- Arrest van 17 december 2013

17/12/2013 - 2013AR2038

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Het beginsel van de beroepbaarheid - zoals voorzien in artikel 616 Ger.W. - geldt enkel voor vonnissen, zijnde beslissingen uitgaande van een jurisdictioneel orgaan die een jurisdictioneel karakter hebben.

Een jurisdictionele beslissing wordt gekenmerkt door het feit dat zij gewezen wordt door een onafhankelijke en onpartijdige rechter, die daarbij een geschil beslecht of het bestaan van een beweerde aanspraak beoordeelt, m.a.w. recht spreekt door toepassing van een rechtsregel en met naleving van een aantal fundamentele procedureregels.


Arrest - Integrale tekst

ARREST

Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit :

Rep. Nr. 2013/

A.R. nr. 2013/AR/2038

INZAKE VAN :

De heer ...V., wonende te 1300 WAVER,

appellant tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 13 mei 2013,

vertegenwoordigd door Meester VANDERHASSELT loco Meester Jean-Michel JOTTRAND, advocaat te 1180 BRUSSEL, Brugmannlaan 403,

1ste kamer

TEGEN :

1) De heer ... V, en

2) Mevrouw M.,

samenwonende te 1650 BEERSEL,

eerste en tweede geïntimeerden, vertegenwoordigd door Meester Edgard BOYDENS, advocaat te 1560 HOEILAART, Karel Coppensstraat 13,

3) De heer ...L...., wonende te 1650 BEERSEL

derde geïntimeerde, niet verschijnende, noch iemand voor hem;

4) De BVBA PHENICKS, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 6030 CHARLEROI, Rue du Chenois 66, ingeschreven bij de Kruispuntbank van Ondernemingen onder het nummer 0824.599.671,

vierde geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester WILLAERT loco Meester Daniel DOHET, advocaat te 1060 BRUSSEL? Brugmannlaan 12 A bus 1,

Beroepbaarheid (artikel 616 Ger. W.).

Gebruik der talen in gerechtszaken. Artikel 4, §2, tweede lid, Taalwet van 15 juni 1935

Het beginsel van de beroepbaarheid - zoals voorzien in artikel 616 Ger.W. - geldt enkel voor vonnissen, zijnde beslissingen uitgaande van een jurisdictioneel orgaan die een jurisdictioneel karakter hebben.

Een jurisdictionele beslissing wordt gekenmerkt door het feit dat zij gewezen wordt door een onafhankelijke en onpartijdige rechter, die daarbij een geschil beslecht of het bestaan van een beweerde aanspraak beoordeelt, m.a.w. recht spreekt door toepassing van een rechtsregel en met naleving van een aantal fundamentele procedureregels.

************************************************

Gelet op de procedurestukken:

• het voor eensluidend verklaard afschrift van het vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 13 mei 2013, beslissing waarvan geen akte van betekening wordt overgelegd;

• het verzoekschrift tot hoger beroep neergelegd ter griffie van het hof op 19 september 2013;

• de conclusie van geïntimeerden sub 1 en 2 neergelegd ter griffie op 30 september 2013;

• het schrijven van geïntimeerde sub 3 ontvangen ter griffie op 22 oktober 2013 waarin hij de afstand van vordering aanvaardt;

• de conclusie van appellant neergelegd ter griffie op 25 november 2013.

Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzitting van 25 november 2013 en gelet op de stukken die zij neerlegden.

I. Discussie.

1.1. Appellant vraagt hem akte te verlenen van zijn afstand van geding.

Geïntimeerden sub 3 en 4 verzetten zich hiertegen niet. De afstand van geding wordt bijgevolg door deze partijen aangenomen die overigens geen conclusie hebben neergelegd.

Geïntimeerden sub 1 en 2 verzetten zich tegen de gevraagde afstand en verzoeken het hoger beroep niet ontvankelijk te verklaren.

1.2. In het bestreden tussenvonnis heeft de eerste rechter enkel geoordeeld over het verzoek van huidige geïntimeerden sub 3 en 4 tot taalwijziging.

De eerste rechter heeft (1) dit verzoek ontvankelijk doch ongegrond verklaard, (2) gezegd voor recht dat de procedure in het Nederlands zal worden verder gezet, (3) de zaak naar de bijzondere rol verzonden voor het verder in staat stellen en (4) de beslissing over de gerechtskosten aangehouden.

1.3. In hoger beroep stelt appellant het volgende:

"Dat volledigheidshalve verzoeker aldus opmerkt dat onderhavig beroep niet gericht is tegen enige weigering van een verzoek tot taalwijziging, dat overigens niet door verzoeker werd geformuleerd, waartegen enkel cassatieberoep mogelijk zou zijn, doch wel tegen het ontbreken van enige beoordeling in het vonnis van de eerste rechter m.b.t. de door verzoeker opgeworpen nietigheid van de gedinginleidende akte zoals bovendien uiteengezet in de voor verzoeker neergelegde besluiten.

Dat het eerste vonnis vernietigd dient te worden en opnieuw recht sprekende de nietigheid van de gedinginleidende dagvaarding dient te worden uitgesproken."

1.4. De eerste rechter heeft zich enkel uitgesproken over het verzoek tot taalwijziging en de overige betwistingen tussen partijen naar de bijzondere rol verzonden in afwachting van een in staatstelling.

Over de exceptie ingeroepen door appellant m.b.t. de rechtsgeldigheid van het inleidend exploot heeft de eerste rechter - in huidige stand van het geding - dus nog geen uitspraak gedaan.

1.5. Het beginsel van de beroepbaarheid - zoals voorzien in artikel 616 Ger.W. - geldt enkel voor vonnissen, zijnde beslissingen uitgaande van een jurisdictioneel orgaan die een jurisdictioneel karakter hebben.

Een jurisdictionele beslissing wordt gekenmerkt door het feit dat zij gewezen wordt door een onafhankelijke en onpartijdige rechter, die daarbij een geschil beslecht of het bestaan van een beweerde aanspraak beoordeelt, m.a.w. recht spreekt door toepassing van een rechtsregel en met naleving van een aantal fundamentele procedureregels.

In deze heeft de eerste rechter geen beslissing genomen die een jurisdictioneel karakter heeft m.b.t. door de door appellant ingeroepen exceptie.

Appellant heeft bijgevolg hoger beroep aangetekend tegen een "niet - bestaande beslissing".

Het hoger beroep is om deze reden niet ontvankelijk.

1.6. Ten overvloede wordt hieraan toegevoegd dat bij toepassing van artikel 4, 2, tweede lid van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken de beslissing genomen door de eerste rechter wat de taalwijziging betreft niet vatbaar is voor verzet of beroep.

Gezien de eerste rechter enkel uitspraak heeft gedaan over het verzoek tot taalwijziging is deze beslissing niet vatbaar voor enig beroep.

1.7. Geïntimeerden sub 1 en 2 vragen hen een rechtsplegingsvergoeding toe te kennen van 1.320 euro, zijnde het geïndexeerd basistarief voor vorderingen die niet in geld waardeerbaar zijn.

Appellant vraagt het minimumtarief toe te passen, zijnde 82,50 euro, omdat de procedure in hoger beroep nog op het stadium van de inleidende zitting zit, geen instaatstelling heeft plaatsgevonden, noch gepleit werd door partijen en door hemzelf reeds op de inleidende zitting werd verklaard dat afgezien werd van de procedure in hoger beroep.

Artikel 825 Ger.W. bepaalt dat om geldig te zijn de afstand van geding aangenomen moet worden door de partij aan wie hij is betekend, tenzij hij wordt gedaan alvorens de tegenpartij conclusie heeft genomen over het onderwerp van de vordering waarvan wordt afgezien.

Appellant vroeg akte te nemen van zijn afstand van geding bij conclusie neergelegd op 25 november 2013 d.i. nadat geïntimeerden sub 1 en 2 op 30 september 2013 een conclusie hadden neergelegd over het onderwerp van de vordering in hoger beroep.

In tegenstelling met wat appellant voorhoudt werden in deze zaak wel degelijk conclusies gewisseld en werd er gepleit op de zitting van 25 november 2013.

Er is dan ook geen reden om af te wijken van het basistarief zoals gevorderd door geïntimeerden sub 1 en 2.

OM DEZE REDENEN,

HET HOF,

Rechtdoende op tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in gerechtszaken;

Geeft akte aan appellant dat hij afstand doet van geding die aanvaard wordt door geïntimeerden sub 3 en 4.

Geeft akte aan geïntimeerden sub 1 en 2 dat zij zich verzetten tegen deze afstand van geding.

Wijst het verzoek tot afstand van geding af in hoofde van deze laatste partijen.

Verklaart het hoger beroep niet ontvankelijk.

Veroordeelt appellant in de kosten van hoger beroep in hoofde van geïntimeerden sub 1 en 2, in totaal begroot op 1.320 euro rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op

17/12/2013

waar aanwezig waren en zitting hielden :

Astrid DE PREESTER, Voorzitter,

Evrard JANSSENS DE BISTHOVEN, Raadsheer,

Marc DEBAERE, Raadsheer,

bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier.

V. DE VIS M. DEBAERE

E. JANSSENS DE BISTHOVEN A. DE PREESTER

Vrije woorden

  • Aanleg. Hoger beroep. Beroepsbaarheid. Artikel 616 Ger. W.: draagwijdte. Artikel 4, §2, tweede lid Taalwet van 15 juni 1935. Taalwijziging. Hoger beroep?