- Arrest van 26 juni 2012

26/06/2012 - 2009AR1144

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

1. Er bestaat geen notariële akte wanneer de instrumenterende notaris de akte niet heeft ondertekend. Hieruit volgt dat er ook geen notariële akte voorhanden is wanneer één van de twee co - instrumenterende notarissen de akte niet heeft ondertekend.

2. Wanneer een schenkingsakte, verleden voor één januari 2000, blijkens de hoofding of aanhef ervan, verleden werd door twee co- instrumenterende notarissen, en wanneer in de slotvermelding ervan geen gewag wordt gemaakt van de ondertekening door de notarissen (meervoud) maar enkel van de ondertekening door de notaris (enkelvoud), dienen de debatten heropend te worden (artikel 774 Ger. W.) opdat de partijen zouden concluderen over de vraag welke handtekening van welke notaris of notarissen in deze tweede akte voorkomt, en opdat de partijen zich zouden kunnen verdedigen over de vormelijke rechtsgeldigheid of rechtsongeldigheid van die akte nu het - in de huidige fase van het geding - niet duidelijk is of voornoemde akte wel degelijk door de twee co- instrumenterende notarissen ondertekend werd gelet op de hier voren geciteerde slotvermeldingen betreffende de ondertekening.


Arrest - Integrale tekst

ARREST

Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit :

Rep. Nr. 2012/

A.R. nr. 2009/AR/1144

INZAKE VAN :

1) De heer A. A.,

2) De heer U. A.,

3) De heer E. A.,

appellanten tegen een vonnis uitgesproken door de uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op 3 maart 2009,

vertegenwoordigd door Meester Lieven DUCHATEAU loco Meester M. DEWAEL, advocaat te 3400 LANDEN, Stationsstraat 108 A,

1ste kamer

TEGEN :

1) De heer M. A.,

eerste geïntimeerde, in persoon verschijnende, vertegenwoordigd door Meester K. BEELEN loco Meester Bert BEELEN, advocaat te 3000 LEUVEN, Justus Lipsiusstraat 24,

2) Mevrouw A. A., tweede geïntimeerden, in persoon verschijnende, vertegenwoordigd door Meester R. HENDERIX loco Meester Patrick JACKERS, advocaat te 3300 TIENEN, G.vest 36,

3) Mevrouw R. A.,

4) De heer M. A.,

derde en vierde geïntimeerden, niet verschijnende, noch iemand voor hen;

NOTARIEEL RECHT. Notariële schenkingskte verleden vóór 1 januari 2000. Artikel 14, eerste lid en oud artikel 68 Org. W. Not. Ondertekening van de notariële akte door de notaris(-sen). Vermelding van de ondertekening van de akte door de notaris(-sen). Dergelijke schenkingsakte verleden voor twee samen-instrumenterende notarissen zonder getuigen. Slotvermelding die slechts verwijst naar de ondertekening door één in plaats van beide notarissen. Rechtsgevolgen. Nietigheid van de akte? Heropening der debatten (artikel 774 Ger. W.)

1. Er bestaat geen notariële akte wanneer de instrumenterende notaris de akte niet heeft ondertekend. Hieruit volgt dat er ook geen notariële akte voorhanden is wanneer één van de twee co - instrumenterende notarissen de akte niet heeft ondertekend.

2. Wanneer een schenkingsakte, verleden voor één januari 2000, blijkens de hoofding of aanhef ervan, verleden werd door twee co- instrumenterende notarissen, en wanneer in de slotvermelding ervan geen gewag wordt gemaakt van de ondertekening door de notarissen (meervoud) maar enkel van de ondertekening door de notaris (enkelvoud), dienen de debatten heropend te worden (artikel 774 Ger. W.) opdat de partijen zouden concluderen over de vraag welke handtekening van welke notaris of notarissen in deze tweede akte voorkomt, en opdat de partijen zich zouden kunnen verdedigen over de vormelijke rechtsgeldigheid of rechtsongeldigheid van die akte nu het - in de huidige fase van het geding - niet duidelijk is of voornoemde akte wel degelijk door de twee co- instrumenterende notarissen ondertekend werd gelet op de hier voren geciteerde slotvermeldingen betreffende de ondertekening.

De uitgifte van de authentieke akte bevat trouwens de klassieke vermelding ‘volgen de handtekens' wat niet toelaat te weten welke handtekeningen daadwerkelijk voorkomen op de minuut van de akte, die niet wordt voorgelegd.

3. Zelfs als de handtekening van de beide co - instrumenterende notarissen op de minuut voorkomen, dienen de partijen nog steeds te concluderen (1) over de rechtsgeldigheid van de slotvermelding en van de ganse akte gezien deze slotvermelding alleen gewag maakt van de ondertekening van ‘de notaris' (enkelvoud) en niet van ‘de notarissen' (meervoud), (2) over de rechtsgeldigheid van de andere akte - verleden diezelfde dag - gelet op de eenheid van intentie van de partijen en (3) over de gevolgen ervan voor de procedures gevoerd op grond van artikel 815 B.W. en vervolgens artikel 1079 B.W.

4. Voor de toepassing van de bepalingen van de ascendentenverdeling dienen de wettelijke toepassingsvoorwaarden strikt vervuld te zijn en er mag hierover geen twijfel bestaan

Gelet op de procedurestukken: (...)

I. Voorwerp van de vorderingen.

1.1. De oorspronkelijke eis van M. A. strekte ertoe:

- te horen zeggen voor recht dat de akte van ouderlijke boedelverdeling van 27 maart 1981 en beide aktes van 22 oktober 1982, vernietigd worden;

- alvorens recht te doen een deskundige te horen aanstellen om over te gaan tot bepaling van de waarde van een reeks onroerende goederen op datum van 26 december 2003;

- hem voorbehoud te horen verlenen voor het instellen van een vordering tot inkorting of enige andere vordering;

- na de nietigverklaring van boven vermelde akten, een nieuwe vereffening en verdeling te horen bevelen van de nalatenschap van wijlen S. G..

1.2. De eerste rechter heeft (1) de aktes verleden door notaris R. op 22 oktober 1982 beschouwd als een ascendentenverdeling, (2) alvorens ten gronde te beslissen over de eis tot vernietiging van deze ascendentenverdeling wegens benadeling de heer Guy MICHIELS aangesteld als deskundige met o.a. als opdracht de waarde van de onroerende goederen te schatten op datum van 26 december 2003 volgens hun staat op het ogenblik van de aktes van 22 oktober 1982, zonder rekening te houden met eventuele waardevermeerderingen of - verminderingen en (3) alle andere beslissingen aangehouden.

1.3. In het hoger beroep vragen appellanten (1) de vorderingen van geïntimeerden onontvankelijk, minstens ongegrond te verklaren, (2) te zeggen voor recht dat de akten van 22 oktober 1982 niet als een ascendentenverdeling beschouwd kunnen worden en dat er geen reden is tot vernietiging van deze akten, (3) in ondergeschikte orde, wat het deskundigenonderzoek betreft, (a) te zeggen voor recht dat er bij de waardering van de diverse onroerende goederen wel rekening dient gehouden te worden met de meerwaarden die het gevolg zijn van de door de respectieve eigenaars uitgevoerde werken, (b) te zeggen voor recht dat inzake de nalatenschap van moeder de waardering dient te gebeuren op 1 september 1982, (c) te voorzien in de vervanging van de aangestelde deskundige en (d) de zaak bij toepassing van artikel 1068, tweede lid Ger.W. opnieuw te verzenden naar de eerste rechter.

1.4. A. en M. A. vragen beiden in hoofdorde de bevestiging van het bestreden vonnis.

R. en M. A. hebben niet geconcludeerd en zijn evenmin verschenen op de zitting van 14 mei 2012.

II. De relevante feiten.

2.1. De eerste rechter heeft de feiten die aanleiding hebben gegeven tot huidig geschil precies en volledig omschreven zodat het hof desbetreffend verwijst naar het bestreden vonnis.

2.2. Samengevat komt het hierop neer dat de partijen in zake de kinderen zijn van R. A., overleden op 26 december 2003, en van S. G., overleden op 1 september 1982.

De ouders waren gehuwd onder het wettelijk huwelijksvermogensstelsel.

Vader liet een eigenhandig testament na gedateerd op 27 september 2002.

2.3. Tussen de ouders en de kinderen werden diverse notariële akten opgesteld, met name:

- 23 juni 1965: datum van de akte verleden voor notaris R., houdende een schenking door de ouders van het pachthof ‘Beems' te Linter aan hun oudste zoon A. A., als voorschot op erfdeel;

- 25 februari 1975: datum van de akte verleden voor notaris R., houdende schenking door de ouders van een perceel landbouwgrond te Hakendover aan hun zoon M. A., als voorschot op erfdeel;

- 18 april 1980: datum van de akte verleden voor notaris R., houdende minnelijke wijziging van het huwelijksvermogensstelsel van de ouders A. - G. waarbij zij het volgende bedongen hebben:

- de ganse roerende gemeenschap is voor de langstlevende;

- wat de onroerende gemeenschap betreft is de helft in volle eigendom en de helft in vruchtgebruik voor de langstlevende en de overblijvende wederhelft in naakte eigendom is voor de rechthebbende van de eerst stervende van beide ouders;

- 27 maart 1981: datum van de akte verleden voor notaris R., houdende ascendentenverdeling bij schenking door de beide ouders aan hun zeven kinderen, met uitdrukkelijke verwijzing naar artikel 1075 B.W. van goederen van de ouders;

De schenking betreft zowel eigen goederen als deze welke behoren tot de echtelijke wettelijke gemeenschap A. - G.;

De schenking onder de levenden gebeurt, "ten titel van vervroegde verdeling" overeenkomstig artikel 1075 B.W., als voorschot op erfdeel maar met vrijstelling van inbreng in natura;

- 22 oktober 1982: datum van twee notariële akten verleden door twee co - instrumenterende notarissen, namelijk notaris R., tevens minuuthouder, en notaris X. ;

a) Eerste akte van 22 oktober 1982, overgeschreven op het hypotheekkantoor te Leuven op 6 december 1982, boek 2452, nr. 45:

In deze akte verklaart vader A., inmiddels weduwnaar, bij deze schenking te doen buiten erfdeel en met vrijstelling van wederinbrengst in natura...." aan en ten behoeve van zijn zeven kinderen, aan elk van hen een specifiek onroerend goed.

In deze akte staat verder letterlijk het volgende vermeld: "De heer R. A. en zijn zeven kinderen beschouwen de verschillende bewerkingen waarover hierboven sprake, evenals de schenkingakten verleden op 23 juni 1965 , de aanvullende akte van 13 februari 1980 en de schenkingsakten verleden voor dezelfde notaris R. op 25 februari 1975 ... als definitief en ieder kind erkent evenveel van hun ouders ontvangen te hebben of toebedeeld gekregen te hebben, dit betreft klaarheidshalve volgende goederen: de geheelheid zowel van vaders als moedersdeel...."

Verder staat in deze akte ook vermeld: "Om meer zekerheid aan al zijn begiftigde kinderen te geven verklaart de heer R. A. aan de akte ouderlijke schenking - verdeling verleden voor notaris R....de volgende wijziging aan te brengen. In plaats van al deze schenkingen te doen op voorschot op erfdeel, zoals het voorzien is, verandert de heer R. A., wat hem betreft al zijn voorafgaande schenkingen in een schenking buiten erfdeel met ontslag van wederinbrengst in natura. Deze wijziging aan al de voormelde schenkingsakten wordt uitdrukkelijk aanvaard door ieder begiftigde in het bijzonder en door al de zeven kinderen in het algemeen."

b) Tweede akte van 22 oktober 1982, overgeschreven op het hypotheekkantoor te Leuven op 6 december 1982, boek 2473, nr. 10:

Deze akte bevat drie bewerkingen - waaronder een schenking - en is gezamenlijk verleden door de notarissen R. en X..

De bewerkingen zijn de volgende:

- Eerste bewerking: vader-weduwnaar A. doet een schenking buiten erfdeel en met ontslag van wederinbrengst in natura - op ONVERDEELDE WIJZE - aan en ten behoeve van zijn zeven kinderen van een onverdeelde helft in blote eigendom van een onroerend goed gelegen te Wommersom;

- Tweede bewerking: er werd door de kinderen overgegaan tot de definitieve overname en deling van bepaalde onroerende goederen van hun moeder;

- Derde bewerking: de kinderen staan hun gerechtigheden in een onroerend goed te Wommersem af aan hun vader ten titel van deling.

In deze tweede akte wordt onder de rubriek ‘opleggelden' door de kinderen en door vader het volgende verklaard: "Ten gevolge deze akte van deling, tweede bewerking dezer, erkennen al de verschijners anderzijds uitdrukkelijk dat al hun zeven loten gelijkwaardig zijn wat moeders aandeel in de verdeelde goederen betreft, zodat er dan ook geen opleggeld betaald moet worden door de ene aan de andere;

Het opleggeld te betalen door de "verschijner" enerzijds (dus door vader aan zijn zeven kinderen) nopens de derde bewerking dezer werd geregeld tussen partijen zonder tussenkomst van de notaris."

- 8 april 1991: datum van de notariële akte houdende verzaking aan het vruchtgebruik waarvan sprake in de akte van 27 maart 1981 en in de akte van 22 oktober 1982, door R. A..

2.4. Bij vonnis van 24 oktober 2006 werd de vereffening en verdeling van de nalatenschap van vader bevolen en werd de vordering tot vereffening en verdeling van de nalatenschap van moeder verworpen omdat deze reeds vereffend was bij één van voornoemde akten van 22 oktober 1982.

III. Discussie.

3.1. M. A. is de mening toegedaan - hierin gevolgd door A. A. - dat de akten van 27 maart 1981 en van 22 oktober 1982 - die onlosmakelijk verbonden zouden zijn - een ascendentenverdeling uitmaken waarbij zij voor meer dan ¼ benadeeld werden zodat deze akten bijgevolg vernietigd moeten worden (= toepassing van artikel 1079 B.W.).

Zij argumenteren verder dat bij nietigverklaring van de ouderlijke boedelverdeling de descendenten recht hebben op een nieuwe verdeling van de betreffende nalatenschappen en bijgevolg een (nieuwe) vereffening en verdeling dient bevolen te worden van de nalatenschap van moeder.

3.2. De vordering tot betwisting van de ascendentenverdeling bij schenking - onder andere uit hoofde van benadeling voor meer dan één vierde - werd gerandmeld op het hypotheekkantoor van Leuven 1 op 30 november 2011.

Hierbij stelt zich de vraag of dit volstaat en er geen kantmelding dient te geschieden in elk van de hypotheekkantoren die bevoegd zijn m.b.t. de diverse onroerende goederen, voorwerp van huidige betwisting.

3.3. Er bestaat geen notariële akte wanneer de instrumenterende notaris de akte niet heeft ondertekend.

Hieruit volgt dat er geen notariële akte voorhanden is wanneer één van de twee co - instrumenterende notarissen de akte niet heeft ondertekend.

Deze principes dienen getoetst te worden bij het onderzoek van de twee akten, verleden op dezelfde dag, met name op 22 oktober 1982.

3.4. De beide akten van 22 oktober 1982 werden - blijkens de hoofding of aanhef ervan - verleden door twee co - instrumenterende notarissen omdat deze akten schenkingen inhielden en verleden werden vóór 1 januari 2000 (= oud artikel 9 Org. W. Not., geldend tot 1 januari 2000).

De slotvermelding van één van deze beide akten maakt echter geen gewag van de ondertekening door de notarissen (meervoud) maar enkel van de ondertekening door de notaris (enkelvoud).

In de eerste akte (overgeschreven te Leuven I op 6 december 1982, boek 2452, nr. 45) komt als slotvermelding voor: "En, na voorlezing hebben de partijen, samen met ons, notarissen, deze akte ondertekend".

In de tweede akte (overgeschreven te Leuven I op 6 december 1982, boek 2473, nr. 10) komt echter een andersluidende slotvermelding voor: "En, na voorlezing hebben de partijen, samen met ons, notaris, deze akte ondertekend".

De aandacht wordt bijgevolg gevestigd op de verschillende terminologie die gebruikt werd - enkelvoud of meervoud - alhoewel beide akten betrekking hebben op een schenking.

Bij schenkingen - daterend van vóór 1 januari 2000 - die verleden worden door twee co-intrumenterende notarissen is vereist dat 1) de beide notarissen de akte ondertekenen en 2) er melding wordt gemaakt van deze ondertekening, dit alles op straffe van nietigheid (= art. 9, 14 en 68 Org. W.). De beide wettelijke verplichtingen dienen duidelijk van elkaar onderscheiden te worden.

De slotvermelding in de tweede akte maakt het onmogelijk - bij gebreke aan authentieke vaststelling van het feit van de ondertekening door beide co - instrumenterende notarissen - uit te maken welke notaris de akte wel en welke notaris de akte niet heeft ondertekend.

De partijen dienen dus te concluderen over de vraag welke handtekening van welke notaris of notarissen in deze tweede akte voorkomt.

De partijen worden verder uitgenodigd zich te verdedigen over de vormelijke rechtsgeldigheid of rechtsongeldigheid van die tweede akte nu het - in de huidige fase van het geding - niet duidelijk is of voornoemde akte wel degelijk door de twee co - instrumenterende notarissen ondertekend werd gelet op de hier voren geciteerde slotvermeldingen betreffende de ondertekening.

De uitgifte van de authentieke akte bevat trouwens de klassieke vermelding ‘volgen de handtekens' wat niet toelaat te weten welke handtekeningen daadwerkelijk voorkomen op de minuut van de akte, die niet wordt voorgelegd.

Zelfs als de handtekening van de beide co - instrumenterende notarissen op de minuut voorkomen, dienen de partijen nog steeds te concluderen (1) over de rechtsgeldigheid van de slotvermelding en van de ganse tweede akte gezien deze slotvermelding alleen gewag maakt van de ondertekening van ‘de notaris' (enkelvoud) en niet van ‘de notarissen' (meervoud), (2) over de rechtsgeldigheid van de andere akte - verleden diezelfde dag - gelet op de eenheid van intentie van de partijen en (3) over de gevolgen ervan voor de andere verdelingen en voor de procedures gevoerd op grond van artikel 815 B.W. en vervolgens artikel 1079 B.W.

3.5. Verder wordt nog opgemerkt dat in de eerste akte van 22 oktober 1982 vermeld wordt: "Om meer zekerheid aan al zijn begiftigde kinderen te geven verklaart de heer R. A. aan de akte ouderlijke schenking - verdeling verleden voor notaris Leon R....de volgende wijziging aan te brengen. In plaats van al deze schenkingen te doen op voorschot op erfdeel, zoals het voorzien is, verandert de heer R. A., wat hem betreft, al zijn voorafgaande schenkingen in een schenking buiten erfdeel met ontslag van wederinbrengst in natura. Deze wijziging aan al de voormelde schenkingakten wordt uitdrukkelijk aanvaard door ieder begiftigde in het bijzonder en door al de zeven kinderen in het algemeen."

De partijen hebben niet geconcludeerd over de vraag of er wel een conjonctieve ouderlijke verdeling kan bestaan wanneer de voorwaarden van de vermeende ouderlijke boedelverdeling respectievelijk én van de vader én van de moeder verschillend zijn ingevolge een latere akte van de vader die de natuur van zijn eigen schenkingen eenzijdig verandert van ‘als voorschot op erfdeel' naar ‘buiten erfdeel'.

3.6. De bepalingen betreffende de ascendentenverdeling (artikelen 1075 à 1080 B.W.) vormen uitzonderingen op de gemeenrechtelijke regels inzake de samenstelling van de kavels van de begiftigden (zie artikelen 826 B.W. en 832 B.W.). De ascendentenverdeling bij schenking vormt bovendien een uitzondering op artikel 1130 B.W. inzake het verbod van overeenkomsten over niet - opengevallen nalatenschappen. De bepalingen van de ascendentenverdeling mogen niet extensief uitgelegd worden, nu ze uitzonderingen uitmaken op het gemeenrecht.

Voor de toepassing van de bepalingen van de ascendentenverdeling dienen de wettelijke toepassingsvoorwaarden strikt vervuld te zijn en er mag hierover geen twijfel bestaan ( = artikel 1075 B.W.).

3.7. De beslechting van alle hangende vorderingen is derhalve voorbarig omdat:

- er eerst geconcludeerd moet worden over de noodzaak van een randmelding in alle hypotheekkantoren waaronder de desbetreffende onroerende goederen vallen van de vordering tot betwisting van de beweerde ascendentenverdelingen wegens benadeling ( = toepassing van artikel 3, eerste lid en 84 laatste lid Hyp. W.);

- er vervolgens geconcludeerd moet worden over de geldigheid van de voormelde tweede akte van 22 oktober 1982, nu niet kan uitgemaakt worden of deze akte door één dan wel door de twee co - instrumenterende notarissen werd ondertekend en omwille van het feit dat in de slotvermelding van deze tweede akte er uitsluitend sprake is van ondertekening van de notaris (enkelvoud) en niet van de notarissen (meervoud);

- gelet op de onlosmakelijke band tussen beide akten van 22 oktober 1982 de partijen standpunt dienen in te nemen over de vraag welke de gevolgen zijn van de mogelijke nietigheid van de tweede akte op de eerste akte van dezelfde datum en - ruimer - op de vereffeningen van de nalatenschap van beide ouders;

- partijen geen standpunt hebben ingenomen over de vraag of er wel een conjonctieve ouderlijke verdeling kan bestaan wanneer de voorwaarden van de vermeende ouderlijke boedelverdeling respectievelijk én van de vader én van de moeder verschillend zijn ingevolge een latere akte van de vader die de natuur van zijn eigen schenkingen eenzijdig verandert van ‘als voorschot op erfdeel' naar ‘buiten erfdeel' ( zie artikel 919 B.W.).

OM DEZE REDENEN :

HET HOF,

Rechtdoende op tegenspraak,

Toepassing makende van artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken;

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk.

Vooraleer uitspraak te doen ten gronde beveelt de heropening der debatten om hier voren uiteengezette redenen.

Stelt ten dien einde de zaak vast ter zitting van 24 september 2012 om 12.00 uur (10') teneinde de vooruitgang van de zaak na te gaan en eventueel conclusietermijnen toe te kennen.

Houdt de beslissing over de kosten aan.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op

26/06/2012

waar aanwezig waren en zitting hielden :

Astrid DE PREESTER, Voorzitter,

Evrard JANSSENS DE BISTHOVEN, Raadsheer,

M. DEBAERE, Raadsheer,

bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier.

V. DE VIS M. DEBAERE

E. JANSSENS DE BISTHOVEN A. DE PREESTER

Vrije woorden

  • Vormelijk contract. 'Bestaansvoorwaarden' Ascendentenverdeling bij schenking. notariëel recht. Ondertekening door twee notarissen? Slotvermelding inzake de ondertekening door de notaris of notarissen. Sanctie. Artikel 14, eerste lid, in fine Org. W. Not.