- Arrest van 7 mei 2012

07/05/2012 - 2010/JR/132

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

- Artikel 5 WIPR stelt dat de Belgische rechter bevoegd is wanneer de verweerder bij de inleiding van de vordering zijn woonplaats of gewone verblijfplaats in België heeft.

- Artikel 32 WIPR stelt dat de Belgische rechter o.m. bevoegd is, wanneer het kind bij de instelling van de vordering de Belgische nationaliteit heeft.

- Wat betreft de bevoegdheid inzake de toe te kennen onderhoudsbijdrage dient verwezen naar de algemene bepalingen, zijnde bovenvernoemd artikel 5 en artikel 73 WIPR, waarin gesteld wordt dat de Belgische rechter bevoegd is, o.m. wanneer de onderhoudsgerechtigde en de onderhoudsplichtige bij de instelling van de vordering, zijnde dus op 24/2/2009, Belg zijn, hetgeen het geval is;


Arrest - Integrale tekst

Arrest 16 bis kamer Antwerpen

2010/JR/132

D.M., wonende te Australië

appellante,

vertegenwoordigd door Mr. V. B. N.

tegen het vonnis van de jeugdrechtbank te Tongeren van 19 mei 2010, gekend onder rolnummer 1206.B.2009

tegen

F. L., wonende te België

geïntimeerde,

in persoon aanwezig en bijgestaan door Mr. B K.,

Gelet op de door de wet vereiste processtukken, in behoorlijke vorm overgelegd, waaronder het bestreden vonnis, betekend op 2 juli 2011 en het verzoekschrift, neergelegd op 04 juni 2010, waarmee een naar vorm en termijn regelmatig en ontvankelijk hoger beroep wordt ingesteld;

1. UITEENZETTING VAN DE VORDERINGEN IN CONCLUSIES

----------------------------------------------------------------------------------

Appellante vordert bij hervorming van het bestreden vonnis:

"Akte te verlenen aan appellante van haar hoger beroep en het ontvankelijk evenals geheel gegrond te verklaren,

Dienvolgens het vonnis a quo dd. 19/05/2010, teniet te doen om doende wat de eerste rechter had horen te doen, met name:

- de hoofdvordering van concluante ontvankelijk en gegrond te verklaren;

- zich onbevoegd te verklaren wat betreft de tegenvordering van geïntimeerde tot verkrijging van een voorlopig omgangsrecht in België, minstens deze af te wijzen en te zeggen voor recht dat geïntimeerde B. niet buiten Australië mag nemen overeenkomstig de beschikking dd. 07/09/09 van het Family Court of Western Australia;

Geïntimeerde te veroordelen tot betaling van een indexeerbare onderhoudsbijdrage van euro 150,00 per maand vanaf 22/09/08;

Geïntimeerde tevens te veroordelen tot de helft van de buitengewone kosten en dit na eenvoudig vertoon van de factuur, zoals verder omschreven.

Inkomstendelegatie te horen toestaan.

De kosten van beide aanleggen ten laste te leggen van geïntimeerde, hieronder verstaan de rechtsplegingsvergoedingen, in beide aanleggen telkens begroot op euro 1.320,00;"

Geïntimeerde concludeert als volgt:

"Na zich ter zake bevoegd te hebben verklaard, het hoger beroep ontvankelijk, doch ongegrond te verklaren;

Diens volgens het bestreden vonnis te bevestigen, met dien verstande dat, in afwachting van de resultaten van de bevolen en geactualiseerde onderzoeken, en tot aan een nieuwe beslissing, bij wijze van voorlopige maatregel een recht op persoonlijk contact wordt toegekend met B. tijdens de Australische schoolvakanties waarbij B. telkens bij vader in België dient te verblijven en, zowel vader als moeder, worden veroordeeld tot betaling van een dwangsom van euro 500,00 per dag dat deze voorlopige maatregel niet wordt nageleefd;

Appellante te veroordelen tot de kosten der beide instanties met telkens een rechtsplegingsvergoeding van 1.200,00 EUR."

2. BEOORDELING

----------------------------------------------------------------------------------

2.1. BEVOEGDHEID VAN DE JEUGDRECHTBANK TE TONGEREN EN HET HOF

Appellante stelt dat de Belgische rechter en dus de jeugdrechter te Tongeren niet meer bevoegd was om te oordelen omtrent de uitoefening van het ouderlijk gezag en toe te kennen omgang aan geïntimeerde en stelt dat de Belgische rechter wel bevoegd is om te beslissen inzake de toekenning van een onderhoudsbijdrage voor B.;

Geïntimeerde stelt dat de Belgische rechter wel bevoegd is omdat appellante haar oorspronkelijke vordering voor de Belgische jeugdrechter heeft aanhangig gemaakt;

Appellante wenst geen verplichtingen op haar te nemen inzake omgang maar wenst wel haar rechten als het over geld gaat ten volle te benutten;

XXXX

Het kind van partijen B. F., geboren in1999, werd door geïntimeerde gedurende jaren groot gebracht, met een omgang voor appellante om de veertien dagen in weekends en helft der verloven doch B is in september 2008 naar zijn moeder naar Australië vertrokken waar hij nog steeds verblijft; appellante woont ginds sedert september 2007;

Met betrekking tot het verblijf van B in Australië wordt verwezen naar de beslissing van de famlilierechtbank in Perth van 22/5/2009, waarbij het verblijf van het kind in Australië als wettig werd aanzien en geen terugkeer naar België werd bevolen; tegen deze beslissing werd geen hoger beroep ingesteld;

Het kind wordt dan ook geacht zijn gewone verblijfplaats in Australië te hebben sedert zijn vertrek uit België, zijnde sedert 22/9/2008;

De eerste rechter kon zich niet bevoegd verklaren op grond van de Europese verordening Brussell II bis noch een andere Europese lidstaat was bevoegd;

Er dient dan ook nagegaan op grond van het Wetboek van internationaal privaatrecht, kortweg het WIPR genoemd of de Belgische rechter vooreerst inzake toe te kennen omgang nog enige bevoegdheid had en heeft;

Artikel 33 WIPR met betrekking tot de internationale bevoegdheid inzake ouderlijk gezag verwijst naar de artikelen 5 en 32 van het WIPR;

Artikel 5 WIPR stelt dat de Belgische rechter bevoegd is wanneer de verweerder bij de inleiding van de vordering zijn woonplaats of gewone verblijfplaats in België heeft; terzake heeft geïntimeerde - oorspronkelijk verweerder - zijn woonplaats in België;

Artikel 32 WIPR stelt dat de Belgische rechter o.m. bevoegd is, wanneer het kind bij de instelling van de vordering de Belgische nationaliteit heeft, hetgeen terzake het geval is bij de inleiding van de vordering door appellante aanvankelijk voor de jeugdrechter te Leuven op 24/2/2009 en de Belgische rechter bleef dan ook bevoegd om te oordelen omtrent de uitoefening van het ouderlijk gezag en de te voorziene omgang tussen geïntimeerde en B.;

De jeudrechter te Tongeren was bevoegd zodat het Hof terzake verder bevoegd is;

Wat betreft de bevoegdheid inzake de toe te kennen onderhoudsbijdrage dient verwezen naar de algemene bepalingen, zijnde bovenvernoemd artikel 5 en artikel 73 WIPR, waarin gesteld wordt dat de Belgische rechter bevoegd is, o.m. wanneer de onderhoudsgerechtigde en de onderhoudsplichtige bij de instelling van de vordering, zijnde dus op 24/2/2009, Belg zijn, hetgeen het geval is;

De jeugdrechter te Tongeren was dus tevens bevoegd om te oordelen omtrent de vordering inzake onderhoudsbijdragen, zodat het hof terzake verder bevoegd blijft;

Het middel van appellante gaat dan ook niet op;

2.2. TOE TE PASSEN RECHT OP DE BEIDE VORDERINGEN

Desbetreffend wordt verwezen naar artikel 35 van het WIPR, waarbij gesteld wordt dat het ouderlijk gezag wordt beheerst door het recht van de staat op wiens grondgebied de persoon zijn gewone verblijfplaats heeft gekregen op het tijdstip van de feiten die aanleiding geven tot het bepalen van het ouderlijk gezag; dit lijkt derhalve de Australische wetgeving te zijn, gezien men zich dient te stellen op de datum van vertrek zijnde 22/9/2008;

Met betrekking tot het toe te passen recht inzake onderhoudsbijdrage dient verwezen naar artikel 74 WIPR, waar verwezen wordt naar de nationaliteit van onderhoudsgerechtigde en onderhoudsplichtige, zijnde dus de Belgische wetgeving;

Partijen worden verzocht om standpunt in te nemen gezien dit alles niet aan bod kwam in conclusies, noch op de terechtzitting van 23/4/2012;

De debatten dienen dan ook heropend;

2.3. VORDERINGEN VAN PARTIJEN

Appellante vordert verder dus dat haar oorspronkelijke hoofdvordering wordt ingewilligd, zijnde exclusieve uitoefening van het ouderlijk gezag en toekenning van een onderhoudsbijdrage van 150 EUR per maand en dit met ingang van 22/9/2008 plus tussenkomst van geïntimeerde in de helft van de buitengewone kosten met toekenning van inkomstendelegatie;

Geïntimeerde vordert in conclusie een actualisatie van het door de eerste rechter bevolen onderzoek plus het doorvoeren van de politionele studie en bij wijze van voorlopige maatregel hem een omgang in België met zijn zoon te horen toekennen tijdens de Australische schoolvakanties waarbij zowel ten aanzien van hem als ten aanzien van appellante dwangsommen worden voorzien;

2.4. BEOORDELING TEN GRONDE

Het heeft uiteraard geen zin meer om verdere onderzoeken, zoals bevolen door de eerste rechter, en gevorderd door geïntimeerde in zijn conclusie, te laten uitvoeren;

Er bestaat verder een sociale studie uitgevoerd via de familierechtbank van Perth in Australië;

Het kind is volgens de uitspraak van de familierechtbank in Perth op een wettige wijze in Australië sedert 22/9/2008 en geïntimeerde dient zich bij deze uitspraak neer te leggen en schijnt dit ook wel te beseffen;

Met betrekking tot de omgang dient vooreerst gesteld dat:

- Appellante blijkbaar nog steeds elk contact weigert tussen het kind en zijn vader hetgeen als ontoelaatbaar dient aanzien en een emotionele mishandeling van het kind betreft;

- De Australische familierechtbank zelf verwijst in haar beslissing naar het feit dat de Belgische rechter nog dient te oordelen omtrent de omgang en stelt dat het geschil desbetreffend zo spoedig mogelijk een oplossing dient te krijgen;

Het kind zou normaliter jaarlijks minstens tijdens de verloven tweemaal per jaar contact dienen te hebben met zijn vader en verder via skype, webcam en dergelijke heden bestaande moderne technieken en dit gedurende éénmaal per week;

Partijen dienen na te denken omtrent de kostprijs van de vliegticketten, die zouden kunnen aangeschaft worden door geïntimeerde, doch alsdan verrekend kunnen worden met de onderhoudsbijdrage; het is ten slotte appellante die op dergelijke afstand van de vader van haar kind is gaan wonen;

Geïntimeerde heeft zich in een lastig parket gebracht door destijds het kind te willen terugbrengen naar België;

Geïntimeerde ziet thans duidelijk in zoals ter terechtzitting aan bod kwam dat hij zich gelukkig voelt wanneer hij terug contacten met zijn kind kan bekomen en aanvaardt intussen dat het kind verder zijn verblijf- en woonplaats in Australië heeft bij zijn moeder;

Er zouden dan ook zo spoedig mogelijk voorlopige contacten dienen toegekend tijdens het verlof van 7 tot en met 23 juli 2012 doch voorlopig prima facie best voor dit jaar in Australië, waarbij vader aldaar voorlopig contacten heeft met zijn zoon ten einde terug het vertrouwen van moeder in hem te herstellen; er kunnen ook verder contacten via skype worden voorzien;

Het feit dat er in het verleden geen contacten via skype althans wat vader betreft konden plaats vinden vindt zijn oorzaak in het feit dat vaders woning is afgebrand en hij met zijn gezin noodgedwongen een periode in een hotel zijn intrek heeft dienen te nemen, zoals volgt uit overgelegde krantenknipsels;

Er zouden verder dwangsommen kunnen worden voorzien;

Partijen dienen terzake hun standpunt in te nemen nopens het toepasselijk recht;

en hun standpunt te laten kennen inzake de voorlopig te realiseren omgang, omgang, die hoe dan ook dient plaats te vinden; het gaat terzake niet op te stellen dat het kind - intussen vervreemd van zijn vader - zijn vader niet wil zien; verder dienen onderhoudsbijdragen te worden voorzien; geïntimeerde dient desbetreffend zijn intenties te laten zien;

Er kan verdere uitleg gevraagd worden via de verbindingsmagistraat in Australië in het kader van het justitieel netwerk hoe de uitvoering van de beslissing van de Belgische rechter aldaar kan gerealiseerd worden met de minste kosten bij blijvende halsstarrige weigering van de moeder;

De debatten dienen terzake dan ook heropend ten einde de nodige opheldering te bekomen;

Wat de onderhoudsbijdrage betreft, dienen partijen de nodige stukken aangaande hun inkomsten bij te brengen;

Voor appellante zou dit 40.000 Australische dollar zijn en voor geïntimeerde een klein pensioen van de NMBS, (hoeveel?) vermits de traiteurszaak van hem en zijn huidige echtgenote failliet is gegaan; het bedrag van zijn inkomsten dient medegedeeld;

geïntimeerde heeft nog twee andere kinderen ten laste;

Beslissing

Het Hof beslist bij arrest op tegenspraak.

De rechtspleging verliep in overeenstemming met de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van de taal in gerechtszaken.

Gehoord de heer Substituut-Procureur-generaal D. DE WAELE in zijn advies dat omwille van de omstandigheden van de zaak mondeling ter terechtzitting werd gegeven en waarop partijen mondeling hebben kunnen repliceren,

Ontvangt het hoger beroep

Stelt vast dat de jeugdrechter te Tongeren bevoegd was en het Hof verklaart zich dan ook bevoegd

Vooraleer desbetreffend ten gronde te beslissen

Heropent de debatten ambtshalve om alle hogere gestelde redenen en die hier als herhaald worden beschouwd:

- toepasselijk recht

- voorlopige regeling: omgang voor vader in Australië met betaling ticket door vader voor de vliegreis periode vanaf 7 juli 2012

- betaling van een onderhoudsbijdrage: mededeling inkomsten en lasten

uitvoering van de beslissing in Australië bij niet vrijwillige medewerking, met eventuele hulp in het kader van het justitieel netwerk

Stelt de zaak op de terechtzitting van 21 mei 2012 om 14.00 uur

Houdt de kosten aan;

Dit arrest werd uitgesproken in de openbare zitting van 07 mei 2012 door

I. VANSTRAELEN Kamervoorzitter, jeugdrechter in hoger beroep

E. CLEYMANS Griffier

2010/JR/132

D.M., wonende te Australië

appellante,

vertegenwoordigd door Mr. V. B. N.

tegen het vonnis van de jeugdrechtbank te Tongeren van 19 mei 2010, gekend onder rolnummer 1206.B.2009

tegen

F. L., wonende te België

geïntimeerde,

in persoon aanwezig en bijgestaan door Mr. B K.,

Gelet op de door de wet vereiste processtukken, in behoorlijke vorm overgelegd, waaronder het bestreden vonnis, betekend op 2 juli 2011 en het verzoekschrift, neergelegd op 04 juni 2010, waarmee een naar vorm en termijn regelmatig en ontvankelijk hoger beroep wordt ingesteld;

1. UITEENZETTING VAN DE VORDERINGEN IN CONCLUSIES

----------------------------------------------------------------------------------

Appellante vordert bij hervorming van het bestreden vonnis:

"Akte te verlenen aan appellante van haar hoger beroep en het ontvankelijk evenals geheel gegrond te verklaren,

Dienvolgens het vonnis a quo dd. 19/05/2010, teniet te doen om doende wat de eerste rechter had horen te doen, met name:

- de hoofdvordering van concluante ontvankelijk en gegrond te verklaren;

- zich onbevoegd te verklaren wat betreft de tegenvordering van geïntimeerde tot verkrijging van een voorlopig omgangsrecht in België, minstens deze af te wijzen en te zeggen voor recht dat geïntimeerde B. niet buiten Australië mag nemen overeenkomstig de beschikking dd. 07/09/09 van het Family Court of Western Australia;

Geïntimeerde te veroordelen tot betaling van een indexeerbare onderhoudsbijdrage van euro 150,00 per maand vanaf 22/09/08;

Geïntimeerde tevens te veroordelen tot de helft van de buitengewone kosten en dit na eenvoudig vertoon van de factuur, zoals verder omschreven.

Inkomstendelegatie te horen toestaan.

De kosten van beide aanleggen ten laste te leggen van geïntimeerde, hieronder verstaan de rechtsplegingsvergoedingen, in beide aanleggen telkens begroot op euro 1.320,00;"

Geïntimeerde concludeert als volgt:

"Na zich ter zake bevoegd te hebben verklaard, het hoger beroep ontvankelijk, doch ongegrond te verklaren;

Diens volgens het bestreden vonnis te bevestigen, met dien verstande dat, in afwachting van de resultaten van de bevolen en geactualiseerde onderzoeken, en tot aan een nieuwe beslissing, bij wijze van voorlopige maatregel een recht op persoonlijk contact wordt toegekend met B. tijdens de Australische schoolvakanties waarbij B. telkens bij vader in België dient te verblijven en, zowel vader als moeder, worden veroordeeld tot betaling van een dwangsom van euro 500,00 per dag dat deze voorlopige maatregel niet wordt nageleefd;

Appellante te veroordelen tot de kosten der beide instanties met telkens een rechtsplegingsvergoeding van 1.200,00 EUR."

2. BEOORDELING

----------------------------------------------------------------------------------

2.1. BEVOEGDHEID VAN DE JEUGDRECHTBANK TE TONGEREN EN HET HOF

Appellante stelt dat de Belgische rechter en dus de jeugdrechter te Tongeren niet meer bevoegd was om te oordelen omtrent de uitoefening van het ouderlijk gezag en toe te kennen omgang aan geïntimeerde en stelt dat de Belgische rechter wel bevoegd is om te beslissen inzake de toekenning van een onderhoudsbijdrage voor B.;

Geïntimeerde stelt dat de Belgische rechter wel bevoegd is omdat appellante haar oorspronkelijke vordering voor de Belgische jeugdrechter heeft aanhangig gemaakt;

Appellante wenst geen verplichtingen op haar te nemen inzake omgang maar wenst wel haar rechten als het over geld gaat ten volle te benutten;

XXXX

Het kind van partijen B. F., geboren in1999, werd door geïntimeerde gedurende jaren groot gebracht, met een omgang voor appellante om de veertien dagen in weekends en helft der verloven doch B is in september 2008 naar zijn moeder naar Australië vertrokken waar hij nog steeds verblijft; appellante woont ginds sedert september 2007;

Met betrekking tot het verblijf van B in Australië wordt verwezen naar de beslissing van de famlilierechtbank in Perth van 22/5/2009, waarbij het verblijf van het kind in Australië als wettig werd aanzien en geen terugkeer naar België werd bevolen; tegen deze beslissing werd geen hoger beroep ingesteld;

Het kind wordt dan ook geacht zijn gewone verblijfplaats in Australië te hebben sedert zijn vertrek uit België, zijnde sedert 22/9/2008;

De eerste rechter kon zich niet bevoegd verklaren op grond van de Europese verordening Brussell II bis noch een andere Europese lidstaat was bevoegd;

Er dient dan ook nagegaan op grond van het Wetboek van internationaal privaatrecht, kortweg het WIPR genoemd of de Belgische rechter vooreerst inzake toe te kennen omgang nog enige bevoegdheid had en heeft;

Artikel 33 WIPR met betrekking tot de internationale bevoegdheid inzake ouderlijk gezag verwijst naar de artikelen 5 en 32 van het WIPR;

Artikel 5 WIPR stelt dat de Belgische rechter bevoegd is wanneer de verweerder bij de inleiding van de vordering zijn woonplaats of gewone verblijfplaats in België heeft; terzake heeft geïntimeerde - oorspronkelijk verweerder - zijn woonplaats in België;

Artikel 32 WIPR stelt dat de Belgische rechter o.m. bevoegd is, wanneer het kind bij de instelling van de vordering de Belgische nationaliteit heeft, hetgeen terzake het geval is bij de inleiding van de vordering door appellante aanvankelijk voor de jeugdrechter te Leuven op 24/2/2009 en de Belgische rechter bleef dan ook bevoegd om te oordelen omtrent de uitoefening van het ouderlijk gezag en de te voorziene omgang tussen geïntimeerde en Beau;

De jeudrechter te Tongeren was bevoegd zodat het Hof terzake verder bevoegd is;

Wat betreft de bevoegdheid inzake de toe te kennen onderhoudsbijdrage dient verwezen naar de algemene bepalingen, zijnde bovenvernoemd artikel 5 en artikel 73 WIPR, waarin gesteld wordt dat de Belgische rechter bevoegd is, o.m. wanneer de onderhoudsgerechtigde en de onderhoudsplichtige bij de instelling van de vordering, zijnde dus op 24/2/2009, Belg zijn, hetgeen het geval is;

De jeugdrechter te Tongeren was dus tevens bevoegd om te oordelen omtrent de vordering inzake onderhoudsbijdragen, zodat het hof terzake verder bevoegd blijft;

Het middel van appellante gaat dan ook niet op;

2.2. TOE TE PASSEN RECHT OP DE BEIDE VORDERINGEN

Desbetreffend wordt verwezen naar artikel 35 van het WIPR, waarbij gesteld wordt dat het ouderlijk gezag wordt beheerst door het recht van de staat op wiens grondgebied de persoon zijn gewone verblijfplaats heeft gekregen op het tijdstip van de feiten die aanleiding geven tot het bepalen van het ouderlijk gezag; dit lijkt derhalve de Australische wetgeving te zijn, gezien men zich dient te stellen op de datum van vertrek zijnde 22/9/2008;

Met betrekking tot het toe te passen recht inzake onderhoudsbijdrage dient verwezen naar artikel 74 WIPR, waar verwezen wordt naar de nationaliteit van onderhoudsgerechtigde en onderhoudsplichtige, zijnde dus de Belgische wetgeving;

Partijen worden verzocht om standpunt in te nemen gezien dit alles niet aan bod kwam in conclusies, noch op de terechtzitting van 23/4/2012;

De debatten dienen dan ook heropend;

2.3. VORDERINGEN VAN PARTIJEN

Appellante vordert verder dus dat haar oorspronkelijke hoofdvordering wordt ingewilligd, zijnde exclusieve uitoefening van het ouderlijk gezag en toekenning van een onderhoudsbijdrage van 150 EUR per maand en dit met ingang van 22/9/2008 plus tussenkomst van geïntimeerde in de helft van de buitengewone kosten met toekenning van inkomstendelegatie;

Geïntimeerde vordert in conclusie een actualisatie van het door de eerste rechter bevolen onderzoek plus het doorvoeren van de politionele studie en bij wijze van voorlopige maatregel hem een omgang in België met zijn zoon te horen toekennen tijdens de Australische schoolvakanties waarbij zowel ten aanzien van hem als ten aanzien van appellante dwangsommen worden voorzien;

2.4. BEOORDELING TEN GRONDE

Het heeft uiteraard geen zin meer om verdere onderzoeken, zoals bevolen door de eerste rechter, en gevorderd door geïntimeerde in zijn conclusie, te laten uitvoeren;

Er bestaat verder een sociale studie uitgevoerd via de familierechtbank van Perth in Australië;

Het kind is volgens de uitspraak van de familierechtbank in Perth op een wettige wijze in Australië sedert 22/9/2008 en geïntimeerde dient zich bij deze uitspraak neer te leggen en schijnt dit ook wel te beseffen;

Met betrekking tot de omgang dient vooreerst gesteld dat:

- Appellante blijkbaar nog steeds elk contact weigert tussen het kind en zijn vader hetgeen als ontoelaatbaar dient aanzien en een emotionele mishandeling van het kind betreft;

- De Australische familierechtbank zelf verwijst in haar beslissing naar het feit dat de Belgische rechter nog dient te oordelen omtrent de omgang en stelt dat het geschil desbetreffend zo spoedig mogelijk een oplossing dient te krijgen;

Het kind zou normaliter jaarlijks minstens tijdens de verloven tweemaal per jaar contact dienen te hebben met zijn vader en verder via skype, webcam en dergelijke heden bestaande moderne technieken en dit gedurende éénmaal per week;

Partijen dienen na te denken omtrent de kostprijs van de vliegticketten, die zouden kunnen aangeschaft worden door geïntimeerde, doch alsdan verrekend kunnen worden met de onderhoudsbijdrage; het is ten slotte appellante die op dergelijke afstand van de vader van haar kind is gaan wonen;

Geïntimeerde heeft zich in een lastig parket gebracht door destijds het kind te willen terugbrengen naar België;

Geïntimeerde ziet thans duidelijk in zoals ter terechtzitting aan bod kwam dat hij zich gelukkig voelt wanneer hij terug contacten met zijn kind kan bekomen en aanvaardt intussen dat het kind verder zijn verblijf- en woonplaats in Australië heeft bij zijn moeder;

Er zouden dan ook zo spoedig mogelijk voorlopige contacten dienen toegekend tijdens het verlof van 7 tot en met 23 juli 2012 doch voorlopig prima facie best voor dit jaar in Australië, waarbij vader aldaar voorlopig contacten heeft met zijn zoon ten einde terug het vertrouwen van moeder in hem te herstellen; er kunnen ook verder contacten via skype worden voorzien;

Het feit dat er in het verleden geen contacten via skype althans wat vader betreft konden plaats vinden vindt zijn oorzaak in het feit dat vaders woning is afgebrand en hij met zijn gezin noodgedwongen een periode in een hotel zijn intrek heeft dienen te nemen, zoals volgt uit overgelegde krantenknipsels;

Er zouden verder dwangsommen kunnen worden voorzien;

Partijen dienen terzake hun standpunt in te nemen nopens het toepasselijk recht;

en hun standpunt te laten kennen inzake de voorlopig te realiseren omgang, omgang, die hoe dan ook dient plaats te vinden; het gaat terzake niet op te stellen dat het kind - intussen vervreemd van zijn vader - zijn vader niet wil zien; verder dienen onderhoudsbijdragen te worden voorzien; geïntimeerde dient desbetreffend zijn intenties te laten zien;

Er kan verdere uitleg gevraagd worden via de verbindingsmagistraat in Australië in het kader van het justitieel netwerk hoe de uitvoering van de beslissing van de Belgische rechter aldaar kan gerealiseerd worden met de minste kosten bij blijvende halsstarrige weigering van de moeder;

De debatten dienen terzake dan ook heropend ten einde de nodige opheldering te bekomen;

Wat de onderhoudsbijdrage betreft, dienen partijen de nodige stukken aangaande hun inkomsten bij te brengen;

Voor appellante zou dit 40.000 Australische dollar zijn en voor geïntimeerde een klein pensioen van de NMBS, (hoeveel?) vermits de traiteurszaak van hem en zijn huidige echtgenote failliet is gegaan; het bedrag van zijn inkomsten dient medegedeeld;

geïntimeerde heeft nog twee andere kinderen ten laste;

Beslissing

Het Hof beslist bij arrest op tegenspraak.

De rechtspleging verliep in overeenstemming met de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van de taal in gerechtszaken.

Gehoord de heer Substituut-Procureur-generaal D. DE WAELE in zijn advies dat omwille van de omstandigheden van de zaak mondeling ter terechtzitting werd gegeven en waarop partijen mondeling hebben kunnen repliceren,

Ontvangt het hoger beroep

Stelt vast dat de jeugdrechter te Tongeren bevoegd was en het Hof verklaart zich dan ook bevoegd

Vooraleer desbetreffend ten gronde te beslissen

Heropent de debatten ambtshalve om alle hogere gestelde redenen en die hier als herhaald worden beschouwd:

- toepasselijk recht

- voorlopige regeling: omgang voor vader in Australië met betaling ticket door vader voor de vliegreis periode vanaf 7 juli 2012

- betaling van een onderhoudsbijdrage: mededeling inkomsten en lasten

uitvoering van de beslissing in Australië bij niet vrijwillige medewerking, met eventuele hulp in het kader van het justitieel netwerk

Stelt de zaak op de terechtzitting van 21 mei 2012 om 14.00 uur

Houdt de kosten aan;

Dit arrest werd uitgesproken in de openbare zitting van 07 mei 2012 door

I. VANSTRAELEN Kamervoorzitter, jeugdrechter in hoger beroep

E. CLEYMANS Griffier

E. CLEYMANS I. VANSTRAELEN

Vrije woorden