- Arrest van 8 november 2011

08/11/2011 - 2009AR1280

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

I. Dadingen hebben tussen partijen inderdaad kracht van gewijsde in hoogste aanleg. Dat suggereert dat de met de dading strijdige vordering eerder niet ontvankelijk is dan ongegrond (art. 25 Ger. W.).

II. Dadingen blijven beperkt tot hun voorwerp: wordt daarbij afstand gedaan van alle rechten, vorderingen en eisen, dan geldt zulks alleen voor hetgeen betrekking heeft op het geschil dat tot de dading aanleiding heeft gegeven (art. 2048 BW). Het voorwerp van een dading moet beperkend uitgelegd worden.


Arrest - Integrale tekst

ARREST

Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit :

Rep. Nr. 2011/

A.R. nr. 2009/AR/1280

INZAKE VAN :

De naamloze vennootschap MARCEL NIJS, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 2300 TURNHOUT, Bleukenlaan 15, ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0407.021.403

appellante tegen een vonnis van rechtbank van eerste aanleg te Leuven op 2 april 2009,

vertegenwoordigd door Meester Erik VAN DEN LANGENBERGH loco Meester Giovani VEKEMANS, advocaat te 2275 LILLE, Rechtestraat 4 bus 1,

1ste kamer

TEGEN :

De STAD DIEST, vertegenwoordigd door haar College van Burgemeester en Schepenen , waarvan de burelen gevestigd zijn in het stadhuis te 3290 DIEST, Grote Markt 1,

geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Hans-Kristof CARÊME, advocaat te 3001 HEVERLEE, Industrieweg 4 bus 1,

I. Dadingen hebben tussen partijen inderdaad kracht van gewijsde in hoogste aanleg. Dat suggereert dat de met de dading strijdige vordering eerder niet ontvankelijk is dan ongegrond (art. 25 Ger. W.).

II. Dadingen blijven beperkt tot hun voorwerp: wordt daarbij afstand gedaan van alle rechten, vorderingen en eisen, dan geldt zulks alleen voor hetgeen betrekking heeft op het geschil dat tot de dading aanleiding heeft gegeven (art. 2048 BW). Het voorwerp van een dading moet beperkend uitgelegd worden.

1 De procedure

In dit arrest oordeelt het hof over het hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven van 2 april 2009.

De bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, waaronder artikel 24, zijn nageleefd.

Het arrest wordt gewezen na tegenspraak.

Partijen verklaren dat het vonnis niet werd betekend. Het hoger beroep is tijdig en regelmatig naar vorm ingesteld.

2 De feiten

De eerste rechter heeft de relevante feiten correct en volledig weergegeven als volgt:

"

De nv Marcel Nijs voerde voor de Stad Diest werken uit in de Dorpstraat te Molenstede. Deze werken werden gefactureerd in de periode van december 2005 tot december 2006.

Deze facturen werden laattijdig betaald op één na.

De uitvoering van de werken werd twee maal geschorst. Bij aangetekende brief van 14 mei 2007 diende de nv Marcel Nijs hiervoor een schadeclaim in van 80.000 euro op grond van artikel 15§4 van de Algemene Aannemingsvoorwaarden (hierna AAV).

Hierover werd tussen partijen een dading afgesloten op 18 juli 2007.

Bij dagvaarding betekend op 27 december 2007 ging de nv Marcel Nijs over tot dagvaarding in betaling van de verwijlintresten verschuldigd wegens de laattijdige betaling van haar facturen.

"

3 Het onderwerp van de vordering

3.1

Voor de eerste rechter vorderde MARCEL NIJS de veroordeling van DIEST tot de betaling aan haar van 17.465,32 EUR plus de verwijlintresten en de gerechtelijke intresten aan de rentevoet voorzien in artikel 15 van de algemene aannemingsvoorwaarden op:

• 393,49 euro vanaf 28 februari 2006

• 1.825,97 euro vanaf 25 maart 2006

• 157,86 euro vanaf 13 april 2006

• 254,12 euro vanaf 17 juni 2006

• 987,67 euro vanaf 17 juni 2006

• 687,63 euro vanaf 17 juli 2006

• 843,28 euro vanaf 5 oktober 2006

• 2.538,67 euro vanaf 22 oktober 2006

• 327,04 euro vanaf 4 november 2006

• 716,11 vanaf 29 december 2006

• 340,39 euro vanaf 21 mei 2007

• 8.393,09 EUR vanaf 21 mei 2007

DIEST concludeerde tot de niet-ontvankelijkheid, minstens de ongegrondheid van de vordering.

3.2

De eerste rechter verklaarde de vordering van MARCEL NIJS ontvankelijk maar ongegrond, en veroordeelde haar tot betaling van de kosten.

3.3

In hoger beroep herneemt MARCEL NIJS haar oorspronkelijke vordering.

DIEST concludeert tot de niet-ontvankelijkheid, minstens de ongegrondheid van het hoger beroep.

4 De gronden van de beslissing en het antwoord op de middelen van de partijen

4.1 De ontvankelijkheid van het hoger beroep

DIEST concludeert tot de niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep, maar ontwikkelt geen middel dat daartoe strekt. Het hof ziet er geen dat ambtshalve aan te voeren is.

4.2 De grond van het hoger beroep

De eerste rechter verklaarde de vordering ongegrond op de overweging dat MARCEL NIJS in de overeenkomst van dading van 18 juli 2007 had verklaard te verzaken aan elke toekomstige vordering op grond van artikel 15 tegen DIEST, en dus ook aan een vordering van intresten wegens lattijdige betaling.

Dadingen hebben tussen partijen inderdaad kracht van gewijsde in hoogste aanleg (artikel 2052 van het Burgerlijk Wetboek). Dat suggereert dat de met de dading strijdige vordering eerder niet ontvankelijk is dan ongegrond (artikel 25 van het Gerechtelijk Wetboek), maar daarover is er geen (incidenteel) hoger beroep.

Dadingen blijven beperkt tot hun voorwerp: wordt daarbij afstand gedaan van alle rechten, vorderingen en eisen, dan geldt zulks alleen voor hetgeen betrekking heeft op het geschil dat tot de dading aanleiding heeft gegeven (artikel 2048 van het Burgerlijk Wetboek). Het voorwerp van een dading moet beperkend uitgelegd worden .

Het voorwerp van de dading wordt uitdrukkelijk weergegeven in artikel 1 ervan, dat luidt als volgt :

Artikel 1 - voorwerp

1.1. De N.V. NIJS verklaart te verzaken aan zijn vordering ex artikel 15 §4 AAV zoals vervat in diens schrijven van 14 mei 2007 voor wat betreft de schorsing van de uitvoering van de werken in de Dorpsstraat, alsmede aan iedere andere vordering uit hoofde van de aanneming van werken in de Dorpsstraat, zoals onder meer het vorderen van intresten wegens het laattijdig betalen van het saldo van de vorderingsstaat nr. 12.

1.2. De N.V. NIJS verklaart te verzaken aan iedere vordering ex artikel 15 §4 AAV of enige andere rechtsgrond voor wat betreft de schorsing van de uitvoering van de werken in de Hasseltsebaan voor de periode vanaf 1 april 2007 t.e.m. 15 september 2007.

1.3. De stad Diest verklaart zich akkoord om het bedrag van vierentwintigduizend vijfhonderd euro (24.500,00 EUR) te betalen aan de N.V. NIJS. Dat bedrag zal betaalbaar zijn binnen een termijn van vijf maanden volgend op de datum van de ondertekening van onderhavige overeenkomst van dading en deze betaling door de stad Diest zal geschieden op de bankrekening met nummer 230-0524500¬41 op naam van N.V. NIJS bij de financiële instelling FORTIS

Het voorwerp van de dading is dus, zoals bepaald in punt 1.1., wat MARCEL NIJS betreft, haar vordering "ex artikel 15 §4 AAV zoals vervat in die[r] schrijven van 14 mei 2007 voor wat betreft de schorsing van de uitvoering van de werken in de Dorpsstraat, alsmede [...] iedere andere vordering uit hoofde van de aanneming van werken in de Dorpsstraat [...].Het laatste begrijpt noodzakelijkerwijze ook een vordering tot betaling van intresten wegens lattijdige betaling van de facturen van de aanneming van werken in de Dorpsstraat. De reeds ingestelde vordering en iedere andere vordering met betrekking tot de werken omvat immers elke vordering.

Daaraan wordt geen afbreuk gedaan door de toevoeging in punt 1.1. dat "iedere andere vordering" etc. ook impliceert het vorderen van intresten wegens het laattijdig betalen van het saldo van de vorderingsstaat nr. 12. Het zelfde geldt voor punt 1.2., waar MARCEL NIJS verklaart te verzaken aan iedere vordering ex artikel 15 §4 AAV of enige andere rechtsgrond voor wat betreft de schorsing van de uitvoering van de werken. Die laatste verklaring is uiteraard overbodig omdat er reeds stond "iedere andere vordering" etc., maar klaarblijkelijk verkozen de redacteurs van de overeenkomst erg uitdrukkelijk te zijn.

Ook de overwegingen op p. 2, waar de partijen aankondigen dat zij een dading willen afsluiten over drie punten, waarbij alleen de vordering van 14 mei 2007, de vordering van intresten met betrekking tot vorderingsstaat 12 en een vordering met betrekking tot de schorsing worden vermeld en niet elke andere vordering, doen daar niets van af. Het zelfde geldt voor artikel 2 (p. 3), waar de partijen nog eens herhalen dat ze een dading hebben gesloten. Overigens vermelden zowel de voorafgaande overwegingen als artikel 2 de eventuele toekomstige vorderingen van MARCEL NIJS "ex artikel 15 AAV of enige andere rechtsgrond voor wat betreft de schorsing van de uitvoering der werken", en huidige vordering is een vordering ex artikel 15.

Al die redundantie doet in elk geval niets af aan wat er ondubbelzinnig en uitdrukkelijk staat: "iedere andere vordering uit hoofde van de aanneming van werken in de Dorpsstraat".

Gelet op het bovenstaande kon MARCEL NIJS inderdaad niet meer huidige vordering instellen.

5 De kosten

Er is geen reden om voor de rechtsplegingsvergoeding af te wijken van de toepassing van het basisbedrag. Met toepassing van het koninklijk besluit van 26 oktober 2007 bedraagt dat basisbedrag gelet op de waarde van de vordering (geïndexeerd) 1.210,00 EUR.

OM DEZE REDENEN,

HET HOF,

Rechtdoende op tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in gerechtszaken;

Verklaart het hoger beroep van MARCEL NIJS ontvankelijk maar ongegrond.

Veroordeelt de naamloze vennootschap MARCEL NIJS tot de betaling van de kosten van het hoger beroep, begroot

- in hoofde van appellante op euro 1.396 (186 rolrecht en 1210 rechtsplegingsvergoeding), en

- in hoofde van geïntimeerde op euro 1.210 rechtsplegingsvergoeding;

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op 8/11/2011

waar aanwezig waren en zitting hielden :

Marc DEBAERE, Raadsheer,

bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier.

V. DE VIS M. DEBAERE

Vrije woorden

  • Dading. Overeenkomst. Voorwerp. Beperkende uitlegging. Gezag van gewijsde. Kracht van gewijsde.