettelijke slagen en verwondingen en onopzettelijke doodslag.

...

Op burgerlijk gebied werd de aansprakelijkheid weerhouden in hoofde van partijen E. P., NV Tramo, werfleider K. D. en NV Colas Belgium.

16. Het Openbaar Ministerie en burgerlijke partijen hebben hoger beroep ingesteld en de zaak is hangende voor het hof van beroep te Bergen. Ter zitting van 8 januari 2011 hebben partijen verklaard dat een uitspraak verwacht was rond einde juni 2011.

III. Bespreking

1°. Samenvoeging

17. Beide zaken hebben betrekking op schadelijke gevolgen van dezelfde ramp te Gellingen en betreffen dezelfde mogelijke aansprakelijke partijen. Dezelfde middelen worden door partijen voorgedragen.

De zaken zijn duidelijk samenhangend in de zin van artikel 30 van het Gerechtelijk Wetboek en er is aanleiding om ze samen te voegen.

2°. Vraag tot opschorting van de behandeling van de zaken

18. NV Fluxys en NV Gerling Konzern Belgium, alsook een paar geïntimeerde partijen concluderen tot de opschorting van de behandeling van de zaken met toepassing van het adagium le criminel tient le civil en état (artikel 4, eerste lid, V.T. Sv.)

Geïntimeerden NV Valvan Baling Systems en V. werpen op dat hun vordering op artikel 1384, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek steunt. Zij stellen dat NV Fluxys aansprakelijk is in haar hoedanigheid van bewaarder van een gebrekkige gasleiding, die op 30 juli 2004 de ramp in Gellingen heeft veroorzaakt. De vordering is eveneens gegrond op artikel 13 van de Gasleidingenwet, dat een foutloze aansprakelijkheid in het leven roept.

19. Artikel 13 van de Gasleidingenwet bepaalt:

De houder van een vervoervergunning moet bovendien de schade vergoeden die berokkend wordt door de werken welke hij uitvoert voor de oprichting of gedurende de exploitatie van zijn gasvervoerinstallaties, alsook de schade aan derden berokkend, hetzij uit hoofde van de werken, hetzij door de benuttiging van het erf dat met de erfdienstbaarheid is bezwaard; de vergoedingen voor de berokkende schade komen volledig ten laste van deze houder; zij zijn verschuldigd aan de personen aan wie de schade berokkend wordt.

Geïntimeerden zijn van oordeel dat deze wetsbepaling een objectieve, foutloze aansprakelijkheid in het leven roept, waarop zij hun vordering dan ook kunnen steunen, en dat de beslissing op strafgebied meteen geen invloed kan hebben op hun (burgerlijke) vordering.

Voor zover de aangehaalde wetsbepaling een algemene regel van objectieve aansprakelijkheid zou invoeren die te dezen van toepassing zou zijn, maakt zij echter kennelijk geen uitzondering op artikel 4, eerste lid, V.T. Sv. uit waarbij wordt bepaald dat als de burgerlijke rechtsvordering afzonderlijk vervolgd wordt, zij geschorst is zolang niet definitief is beslist over de strafvordering die vόόr of gedurende de burgerlijke rechtsvordering is ingesteld. Het begrip burgerlijke rechtsvordering in de zin van artikel 4, eerste alinea, V.T. Sv. heeft immers een ruime draagwijdte.

20. Wat de vordering in zover gegrond op artikel 1384, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek betreft, laten geïntimeerden NV Valvan Baling Systems en V. gelden dat de behandeling van de zaken niet dient geschorst te worden nu hun vordering niet gesteund is "op een op een fout gebaseerde aansprakelijkheid". De benadeelden dienen slechts hun schade en het oorzakelijk verband met de gebrekkige zaak aan te tonen, waarbij de fout van een derde bij het ontstaan van het gebrek de bewaarder van de zaak niet bevrijdt van zijn aansprakelijkheid.

21. Artikel 1384, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek schept een vermoeden van aansprakelijkheid. De bewaarder van een gebrekkige zaak kan zich slechts van zijn aansprakelijkheid bevrijden door aan te tonen dat de schade (en niet het gebrek) veroorzaakt werd door een vreemde oorzaak.

Te dezen betwist NV Fluxys bij voorbeeld niet alleen de bewaring van de gasleidingen of het oorzakelijk verband met de schade. Zij betwist dat de gasleiding(en) met een gebrek behept was (waren) en voert aan dat de uitsluitende oorzaak van de schade te vinden

is in de fout van een derde. Zij verklaart zich bovendien te beroepen op minstens volgende beweerde vreemde oorzaken, te weten (1) de aantasting van haar gasleiding door de Bomag (2) de nalatigheid van NV Husqvarna na de ontdekking van het gaslek om de hulpdiensten op te roepen en (3) de foutieve beslissing van de brandweer om de site niet te ontruimen.

Wanneer de burgerlijke rechtsvordering niet tegelijkertijd en voor dezelfde rechters wordt vervolgd als de strafvordering, moet de uitoefening ervan worden geschorst omdat een geschilpunt een element kan zijn van de beslissing over de strafvordering en wanneer er een tegenspraak kan zijn over de burgerlijke rechtsvordering en de publieke vordering. Een mogelijke tegenspraak is te dezen niet uitgesloten nu deze punten door de correctionele rechtbank te Doornik precies behandeld werden en door het hof van beroep te Bergen zullen onderzocht worden.

De regel van openbare orde volgens dewelke de uitoefening van de burgerlijke rechtsvordering, wanneer ze niet gelijkertijd en voor dezelfde rechters wordt vervolgd als de strafvordering, is geschorst zolang niet definitief is beslist over de strafvordering, is gegrond op het feit dat het strafrechtelijk vonnis ten opzichte van de afzonderlijk ingestelde burgerlijke rechtsvordering gezag van het rechterlijk gewijsde heeft op de punten die gemeenschappelijk zijn voor de strafvordering en de burgerlijke rechtsvordering . Het onderzoek naar deze elementen die door de NV Fluxys als vreemde oorzaak worden ingeroepen is gemeenschappelijk voor de strafvordering en huidige burgerlijke rechtsvordering.

In de huidige stand van het geding kan het hof niet beslissen dat de enige omstandigheid dat gas uit de leiding gelekt is als dusdanig het gebrek van de leiding bewijst, zonder dat er aanleiding is om de oorzaak van het gebrek aan dichtheid van de leiding te bepalen en, bijgevolg, om het gedrag van derden te onderzoeken .

Het hof beveelt bijgevolg dat de behandeling van de zaak wordt opgeschort zolang niet definitief is beslist over de strafvordering. De hogere beroepen zijn in die mate gegrond.

Deze opschorting van behandeling is niet strijdig met het recht van de partijen op een behandeling van hun zaak binnen een redelijke termijn. Artikel 4, eerste lid, VT Sv. is van openbare orde. De uitspraak van het hof van beroep te Bergen is binnen een redelijke termijn voorzien en partijen zouden alleszins niet gediend zijn door vroegere maar tegenstrijdige beslissingen.

De bestreden vonnissen worden hervormd in zover zij de vraag tot opschorting van de behandeling afwezen en over de grond van de zaak beslisten. Er is bijgevolg geen aanleiding om de zaken naar de eerste rechter te verwijzen.

22. De gerechtskosten:

Nu de behandeling van de zaken wordt opgeschort zolang niet definitief is beslist over de strafvordering, wordt de beslissing over de gerechtskosten aangehouden.

OM DEZE REDENEN,

HET HOF,

Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;

Voegt de zaken ingeschreven op de algemene rol van het hof onder nummers 2007/AR/3408 en 2008/AR/1477 samen.

Verklaart de hogere beroepen ontvankelijk en in de volgende mate gegrond.

Geeft akte aan partijen NV Fluxys en NV Gerling Konzern Belgium van hun afstand van geding en stelt de partijen NV VK Engineering, de heer Roelandt en BVBA Roelandt, mevrouw Lippens en BVBA Lippens Gebroeders, alsook de heren Platsier en Vandendriessche buiten zake.

Voor het overige, doet de bestreden beslissingen teniet, behoudens in zover zij de oorspronkelijke vorderingen en de vrijwillige tussenkomsten ontvankelijk verklaarden.

Opnieuw rechtsprekend, beveelt de schorsing van de behandeling van de zaken zolang niet definitief is beslist over de strafvordering en zegt dat de zaken intussen naar de bijzondere rol van de kamer worden verwezen.

Houdt de beslissing over de gerechtskosten aan.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare burgerlijke te¬rechtzitting van de eerste kamer van het hof van beroep te Brussel op 17 mei 2011.

Waar aanwezig waren:

Mevr. A. De Preester, Kamervoorzitter,

Dhr. E. Janssens de Bisthoven, Raadsheer,

Dhr. M. Debaere, Raadsheer,

Mevr. B. Heymans, Griffier.

B. Heymans M. Debaere

E. Janssens de Bisthoven A. De Preester

Vrije woorden

  • Art 4, eerste lid V.T. Sv.. Openbare orde. Ruime draagwijdte van deze bepaling. Foutloze aansprakelijkheid. Uitoefening van de burgerlijke vordering. Uitoefening van de strafvordering. Schorsing van de burgerlijke vordering. Art. 13 van de gasleidingwet. Gaslek. Gebrek in de gasleiding. Art. 1384, eerste lid BW. Ramp van Gellingen de dato 30 juli 2004. Schadeloossteling van de slachtoffers. Procedure. "Le criminel tient le civil en l'état."