- Arrest van 5 november 2013

05/11/2013 - 2010AR1465

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Investeringen met het oog op de aanleg van een koelinstallatie (met koelmeubels) kunnen niet gelijkgesteld worden met investeringen voor het terugwinnen van warmte die vrijkomt bij koelinstallaties voor het koelen van producten of processen, zoals vastgesteld bij de limitatieve lijst opgenomen als bijlage II tot het ministerieel besluit van 29 oktober 2004.


Arrest - Integrale tekst

ARREST

Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit :

Rep. Nr. 2013/

A.R. nr. 2010/AR/1465

INZAKE VAN :

De B.V.B.A. TANIS, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 8580 AVELGEM, Kortrijkstraat 38, ingeschreven bij de Kruispuntbank van Ondernemingen onder het nummer BE 0455 973 145,

appellante tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 12 maart 2010,

vertegenwoordigd door Meester Evelyn HOSTYN, advocaat te 9830 SINT-MARTENS-LATEM, Kouterbaan 14,

1ste kamer

TEGEN :

Het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, in de persoon van de Vlaamse Minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, waarvan de burelen gevestigd zijn te 1000 BRUSSEL, Martelaarsplein 7,

geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Francine LEMAIRE, advocaat te 1070 BRUSSEL, René Berrewaertslaan 34,

Tegemoetkomingen in het kader van economisch ondersteuningsbeleid: Vlaams decreet van 31 januari 2003 en besluit van de Vlaamse regering van 1 oktober 2004. Ecologie-investeringen. Ecologie-premies. Investeringen in koelinstallaties.

Investeringen met het oog op de aanleg van een koelinstallatie (met koelmeubels) kunnen niet gelijkgesteld worden met investeringen voor het terugwinnen van warmte die vrijkomt bij koelinstallaties voor het koelen van producten of processen, zoals vastgesteld bij de limitatieve lijst opgenomen als bijlage II tot het ministerieel besluit van 29 oktober 2004.

Gelet op de stukken van de rechtspleging, inz.:

- het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel (23ste kamer), na tegenspraak uitgesproken op 12 maart 2010, waarvan geen betekening wordt voorgelegd;

- het verzoekschrift tot hoger beroep, op 27 mei 2010 ter griffie neergelegd;

- de syntheseconclusie van appellante, op 27 april 2011 ter griffie neergelegd;

- de tweede syntheseconclusie van geïntimeerde, op 24 juni 2011 ter griffie neergelegd;

Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzitting van 1 oktober 2013, en gelet op de stukken die partijen neerlegden.

I. Procedure

1. Appellante stelt hoger beroep in tegen het bestreden vonnis dat (1) haar oorspronkelijke vordering, ingesteld bij exploot van 6 oktober 2008, ongegrond verklaart (2) de oorspronkelijke tegenvordering van geïntimeerde deels gegrond verklaart en BVBA TANIS veroordeelt tot betaling aan het Vlaamse Gewest van 31.676,40 euro, vermeerderd met interest vanaf 29 augustus 2008 en (3) appellante veroordeelt tot betaling van alle gerechtskosten.

2. Appellante vordert met de hervorming van het bestreden vonnis, om haar oorspronkelijke vordering gegrond te verklaren dienvolgens om geïntimeerde te veroordelen tot betaling van 22.400,00 euro, vermeerderd met de verwijlrente vanaf 9 september 2007, datum van de ingebrekestelling, met de gerechtelijke rente vanaf de dagvaarding van 6 oktober 2008 en met alle kosten.

Appellante besluit bovendien tot de afwijzing van de oorspronkelijke tegenvordering van geïntimeerde als ongegrond.

Het hoger beroep werd tijdig en regelmatig ingesteld en is ontvankelijk.

3. Geïntimeerde besluit tot de integrale bevestiging van het bestreden vonnis en vordert zijn gerechtskosten in hoger beroep.

II. Relevante antecedenten

5. Het hof verwijst naar de uiteenzetting van de feiten in het bestreden vonnis en voegt eraan toe wat volgt.

6. BVBA Tanis, die een winkel Super GB Partner te Avelgem uitbaat, diende op 20 april 2006 een aanvraag in bij het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Afdeling Economisch Ondersteuningsbeleid, tot het verkrijgen van een ecologiepremie van het Vlaamse Gewest, voor een investering in een warmteterugwinningssysteem op koelinstallaties. De premie kadert in het decreet van 31 januari 2003 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid (B.S. 25 maart 2003) en het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 tot toekenning van steun aan de ondernemingen voor ecologie-investeringen in het Vlaamse Gewest (B.S. 7 februari 2005), zoals gewijzigd.

De aanvraag werd ingediend via de website www.vlaanderen.be/ecologiepremie.

In de aanvraag werd het bedrag van de investering bepaald op 200.000 euro.

Bij brief van 3 januari 2007 deelde het bestuur aan de BVBA Tanis mee dat een ecologiepremie van 56.000 euro werd toegekend "voor zover het ingediend investeringsprogramma volledig wordt uitgevoerd en aan alle overige voorwaarden voldaan werd".

De eerste twee schijven van de premie werden op 2 maart 2007 aan de BVBA Tanis uitbetaald voor een totaal van 33.600 euro.

7. Bij de controle voorafgaand aan de uitbetaling van de derde schijf, stelde de inspecteur van het Vlaamse Gewest in december 2007 vast dat van de door de BVBA Tanis gemaakte investering in een koelinstallatie enkel het bedrag van 6.870,00 euro in aanmerking kwam als een investering in technologie die voor subsidiëring in aanmerking kwam.

Dit werd al aan BVBA Tanis aangekondigd door de inspecteur van het Vlaamse Gewest bij mailbericht van 30 juni 2008.

8. Op 31 juli 2008 stuurde het Vlaamse Gewest aan de BVBA Tanis een brief op waarin werd meegedeeld dat het bedrag van de ecologiepremie ingevolge de uitgevoerde controle vastgesteld werd op 2.404,50 euro. De ten onrechte ontvangen premie van 31.195,50 euro (33.600 euro min 2.404,50 euro) werd teruggevorderd.

De beslissing steunt op het motief dat "tijdens de controle van de afdeling Inspectie ... immers vastgesteld (werd) dat het bedrag van de gerealiseerde investeringen beperkt dient te worden tot 6.870,00 euro".

Een vraag d.d. 21 augustus 2008 (postdatum 25 augustus 2008) van de BVBA Tanis tot herziening van deze beslissing (willig en oneigenlijk beroep) werd verworpen bij beslissing van 11 september 2008.

9. Op 6 oktober 2008 ging de BVBA Tanis over tot dagvaarding van het Vlaamse Gewest. Zij eist de veroordeling van het Vlaamse Gewest tot betaling van de som van 22.400 euro, plus verwijlrente vanaf 9 september 2007.

Het Vlaamse Gewest betwistte de gegrondheid van de vordering en stelde een tegeneis in strekkende tot de veroordeling van de BVBA Tanis tot betaling van 31.676,40 euro, te vermeerderen met interest vanaf 31 juli 2008.

III. Bespreking

10. Om aanspraak te kunnen maken op een tegemoetkoming in het kader van de ecologie-investeringen, dient de onderneming aan de voorwaarden te voldoen zoals bepaald bij het decreet van 31 januari 2003 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid (B.S. 25 maart 2003) en het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 tot toekenning van steun aan de ondernemingen voor ecologie-investeringen in het Vlaamse Gewest (B.S. 7 februari 2005), zoals gewijzigd.

11. Het decreet van 31 januari 2003 bepaalt o.m.:

Art. 13. De Vlaamse regering kan steun verlenen aan ondernemingen voor ecologie-investeringen in het Vlaamse Gewest, onder de voorwaarden vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten.

Afdeling III. — Steunintensiteit

Art. 14. § 1. De steunintensiteit wordt berekend als een percentage van de in aanmerking komende ecologie-investeringen.

§ 2. De Vlaamse regering kan de volgende materiële investeringen in aanmerking nemen investeringen in grond wanneer deze absoluut noodzakelijk zijn om aan de milieudoelstellingen te voldoen, gebouwen, machines, installaties en uitrustingen die erop gericht zijn vervuiling of hinder te beperken of te beëindigen of de productiemethoden aan te passen met het oog op de milieubescherming.

De Vlaamse regering kan de volgende immateriële investeringen in aanmerking nemen :

investeringen in de technologieoverdracht in de vorm van :

1° octrooien;

2° exploitatielicenties of licenties inzake geoctrooieerde technische knowhow;

3° niet-geoctrooieerde technische knowhow.

§ 3. Enkel de extra investeringen die noodzakelijk zijn voor het verwezenlijken van de milieudoeleinden worden in aanmerking genomen, exclusief de voordelen van een eventuele capaciteitsverhoging, de kostenbesparingen gedurende de eerste 5 jaar van de gebruiksduur van de investeringen en de extra bijproducten gedurende diezelfde periode.

§ 4. Gestrande kosten komen niet in aanmerking.

Art. 15. § 1. De Vlaamse regering kan voor de volgende ecologie-investeringen steun verlenen:

1° investeringen door kleine en middelgrote ondernemingen om zich aan te passen aan nieuwe communautaire normen gedurende een periode van 3 jaar te rekenen vanaf de goedkeuring van de nieuwe communautaire normen;

2° investeringen door ondernemingen om zich aan te passen aan de normen of de normen te overtreffen. Dit kan op de volgende manieren gebeuren :

a) de Europese normen worden overtroffen;

b) de Europese normen ontbreken;

c) aanpassen aan de nationale of Vlaamse normen die strenger zijn dan de Europese normen;

3° investeringen op energiegebied :

a) investeringen ten behoeve van energiebesparingen;

b) investeringen ten behoeve van warmtekrachtkoppeling;

c) investeringen ten behoeve van hernieuwbare energie;

d) investeringen in installaties voor hernieuwbare energie waarmee een hele gemeenschap in een stelsel van zelfvoorziening bevoorraad kan worden;

e) investeringen in hernieuwbare energiebronnen indien de steun onmisbaar is voor de realisatie van het project;

4° investeringen ten gevolge van de verhuizing van ondernemingen indien de onderneming overeenkomstig de milieureglementering een activiteit uitoefent die een aanzienlijke vervuiling meebrengt en wegens die locatie, haar vestigingsplaats verlaat om zich in een geschikter gebied te vestigen.

§ 2. De Vlaamse regering bepaalt de voorwaarden waaronder aan de voorgaande investeringsprojecten steun kan worden verleend.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 bepaalt m.b.t. de ecologie-investeringen:

Art. 10. Er wordt steun verleend aan ondernemingen voor ecologie-investeringen in het Vlaamse Gewest onder de voorwaarden, vermeld in het decreet en in dit besluit.

Art. 11. Enkel ondernemingen die behoren tot de sectoren, vermeld in bijlage I bij dit besluit, komen voor steunverlening in aanmerking.

De minister kan deze bijlage aanpassen op basis van de beleidsprioriteiten en de Europese regelgeving.

HOOFDSTUK III. - Aanvaarde ecologie-investeringen.

Art. 12. Enkel ecologie-investeringen die voorkomen op de limitatieve technologieënlijst, komen in aanmerking voor steun.

De bedoelde limitatieve technologieënlijst (LTL) werd vastgesteld als bijlage II tot het ministerieel besluit van 29 oktober 2004 , met verwijzing naar de website van de ecologiepremie: www.vlaanderen.be/ecologiepremie; rubriek LTL .

Zoals door de eerste rechter uiteengezet, wordt het niet betwist dat op deze lijst, in de sector "energiebesparing en hernieuwbare energie", onder het nummer 223 volgende technologie wordt vermeld: "warmte terugwinningssysteem op koelinstallaties", met als uitleg "investeringen voor het terugwinnen van warmte die vrijkomt bij koelinstallaties voor het koelen van producten of processen".

12. Appellante stelt in essentie dat zij de nodige investering heeft gedaan en dat deze investering volledig beantwoordt aan de gegeven omschrijving: "investeringen voor het terugwinnen van warmte die vrijkomt bij koelinstallaties voor het koelen van producten of processen".

Zij stelt bijgevolg recht te hebben op de subsidie te berekenen op haar volledige investering.

13. Conform haar offerten d.d. 11 januari en 30 maart 2006 en haar facturen d.d. 2 juni 2006 heeft N.V. SARCA bij appellante werken uitgevoerd met als voorwerp "Koelmeubels en hun koelinstallaties", welke volgende posten omvatten: (1) koelmeubels (2) koelinstallaties (3) energiebesparingssysteem. Deze laatste post "energiebesparingssysteem" bedroeg, volgens de offerte van SARCA d.d. 30 maart 2006 , 6.870,00 euro, exclusief BTW.

14. Te dezen is het standpunt van het Vlaamse Gewest, dat enkel de investering m.b.t. het energiebesparingssysteem, als subsidiabele investering in aanmerking komt, terecht. De overige investeringen m.b.t. de koelmeubels en koelinstallaties, dewelke niet voorkomen op de limitatieve lijst onder het nummer 223, werden weliswaar gerealiseerd maar komen voor subsidiëring niet in aanmerking.

Investeringen met het oog op de aanleg van een koelinstallatie (met koelmeubels) kunnen niet gelijkgesteld worden met investeringen voor het terugwinnen van warmte die vrijkomt bij koelinstallaties voor het koelen van producten of processen, zoals vastgesteld bij de limitatieve lijst opgenomen als bijlage II tot het ministerieel besluit van 29 oktober 2004.

De omstandigheid dat een energiebesparingssysteem slechts kan worden aangelegd indien een investering voor een koelinstallatie wordt gedaan, impliceert niet dat de investering met het oog op de koelinstallatie zelf een ecologie-investering uitmaakt waarvoor steun moet worden verleend. De communautaire kaderregeling inzake staatssteun ten behoeve van het milieu d.d. 3 februari 2001 bevestigt niet de stelling van appellante, ook al zou de koelinstallatie energiebesparing opleveren en ook al heeft om deze laatste reden het Vlaams Energieagentschap wel de kosten voor deze installatie in aanmerking genomen als energiebesparende maatregel voor het toekennen van een verhoogde fiscale aftrek in het kader van artikel 69 van het WIB 1992, wat noch onlogisch noch tegenstrijdig is.

15. Noch de mededeling van het bestuur van 3 januari 2007 aan de BVBA Tanis dat een ecologiepremie van 56.000 euro werd toegekend, noch de uitbetaling van de eerste twee schijven van deze premie volstaat om enig "verworven" recht van appellante op deze som in het leven te roepen nu toen geen definitieve beslissing werd genomen en nu de toekenning van de premie verbonden was aan de voorwaarde "voor zover het ingediend investeringsprogramma volledig wordt uitgevoerd en aan alle overige voorwaarden voldaan werd". Bij het latere onderzoek ter plaatse is gebleken dat niet aan alle voorwaarden voor de toekenning van een premie te berekenen op de volledige investering was voldaan. Het bestuur heeft geenszins de rechtmatige verwachting gewekt dat de premie onvoorwaardelijk werd toegekend.

Het hof verwijst voor het overige naar de oordeelkundige motieven van het bestreden vonnis aangaande de nodige waarschuwingen aan het adres van de aanvragende onderneming zoals die in het systeem zijn ingebouwd en die ook verduidelijkt worden in de brochure d.d. 12 december 2005 van het bestuur "Algemene informatie Ecologie-premie" .

De verwijzing naar de al dan niet toepasselijkheid van het ministerieel besluit van 17 juni 2005 is niet ter zake dienend.

De hoofdvordering van appellante werd bijgevolg terecht als ongegrond afgewezen.

16. Het recht van de overheid om de ten onrechte betaalde premies terug te vorderen wordt gegrond op zowel artikel 24, 5° van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 als op de verbintenis van appellante, zoals bepaald in haar verklaring op erewoord , "om de eventueel ten onrechte verkregen subsidie terug te betalen".

De begroting van de oorspronkelijke tegenvordering is op grond van de voorgelegde stukken gegrond.

Het hoger beroep is ongegrond.

17. De gerechtskosten

De gerechtskosten van het hoger beroep worden ten laste gelegd van appellante, zijnde de in het ongelijk gestelde partij.

Partijen begroten terecht hun rechtsplegingsvergoeding op het basistarief zoals vastgesteld bij artikel 2 van het K.B. van 26 oktober 2007 .

Er is immers geen reden om af te wijken van dit basisbedrag.

Het basisbedrag bedraagt na indexatie 2.200 euro.

OM DEZE REDENEN,

HET HOF,

Rechtsprekende na tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond.

Legt de gerechtskosten van het hoger beroep ten laste van appellante, begroot

- in hoofde van haarzelf op euro 2.386 ( 186 rolrecht + 2.200 rechtsplegingsvergoeding), en

- in hoofde van geïntimeerde op euro 2.200 rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op

05/11/2013

waar aanwezig waren en zitting hielden :

Astrid DE PREESTER, Voorzitter,

Evrard JANSSENS DE BISTHOVEN, Raadsheer,

Marc DEBAERE, Raadsheer,

bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier.

V. DE VIS M. DEBAERE

E. JANSSENS DE BISTHOVEN A. DE PREESTER

Vrije woorden

  • Tegemoetkomingen in het kader van economisch ondersteuningsbeleid: Vlaams decreet van 31 januari 2003 en besluit van de Vlaamse regering van 1 oktober 2004. Ecologie-investeringen. Ecologie-premies. Investeringen in koelinstallaties.