- Arrest van 27 juni 2011

27/06/2011 - 2010AR1515

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Artikel 4 V.T.Sv. bepaalt: "De burgerlijke rechtsvordering kan tezelfdertijd en voor dezelfde rechters vervolgd worden; in dat geval is zij geschorst, zolang niet definitief is beslist over de strafvordering die vóór of gedurende de burgerlijke rechtsvordering is ingesteld". Deze bepaling raakt de openbare orde.

De schorsing van de behandeling van de burgerlijke vordering wordt gerechtvaardigd door het feit dat de strafrechtelijke uitspraak t.o.v. de burgerlijke rechter gezag van gewijsde heeft m.b.t. de punten die gemeen zijn aan de strafvordering en aan de burgerlijke vordering.

Het gezag van gewijsde van de strafrechterlijke uitspraak strekt zich uit tot hetgeen zeker en noodzakelijk werd beslist door de strafrechter m.b.t. de aan de beklaagde ten laste gelegde feiten en rekening houdend met de motieven die de noodzakelijke grondslag uitmaken van de strafrechtelijke beslissing.

De verplichting om de behandeling van de burgerlijke vordering te schorsen, is ingegeven om tegenstrijdige beslissingen op strafrechtelijk vlak en op burgerrechtelijk vlak te voorkomen.

Gezien de strafvordering de belangen van de maatschappij behartigt moet aan deze vordering voorrang worden verleend op de burgerlijke vordering.

Het adagium "le criminel tient le civil en état » dient te worden toegepast van zodra een onderdeel van de burgerlijke zaak een gegeven uitmaakt waarover de strafrechter zich moet uitspreken en van zodra er een kans bestaat dat er tegenstrijdigheden zouden kunnen rijzen tussen de beslissing van de burgerlijke rechter en deze van de strafrechter.

Het bestaan van elementen die gemeen zijn aan de twee vorderingen moet de burgerlijke rechter ertoe leiden ervoor te vrezen dat - zelfs bij hypothese - een tegenstrijdigheid zou kunnen rijzen tussen de strafrechtelijke en de burgerlijke vordering.

Het komt enkel aan de strafrechter toe te beslissen over die punten die gemeen zijn aan de strafvordering en aan de burgerlijke vordering en het komt in dat geval niet toe aan de burgerlijke rechter om over die punten eerst uitspraak te doen.


Arrest - Integrale tekst

Artikel 4 V.T.Sv. bepaalt: "De burgerlijke rechtsvordering kan tezelfdertijd en voor dezelfde rechters vervolgd worden; in dat geval is zij geschorst, zolang niet definitief is beslist over de strafvordering die vóór of gedurende de burgerlijke rechtsvordering is ingesteld". Deze bepaling raakt de openbare orde.

De schorsing van de behandeling van de burgerlijke vordering wordt gerechtvaardigd door het feit dat de strafrechtelijke uitspraak t.o.v. de burgerlijke rechter gezag van gewijsde heeft m.b.t. de punten die gemeen zijn aan de strafvordering en aan de burgerlijke vordering.

Het gezag van gewijsde van de strafrechterlijke uitspraak strekt zich uit tot hetgeen zeker en noodzakelijk werd beslist door de strafrechter m.b.t. de aan de beklaagde ten laste gelegde feiten en rekening houdend met de motieven die de noodzakelijke grondslag uitmaken van de strafrechtelijke beslissing.

De verplichting om de behandeling van de burgerlijke vordering te schorsen, is ingegeven om tegenstrijdige beslissingen op strafrechtelijk vlak en op burgerrechtelijk vlak te voorkomen.

Gezien de strafvordering de belangen van de maatschappij behartigt moet aan deze vordering voorrang worden verleend op de burgerlijke vordering.

Het adagium "le criminel tient le civil en état » dient te worden toegepast van zodra een onderdeel van de burgerlijke zaak een gegeven uitmaakt waarover de strafrechter zich moet uitspreken en van zodra er een kans bestaat dat er tegenstrijdigheden zouden kunnen rijzen tussen de beslissing van de burgerlijke rechter en deze van de strafrechter.

Het bestaan van elementen die gemeen zijn aan de twee vorderingen moet de burgerlijke rechter ertoe leiden ervoor te vrezen dat - zelfs bij hypothese - een tegenstrijdigheid zou kunnen rijzen tussen de strafrechtelijke en de burgerlijke vordering.

Het komt enkel aan de strafrechter toe te beslissen over die punten die gemeen zijn aan de strafvordering en aan de burgerlijke vordering en het komt in dat geval niet toe aan de burgerlijke rechter om over die punten eerst uitspraak te doen.

Vrije woorden

  • Art. 4 V.T. Sv. "Le criminel tient le civil en l'état. Concrete draawijdte van dit beginsel. Voorrang van de strafvorderting op de burgerlijke vordering?