- Arrest van 3 januari 2011

03/01/2011 - 2008-AR-1703

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Artikel 22 § 1, 6° van de Auteurswet bepaalt dat een auteur zich niet kan verzetten tegen een parodie. De voorwaarden om van een parodie te spreken zijn:

1) een parodie moet zelf een origineel werk zijn;

2) de parodie moet een ironische of humoristisch karakter hebben;

3) de parodie moet een element van kritiek op het originele werk bevatten of moet enig contrast met het originele werk oproepen;

4) de parodie mag niet meer vormelementen overnemen uit het originele werk dan strikt noodzakelijk is om de parodie te creëren;

5) de parodie mag geen aanleiding geven tot verwarring met het oorspronkelijk werk

6) een commercieel doel mag niet louter of hoofdzakelijk aan de basis liggen van de parodie. Dit is eigenlijk een toepassing van de wettelijke voorwaarde dat rekening moet gehouden worden met de eerlijke gebruiker;

7) de parodie mag niet gecreërd zijn met de loutere of hoofdzakelijke intentie of het opzet om het originele werk te schaden.

Deze voorwaarden moeten cumulatief vermeld zij. Zodra één voorwaarde niet vervuld is, is er geen parodie.


Arrest - Integrale tekst

Hof van beroep

te Gent

7de Kamer

________________

Terechtzitting

van

3 januari 2011

_______________

Auteursrechten

________________

2008/AR/1703 - In de zaak van:

1. D..... ................... F..................., wonende te ..................

2. LUCKY COMICS S.A., vennootschap naar Zwitsers recht, met maatschappelijke zetel te (ZWITSERLAND), Les Grands Chênes, 1271 GIVRINS,

appellanten,

hebbende als raadsman mr. VERNIMME Ignace, advocaat te 1000 BRUSSEL, Central Plaza - Loksumstraat 25

tegen:

1. D............... J........... M.........., wonende te ................

2. LIJST DEDECKER, vereniging, gevestigd te 8400 Oostende, Troonstraat 38, woonstkeuze doende bij haar raadsman en vertegenwoordigd door haar stichter en voorzitter D....... J..... M........, wonende te ...........................,

3. CASSANDRA V.Z.W., met maatschappelijke zetel te 8400 OOSTENDE, Troonstraat 38 b, ingeschreven met KBO-nummer 0884.828.852,

eerste, tweede en derde geïntimeerden,

hebbende als raadsman mr. DE CALUWE Erik, advocaat te 1090 BRUSSEL, Charles Woestelaan 266,

4. COSI COMMUNICATIONS N.V. of COSÍ!, met maatschappelijke zetel te 3271 AVERBODE, Herseltsebaan 2, ingeschreven met KBO-nummer 0464.182.612,

vierde geïntimeerde,

hebbende als raadsman mr. HAMELS Jan, advocaat te 3000 LEUVEN, Koning Leopold I-straat 20, (referte: 3157/3)

velt het hof het volgend arrest:

I Bestreden beslissing - Rechtspleging in hoger beroep

1.

Het hoger beroep is ingesteld bij verzoekschrift van 26 juni 2008 tegen het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge (07/1634/A) van 7 mei 2008, eerste kamer.

Het is tijdig en regelmatig naar de vorm. Een akte van betekening wordt niet voorgelegd.

2.

Het Hof heeft artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken in acht genomen.

De procedure gebeurde op tegenspraak.

Er werd kennis genomen van de overtuigings- en procedurestukken.

II Overblijvende betwisting - Feiten - Procedure in eerste aanleg

3.

De overblijvende betwisting betreft de vraag of de auteursrechten van mevrouw D..... .............. en van de vennootschap naar Zwitsers recht Lucky Comics geschonden zijn.

Meer bepaald rijst de vraag of de geïntimeerde partijen zich kunnen beroepen op de uitzondering van artikel 22, §1, 6° van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten, zoals achteraf gewijzigd (hierna "de Auteurswet").

4.

De eerste rechter vatte de feiten correct samen. Het hof verwijst naar deze uiteenzetting, die geen verdere aanvulling vergt (pp. 3-4 van het bestreden vonnis).

Voor een goed begrip van wat volgt, wordt de betwiste tekening hierna gekopieerd.

5.

De eerste rechter oordeelde dat de betwiste publicatie een parodie was in de zin van artikel 22, §1, 6° van de Auteurswet en wees de vordering af als ongegrond.

De tegenvordering van de nv Cosi Communications tegen de huidige eerste drie geïntimeerden om een openstaande factuur te betalen werd gedeeltelijk gegrond verklaard tegen de vzw Cassandra.

De tegenvordering van de huidige eerste drie geïntimeerden tegen de huidige appellanten tot vrijwaring voor de kosten ten gevolge van het voortijdig stopzetten van de reclamecampagne werd gegrond verklaard.

De overige vorderingen werden hetzij zonder voorwerp, hetzij ongegrond verklaard.

III Grieven - Voorwerp van het hoger beroep

6.

Mevrouw D..... .............. en sa Lucky Comics tekenen hoger beroep aan met, samengevat, de volgende grief. De eerste rechter heeft de feiten van de zaak en de middelen inzake de inbreuken op de auteursrechten van wijlen de heer M...... D..... B........., gekend onder de artiestennaam Morris, verkeerd beoordeeld en heeft ten onrechte geoordeeld dat artikel 22, §1, 6° Auteurswet in deze zaak van toepassing was.

Voor het overige hernemen deze partijen hun vordering tot het opleggen van bepaalde maatregelen en tot het toekennen van schadevergoeding.

7.

De Lijst Dedecker, de heer J......M...... D....... en de vzw Cassandra vorderen het hoger beroep ongegrond te verklaren en stellen bij conclusie beperkt incidenteel hoger beroep in.

Zij vorderen de gedeeltelijke hervorming van het bestreden vonnis.

8.

Cosi Communications vordert zowel het principaal hoger beroep als het incidenteel hoger beroep van de eerste drie geïntimeerden ongegrond te verklaren.

IV Bespreking

Op de volgende gronden hervormt het hof het bestreden vonnis.

De vordering en het hoger beroep zijn toelaatbaar

9.

Het verzoek om de vordering en / of het hoger beroep ontoelaatbaar te verklaren wordt niet onderbouwd of uitgewerkt in het motiverend gedeelte van de conclusie van de eerste drie geïntimeerde partijen. Het gaat derhalve om een stijlformule in het dispositief van de conclusie.

Ambtshalve zijn geen middelen van ontoelaatbaarheid op te werpen.

De exceptie wordt verworpen. Zowel de vordering als het hoger beroep zijn toelaatbaar.

Er is een inbreuk op de auteursrechten van mevrouw D..... ..........en van de sa Lucky Comics

10.

Op grond van artikel 7 van het Decret d'Allarde van 2/17 maart 1791 geldt de vrijheid van beroep en bedrijf. Dit impliceert de vrijheid van mededinging. De vrijheid van de mededinging vindt een concrete toepassing in de vrijheid van kopie (cfr. ook GOTZEN, F., "De eerlijke gebruiken en de rechten van intellectuele eigendom", in STUYCK, J. en WYTINCK, P., De nieuwe wet handelspraktijken, Kluwer, 261-263).

Intellectuele eigendomsrechten vormen een uitzondering op de vrijheid van handel en meer bepaald op de vrijheid van kopie. Intellectuele eigendomsrechten in het algemeen en het auteursrecht in het bijzonder kennen een monopolie toe en dat is als uitzondering beperkend toe te passen.

11.

Geen der geïntimeerde partijen betwist het auteursrecht van wijlen de heer D.... B........ op de stripfiguur van Lucky Luke en de Daltons en het belang van de beide appellanten bij de voorliggende procedure.

Er is geen discussie dat de rechten van de erfgename van de heer D... B....... en van de sa Lucky Comics zowel de vermogens- als de morele rechten omvatten.

Verder is er ook geen betwisting dat de toestemming van de rechthebbenden niet werd gevraagd en dus niet kan verkregen zijn.

De betwisting beperkt zich tot de vraag of de uitzondering van de parodie, opgenomen in artikel 22, §1, §° van de Auteurswet al dan niet van toepassing is.

12.

Artikel 22, §1, 6° van de Auteurswet bepaalt het volgende:

"§ 1

Wanneer het werk op geoorloofde wijze openbaar is gemaakt, kan de auteur zich niet verzetten tegen:

...

een karikatuur, een parodie of een pastiche, rekening houdend met de eerlijke gebruiken; ".

De wet bepaalt niet wat de voorwaarden zijn om van een parodie te kunnen spreken. De rechtspraak heeft dit in hoofdzaak ingevuld (zie o.a. VOORHOOF, D., noot onder Brussel, 14 juni 2007, "Parodie, kunstexpressievrijheid en auteursrecht", A&M, 2008, 32, met referenties).

Deze voorwaarden zijn:

1) Een parodie moet zelf een origineel werk zijn;

2) De parodie moet een ironisch of humoristisch karakter hebben;

3) De parodie moet een element van kritiek op het originele werk bevatten of moet enig contrast met het originele werk oproepen;

4) De parodie mag niet meer vormelementen overnemen uit het originele werk dan strikt noodzakelijk is om de parodie te creëren;

5) De parodie mag niet aanleiding geven tot verwarring met het oorspronkelijke werk;

6) Een commercieel doel mag niet louter of hoofdzakelijk aan de basis liggen van de parodie. Dit is eigenlijk een toepassing van de wettelijke voorwaarde dat rekening moet gehouden worden met de eerlijke gebruiken;

7) De parodie mag niet gecreëerd zijn met de loutere of hoofdzakelijke intentie of het opzet om het originele werk te schaden.

Deze voorwaarden moeten cumulatief vervuld zijn. Zodra één voorwaarde niet vervuld is, is er geen parodie.

13.

Het volstaat te verwijzen naar de derde voorwaarde en deze toe te passen op de betwiste tekening om vast te stellen dat deze voorwaarde niet vervuld is. De politieke reclame, wat de betwiste tekening in wezen is, levert geen kritiek op de stripfiguren Lucky Luke en de Daltons. Integendeel, het imago dat deze stripfiguren uitstralen wordt overgenomen (zie verder ook).

Zelfs indien aanvaard zou worden dat de vereiste van kritiek op het originele werk mag afgezwakt worden tot het oproepen van enig contrast met het originele werk, dan nog moet in deze zaak vastgesteld worden dat er van enig contrast geen sprake is. Het volstaat hiervoor de tekeningen te bekijken.

14.

In deze zaak is geen rekening gehouden met de eerlijke gebruiken. Deze wettelijke voorwaarde is niet vervuld.

De betwiste tekening haakt aan bij het succes van de stripfiguren Lucky Luke en de Daltons. Bovendien haakt de betwiste tekening aan bij het imago dat deze stripfiguren bij het brede publiek hebben: Lucky Luke is de held, die het kwaad overwint en orde schept, en de Daltons zijn de (weinig intelligente) schurken. In de betwiste tekening wordt de expressie van de ideeën met betrekking tot de held en de schurken gerecupereerd voor politieke doeleinden, meer bepaald voor het werven van stemmen tijdens een verkiezingscampagne. Door dit te doen zonder de toestemming van de rechthebbenden, die niet eens gevraagd werd, zijn de eerlijke gebruiken geschonden. Deze schending omvat een moreel aspect.

De verwijzing van Cosi naar Eurosong for Kids, waar een groepje, de "Dalton Sisters" genaamd, zou aan deel genomen hebben, is niet dienstig. De naam "Dalton sisters" is een parafrase op de "Dalton brothers", zoals de historische Dalton broers genoemd werden. Cosi toont niet aan dat er een verwijzing is naar het werk van Morris.

15.

Afstand van recht wordt niet vermoed. Dit dient uitdrukkelijk te gebeuren of dient afgeleid te worden uit een geheel van feiten en gedragingen die elkaar niet tegenspreken, maar integendeel met elkaar stroken. Er zijn geen dergelijke elementen voorhanden, die tot het besluit kunnen leiden dat de appellanten afstand zouden gedaan hebben van hun auteursrechten. Ook de voorpagina van Knack 2009/33 wijst niet op een gedogen of afstand van recht. Deze tekening verschilt duidelijk van Lucky Luke en de vier Daltons. Er worden in Knack vier cowboys getoond, die niet zozeer gelijken op Lucky Luke, maar veeleer op een doorsnee Amerikaanse cowboy. Verder zijn vier ontsnapte gevangenen te zien terwijl ze weglopen. Ook deze figuren verschillen duidelijk van de Daltons. De context en de boodschap van deze tekening is verder verschillend van de omstandigheden waarin het huidige geschil plaats vindt.

Verder moet meer algemeen een onderscheid gemaakt worden. De Daltons waren gangsters, die in de 19de eeuw in de Verenigde Staten van Amerika leefden en toen berucht waren. Op dat ogenblik was een gestreept gevangenisplunje gemeen goed. Morris heeft deze gegevens gebruikt en er een eigen uitdrukking aan gegeven, die zijn intellectuele inbreng aantoont. Dit impliceert evenwel niet dat elk gebruik van de Daltons en van het gestreepte gevangenisplunje verboden moet worden.

Het is verder niet omdat bepaalde auteursrechthebbenden niet zouden optreden tegen een mogelijke inbreuk dat dit Cosi of de andere geïntimeerde partijen een uitzondering op het auteursrecht van appellanten verleent. Zelfs als het delen van gegevens zeer snel evolueert en nieuwe mogelijkheden en gebruiken schept, dan nog moet vastgesteld worden dat het auteursrecht, zoals hiervoor aangeduid, tot op heden aan deze gewijzigde en wijzigende toestand niet werd aangepast.

In de voorliggende zaak gaat het om de recuperatie voor politieke reclame van het geheel van de stripfiguren Lucky Luke en de Daltons, zoals ze door Morris zijn vorm gegeven. Zoals hiervoor geoordeeld, vormt dit een inbreuk op de auteursrechten van de rechthebbenden.

16.

Gelet op het voorgaande dient niet verder ingegaan te worden op de andere middelen en argumenten van partijen met betrekking tot de inbreuk op het auteursrecht. Ook de vraag of in de voorliggende zaak de morele rechten van appellanten geschonden zijn door de betwiste tekening en of een parodie een inbreuk op de morele rechten van de auteur of de rechthebbende zou kunnen rechtvaardigen, moet niet verder onderzocht worden.

De vordering voor zover ze gericht is tegen de heer J... M.... D.......

17.

Ten onrechte argumenteert de heer D......... dat hij geen betrokken partij is. Hij staat zichtbaar afgebeeld als Lucky Luke. Het is de bedoeling stemmen te werven zowel voor hemzelf persoonlijk, als voor de partij waarvoor hij opkomt. Het gaat minstens ten dele om zijn persoonlijke politieke campagne. Een andere uitleg is niet voorhanden.

Bovendien vormt hij de kern van de Lijst Dedecker, die naar hem genoemd is.

Tenslotte en ten overvloede is de heer D...... mee verantwoordelijk, bij gebrek aan aanduiding van een verantwoordelijke uitgever op de publicatie.

De vordering tegen de heer D........ is gegrond, zoals hierna bepaald.

De vordering voor zover ze gericht is tegen Lijst Dedecker

18.

De naam ‘Lijst Dedecker' is duidelijk vermeld bij de tekening. Het is de bedoeling voor haar stemmen te werven. Zij is rechtstreeks betrokken. Een politieke partij die campagne voert, is ertoe gehouden de auteursrechten van anderen te respecteren.

Ten overvloede is de Lijst Dedecker mee verantwoordelijk, bij gebrek aan aanduiding van een verantwoordelijke uitgever voor de publicatie.

De vordering tegen de Lijst Dedecker is gegrond, zoals hierna bepaald.

De vordering voor zover ze gericht is tegen de vzw Cassandra

19.

De vzw Cassandra is de geadresseerde van de facturen. Zij heeft deze niet geprotesteerd. De vzw Cassandra is mede-contractant (zie verder) en daarom mede verantwoordelijk voor de vastgestelde inbreuk.

De vordering voor zover ze gericht is tegen de nv Cosi Communications

20.

Cosi Communications betwist niet dat zij een overeenkomst had. Zij verzond de facturen voor het aanrekenen van haar prestaties naar de vzw Cassandra. Niet alleen had zij een - wellicht mondelinge - overeenkomst met de vzw Cassandra, bovendien was er ook een overeenkomst met de heer J..... M..... D....... en met de Lijst Dedecker, nu het ook hun politieke campagne betrof.

Cosi Communications betwist evenmin dat zij de campagne uitdacht. Het staat eveneens vast dat Cosi Communications een professionele dienstverlener is, die de bepalingen inzake het auteursrecht kende of minstens moest kennen.

Bijgevolg is de vordering tegen de vzw Cassandra ook gegrond, in de hierna bepaalde mate.

De gevorderde maatregelen

A) het verbod publiciteit aan te wenden en/of te gebruiken

20.

Mevrouw D..... B........... en de sa Lucky Comics vorderen een welbepaald verbod op te leggen met betrekking tot het gebruik van de tekening (zie de paragraaf hieronder). De heer J..... M..... D......, Lijst Dedecker en de vzw Cassandra bieden zelf aan te stoppen met de gewraakte vorm van publiciteit.

Het hof geeft akte aan de heer J..... M...... D......., Lijst Dedecker en de vzw Cassandra van hun formele eenzijdige belofte "hetzij direct, hetzij indirect door middel van een derde, de litigieuze publiciteit, ongeacht de taal van redactie, aangewende communicatievorm, uitdrukkingsvorm of materiële drager alsook iedere andere, gelijkaardige publiciteit waarbij de karakteristieke kenmerken worden hernomen van het oeuvre van Morris, ongeacht de taal van redactie, aangewende communicatievorm, uitdrukkingsvorm of materiële drager aan te wenden en/of te gebruiken".

Voor zover nog nodig worden de vier geïntimeerden verbod opgelegd hetzij direct, hetzij indirect door middel van een derde, de litigieuze publiciteit, ongeacht de taal van redactie, aangewende communicatievorm, uitdrukkingsvorm of materiële drager aan te wenden en/of te gebruiken. Bij gebrek aan nauwkeurige bepaling van wat "iedere andere gelijkaardige publiciteit" is en dus wegens onuitvoerbaarheid van een dergelijk verbod voor de beslagrechter, wordt dit onderdeel van de vordering verworpen.

Gelet op de uitdrukkelijke belofte van de eerste drie geïntimeerden is het niet nodig een dwangsom op te leggen. De eerste drie geïntimeerden hebben geen belang bij een schending van hun eigen belofte.

B) publicatie van huidig arrest

21.

De publiciteit werd gevoerd in 2007. De publicatie van dit arrest zal vier en een half jaar na het ontstaan van de betwisting niet bijdragen tot het wegnemen of beperken van de beweerde verwarring bij het publiek.

Mevrouw D...... B.......... en de sa Lucky Comics geven niet aan waaruit hun "toekomstige schade" bestaat en die beperkt zou kunnen worden door de publicatie van dit arrest. Voor zover al een titel kan gegeven worden voor toekomstige schade, moet in deze zaak vastgesteld worden dat inmiddels drie en een half jaar verstreken zijn sedert de verkiezingen waarin de betwiste tekening werd gebruikt. Appellanten hebben ruim de tijd gehad eventuele schade te bepalen en er moet aangetoond worden welke toekomstige schade nog te vrezen valt, opdat dit onderdeel van de vordering gegrond zou zijn. Bij gebrek aan bewijs wordt dit deel van de vordering als ongegrond afgewezen.

Mevrouw D.... B.............. en de sa Lucky Comics vorderen de publicatie om "aan derden duidelijk te maken dat het originele werk niet kan gebruikt worden zonder toestemming van de rechthebbende". Het hof heeft rechtsmacht, noch bevoegdheid om een dergelijk bevel uit te vaardigen. De rechtbanken beslechten geschillen tussen partijen. Nu er niet is aangetoond hoe een publicatie in deze zaak tot een (bijkomend) rechtsherstel kan leiden, wordt dit deel van de vordering afgewezen.

De gevorderde schadevergoeding

22.

Mevrouw D..... B............ en de sa Lucky Comics vorderen een forfaitaire vergoeding van euro 15.000,00 voor morele en materiële schade. De morele schade van mevrouw D..... B............. "dient... al te worden geschat op euro 5.000,00" (p. 52 van de syntheseconclusie van appellanten in hoger beroep).

De artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek houden in dat de schade persoonlijk en rechtstreeks moet geleden zijn door diegene die aanspraak maakt op het herstel of de vergoeding ervan.

Deze artikelen, noch enige andere wetsbepaling, stellen van rechtswege de hoofdelijkheid in tussen aanspraakgerechtigden. Ieder van hen kan van de aansprakelijke slechts schadevergoeding vorderen voor de schade die hij zelf heeft geleden. De vervanging van het stelsel van de deelbaarheid door een actieve, niet overeengekomen hoofdelijkheid schendt de artikelen 1382-1383 B.W. (Cass., 10 juni 2010, www.cass.be).

Ook al werd in het dispositief van de syntheseconclusie van appellanten de geleden schade niet per partij opgesplitst, de vermelding eerder in dezelfde conclusie acht het hof voldoende om te besluiten dat aan elke partij afzonderlijk een schadevergoeding kan toegekend worden.

Geen der geïntimeerde partijen betwist dat mevrouw D.... B............ de morele rechten houdt van het oeuvre van haar overleden echtgenoot. Evenmin is betwist dat de sa Lucky Comics een aantal vermogensrechten van het oeuvre heeft.

Doordat er een zekere verspreiding geweest is van de publiciteit, in de voorstelling van de kandidaten in Oost-Vlaanderen, in een krant en via enkele affiches, hebben zowel mevrouw D...... B.............. als de sa Lucky Comics schade geleden.

Bij gebrek aan een precieze bepaling van zowel de morele als materiële schade kent het hof ex aequo et bono aan de sa Lucky Comics een bedrag van euro 500,- toe en aan mevrouw D.... B..................... een bedrag van euro 1.000,-. Het meerdere van de vordering wordt verworpen.

Nu het vaststaat dat de campagne met de betwiste tekening stop gezet werd, vrij snel na de eerste verspreiding van de tekening, is het niet dienstig de geïntimeerde partijen te bevelen "alle nuttige en noodzakelijke documenten" over te leggen teneinde appellanten "toe te laten op welke schaal en in welke vorm de litigieuze publiciteit werd verspreid." (p. 56 en dispositief van de syntheseconclusie van appellanten). De bedoeling om op grote schaal te verspreiden heeft niet tot actuele schade geleid. De ondergeschikte vordering van appellanten wordt als ongegrond verworpen.

23.

Sedert de Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op het bestrijden van de gerechtelijke achterstand van 26 april 2007, dat artikel 1022 Ger. Wb. wijzigde, wordt de vergoeding van de kosten en erelonen van een advocaat door middel van de rechtsplegingsvergoeding vergoed. De vordering tot vergoeding van de kosten en erelonen van een advocaat als onderdeel van de schadevergoeding wordt verworpen.

De vordering tot vrijwaring van de heer D........, Lijst Dedecker en de vzw Cassandra tegen de nv Cosi Communications

24.

De heer D..............., de Lijst Dedecker en de vzw Cassandra vorderen dat de nv Cosi Communications haar zou vrijwaren voor de inbreuken op het auteursrecht en de opgelopen schadevergoeding.

Hoewel een politicus, een politieke partij en de ondersteunende vereniging hun verantwoordelijkheid voor de correcte naleving van de rechtsregels niet zonder meer kunnen afschuiven naar hun lasthebber(s), oordeelt het hof dat in de concrete omstandigheden van deze zaak de vordering in vrijwaring gegrond is.

De nv Cosi Communications werpt zich op als een ervaren publiciteitsbureau, dat inderdaad reeds vele acties op haar naam en dat van haar eigenaar staan heeft. De nv Cosi Communications verstrekte professionele bijstand voor de politieke campagne van de Lijst Dedecker in het voorjaar van 2007. Het respecteren van de auteursrechten van derden behoort tot het takenpakket van een professioneel, gemandateerd reclamebureau.

Dit onderdeel van de tussenvordering is gegrond. De nv Cosi Communications wordt veroordeeld om de heer D............, de Lijst Dedecker en de vzw Cassandra te vrijwaren voor de schadevergoeding waartoe zij veroordeeld werden, zoals hierna bepaald.

De vordering van de vzw Cassandra tegen de nv Cosi Communications tot terugbetaling van de betaalde facturen

25.

De facturen die de vzw Cassandra aan de nv Cosi Communications betaalde zijn niet gedetailleerd, nu er een maandelijkse forfait overeengekomen werd. Enkel de bijkomende kosten werden gedetailleerd aangerekend.

De schade kan derhalve niet tot op de cent nauwkeurig berekend worden. Anderzijds staat vast dat er een zekere schade geleden werd door de vzw Cassandra, nu zij facturen betaalde, terwijl een deel van de campagne, dat betrekking had op de promotie met Lucky Luke en de Daltons, voortijdig moest laten stopzetten. Deze schade bepaalt het hof op de helft van de overeengekomen maandelijkse forfaitaire vergoeding of euro 1.250,-. Uit stuk 3 van het dossier van de eerste drie geïntimeerden kan afgeleid worden dat er kosten ten bedrage van euro 500,-, 525,-, 175,-, 285,-, (775,-:5 of) 155,- en 350,- = euro 1.990,- met zekerheid toe te rekenen zijn aan de Lucky Luke campagne.

Deze bedragen zijn exclusief BTW en dienen gecompenseerd te worden met de facturen die de vzw Cassandra aan de nv Cosi Communications verschuldigd is. Zij werd tot betaling daarvan in eerste aanleg veroordeeld, voerde deze veroordeling uit en stelt tegen dit onderdeel van het vonnis geen hoger beroep. Zij vordert wel de compensatie.

Terecht werpt de vzw Cassandra dat zij in de gegeven omstandigheden van de zaak gerechtigd was de betaling van de twee laatste facturen op te schorten. Om die reden zijn schadebeding, noch intresten tot op de dag van de uitspraak verschuldigd.

Dit onderdeel van de tussenvordering is beperkt gegrond, zoals hierna bepaald.

De vordering van de vzw Cassandra tegen de nv Cosi Communications tot betaling van een morele schadevergoeding

26.

Tijdens de verkiezingscampagne een onderdeel van de reclame moeten bijsturen wegens mogelijke problemen met de auteursrechten van derden brengt schade toe en dit aan elk der eerste geïntimeerden. Deze schade is het gevolg van de fout die de nv Cosi Communications beging.

Terecht werpen de eerste drie geïntimeerden op dat de ingebrekestelling ook per mail verstuurd werd, zodat de bijsturing van de campagne in het weekend van 28 en 29 april 2007 (en dus de schade) wel het gevolg is van de begane fout.

De nv Cosi Communications wordt bijgevolg veroordeeld om aan de heer D......., de Lijst Dedecker en de vzw Cassandra elk één euro schadevergoeding te betalen.

De vorderingen van de heer D........, Lijst Dedecker en de vzw Cassandra tegen de appellanten in vrijwaring en tot betaling van een schadevergoeding

27.

Gelet op al het voorgaande zijn deze vorderingen ongegrond.

Kosten

28.

- Op grond van de artikelen 1042, 1017 en 1022 Ger. Wb. worden de vier geïntimeerde partijen tot betaling van de kosten van appellanten veroordeeld.

De basisvergoeding voor de hoofdvordering bedraagt euro 1.100,00 (voor een gevorderde schadevergoeding van euro 15.000,00). Er is geen reden voorhanden om af te wijken van dit basisbedrag.

De nv Cosi Communications dient, overeenkomstig wat hiervoor bepaald werd, de eerste drie geïntimeerden te vrijwaren voor hun gedeelte van de kosten, die aan appellanten verschuldigd zijn.

- Op grond van de genoemde wettelijke bepalingen wordt de nv Cosi Communications veroordeeld om de kosten van de drie geïntimeerden te betalen.

De basisvergoeding voor de tussen - en tegenvorderingen van de eerste drie geïntimeerden bedraagt euro 900,00. Omdat de onderscheiden vorderingen in één globale verdediging kaderen worden zij niet afzonderlijk bepaald, behalve wat de vordering van de vzw Cassandra tot terugbetaling en compensatie van de facturen betreft.

- De vzw Cassandra dient op grond van dezelfde wettelijke bepalingen 9/10de van de rechtplegingsvergoeding van de nv Cosi Communications in eerste aanleg en in hoger beroep te betalen, nu zij veroordeeld werd tot betaling van de openstaande facturen en in graad van beroep slechts een gedeeltelijke compensatie werd doorgevoerd. Omwille van de compensatie en dus de gedeeltelijke gegrond verklaring van de vordering, blijft 1/10de van deze kosten ten laste van de nv Cosi Communications. Het gaat om het basisbedrag van euro 1.100,00.

OP DIE GRONDEN, het hof,

Het hoger principaal en incidenteel beroep zijn toelaatbaar, maar slechts gegrond in de volgende mate.

Het Hof:

- hervormt het bestreden vonnis, behalve waar het de vorderingen toelaatbaar verklaarde, akte verleende van de vrijwillige tussenkomst van de vzw Cassandra, de vzw Cassandra veroordeelde om de openstaande facturen van de nv Cosi Communications te betalen en de kosten van het geding bepaalde;

- zegt voor recht dat de tekening, opgenomen in de stukken 1 en 6 van het dossier van appellanten de auteursrechten van Mevrouw D....B................. en van de sa naar buitenlands recht Lucky Comics schendt;

- geeft de eerste drie geïntimeerden akte van hun eenzijdige verbintenis "hetzij direct, hetzij indirect door middel van een derde, de litigieuze publiciteit, ongeacht de taal van redactie, aangewende communicatievorm, uitdrukkingsvorm of materiële drager alsook iedere andere, gelijkaardige publiciteit waarbij de karakteristieke kenmerken worden hernomen van het oeuvre van Morris, ongeacht de taal van redactie, aangewende communicatievorm, uitdrukkingsvorm of materiële drager aan te wenden en/of te gebruiken";

- legt voor zover nog nodig de vier geïntimeerden verbod op hetzij direct, hetzij indirect door middel van een derde, de litigieuze publiciteit, ongeacht de taal van redactie, aangewende communicatievorm, uitdrukkingsvorm of materiële drager aan te wenden en/of te gebruiken;

- veroordeelt de vier geïntimeerden tot betaling van ex aequo et bono aan de sa Lucky Comics een bedrag van euro 500,- en aan mevrouw D.... B................. een bedrag van euro 1.000,-;

- veroordeelt de nv Cosi Communications om de heer J.... M..... D............., de Lijst Dedecker en de vzw Cassandra te vrijwaren voor de hiervoor bepaalde veroordeling en voor de gedingkosten van appellanten;

- veroordeelt de nv Cosi Communications om de heer J...... M....... D........., de Lijst Dedecker en de vzw Cassandra de bedragen te betalen van euro 1.250,- en euro 1.990,-;

- beveelt de compensatie van de bedragen van euro 1.250,00 en euro 1.990,00 met de bedragen waartoe de vzw Cassandra in betaling aan de nv Cosi Communications veroordeeld werd;

- veroordeelt de nv Cosi Communications om de heer J....... M........ D............., de Lijst Dedecker en de vzw Cassandra het bedrag van euro 1,00 ten titel van schadevergoeding te betalen;

- verwerpt het meer gevorderde en alle overige vorderingen;

- veroordeelt de vier geïntimeerden tot betaling van de kosten van appellanten, bepaald als volgt;

- veroordeelt de nv Cosi Communications om, bovenop de hoger besliste vrijwaring, de kosten van de eerste drie geïntimeerden te betalen, bepaald als volgt;

- veroordeelt de vzw Cassandra om 9/10de van de rechtsplegingsvergoeding van de nv Cosi Communications in eerste aanleg en in hoger beroep te betalen, bepaald als volgt:

appellanten:

eerste aanleg:

dagvaarding: euro 249,79

kosten pv van vaststelling euro 25,00

rechtsplegingvergoeding: euro 1.100,00

hoger beroep:

rolrecht: euro 186,00

rechtsplegingvergoeding

hoofdvordering: euro 1.100,00

eerste drie geïntimeerden:

eerste aanleg en hoger beroep:

rechtsplegingsvergoeding: euro 900,00

vierde geïntimeerde:

eerste aanleg en hoger beroep:

rechtsplegingsvergoeding:

tegenvordering: euro 1.100,00

eerste drie geïntimeerden:

rechtsplegingsvergoeding:

tegenvordering euro 900,00.

Aldus gewezen door de zevende kamer van het Hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken samengesteld uit:

Frank Deschoolmeester, raadsheer, waarnemend kamervoorzitter,

Geneviève Vanderstichele, raadsheer,

Geert De la Ruelle, raadsheer,

bijgestaan door Kristoffel Goossens, griffier en uitgesproken door de kamervoorzitter in openbare terechtzitting op maandag drie januari tweeduizend en elf.

Vrije woorden

  • Auteursrecht

  • art. 22 §1, 6°

  • de parodie