- Arrest van 5 juni 2012

05/06/2012 - 2009AR667

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

I. Heling vereist niet dat er een notariële boedelbeschrijving van de nalatenschap of gemeenschap is opgemaakt. De inventaris is geen grondvoorwaarde voor de toepassing van artikel 792 van het Burgerlijk Wetboek en/of artikel 1448 van het Burgerlijk Wetboek.

II. De overname van het onroerend goed dat tot gezinswoning dient niet gepaard te gaan met de overname van het de aldaar aanwezige huisraad.

III Een actualisering van de overnameprijs van het onroerend goed is wenselijk vermits de waarde ervan op het ogenblik van de verdeling in aanmerking komt. De actualisering moet in casu gebeuren door de boedelnotarissen die zich mogen laten bijstaan door een deskundige van hun keuze.


Arrest - Integrale tekst

ARREST

Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit :

Rep. Nr. 2012/

A.R. nr. 2009/AR/667

INZAKE VAN :

De heer J. D.

appellant tegen een vonnis uitgesproken door de uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 3 februari 2009,

vertegenwoordigd door Meester Mario VANDEVELDE, advocaat te 1785 MERCHTEM, Kouter 60,

1ste kamer

TEGEN :

Mevrouw J. V.

geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Iwein VAN DRIESSCHE, advocaat te 1745 OPWIJK, Nanovestraat 26,

Huwelijksvermogensrecht en erfrecht

I. Artikelen 792 en 1448 BW. Heling. Toepassingsvoorwaarden

II. Artikel 1446 BW. Toewijzing bij voorrang van de gezinswoning met of zonder het aldaar aanwezige huisraad.

III. Artikelen 1446 BW: Actualisering van de overnameprijs

I. Heling vereist niet dat er een notariële boedelbeschrijving van de nalatenschap of gemeenschap is opgemaakt. De inventaris is geen grondvoorwaarde voor de toepassing van artikel 792 van het Burgerlijk Wetboek en/of artikel 1448 van het Burgerlijk Wetboek.

II. De overname van het onroerend goed dat tot gezinswoning dient niet gepaard te gaan met de overname van het de aldaar aanwezige huisraad.

III Een actualisering van de overnameprijs van het onroerend goed is wenselijk vermits de waarde ervan op het ogenblik van de verdeling in aanmerking komt. De actualisering moet in casu gebeuren door de boedelnotarissen die zich mogen laten bijstaan door een deskundige van hun keuze.

**********************************************************

1.1.1 De heling

...

Artikel 792 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt: "De erfgenamen die goederen van de nalatenschap hebben weggemaakt of verborgen gehouden, verliezen de bevoegdheid om de nalatenschap te verwerpen; al verwerpen zij deze, toch blijven zij zuiver erfgenaam, zonder op enig aandeel in de weggemaakte of verborgen gehouden zaken aanspraak te kunnen maken." Artikel 1448 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt: "De echtgenoot die enig goed uit het gemeenschappelijk vermogen heeft weggemaakt of verborgen gehouden, verliest zijn aandeel in dat goed."

De wetgever zelf geeft geen definitie van begrip ‘heling'. Om van heling van goederen van de nalatenschap in de zin van de artikel 792 van het Burgerlijk Wetboek en/of artikel 1448 van het Burgerlijk Wetboek te kunnen spreken, moeten vier voorwaarden cumulatief zijn vervuld, namelijk: (a) het wegmaken of verborgen houden van goederen (b) die tot de nalatenschap respectievelijk gemeenschap behoren, (c) met bedrieglijk inzicht, (d) door respectievelijk een erfgenaam of echtgenoot .

Het bedrieglijke inzicht betreft een bedrog dat erop gericht is de gelijkheid tussen respectievelijk de erfgenamen of de echtgenoten te verstoren of de schuldeisers van respectievelijk de nalatenschap of de gemeenschap te bedriegen.

Heling vereist niet dat er een notariële boedelbeschrijving van de nalatenschap of gemeenschap is opgemaakt. De inventaris is geen grondvoorwaarde voor de toepassing van artikel 792 van het Burgerlijk Wetboek en/of artikel 1448 van het Burgerlijk Wetboek.

De heler kan de sanctie van artikel 792 en/of 1448 van het Burgerlijk Wetboek vermijden door middel van een tijdig en spontaan berouw.

J. D. stelt dat zijn moeder niet onmiddellijk noch spontaan gewag heeft gemaakt van de DEXIA titels en dus niet tijdig haar meldingsplicht heeft vervuld terwijl zij van in het begin juiste en volledige informatie had moeten verschaffen. Hij laat gelden dat zij pas na de ontzegeling van haar eigen bankkluis met de betwiste DEXIA-effecten niet meer kon ontkennen. Haar verzwijgen vormt voor hem een intentioneel handelen met als doel het verborgen houden ervan ten aanzien van diegenen die er belang bij hadden van die daden kennis te hebben.

Gelet op de zware burgerrechtelijke gevolgen van de heling moet de beoordeling evenwel gebeuren met inachtneming van alle relevante feitelijke elementen. De eerste rechter heeft in dit verband terecht gewezen op enkele tegenstrijdige verklaringen van partijen en heeft terecht gemeend dat hun persoonlijke verschijning mogelijk zal bijdragen tot verheldering. Het resultaat van deze maatregel kan bijdragen tot een weloverwogen beslissing met betrekking tot het werkelijk bestaan van bedrieglijk inzicht en van berouw.

1.1.2 De zwarigheden

.....

Appellant bestrijdt de beslissing die toelaat dat de overname van het onroerend goed niet gepaard gaat met de overname van de aldaar aanwezige huisraad. De boedelrechter is het eens met deze zienswijze van de notaris-penhouder: de weduwe is niet verplicht het huisraad over te nemen samen met het onroerend goed.

Over de betekenis van de artikelen 1446 en 1447 van het Burgerlijk Wetboek op dit punt is discussie gevoerd. Het "samen met" uit artikel 1446 lijkt een verplichting te suggereren tot het mee overnemen van de huisraad, maar dat is in strijd met het "kan" uit dezelfde bepaling (en artikel 1447), dat net uitdrukking geeft aan de basisfilosofie van de bepaling. Deze lezing spoort ook met de wens van de Wetgever om de kansen op overname te vergroten. De eerste rechter heeft dus terecht geoordeeld dat de overname mogelijk is zonder verplichting om de aanwezige huisraad over te nemen.

Even terecht heeft hij vermeld dat een actualisering van de overnameprijs van het onroerend goed wenselijk is vermits de waarde ervan op het ogenblik van de verdeling in aanmerking komt. De actualisering moet gebeuren door de boedelnotarissen die zich mogen laten bijstaan door een deskundige van hun keuze.

...

2 De kosten

Er is geen reden om voor de rechtsplegingsvergoeding af te wijken van de toepassing van het basisbedrag. Met toepassing van het koninklijk besluit van 26 oktober 2007 bedraagt dat basisbedrag gelet op de niet waardeerbaarheid van de vordering (geïndexeerd) 1.320,00 EUR. Gelet op de aard van de zaak en nu geen van de partijen nutteloze kosten heeft gemaakt, worden de kosten ten laste van de massa gelegd.

OM DEZE REDENEN,

HET HOF,

Rechtdoende op tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in gerechtszaken;

Verklaart het hoger beroep van appellant ontvankelijk maar ongegrond, en zendt de zaak terug naar de eerste rechter met toepassing van artikel 1068, 2de lid van het Gerechtelijk Wetboek.

Legt de kosten ten laste van de massa. Begroot de kosten van het hoger beroep

- in hoofde van appellant op euro 1.506 (186 rolrecht + 1.320 rechtsplegingsvergoeding), en

- in hoofde van geïntimeerde op euro 1. 320 rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op

05/06/2012

waar aanwezig waren en zitting hielden :

Marc DEBAERE, Raadsheer,

bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier.

V. DE VIS M. DEBAERE

Vrije woorden

  • I. Artikelen 792 en 1448 BW. Heling: toepassingsvoorwaarden. II. Artikelen 1446 en 1447 BW. Toewijzing bij voorrang. Moet het huisraad overgenomen worden met de gezinwoning?