- Arrest van 26 maart 2013

26/03/2013 - 2012AR1480

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

De wet van 13 augustus 2011 aangaande de gerechtelijke vereffening-verdeling, is in werking getreden op 1 april 2012. Overeenkomstig artikel 9 van deze wet, blijven, op de zaken waarin de vordering tot verdeling hangende is en die op het ogenblik van inwerkingtreding van deze wet in beraad genomen, de bepalingen van toepassing die golden vóór de inwerkingtreding van deze wet. Daaruit volgt a contrario dat op de vorderingen tot vereffening-verdeling die weliswaar ingeleid werden vóór 1 april 2012 maar die, zoals in casu, slechts in beraad genomen werden (door het hof) na de inwerkingtreding ervan, de nieuwe wet van toepassing is.


Arrest - Integrale tekst

Nr.: HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL

3e kamer,

A.R. Nr.: 2012/AR/1480

zetelend in burgerlijke zaken,

Rep. nr.: 2013/ na beraad, wijst volgend arrest:

INZAKE VAN:

1. H. R.,

geïntimeerde op incidenteel hoger beroep

vertegenwoordigd door Mr. Niek VERSLYPE loco Mr. DE WULF Larissa en Mr. Frederik SWENNEN, advocaten te 1150 BRUSSEL, Woluwelaan 2

TEGEN:

1. W. T., zonder beroep, geïntimeerde,

appellante op incidenteel hoger beroep

in persoon aanwezig en vertegenwoordigd door Mr. BOLIAU Geneviève, advocaat te 1060 BRUSSEL, Defacqzstraat 109

De wet van 13 augustus 2011 aangaande de gerechtelijke vereffening-verdeling, is in werking getreden op 1 april 2012. Overeenkomstig artikel 9 van deze wet, blijven, op de zaken waarin de vordering tot verdeling hangende is en die op het ogenblik van inwerkingtreding van deze wet in beraad genomen, de bepalingen van toepassing die golden vóór de inwerkingtreding van deze wet. Daaruit volgt a contrario dat op de vorderingen tot vereffening-verdeling die weliswaar ingeleid werden vóór 1 april 2012 maar die, zoals in casu, slechts in beraad genomen werden (door het hof) na de inwerkingtreding ervan, de nieuwe wet van toepassing is.

Gelet op de stukken van de procedure, inzonderheid:

- het vonnis op tegenspraak uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 24 april 2012, waarvan geen akte van betekening wordt voorgelegd;

- het verzoekschrift tot hoger beroep neergelegd ter griffie van het hof op 25 mei 2012, waarbij een tijdig en regelmatig hoger beroep werd ingesteld;

- de syntheseconclusie voor geïntimeerde van 27 september 2012;

- de conclusie voor appellant van 13 september 2012.

Voorgaanden

Partijen zijn gehuwd in de Verenigde Staten van Amerika, Telluride (Colorado) op 18 maart 2000, zonder huwelijkscontract.

Beide partijen hebben de Amerikaanse nationaliteit. Geïntimeerde heeft bij brief van 11 juli 2011 bij de Kamer van volksvertegenwoordigers de Belgische nationaliteit door naturalisatie aangevraagd (stuk 23 geïntimeerde).

Uit hun huwelijk werden twee kinderen geboren:

- Jacqueline, geboren op 14 oktober 2001 (thans 11½ jaar),

- Katherine, geboren op 22 mei 2005 (thans 7 ¾ jaar).

In augustus 2004 zijn partijen naar Brussel verhuisd.

Bij dagvaarding van 5 juni 2009 vorderde T. W. de echtscheiding op grond van artikel 229, § 3 B.W., alsmede voorlopige maatregelen.

Partij H. stelde nadien, op 28 juli 2009, een vordering tot echtscheiding in voor de Amerikaanse rechtbanken.

Bij tussenvonnis op tegenspraak d.d. 2 november 2010 werd de echtscheidingsvordering op verzoek van T. W. overeenkomstig artikel 229, §1 B.W. ongegrond verklaard en werd de in de ondergeschikte orde geformuleerde echtscheidingsvordering overeenkomstig artikel 229, § 3 B.W. in voortzetting geplaatst op de zitting van 21 december 2010 nu de reflectieperiode van 1 jaar na het inleiden van de echtscheidingsvordering niet was bereikt.

Bij conclusie van 7 december 2010 heeft de heer H. een tegeneis tot echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting ingeleid bij de eerste rechter.

Bij tussenvonnis van 8 februari 2011 werd de echtscheiding tussen partijen uitgesproken overeenkomstig artikel 229, §3 B.W. op hoofdeis van mevrouw W.. De tegeneis tot echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting uitgaande van de heer H. en de overige vorderingen werden naar de bijzondere rol verzonden, en de gerechtskosten werden aangehouden. Dit vonnis werd op verzoek van geïntimeerde aan appellant betekend op 12 april 2011, volgens appellant (syntheseconclusie p. 8) op het gerechtshof te Brussel, na een schorsing van de zitting van dit hof in het kader van de procedure voorlopige maatregelen.

Dit vonnis is bij gebreke aan hoger beroep in kracht van gewijsde getreden op 13 mei 2011, datum waarop het huwelijk van partijen in hun onderlinge verhouding werd ontbonden.

Vonnis a quo

Bij het bestreden vonnis van 24 april 2012 wordt:

- voor recht gezegd dat het Amerikaanse recht van de staat van Louisiana van toepassing is op de vereffening en verdeling van het huwelijksvermogensstelsel;

- voor recht gezegd dat appellant faalt in de bewijslast van de zware fout in hoofde van geïntimeerde;

- appellant veroordeeld tot betaling van euro 2.200 provisioneel per maand uit hoofde van voorlopige onderhoudsuitkering na echtscheiding, jaarlijks indexeerbaar;

- appellant veroordeeld om overeenkomstig artikel 877 Ger.W. alle stukken betreffende zijn inkomen over te leggen, meer bepaald de volledige belastingsaangiften (zonder ontbrekende pagina's) voor de jaren 2009 en 2010 evenals de aangifte van de nalatenschap van zijn vader, de formulieren W-2 voor de jaren 2009 en 2010 en alle bankuittreksels sinds 2009 betrekkelijk de spaarrekening die wordt gespijsd door E., alle uittreksels van de gemeenschappelijke bankrekeningen of de bankrekeningen waarop hij of geïntimeerde volmacht hadden sinds januari 2009, en dit met het oog op het debat inzake de definitieve onderhoudsvordering na echtscheiding.

De kosten worden aangehouden.

Voorwerp van de hogere beroepen

I. Principaal hoger beroep

Overeenkomstig zijn verzoekschrift tot hoger beroep en zijn syntheseconclusie d.d. 13 september 2012 voor het hof vordert appellant:

- akte te nemen van de uitbreiding van het hoger beroep dat appellant bij conclusie overeenkomstig artikel 807 Ger.W. jo. artikel 1042 Ger.W. instelt;

- zijn tegenvordering tot echtscheiding, gesteund op artikel 229, §1 BW, zonder voorwerp te verklaren;

- een notaris, andere dan notaris Talloen, aan te stellen met het oog op de bewerkingen van vereffening en verdeling van het huwelijksvermogensstelsel;

- te zeggen voor recht dat met toepassing van artikel 9 a contrario van de wet van 13 augustus 2011 houdende hervorming van de procedure gerechtelijke vereffening-verdeling, de verrichtingen van vereffening-verdeling overeenkomstig de bepalingen van de nieuwe wet zullen geschieden;

- de toekenning van de provisionele onderhoudsuitkering ten bedrage van euro 2.200, jaarlijks indexeerbaar, die appellant ingevolge het vonnis van 24 april 2012 dient te betalen aan geïntimeerde, retroactief af te schaffen;

- te zeggen voor recht:

- in hoofdorde: dat de zware fout in hoofde van geïntimeerde bewezen is en het verzoek tot uitkering na echtscheiding bijgevolg moet worden geweigerd;

- ondergeschikt, te oordelen dat er voldoende gegevens voorliggen en geïntimeerde af te wijzen van haar verzoek om toekenning van een uitkering op grond dat haar inkomstenmogelijkheden volstaan om de referentiestandaard te bereiken;

- meer ondergeschikt, de toekenning van enige uitkering te beperken tot euro 2.200 voor een overgangsperiode van 1 jaar vanaf de echtscheiding, of hoogstens degressief een bedrag van euro 1.100 toe te kennen voor een tweede jaar vanaf de echtscheiding;

- uiterst ondergeschikt, indien het hof zich onvoldoende ingelicht zou achten:

- te zeggen voor recht dat de eerste rechter op grond van artikel 877 Ger.W. onwettig heeft besloten dat appellant stukken betreffende de nalatenschap van zijn vader en met betrekking tot zijn bankrekeningen diende over te leggen;

- geïntimeerde af te wijzen van haar vordering tot overlegging van stukken met betrekking tot ene C.;

- geïntimeerde te veroordelen tot overlegging van alle stukken betreffende haar inkomen, meer bepaald de Belgische aanslagbiljetten, minstens aangifteformulieren, voor de inkomstenjaren 2009, 2010 en 2011 en alle bankuittreksels sinds 2009 met betrekking tot binnen- en buitenlandse bankrekeningen op haar naam of waarop zij volmacht had, en dit met het oog op het debat inzake de definitieve onderhoudsvordering na echtscheiding.

Geïntimeerde vordert het hoofdberoep als ongegrond af te wijzen.

II. Incidenteel hoger beroep

Middels in conclusies regelmatig ingesteld incidenteel hoger beroep vordert geïntimeerde overeenkomstig haar syntheseconclusie van 27 september 2012:

- appellant te veroordelen tot betaling van een maandelijkse onderhoudsuitkering na echtscheiding van euro 5.000, jaarlijks indexeerbaar;

- ondergeschikt, alvorens zich definitief uit te spreken over de onderhoudsuitkering, appellant overeenkomstig artikel 877 Ger. W. te bevelen alle stukken betreffende zijn inkomsten over te leggen, meer bepaald de volledige belastingaangiften voor 2011 evenals de aangifte, in origineel, van de nalatenschap van zijn vader, de formulieren W-2 voor 2011, alle uittreksels van de gemeenschappelijke bankrekeningen of de bankrekeningen waarop hij of zij volmacht had sinds januari 2009, en de inkomsten van zijn partner;

- haar akte te verlenen van het voorbehoud dat zij formuleert nopens de omvang van het bedrag van haar vordering tot onderhoudsuitkering in afwachting van de overmaking van alle informatie betreffende de ware inkomsten van appellant;

- notaris Talloen met standplaats Leuven aan te stellen om over te gaan tot de bewerkingen van vereffening en verdeling;

- een tweede notaris aan te stellen ten einde de afwezige of weigerende partij te vertegenwoordigen;

- de kosten van de vereffening en verdeling ten laste van de massa te leggen.

Appellant vordert het incidenteel hoger beroep als ongegrond af te wijzen.

BEOORDELING

1. Aangaande de oorspronkelijke tegenvordering tot echtscheiding uitgaande van appellant

Overwegende dat de eerste rechter zich in het tussenvonnis van 24 april 2012 niet heeft uitgesproken over de door appellant bij conclusie van 7 december 2010 voor de eerste rechter ingestelde tegeneis tot echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting gesteund op artikel 229, § 1 B.W.;

Dat appellant thans voor het hof vordert zijn tegenvordering tot echtscheiding, gesteund op artikel 229, §1 BW, zonder voorwerp te verklaren, gelet op het feit dat het huwelijk van partijen reeds ontbonden is sinds 13 mei 2011;

Overwegende dat de eerste rechter in het thans bestreden tussenvonnis van 24 april 2012 zich over de tegenvordering tot echtscheiding van appellant niet heeft uitgesproken, hoewel appellant in zijn conclusie voor de eerste rechter van 30 september 2011 vorderde deze tegenvordering zonder voorwerp te verklaren;

Dat de eerste rechter in het vonnis a quo evenmin deze tegenvordering heeft aangehouden noch de debatten op dit punt heeft heropend;

Dat in deze omstandigheden appellant terecht hoger beroep tegen het vonnis a quo aantekent;

Overwegende dat nu intussen het huwelijk van partijen reeds ontbonden is door het in kracht van gewijsde treden van het echtscheidingsvonnis van 8 februari 2011, de tegeneis tot echtscheiding van appellant zonder voorwerp geworden is;

Dat er in tegenstelling tot wat geïntimeerde voorhoudt (syntheseconclusie p. 7), geen reden is om deze tegeneis tot echtscheiding onontvankelijk te verklaren;

Overwegende dat het hoger beroep op dit punt gegrond is;

2. Aangaande de vereffening-verdeling

Overwegende dat de eerste rechter voor recht zegt dat het Amerikaanse recht van de Staat van Louisiana van toepassing is op de vereffening en verdeling van het huwelijksvermogenstelsel van partijen als recht van de eerste echtelijke woonplaats;

Dat geen der partijen daar tegen opkomt;

Overwegende dat de eerste rechter in het thans bestreden tussenvonnis van 24 april 2012 zich evenwel niet heeft uitgesproken over de vorderingen van beide partijen om de vereffening-verdeling van het huwelijksvermogensstelsel van partijen te bevelen en daartoe een notaris aan te stellen met als opdracht over te gaan tot de verrichtingen ervan;

Dat de eerste rechter in het vonnis a quo evenmin deze vorderingen heeft aangehouden noch de debatten op dit punt heeft heropend;

Overwegende dat appellant voor het hof vordert dat de vereffening-verdeling bevolen zou worden en dat daartoe een notaris zou worden aangesteld, die niet notaris Talloen is;

Dat nu appellant zich verzet tegen de aanstelling van notaris Talloen, het in het belang van het sereen verloop van de verrichtingen van de vereffening-verdeling aangewezen is om daartoe een andere notaris aan te stellen, zonder dat het hof dient in te gaan op de redenen waarom appellant zich verzet tegen de aanstelling van notaris Talloen;

Dat nu partijen onder meer onverdeeld eigenaar zijn van een woning te Tervuren, het hof notaris Alexandra Jadoul met standplaats te Tervuren aanstelt;

Overwegende dat appellant terecht stelt dat de wet van 13 augustus 2011 aangaande de gerechtelijke vereffening-verdeling, in werking getreden op 1 april 2012, van toepassing is op de vereffening-verdeling van partijen;

Dat overeenkomstig artikel 9 van deze wet, op de zaken waarin de vordering tot verdeling hangende is en die op het ogenblik van inwerkingtreding van deze wet in beraad genomen zijn, de bepalingen van toepassing blijven die golden vóór de inwerkingtreding van deze wet;

Dat daar a contrario uit volgt dat op de vorderingen tot vereffening-verdeling die weliswaar ingeleid werden vóór 1 april 2012 maar die, zoals in casu, slechts in beraad genomen werden (door het hof) na de inwerkingtreding ervan, de nieuwe wet van toepassing is;

3. Aangaande de onderhoudsuitkering na echtscheiding

....

OM DEZE REDENEN,

HET HOF,

Rechtsprekend na tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 betreffende het taalgebruik in gerechtszaken;

Verklaart het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep ontvankelijk;

Verklaart het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep gedeeltelijk gegrond;

Hervormt het vonnis a quo enkel in zoverre het geen uitspraak doet aangaande de tegenvordering tot echtscheiding van appellant, in zoverre het zich niet uitspreekt over de vorderingen van beide partijen om de vereffening-verdeling van het huwelijksvermogensstelsel van partijen te bevelen en daartoe een notaris aan te stellen met als opdracht over te gaan tot de verrichtingen ervan, en in zoverre het uitspraak doet over de onderhoudsuitkering na echtscheiding, als volgt:

Stelt vast dat de tegenvordering tot echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting die door de heer H. voor de eerste rechter werd ingeleid, ingevolge de ontbinding van het huwelijk van partijen zonder voorwerp geworden is;

Beveelt de vereffening-verdeling van het huwelijksvermogensstelsel van partijen;

Stelt daartoe notaris Alexandra Jadoul met standplaats te Tervuren aan met als opdracht over te gaan tot de verrichtingen van gerechtelijke vereffening-verdeling overeenkomstig de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek zoals gewijzigd door de wet van 13 augustus 2011;

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare burgerlijke te¬rechtzitting van de kamer 3 van het hof van beroep te Brussel op 26 maart 2013

waar aanwezig waren en zitting hielden:

P. SENAEVE, Voorzitter,

D. DEGREEF, Raadsheer,

J. DANCKAERTS, Raadsheer,

bijgestaan door L. HEBBELIJNCK, Griffier,

Vrije woorden

  • Gerechtelijke verdeling. Oude procedure, of niewe procedure in werking getreden op 1 april 2012. Artikel 9, wet van 13 augustus 2011.