- Arrest van 5 november 2013

05/11/2013 - 2013AR1478

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

I. De rechters in hoger beroep kunnen in geen geval de tenuitvoerlegging van de vonnissen verbieden of doen schorsen, zulks op straffe van nietigheid (artikel 1402 Ger. W.). Die bepaling staat er niet aan in de weg dat de appelrechter de door de eerste rechter toegestane voorlopige tenuitvoerlegging teniet doet wanneer de voorlopige tenuitvoerlegging niet werd gevorderd, wanneer zij niet door de wet is toegestaan of nog wanneer de beslissing is tot stand gekomen met miskenning van het recht van verdediging. Een motiveringsgebrek in de beslissing van de eerste rechter over de tenuitvoerlegging laat de appelrechter niet toe die voorlopige tenuitvoerlegging te verbieden of te schorsen .Tenzij hierover verweer werd gevoerd, dient de rechter het toestaan van de voorlopige tenuitvoerlegging niet nader te motiveren

II. De rechter in hoger beroep kan het kantonnement enkel verbieden indien de schuldeiser het bewijs levert dat de vertraging in de regeling hem blootstelt aan een ernstig nadeel.


Arrest - Integrale tekst

ARREST

Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit :

Rep. Nr. 2013/

A.R. nr. 2013/AR/1478

INZAKE VAN :

De B.V.B.A. X.,

appellante tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Leuven van 10 mei 2013,

vertegenwoordigd door Meester Frank JANSSEN, advocaat te 2230 HERSELT, Aarschotsesteenweg 7,

1ste kamer

TEGEN :

De heer E. J. B., geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Toon VERBEEK, advocaat te 3920 LOMMEL, Michel Jansplein 25

Artikelen 1398, lid 2, en 1402 en 1406 Ger. W. Vordering in hoger beroep tot

opheffing van de voorlopige tenuitvoerlegging Kantonnement

I. De rechters in hoger beroep kunnen in geen geval de tenuitvoerlegging van de vonnissen verbieden of doen schorsen, zulks op straffe van nietigheid (artikel 1402 Ger. W.). Die bepaling staat er niet aan in de weg dat de appelrechter de door de eerste rechter toegestane voorlopige tenuitvoerlegging teniet doet wanneer de voorlopige tenuitvoerlegging niet werd gevorderd, wanneer zij niet door de wet is toegestaan of nog wanneer de beslissing is tot stand gekomen met miskenning van het recht van verdediging. Een motiveringsgebrek in de beslissing van de eerste rechter over de tenuitvoerlegging laat de appelrechter niet toe die voorlopige tenuitvoerlegging te verbieden of te schorsen .Tenzij hierover verweer werd gevoerd, dient de rechter het toestaan van de voorlopige tenuitvoerlegging niet nader te motiveren

II. De rechter in hoger beroep kan het kantonnement enkel verbieden

indien de schuldeiser het bewijs levert dat de vertraging in de regeling hem

blootstelt aan een ernstig nadeel.

1 De procedure

In dit arrest oordeelt het hof over het hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven van 10 mei 2013.

De bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, waaronder artikel 24, zijn nageleefd.

Het arrest wordt gewezen na tegenspraak.

De partijen verklaren dat het vonnis werd betekend op 26 juni 2013. De BVBA X. heeft hoger beroep ingesteld bij verzoekschrift, neergelegd op de griffie van het hof op 5 juli 2013. Het hoger beroep is tijdig en regelmatig naar vorm ingesteld.

Op de zitting van 21 oktober 2013 werd de zaak alleen behandeld met betrekking tot de vraag van de BVBA X. om het vonnis reeds te hervormen voor zover het de voorlopige tenuitvoerlegging heeft toegestaan.

2 De feiten

De eerste rechter heeft de relevante feiten weergegeven als volgt:

"

De beide partijen zijn landbouwer. Op 9 mei 2012 sloten zij een overeenkomst waarbij E. B. (hierna: verkoper) een hoeve met 2 percelen bouwland verkocht aan bvba X. (hierna: koper) voor 445.000 euro (225.000 euro voor het onroerend goed en 220.000 euro voor de roerende goederen, de nutriëntenemissierechten en de premierechten). Er werd bedongen dat de prijs zou worden betaald bij het verlijden van de notariële akte.

De overeenkomst werd aangegaan onder de opschortende voorwaarde dat binnen een termijn van een maand een geldige milieuvergunning wordt voorgelegd aan de koper ("voor het houden van 600 mestkalveren, voor de opslag van 600 kubieke meter dierlijke mest, voor de opslag van 20 ton melkpoeder, voor de opslag van 5.000 liter mazout in een dubbelwandige ondergrondse houder, voor grondwatE.ning en voor een mestbassin van 1.200 kubieke meter").

Op 6 juni 2012 bezorgde de makelaar van de verkoper de milieuvergunning per e-mail aan de notaris van de koper en per post aan de koper zelf. Volgens de overeenkomst moest de notariële akte bijgevolg uiterlijk vier maanden later worden verleden.

Enkele dagen later liet de koper de overeenkomst registreren. Hij betaalde de registratierechten.

De verkoper gaf de koper het recht om het landbouwbedrijf en een deel van de bijhorende grond (perceel wijk B 42) al te gebruiken in afwachting van het verlijden van de notariële akte.

Volgens de verkoper nam de koper de volledige eigendom al in gebruik.

Per brief van 2 augustus 2012 werd de verkoper in gebreke gesteld door de advocaat van de koper omdat het goed behept zou zijn met een aantal verborgen gebreken. De koper uit de volgende klachten:

- er zouden nutriëntenemissierechten zijn voor 542 kalveren in plaats van 600 kalveren;

- de premierechten zouden geen 30.000 euro per jaar bedragen, maar slechts 25.000 euro;

- er zou sprake zijn van een bouwovertreding (een onrechtmatige ophoging van het terrein);

- de voorwaarden van de milieuvergunning zouden niet zijn gerespecteerd: er zou 1.200 kubieke meter extra mestopslag noodzakelijk zijn en de aanvraag daartoe zou zijn geweigerd omwille van de ophoging van het terrein;

- de mestbalans zou niet kloppen. Op papier zou er nog 1.100 kubieke meter in stock moeten zijn, maar die is naar het vermoeden van de koper illegaal op de cultuurgrond terechtgekomen;

- er zou geen regenwateropvang zijn zoals bepaald in artikel 4.2 van de milieuvergunning;

- de mazoutketel zou niet gekeurd zijn.

De advocaat van de verkoper antwoordde per brief van 23 augustus 2012 dat er geen sprake is van verborgen gebreken en dat de koper zich slechts aan zijn verplichtingen probeert te onttrekken. Per brief van 6 september 2012 vroeg hij de notaris om een datum vast te leggen voor het verlijden van de notariële akte. De ondertekening kon plaatsvinden op 15 oktober 2012.

Op 30 augustus 2012 deed de verkoper aangifte bij de politie van een sluiklozing van mest door de koper op 27 augustus 2012, daags voordat er naar zijn zeggen een controle was door de mestbank (die zou hebben vastgesteld dat er een lozing was geweest).

De verkoper liet de koper dagvaarden op 30 november 2012.

"

3 Het onderwerp van de vordering

3.1

Voor de eerste rechter vorderde de heer B. de veroordeling van de BVBA X. tot het meewerken aan het verlijden van de notariële akte en tot betaling van de prijs plus intresten vanaf 9 december 2012.

De BVBA X. concludeerde tot de ongegrondheid van de vordering. Bij tegeneis vroeg zij de ontbinding van de overeenkomst uit te spreken en de heer B. te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van 44.500,00 EUR, plus gerechtelijke interesten.

3.2

De eerste rechter verklaarde de vordering van de heer B. gegrond en veroordeelde de BVBA X. tot het meewerken aan het verlijden van de notariële akte en tot betaling van 443.500,00 EUR plus intresten aan de conventionele rentevoet van 3 %/jaar vanaf 9 september 2012 tot 30 november 2012 waarna de intresten aan de wettelijke rentevoet. Hij verklaarde de tegenvordering ontvankelijk maar ongegrond, en veroordeelde de BVBA X. tot de kosten.

Hij stond de voorlopige tenuitvoerlegging toe.

3.3

In hoger beroep vraagt de BVBA X. het vonnis reeds gedeeltelijk te vernietigen en de voorlopige tenuitvoerlegging op te heffen.

De heer B. concludeert tot de ongegrondheid van het hoger beroep. Bij incidenteel hoger beroep vraagt hij het kantonnement uit te sluiten.

4 De gronden van de beslissing en het antwoord op de middelen van de partijen

4.1

De BVBA X. laat gelden dat de voorlopige tenuitvoerlegging voor haar een moeilijk te herstellen nadeel meebrengt. Zij stelt dat zij niet in staat is om te kantonneren, omdat zij de koopprijs alleen kan betalen door middel van een lening bij een bank, die daarvoor tot zekerheid een hypotheek in eerste rang vraagt; zonder de koop te sluiten en de hypotheek te vestigen kan zij niet kantonneren.

De rechters in hoger beroep kunnen in geen geval de tenuitvoerlegging van de vonnissen verbieden of doen schorsen, zulks op straffe van nietigheid (artikel 1402 van het Gerechtelijk Wetboek).

Die bepaling strekt ertoe te verhinderen dat de appelrechter de opportuniteit van de in eerste aanleg toegestane voorlopige tenuitvoerlegging opnieuw in vraag stelt. Die bepaling staat er niet aan in de weg dat de appelrechter de door de eerste rechter toegestane voorlopige tenuitvoerlegging teniet doet wanneer de voorlopige tenuitvoerlegging niet werd gevorderd, wanneer zij niet door de wet is toegestaan of nog wanneer de beslissing is tot stand gekomen met miskenning van het recht van verdediging. Een motiveringsgebrek in de beslissing van de eerste rechter over de tenuitvoerlegging laat de appelrechter niet toe die voorlopige tenuitvoerlegging te verbieden of te schorsen .

Tenzij hierover verweer werd gevoerd, dient de rechter het toestaan van de voorlopige tenuitvoerlegging niet nader te motiveren .

Er is in huidig geval geen wettelijke bepaling die de eerste rechter verbiedt de voorlopige tenuitvoerlegging toe te staan.

De eerste rechter heeft evenmin ultra petita beslist, nu de heer B. in zijn conclusie van 18 februari 2013 heeft gevraagd om "het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren niettegenstaande elk verhaal en zonder kantonnement". Dat hij in de overwegenden van de conclusie geen enkele motivering daarover heeft vermeld, doet daaraan niets af.

In haar syntheseconclusie van 22 februari 2013 heeft de BVBA X. hierover geen enkel verweer gevoerd.

De eerste rechter heeft zijn beslissing om de voorlopige tenuitvoerlegging toe te staan uitdrukkelijk gemotiveerd:

"De voorlopige tenuitvoerlegging van het vonnis wordt toegestaan. De eerste rechter dient een beslissing tot uitvoerbaarverklaring niet te motiveren, behalve wanneer de opportuniteit van de gevraagde uitvoerbaarverklaring uitdrukkelijk wordt betwist, wat hier niet het geval is. Bovendien is de uitvoerbaarheid bij voorraad van een vonnis in eerste aanleg een efficiënt middel om louter dilatoire hogere beroepen tegen te gaan. Er is niet voldaan aan de voorwaarden om het kantonnement uit te sluiten (artikel 1406 van het Gerechtelijk Wetboek)."

Er is op dit punt dus geen miskenning van de rechten van verdediging.

Het staat voor het overige niet aan het hof om bij de beoordeling van de vraag van de BVBA X. de last te beoordelen die de voorlopige tenuitvoerlegging haar kan berokkenen.

In deze kan dus niet afgeweken worden van het verbod uit artikel 1402 van het Gerechtelijk Wetboek.

4.2

De heer B. vraagt het recht op kantonnement uit te sluiten.

De rechter in hoger beroep kan het kantonnement enkel verbieden indien de schuldeiser het bewijs levert dat de vertraging in de regeling hem blootstelt aan een ernstig nadeel. De heer B. laat gelden dat hij bij kantonnement niet in staat is de lening te betalen die hij zelf heeft gesloten om het goed aan te kopen, terwijl het verkochte goed voor hem ook geen inkomsten meer genereert.

Het hof kan in deze alleen vaststellen dat de afweging van de respectieve belangen van de partijen en de door hen aangevoerde nadelen niet toelaat aan deze of gene een overwicht toe te kennen dat een uitsluiting van het recht op kantonnement rechtvaardigt.

De voorlopige tenuitvoerlegging is dus mogelijk maar gebeurt anderzijds op risico van de partij die daartoe last geeft (artikel 1398, 2de lid van het Gerechtelijk Wetboek).

OM DEZE REDENEN,

HET HOF,

Rechtdoende op tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in gerechtszaken;

Verklaart het hoger beroep van de BVBA X. ontvankelijk;

Verklaart de vordering tot opheffing van het toestaan van de voorlopige tenuitvoerlegging en de vordering tot opheffing van het recht op kantonnement ontvankelijk maar ongegrond.

Houdt de beslissing over de kosten aan.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op

5/11/2013

waar aanwezig waren en zitting hielden :

Astrid DE PREESTER, Voorzitter,

Evrard JANSSENS DE BISTHOVEN, Raadsheer,

Marc DEBAERE, Raadsheer,

bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier.

V. DE VIS M. DEBAERE

E. JANSSENS DE BISTHOVEN A. DE PREESTER

Vrije woorden

  • Uitvoerbaarheid bij voorraad. Kantonnement. Eventuele bevoegdheid in hoger beroep van de beroepsrechter ter zake. Artikelen 1398, 1402 en 1406 Ger. W.