- Arrest van 3 april 2012

03/04/2012 - 2008AR2165

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Bij een geschil over de begroting van het ereloon van een advocaat, en bij het inroepen van het beroepsgeheim van deze advocaat, kan het de rechter aangewezen voorkomen de zaak te verwijzen naar de Raad van de Franse Orde van Advocaten om advies uit te brengen over de staten van onkosten en ereloon in geschil.


Arrest - Integrale tekst

ARREST

Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit :

Rep. Nr. 2012/

A.R. nr. 2008/AR/2165

INZAKE VAN :

De heer Ph. D., advocaat, kantoorhoudende te ...

appellant tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 4 juni 2008,

vertegenwoordigd door Meester Paul LOMMELEN, advocaat te 1050 BRUSSEL, Louizalaan 203 bus 1,

1ste kamer

TEGEN :

Mevrouw R. D., wonende te

geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Marie ZAGHEDEN, advocaat te 1020 BRUSSEL, Stevens Delannoystraat 35,

Bij een geschil over de begroting van het ereloon van een advocaat, en bij het inroepen van het beroepsgeheim van deze advocaat, kan het de rechter aangewezen voorkomen de zaak te verwijzen naar de Raad van de Franse Orde van Advocaten om advies uit te brengen over de staten van onkosten en ereloon in geschil.

Gelet op de stukken van de rechtspleging, inz.:

- het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel (26ste kamer), na tegenspraak uitgesproken op 4 juni 2008, waarvan geen betekening wordt voorgelegd;

- het verzoekschrift tot hoger beroep, op 8 augustus 2008 ter griffie neergelegd;

- de syntheseconclusie van appellant;

- de syntheseconclusie van geïntimeerde.

Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzitting van 5 maart 2012 en gelet op de stukken die zij neerlegden.

I. Procedure

1. Appellant stelt hoger beroep in tegen het bestreden vonnis dat zijn oorspronkelijke vordering, ingesteld bij dagvaarding van 10 december 2001, slechts deels gegrond verklaart en geïntimeerde veroordeelt tot betaling van 2.000 euro, te vermeerderen met de gerechtelijke interest en een vijfde van de gerechtskosten.

2. Appellant vordert met de hervorming van het bestreden vonnis, om zijn oorspronkelijke vordering integraal in te willigen, met veroordeling van geïntimeerde tot betaling van 15.389,23 euro te vermeerderen met de gerechtelijke interest en de gerechtskosten van beide aanleggen.

Hij vraagt de syntheseconclusie van geïntimeerde d.d. 1 juni 2010 uit de debatten te weren.

Het hoger beroep werd tijdig en regelmatig ingesteld en is ontvankelijk.

3. Geïntimeerde besluit tot de ongegrondheid van het hoger beroep en vordert veroordeling van appellant tot de gerechtskosten van beide aanleggen, wat impliciet een gedeeltelijk incidenteel beroep uitmaakt.

II. Relevante feitelijke gegevens

4. Het geschil heeft betrekking op de vordering van appellant, advocaat, tot betaling van een saldo van staat van ereloon en kosten, tot beloop van 15.389,23 euro, wegens prestaties in het kader van twee dossiers voor rekening van geïntimeerde behandeld, te weten:

- een dossier van erfopvolging en levensverzekering (" dossier M.")

- een dossier in familierecht / recht op persoonlijk contact ("dossier L".)

Het wordt niet betwist dat geïntimeerde voor beide dossiers provisies betaalde.

5. De eindstaat van 5 maart 2001, opgesteld in het kader van het dossier M. bedroeg 533.125 BEF.

De eindstaat van 18 april 2001, opgesteld in het kader van het dossier L. bedroeg 87.675 BEF.

Bij exploot van 10 december 2001 heeft appellant geïntimeerde gedagvaard in betaling van het totaal van 620.800 BEF of 15.389,23 euro.

De eindstaten werden begroot op basis van de gepresteerde tijd (resp. 115 uren en 35 minuten in het dossier M. en 63 uren en 55 minuten in het dossier L. en van een uurloontarief van 4.500 BEF per uur.

III. Bespreking

1°. Verzoek tot wering uit de debatten van de syntheseconclusie van geïntimeerde

6. Appellant vraagt de wering uit de debatten van de syntheseconclusie van geïntimeerde nu deze geen aanvullende conclusie nam.

7. Bij beschikking van 8 mei 2009 werden conclusietermijnen aan appellant toegekend op resp. uiterlijk 1 december 2009 en 1 april 2010 en aan geïntimeerde op resp. 1 september 2009, 1 februari 2010 en 1 juni 2010.

Appellant heeft conclusie neergelegd op 26 november 2009 en syntheseconclusie neergelegd op 30 maart 2010.

Geïntimeerde heeft conclusie neergelegd op 1 september 2009 en syntheseconclusie neergelegd op 1 juni 2010.

Appellant laat gelden dat geïntimeerde geen aanvullende conclusie heeft genomen (termijn 1 februari 2010) zodat hij niet meer de mogelijkheid had om te antwoorden op haar syntheseconclusie. Deze handelwijze zou aldus deloyaal zijn zodat de wering uit de debatten van de laatste conclusie van deze partij vereist is.

8. Het wordt niet aangetoond dat er nieuwe middelen worden gehanteerd in de laatste conclusie van geïntimeerde, die bovendien alleszins "het laatste woord" had. Het hof merkt bovendien dat er discussie bestond over de overlegging van stukken en dat deze omstandigheid het uitblijven van aanvullende conclusie kan uitleggen.

De raadsman van appellant heeft zijn confrater niet eens verzocht om hem minnelijk een nieuw termijn te verlenen zodat hij kennelijk het niet nodig achtte om gebeurlijk nieuwe middelen of argumenten uit de syntheseconclusie van geïntimeerde nog eens te beantwoorden. Er wordt geen deloyaal optreden van geïntimeerde bewezen en het verzoek tot wering uit de debatten van de tijdig neergelegde syntheseconclusie wordt dan ook ongegrond verklaard

2°. Ten gronde

9. De ereloonstaten van appellant berusten op een gedetailleerde opsomming van prestaties in elk dossier.

De dossiers zelf, die volgens appellant twee volle archiefdozen documenten zouden uitmaken, en die ter inzage van geïntimeerde werden voorgesteld (zie briefwisseling in dossier van appellant), worden voor het hof niet voorgelegd zodat het voor het hof uitgesloten is de ware draagwijdte van de prestaties van de advocaat te beoordelen.

Volgens appellant stelt zich een probleem van beroepsgeheim wat de overlegging van die stukken betreft.

Het komt aangewezen voor om de zaak te verwijzen naar de Raad van de Franse Orde van Advocaten om advies uit te brengen over de staten van onkosten en ereloon in geschil.

Bij deze gelegenheid zal appellant dienen uit te maken welke stukken hij in het kader van huidige procedure kan gebruiken.

10. De beslissing over de gerechtskosten wordt gelet op de bovenstaande uiteenzetting aangehouden.

OM DEZE REDENEN :

HET HOF,

Rechtdoende op tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken;

Verklaart het hoger beroep en het incidenteel beroep ontvankelijk.

Alvorens ten gronde recht te doen, verwijst de zaak naar de Raad van de Franse Orde van Advocaten van de Balie te Brussel teneinde advies te verlenen over de betwiste staten van onkosten en ereloon van appellant in het licht van artikel 446ter van het Gerechtelijk Wetboek.

Verwijst intussen de zaak naar de bijzondere rol.

Houdt de beslissing over de gerechtskosten aan.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op

03/04/2012

waar aanwezig waren en zitting hielden :

Evrard JANSSENS DE BISTHOVEN, Raadsheer,

bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier.

V. DE VIS E. JANSSENS DE BISTHOVEN

Vrije woorden

  • Advocaat

  • Ereloon

  • begroting. Betwisting. Beroepsgeheim. Gerechtelijke begroting. Advies van de raad van de Orde.