- Arrest van 7 november 2012

07/11/2012 - 2012PGA2326

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Het aanmerkelijk wijzigen van het reliëf van de bodem zonder vergunning is nog steeds strafbaar, ook in een niet kwetsbaar gebied.

De term "aanmerkelijk" duidt erop dat de wetgever beoogde om de aanzienlijke en belangrijke wijzigingen van het reliëf strafbaar te stellen, doch niet - in acht genomen de ligging, de functie en de omvang van het perceel - marginale wijzigingen van het reliëf.


Arrest - Integrale tekst

Het Hof van Beroep, zitting houdende op 7 november 2012

te Antwerpen, 12e kamer

(...)

De betreffende percelen zijn volgens het gewestplan Sint-Truiden - Tongeren bestemd tot landschappelijk waardevol agrarisch gebied, zijnde een niet kwetsbaar gebied. Het aanmerkelijk wijzigen van het reliëf van de bodem zonder vergunning is nog steeds strafbaar, ook in een niet kwetsbaar gebied.

Volgens art. 99, §1, vijfde lid DRO, thans art. 93.4° DRO en art. 4.2.1.4° VCRO, mag niemand zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning het reliëf van de bodem aanmerkelijk wijzigen, onder meer door de bodem aan te vullen, op te hogen, uit te graven of uit te diepen, waarbij de aard of de functie van het terrein wijzigt.

De wetgever heeft in de lijn van de gevestigde rechtspraak en rechtsleer niet gekozen voor een louter kwantitatieve benadering van de omschrijving "aanmerkelijk wijzigen van het reliëf van de bodem", maar wel voor een benadering die zowel rekening houdt met de invloed van de wijziging op de aard en de functie van het terrein, als met de hoegrootheid van de niveauwijziging.

De term "aanmerkelijk" duidt erop dat de wetgever beoogde om de aanzienlijke en belangrijke wijzigingen van het reliëf strafbaar te stellen, doch niet - in acht genomen de ligging, de functie en de omvang van het perceel - marginale wijzigingen van het reliëf.

Uit de inhoud van het strafdossier, in het bijzonder de vaststellingen door de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar Bart Schops (stuk 13) en het eenzijdig deskundigenverslag van DLV (kaft C - Varia), blijkt dat:

- de totale oppervlakte van beide percelen 29.150 m² bedraagt, zijnde bijna 3 ha;

- het reliëf van een gedeelte van de percelen werd gewijzigd met 0,00 m tot 0,30 m. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden werd de stopzetting bevolen. Volgens het deskundigenverslag van DLV heeft een nauwkeurige oppervlaktemeting uitgewezen dat 11.061 m² oppervlakte (= 38 %) werd aangevuld, en 18.089 m² (= 62 %) oppervlakte werd geëgaliseerd;

- de aard van het terrein is na de uitgevoerde werken hetzelfde gebleven, namelijk overwegend vlak;

- de functie van het terrein is na de uitgevoerde werken eveneens hetzelfde gebleven, namelijk landbouw in de ruime zin;

- de beperkte reliëfwijziging klaarblijkelijk niet storend was voor de omgeving.

Op basis van bovenvermelde elementen stelt het hof vast dat het realiseren van een niveauverschil van maximum 30 cm over een oppervlakte van ongeveer 1,1 ha van een perceel met een totale oppervlakte van bijna 3 ha, niet kan worden beschouwd als een aanmerkelijke wijziging van het bodemreliëf in de zin van art. 99, § 1, vijfde lid DRO, thans art. 93.4° DRO en art. 4.2.1.4° VCRO.

De beklaagde wordt derhalve vrijgesproken voor de hem ten laste gelegde feiten, en het bestreden vonnis wordt in die zin hervormd.

(...)

Vrije woorden

  • Stedenbouw

  • Aanmerkelijk wijzigen reliëf bodem

  • Strafbaarstelling

  • Niet-kwetsbaar gebied

  • Begrip "aanmerkelijk".