- Arrest van 31 juli 2012

31/07/2012 - 2007AR3307

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Wanneer de rechter heeft beslist over de opmerkingen die de deelgenoten hebben gemaakt in het proces-verbaal van beweringen en zwarigheden op de staat van vereffening van de boedelnotaris, is terzake de rechtsmacht van de rechter uitgeput in die zin dat hij later niet opnieuw kan beslissen over dezelfde opmerkingen. Dat een partij nu andere stukken wil gebruiken dan die welke hij tot nu heeft gebruikt en dat die volgens hem tot een andere beoordeling zouden kunnen leiden, doet daaraan niets af; dat is voor een vereffening niet anders dan voor een arrest in andere materies. Dat hierbij dus een deelgenoot nu zijn verdediging wil voeren met gebruik van stukken die hij eerder niet heeft gebruikt, staat niet gelijk met de hypothese van het bestaan van gegevens of feiten die de partijen nog niet kenden op het ogenblik van het proces-verbaal van beweringen en zwarigheden.


Arrest - Integrale tekst

ARREST

Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit :

Rep. Nr. 2012/

A.R. nr. 2007/AR/3307

INZAKE VAN :

Mevrouw G. V.,

appellante tegen een vonnis uitgesproken door de uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 22 oktober 2007,

die verschijnt, bijgestaan door Mr. GEYSKENS Martine, advocaat te 2270 HERENTHOUT, Canadadreef 8 ;

1ste kamer

TEGEN :

De heer C. V.,

geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Sandra HEERINCKX, advocaat te 1500 HALLE, Nijverheidsstraat 36 bus 22, en door Meester Sandra HERINCKX loco Meester Katelijne VAN BELLINGEN, advocaat te 1050 BRUSSEL, Jaargetijdenlaan 54,

OUD ARTIKEL 1219, §2 GER W. - GERECHTELIJKE VERDELING. GEVOLGEN VAN DE RECHTERLIJKE BESLECHTING VAN DE GESCHILLEN VERVAT IN HET PROCESVERVAAL VAN BEWERINGEN EN ZWARIGHEDEN - UITPUTTING VAN RECHTSMACHT

Wanneer de rechter heeft beslist over de opmerkingen die de deelgenoten hebben gemaakt in het proces-verbaal van beweringen en zwarigheden op de staat van vereffening van de boedelnotaris, is terzake de rechtsmacht van de rechter uitgeput in die zin dat hij later niet opnieuw kan beslissen over dezelfde opmerkingen. Dat een partij nu andere stukken wil gebruiken dan die welke hij tot nu heeft gebruikt en dat die volgens hem tot een andere beoordeling zouden kunnen leiden, doet daaraan niets af; dat is voor een vereffening niet anders dan voor een arrest in andere materies. Dat hierbij dus een deelgenoot nu zijn verdediging wil voeren met gebruik van stukken die hij eerder niet heeft gebruikt, staat niet gelijk met de hypothese van het bestaan van gegevens of feiten die de partijen nog niet kenden op het ogenblik van het proces-verbaal van beweringen en zwarigheden.

_____________________________________________________

1 De procedure

In dit arrest oordeelt het hof verder na hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel 22 oktober 2007.

De bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, waaronder artikel 24, zijn nageleefd.

Het arrest wordt gewezen na tegenspraak.

Bij arrest van 25 mei 2010 heeft het hof uitspraak gedaan over de opmerkingen van de partijen op de staat van vereffening van notaris S. aangesteld bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 3 september 1996. Het hof heeft de zaak verwezen naar de notarissen D., opvolger van notaris S., ..., 1000 Brussel, en C., ..., 1070 Brussel, met de opdracht de staat van vereffening aan te passen aan de beslissingen van zijn arrest.

Op 28 oktober 2011 heeft notaris D. op de griffie van het hof uitgiften neergelegd van zijn bijkomende staat van vereffening en verdeling van 15 juli 2011, van het proces-verbaal van zwarigheden van 23 september 2011 en van het advies van de notarissen van 14 oktober 2011 als antwoord op die zwarigheden.

2 Het onderwerp van de vordering

De heer V. vraagt de aangepaste staat van de notarissen aan te passen aan zijn opmerkingen.

Mevrouw V. vraagt de staat te homologeren, en de opmerkingen van de heer V. niet ontvankelijk minstens ongegrond te verklaren.

3 De gronden van de beslissing en het antwoord op de middelen van de partijen

3.1 De ontvankelijkheid van de opmerkingen

In hun advies laten de notarissen gelden dat de partijen geen nieuwe bezwaren mogen maken dan die welke zij gemaakt hebben tegen de staat van vereffening van 15 mei 2001; het komt hen voor dat de bezwaren van de heer V. een bewuste vertragingsmanoeuvre uitmaken.

De partijen maken geen opmerkingen met betrekking tot de overeenstemming van de aangepaste staat met het arrest dat de aanpassing heeft bevolen.

Het hof heeft beslist over de opmerkingen die partijen hebben gemaakt op de staat van 15 mei 2001 en heeft wat dat betreft zijn rechtsmacht uitgeput. Het hof kan dus niet opnieuw beslissen over dezelfde opmerkingen. De betwistingen met betrekking tot bijvoorbeeld de opbrengst van de verkoop door de heer V. van een café D. zijn definitief beslecht. Dat de heer V. nu andere stukken wil gebruiken dan die welke hij tot nu heeft gebruikt en dat die volgens hem tot een andere beoordeling kunnen leiden, doet daaraan niets af; dat is voor een vereffening niet anders dan voor een arrest in andere materies.

Evenmin kan ingegaan worden op bezwaren die partijen hadden kunnen maken tegen de staat van vereffening van 15 mei 2001 en die zij toen niet hebben gemaakt. De punten in de staat waarover geen betwisting bestond gelden als aanvaard door de partijen. De betwisting die aan de rechter ter beoordeling staat, is immers in overeenstemming met artikel 1219, §2 van het Gerechtelijk Wetboek beperkt tot de bezwaren die zijn voorgelegd aan de boedelnotarissen; nieuwe bezwaren kunnen niet rechtstreeks bij de boedelrechter aanhangig gemaakt worden . Uitzondering wordt gemaakt in vier gevallen : het akkoord van partijen , het bestaan van gegevens of feiten die de partijen nog niet kenden op het ogenblik van het proces-verbaal van beweringen en zwarigheden of de verzwijging van gegevens door partijen aan de notaris , de niet-vermelding door de notaris van beweringen en zwarigheden die de partijen wel hadden gemaakt , en bezwaren die de openbare orde betreffen. Dat de heer V. nu zijn verdediging wil voeren met gebruik van stukken die hij eerder niet heeft gebruikt, staat niet gelijk met de vermelde hypothese van het bestaan van gegevens of feiten die de partijen nog niet kenden op het ogenblik van het proces-verbaal van beweringen en zwarigheden.

Uit de beslissing van het hof tot terugzending van de staat naar de notarissen voor aanpassing aan zijn beslissing met betrekking tot de wel gemaakte opmerkingen volgt dus dat de punten waarover geen opmerkingen waren gemaakt ongewijzigd moeten blijven.

Er anders over oordelen en toelaten dat beslechte punten opnieuw voorwerp van opmerkingen worden, zou ingaan tegen de logica van de gerechtelijke vereffening-verdeling, die bedoeld is om de conflicten tussen partijen af te sluiten. Uit de recente wijziging van de procedure bij de wet van 13 augustus 2011 houdende hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling blijkt overigens de wil van de Wetgever om de procedures sneller te laten verlopen; de vraag van de heer V. gaat daar net tegenin.

4 De kosten

Gelet op de aard van de zaak worden de kosten ten laste gelegd van de massa. Partijen begroten de kosten niet.

OM DEZE REDENEN,

HET HOF, (...)

Verklaart de bezwaren van de heer V. niet ontvankelijk, en homologeert de bijkomende staat van vereffening en verdeling van 15 juli 2011 (...)

Aldus gevonnist en uitgesproken ter buitengewone openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op

31/07/2012

waar aanwezig waren en zitting hielden :

Marc DEBAERE, Raadsheer,

bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier.

Vrije woorden

  • Gercehtelijke verdeling. Artikel 1219, §2 Ger. W. Uitputting van rechtsmacht. Aangepast staat van verffening. Nieuwe bezwaren. Voorwaarden van de ontvankelijkheid ervan.