- Arrest van 28 januari 2014

28/01/2014 - 2009AR3096

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

I. Een gedinghervatting is niet mogelijk wanneer er enkel sprake is van een persoonsverbonden recht, d.i. per definitie een persoonlijk recht dat enkel door de belanghebbende zelf kan worden uitgeoefend

II. Vertegenwoordiging van een VZW in rechte. Het Vlaams Belang, politieke partij in de vorm van een VZW, kan in rechte optreden doch niet louter middels haar fractievoorzitter in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

III. Wanneer het principaal hoger beroep tijdig en rechtsgeldig werd ingesteld, kan de geïntimeerde incidenteel beroep instellen, ook al is het principaal hoger beroep niet toelaatbaar bij gebrek aan belang. Het incidenteel hoger beroep is slechts ontoelaatbaar indien het hoofdberoep laattijdig of nietig wordt verklaard.


Arrest - Integrale tekst

ARREST

Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit :

Rep. Nr. 2014/

A.R. nr. 2009/AR/3096

INZAKE VAN :

1) De heer J. D.,

2) De heer D. L.,

appellanten tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 31 maart 2009,

vertegenwoordigd door Meester Bart SIFFERT, advocaat te 1050 BRUSSEL, Louizsalaan 174/8,

1ste kamer

TEGEN :

De V.Z.W. BRUSSEL DEZE WEEK, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 1050 BRUSSEL, Eugène Flageyplein 18, ingeschreven bij de Kruispuntbank van Ondernemingen onder het nummer 0465.522.992,

geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Inge GABRIELS, advocaat te 1000 BRUSSEL, Boomstraat 14,

I. Art. 17 Ger. W.: vereiste hoedanigheid om in rechte op te treden. Vertegenwoordiging van een politieke partij met de rechtsvorm van een VZW, in rechte. Fractievoorzitter van deze partij in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: onbevoegdheid om namens dergelijke partij in rechte op te treden. Vlaams Belang.

II. Art. 815-819 Ger. W. Gedinghervatting door de nieuwe fractievoorzitter van deze partij.

III. Artikel 1054, lid 2 Ger. W. Voorwaarden voor de toelaatbaarheid van het incidenteel beroep.

IV. Advertentie. Weigering van publicatie. Antidiscriminatiewetgeving.

I. Een gedinghervatting is niet mogelijk wanneer er enkel sprake is van een persoonsverbonden recht, d.i. per definitie een persoonlijk recht dat enkel door de belanghebbende zelf kan worden uitgeoefend

II. Vertegenwoordiging van een VZW in rechte. Het Vlaams Belang, politieke partij in de vorm van een VZW, kan in rechte optreden doch niet

louter middels haar fractievoorzitter in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

III. Wanneer het principaal hoger beroep tijdig en rechtsgeldig werd ingesteld, kan de geïntimeerde incidenteel beroep instellen, ook al is het principaal hoger beroep niet toelaatbaar bij gebrek aan belang. Het incidenteel hoger beroep is slechts ontoelaatbaar indien het hoofdberoep laattijdig of nietig wordt verklaard.

+++++++++++++++++++++++++++++++++

Gelet op de procedurestukken:

• het voor eensluidend verklaard afschrift van het vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 31 maart 2009, beslissing waarvan geen akte van betekening wordt overgelegd;

• het verzoekschrift tot hoger beroep neergelegd ter griffie van het hof op 20 november 2011;

• de conclusie van appellanten - houdende gedinghervatting door appellant sub 2 - neergelegd ter griffie op 1 en 2 juli 2010;

• de syntheseconclusie van geïntimeerde neergelegd ter griffie op 26 juli 2010.

Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzitting van 4 november 2013 en gelet op de stukken die zij neerlegden.

I. Voorwerp van de vorderingen.

1.1. De oorspronkelijke eis van appellant sub 1 - ingesteld in eigen naam en als toenmalig fractievoorzitter van het Vlaams Belang - strekte ertoe (1) te horen zeggen voor recht dat geïntimeerde ten onrechte geweigerd had zijn advertentie te plaatsen, (2) de staking te horen bevelen van de discriminatie van appellant sub 1 op straffe van een dwangsom van 100.000 euro per vastgestelde overtreding en (3) geïntimeerde te horen bevelen de geweigerde advertentie te publiceren binnen de 8 dagen na betekening van het tussen te komen vonnis op straffe van een éénmalige dwangsom van 500.000 euro.

1.2. De eerste rechter heeft - bij verstek t.a.v. geïntimeerde - op 29 oktober 2008 (1) de vordering ontvankelijk en deels gegrond verklaard, (2) gezegd voor recht dat geïntimeerde ten onrechte de advertentie van appellant sub 1 geweigerd had, (3) de staking van discriminatie van appellant sub 1 door geïntimeerde bevolen en (4) geïntimeerde bevolen om de geweigerde advertentie te publiceren binnen de 8 dagen na betekening van de tussengekomen beslissing.

1.3. Geïntimeerde tekende verzet aan tegen voornoemde beslissing en de eerste rechter heeft (1) dit verzet ontvankelijk en gegrond verklaard en (2) dienvolgens de oorspronkelijke vordering van appellant sub 1 ontvankelijk doch ongegrond verklaard. De eerste rechter ging niet in op het argument van geïntimeerde dat de vordering van de heer D. niet ontvankelijk diende verklaard te worden bij gebrek aan het vereiste belang.

1.4. In hoger beroep vraagt appellant sub 1 buiten zake te worden gesteld en herneemt appellant sub 2 de oorspronkelijke vordering na het geding te hebben hervat als rechtsopvolger van appellant sub 1.

1.5. Geïntimeerde (1) aanvaardt de buiten zake stelling van appellant sub 1 op voorwaarde dat deze partij veroordeeld wordt tot betaling van de gerechtskosten en (2) vraagt, recht doende op het hoofdberoep van appellant sub 2, ingesteld bij gedinghervatting, dit niet ontvankelijk minstens ongegrond te verklaren.

Bij incidenteel beroep verzoekt geïntimeerde de oorspronkelijke vordering ingesteld door de heer D. niet ontvankelijk te verklaren bij gebrek aan belang.

II. De relevante feiten.

2.1. De eerste rechter heeft de feiten die aanleiding hebben gegeven tot huidig geschil precies en volledig omschreven zodat het hof desbetreffend verwijst naar het bestreden vonnis.

2.2. Samengevat komt het hierop neer dat de heer D. - in zijn hoedanigheid van fractievoorzitter voor het Vlaams Belang in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest - bij aangetekend schrijven van 24 juni 2008 geïntimeerde verzocht om een advertentie te plaatsen in haar krant "Brussel Deze Week" in haar uitgave van 1 of 8 juli 2008.

Bij schrijven van 30 juni 2008 liet geïntimeerde aan de heer D. weten dat zij om ideologische en commerciële redenen geen advertenties van het Vlaams Belang opneemt in haar publicaties.

2.3. De heer D. was het niet eens met deze visie en startte een procedure zich steunend op de anti - discriminatiewet .

III. Bespreking.

3.1. Appellant sub 1 vraagt buiten zake te worden gesteld wat inhoudt dat hij niet verder meer volhardt in zijn oorspronkelijke vordering zowel gesteld in eigen naam als in zijn hoedanigheid van toenmalige fractievoorzitter in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement voor de partij Vlaams Belang.

Geïntimeerde heeft deze afstand bij conclusie aanvaard.

3.2. Appellant sub 2 heeft bij conclusie neergelegd op 2 juli 2010 akte gevraagd van zijn gedinghervatting - zowel in eigen naam als in zijn hoedanigheid van huidige fractievoorzitter in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement voor de partij Vlaams Belang - en herneemt hierbij de vordering zoals oorspronkelijk gesteld door appellant sub 1.

Overeenkomstig artikel 815 Ger.W. blijft het overlijden van een partij, haar verandering van staat of de wijziging van hoedanigheid waarin zij is opgetreden, zonder gevolg zolang daarvan geen kennis is gegeven in de zaken waarin de debatten nog niet gesloten zijn verklaard.

Hierbij dient uitgegaan te worden van het principe dat de rechtspleging die door of tegen een partij wordt ingesteld, kan worden voortgezet door een partij die in haar rechten en plichten is getreden.

De partij die het geding hervat voor een andere partij kan enkel optreden in de rechten van deze partij die overdraagbaar zijn.

Een gedinghervatting is niet mogelijk wanneer er enkel sprake is van een persoonsverbonden recht, d.i. per definitie een persoonlijk recht dat enkel door de belanghebbende zelf kan worden uitgeoefend .

3.3. In zoverre appellant sub 1 een vordering instelde in eigen naam omdat hij van oordeel was gediscrimineerd te zijn geweest, is dat een persoonlijk recht dat niet overdraagbaar is.

Hetzelfde geldt in zoverre hij optrad als fractievoorzitter voor het Vlaams Belang. Een fractievoorzitter wordt per definitie aangeduid door de partij en dat is bijgevolg een persoonlijke hoedanigheid die evenmin overdraagbaar is.

3.4. In dit verband wordt erop gewezen dat een fractieleider het Vlaams Belang - dat een VZW is - niet in rechte kan vertegenwoordigen.

Volgens de Statuten van de VZW Algemeen Vlaams Belang - neergelegd op 22 december 2004 - is het de Raad van Bestuur die alle rechtshandelingen kan stellen zoals o.a. de vertegenwoordiging van de vereniging bij (buiten)gerechtelijke handelingen.

De Raad van Bestuur wordt benoemd door de Algemene Vergadering onder haar leden en bestaat uit ten minste drie personen waarbij het aantal bestuurders steeds minder bedraagt dan het aantal personen die effectief lid zijn van de Vereniging. De voorzitter en de secretaris van de Algemene Vergadering zijn van rechtswege bestuurders in dezelfde hoedanigheid.

3.5. Vanuit deze perceptie beschikt appellant sub 2 bijgevolg niet over de vereiste hoedanigheid om als "rechtsopvolger" het geding te hervatten noch in eigen naam noch als fractievoorzitter.

De vordering tot gedinghervatting ingesteld door appellant sub 2 is bijgevolg niet ontvankelijk.

Gezien appellant sub 1 vraagt buiten zake te worden gesteld en bijgevolg niet meer aandringt om te beslissen over zijn initieel ingestelde vordering is het hoger beroep - wat hem betreft - zonder voorwerp geworden.

3.6. Wanneer het principaal hoger beroep tijdig en rechtsgeldig werd ingesteld, kan de geïntimeerde incidenteel beroep instellen, ook al is het principaal hoger beroep niet toelaatbaar bij gebrek aan belang.

Het incidenteel hoger beroep is slechts ontoelaatbaar indien het hoofdberoep laattijdig of nietig wordt verklaard, wat in deze niet het geval is (= artikel 1054, tweede lid Ger.W.).

3.7. De argumentatie die geïntimeerde liet gelden in eerste aanleg, met name dat de heer D. niet beschikte over het vereiste belang om een vordering in te stellen, werd door de eerste rechter niet gevolgd.

Op dat punt - alleen - stelt geïntimeerde incidenteel beroep in.

3.8. De eerste rechter heeft terecht geoordeeld dat de heer D. - op het ogenblik van de bestreden beslissing - beschikte over een persoonlijk belang in de zin van artikel 17 en 18 Ger.W. wanneer hij meende gediscrimineerd te zijn geweest doordat een door hem gevraagde publicatie geweigerd werd.

De eerste rechter heeft even terecht beslist dat de heer D. als fractievoorzitter van zijn partij in het Brussels Parlement - maar ook als gewoon lid van zijn partij - een persoonlijk belang heeft om advertenties te plaatsen.

Alle overige beschouwingen dienaangaande raken de grond van de zaak die thans niet meer aan de orde is gezien geïntimeerde desbetreffend de bevestiging vraagt van het bestreden vonnis, appellant sub 1 desbetreffend niet meer aandringt en de vordering tot gedinghervatting van appellant sub 2 niet ontvankelijk wordt verklaard.

3.9. Alle partijen vragen een rechtsplegingsvergoeding van 1.200 euro, zijnde het niet geïndexeerd basisbedrag voor vorderingen die niet in geld waardeerbaar zijn.

Na indexatie wordt dit 1.320 euro.

Dit bedrag komt toe aan geïntimeerde als de in het gelijk gestelde partij.

OM DEZE REDENEN,

HET HOF,

Rechtdoende op tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in gerechtszaken;

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch zonder voorwerp.

Verleent appellant sub 1 akte van zijn afstand van geding en verleent geïntimeerde akte van haar aanvaarding daarvan.

Verklaart de vordering van appellant sub 2 tot hervatting van het geding niet ontvankelijk.

Verklaart het incidenteel beroep ontvankelijk doch ongegrond.

Bevestigt het bestreden vonnis binnen de grenzen van het incidenteel beroep.

Veroordeelt appellanten tot de gerechtskosten in hoger beroep, in totaal begroot

- in hoofde van henzelf op euro 1.506 ( 186 rolrecht + 1.320 rechtsplegingsvergoeding), en

- in hoofde van geïntimeerde op euro 1.320 rechtsplegingsvergoeding)

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op

28/01/2014

waar aanwezig waren en zitting hielden :

Astrid DE PREESTER, Voorzitter,

Evrard JANSSENS DE BISTHOVEN, Raadsheer,

Marc DEBAERE, Raadsheer,

bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier.

V. DE VIS M. DEBAERE

E. JANSSENS DE BISTHOVEN A. DE PREESTER

Vrije woorden

  • I. Een gedinghervatting is niet mogelijk wanneer er enkel sprake is van een persoonsverbonden recht, d.i. per definitie een persoonlijk recht dat enkel door de belanghebbende zelf kan worden uitgeoefend II. Vertegenwoordiging van een VZW in rechte. Vlaams Belang. Een politieke partij opgericht in de vorm van een VZW, kan in rechte optreden doch niet louter middels haar fractievoorzitter in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. III. Wanneer het principaal hoger beroep tijdig en rechtsgeldig werd ingesteld, kan de geïntimeerde incidenteel beroep instellen, ook al is het principaal hoger beroep niet toelaatbaar bij gebrek aan belang. Het incidenteel hoger beroep is slechts ontoelaatbaar indien het hoofdberoep laattijdig of nietig wordt verklaard.