- Arrest van 16 september 2013

16/09/2013 - 2013JR178

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

De kandidaat-adoptanten moeten bekwaam en geschikt zijn om een kind te adopteren en daartoe krachtens de wet over de vereiste sociaal-psychologische eigenschappen beschikken (artikel 361-1 tweede lid Burgerlijk Wetboek);

De rechtbank houdt daarbij inzonderheid rekening met de persoonlijke, familiale en medische toestand van betrokkenen en met hun beweegredenen (artikel 346 - 2 tweede lid Burgerlijk Wetboek);

Er wordt aangenomen dat appellanten een voldoende diepgaand sociaal netwerk hebben en ze hebben bovendien nog veel contact met adoptiefamilies; ze worden tevens geacht in staat te zijn om een emotionele binding aan te gaan met een adoptiekind.

Uit het verslag van de heer M. volgt dat de kandidaten een overwegend gezonde persoonlijkheidsorganisatie hebben, en zich in het sociale verkeer eerder onverstoorbaar opstellen zonder echter te getuigen van rigiditeit en een gebrek aan flexibiliteit.

Mede nog met de gegevens aangereikt ter terechtzitting dient dan ook gesteld dat deze geschetste risicofactor dient getemperd;

Het feit dat appellanten tot een adoptie wensen over te gaan eerder dan naar eigen kinderen te verlangen is geen element om voorop te stellen dat het geen goede adoptieouders zullen zijn.

Op grond van de protectieve factoren vermeld in het verslag van het CAW, de elementen vervat in het verslag van de aangezochte psycholoog en de gegevens ter terechtzitting verder verschaft, dient besloten dat appellanten de vereiste eigenschappen bezitten om tot een interlandelijke adoptie over te gaan van één kind, zoals gevorderd.


Arrest - Integrale tekst

Hof van Beroep Antwerpen - 16 bis kamer

2013/JR/178

1. C. B,

2. V. C. W.,

appellanten,

V. C. W. verschijnt in persoon.

C. B. verschijnt in persoon.

bijgestaan door Mr. V. S.

tegen het vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te Hasselt, zetelend als Jeugdrechtbank van 10 juni 2013

1. UITEENZETTING VAN DE VORDERING

Het bestreden vonnis werd ter kennisgeving verzonden op 10/6/2013 en het hoger beroep werd ingesteld bij verzoekschrift op 4/7/2013;

Het hoger beroep is tijdig en ontvankelijk;

Appellanten vorderen in hun verzoekschrift tot hoger beroep bij hervorming van het bestreden vonnis om hen bekwaam en geschikt te horen verklaren om tot een interlandelijke adoptie over te gaan voor één kind;

2. BEOORDELING

De kandidaat-adoptanten moeten bekwaam en geschikt zijn om een kind te adopteren en daartoe krachtens de wet over de vereiste sociaal-psychologische eigenschappen beschikken (artikel 361-1 tweede lid Burgerlijk Wetboek);

de rechtbank houdt daarbij inzonderheid rekening met de persoonlijke, familiale en medische toestand van betrokkenen en met hun beweegredenen (artikel 346 - 2 tweede lid Burgerlijk Wetboek);

Beide kandidaat-adoptanten worden krachtens de overgelegde medisch attesten wat hun gezondheidstoestand betreft geschikt bevonden om een kind te adopteren;

Krachtens het overgelegde verslag van CAW Limburg, dienst voor maatschappelijk onderzoek inzake interlandelijke adoptie wegen de risicofactoren op tegen de protectieve factoren en werd een negatief advies gegeven inzake de geschiktheid om te adopteren;

Volgens het team voor maatschappelijk onderzoek zouden er volgende risicofactoren bestaan:

- BEPERKT SOCIAAL NETWERK

EMOTIONELE BINDING MET HET ADOPTIEKIND

Er wordt desbetreffend verwezen naar de verslaggeving van de heer M. en de bijgevoegde stavingsstukken, brieven en attesten van familieleden, kennissen, vrienden, collega's;

Volgens het verslag van de heer M. kunnen appellanten zich voldoende inleven in anderen en hebben ze een intacte voeling met realiteit, normen en waarden;

De kandidaat-adoptanten ondervinden blijkbaar veel steun van hun familie, vrienden en collega's; hierdoor blijkt dat de kandidaten wel degelijk in staat zijn om emotionele bindingen met derden aan te gaan, in tegenstelling tot de stelling van het CAW desbetreffend; blijkbaar is de heer C. nog altijd in een jeugdbeweging geweest zodat hij toch als sociaal geëngageerd kan worden beschouwd;

Uit het onderzoek van de heer M. blijkt dat appellanten wel degelijk getuigen van empathische mogelijkheden zodat er vanuit gegaan wordt dat ze in staat zijn een emotionele binding te hebben met hun adoptiekind;

Bovendien zal de aanwezigheid van een kind leiden tot tot een toename aan sociaal verkeer;

Het argument van het CAW is desbetreffend niet aanvaardbaar en appellanten leveren voldoende het tegenbewijs;

Er wordt dus aangenomen dat appellanten een voldoende diepgaand sociaal netwerk hebben en ze hebben bovendien nog veel contact met adoptiefamilies; ze worden tevens geacht in staat te zijn om een emotionele binding aan te gaan met een adoptiekind;

- FINANCIELE ZEKERHEID WERKZEKERHEID

Desbetreffend kan de stelling van het CAW evenmin gevolgd worden;

Appellanten hebben beiden een job en mevrouw V. C. werkt met een vast contract;

Appellanten hebben een eigen woning en beiden hebben een inkomen en spaargelden;

-BESCHIKBAARHEID DRAAGKRACHT - STRESSBESTENDIGHEID

De onderzoekers hebben verder vragen bij de beschikbaarheid voor het adoptiekind op lange termijn en met betrekking tot de combinatie tussen gezin en werk van appellanten;

Het feit dat de heer C. ambitieus is op professioneel gebied beduidt toch niet dat hij geen goede vader kan zijn voor het adoptiekind;

De kandidaat-vader is zelfstandige en kan in zekere mate zijn arbeidstijd zelf regelen en heeft voor bepaalde projecten de mogelijkheid om van thuis uit te werken;

De kandidaat-adoptiemoeder heeft een job met normale uren, zoals zoveel werkende moeders hebben, zodat desbetreffend geen nadelig element kan gezien worden;

Er wordt verder nog verwezen naar het feit dat de adoptievader een grote nood aan structuur en voorspelbaarheid heeft; het team stelt zich de vraag welke mentale ruimte de kandidaat-vader over heeft naar het kind indien zijn structuur wordt verstoord en er wordt verder verwezen naar een geringere frustratietolerantie in hoofde van de kandidaat-adoptiemoeder;

het team haalt het geringe eigenwaardegevoel, de ongeduldigheid, de geringere draagkracht en geringere stressbestendigheid, de nood aan voorspelbaarheid en structuur en geringe flexibiliteit aan als risicofactor;

Uit het verslag van de heer M. volgt dat de kandidaten een overwegend gezonde persoonlijkheidsorganisatie hebben, en zich in het sociale verkeer eerder onverstoorbaar opstellen zonder echter te getuigen van rigiditeit en een gebrek aan flexibiliteit; de heer C. vertoont een hoekige, rationele (communicatieve) stijl gekruid met een dosis egocentrisme en overwaardering van het zelfbeeld; deze kenmerken gaan echter samen met een onderhuids toereikend inlevingsvermogen; de kwaliteit van de frustratietolerantie in hoofde van de kandidaat-vader blijkt niet optimaal doch alleszins niet pathologisch te zijn;

Mevrouw V. C. is psychologisch "stevig" maar vertoont meer cognitieve, personale en emotionele soepelheid volgens deskundige M.;

De kandidaat-vader wordt geacht gelet op zijn professionele bezigheden om alleszins stressbestendig te zijn; de kandidaat-adoptiemoeder blijkt volgens het overgelegde attest van de werkgever alleszins stressbestendig te zijn in haar werk;

Mede nog met de gegevens aangereikt ter terechtzitting dient dan ook gesteld dat deze geschetste risicofactor dient getemperd;

- GEBREK AAN WENS VOOR EIGEN KINDEREN

Het feit dat appellanten tot een adoptie wensen over te gaan eerder dan naar eigen kinderen te verlangen is geen element om voorop te stellen dat het geen goede adoptieouders zullen zijn;

Ter terechtzitting beklemtonen appellanten dat ze in de eerste plaats een kind dat het minder goed heeft wensen te helpen en wellicht voor een volgend kind een eigen kind wensen;

De wens voor een biologisch kind wordt dan ook niet uitgesloten;

Terzake wordt geen risicofactor gezien;

Als besluit dient gesteld dat appellanten een ideaal profiel hebben en voldoende waarborgen bezitten om een adoptie aan te gaan en protectieve factoren terzake volledig overwegen;

Appellanten hebben een adequate leeftijd, een goede reeds gedurende jaren hechte en standvastige relatie, voldoende financiële mogelijkheden, een eigen woning en spaargelden;

Er wordt een normale beschikbaarheid van beide ouders naar de kinderen toe ervaren, een voldoende ondersteunend netwerk van familie, vrienden en een oprechte motivatie tot adoptie; er wordt aangenomen dat appellanten voldoende vaardigheden en pedagogische inzichten in de adoptie materie bezitten en ze worden geacht zich voldoende te kunnen inleven in de gevoelswereld van een adoptiekind;

Op grond van de protectieve factoren vermeld in het verslag van het CAW, de elementen vervat in het verslag van de aangezochte psycholoog de heer M. en de gegevens ter terechtzitting verder verschaft, dient besloten dat appellanten de vereiste eigenschappen bezitten om tot een interlandelijke adoptie over te gaan van één kind, zoals gevorderd;

Het hoger beroep is gegrond zodat het bestreden vonnis dient gewijzigd;

Er werd geen discussie gevoerd nopens het ten laste leggen van de kosten der beide instanties lastens appellanten;

Beslissing

Het Hof beslist bij arrest op tegenspraak.

De rechtspleging verliep in overeenstemming met de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van de taal in gerechtszaken.

Gehoord de heer Advocaat-generaal L. VAN LERBERGHE in zijn EENSLUIDEND advies dat omwille van de omstandigheden van de zaak mondeling ter terechtzitting werd gegeven en waarop partijen mondeling hebben kunnen repliceren,

Ontvangt het hoger beroep en verklaart het gegrond;

Hervormt het bestreden vonnis behoudens in zoverre het het oorspronkelijk verzoek ontvankelijk verklaart;

Verklaart het oorspronkelijk verzoek tevens gegrond;

Zegt dienvolgens rechtens dat beide appellanten

De heer C. B., zelfstandige, ,

van de Belgische nationaliteit

en zijn echtgenote

Mevrouw V. C. W., bediende,

van de Belgische nationaliteit

gehuwd beiden wonende te ...

bekwaam en geschikt zijn om tot een interlandelijke adoptie over te gaan van één kind;

Verwijst appellanten tot de kosten van beide instanties, niet begroot in hunnen hoofde.

Dit arrest werd uitgesproken in de openbare zitting van 16 september 2013 door

I. VANSTRAELEN Kamervoorzitter, Jeugdrechter in hoger beroep

L. KAM Griffier

Vrije woorden

  • Interlandelijke adoptie Artikel 361-1 tweede lid BW

  • geschiktheid om kind te adopteren artikel 346-2 tweede lid BW

  • persoonlijke, familiale en medische toestand