Hof van Cassatie: Arrest van 12 April 1991 (België). RG 7468
- Sectie :
- Rechtspraak
- Bron :
- Justel N-19910412-4
- Rolnummer :
- 7468
Samenvatting :
De rechter in hoger beroep die een door het beroepen vonnis bevolen onderzoeksmaatregel, met name overlegging van stukken, bevestigt, is ertoe gehouden de zaak naar de eerste rechter te verwijzen. ( Art. 1068 Gerechtelijk Wetboek. )
Arrest :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
HET HOF; - Gelet op het bestreden arrest, op 19 juni 1990 door het Hof van Beroep te Antwerpen gewezen;
Over het middel, gesteld als volgt : schending van artikel 1068, inzonderheid tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek,
doordat het bestreden arrest, na te hebben vastgesteld dat "waar het vonnis van 3 november 1982 dus mogelijk tot bewijs van beledigend gedrag kan aangevoerd worden, echter nergens blijkt dat dit vonnis kracht van gewijsde heeft bekomen en de eerste rechter terecht de heropening der debatten beval ten einde bewijs te bekomen van dit kracht van gewijsde", de zaak naar de eerste rechter verwijst voor verder gevolg,
terwijl de rechter die de heropening van de debatten beveelt ten einde een partij toe te laten het bewijs bij te brengen dat een correctioneel vonnis kracht van gewijsde heeft bekomen, geen onderzoeksmaatregel neemt als bedoeld in artikel 1068, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, zodat de rechter in beroep, die na bevestiging van het vonnis a quo, de zaak verwijst naar de eerste rechter die onder gezegde omstandigheden de heropening van de debatten had bevolen, niet een in het vonnis a quo bevolen onderzoeksmaatregel bevestigt en derhalve ten onrechte de zaak naar de eerste rechter verwijst (schending van artikel 1068, inzonderheid tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek), zodat het aangevochten arrest door de zaak naar de eerste rechter terug te wijzen, hoewel deze geen onderzoeksmaatregel maar enkel de heropening van de debatten had bevolen, artikel 1068, inzonderheid tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek heeft geschonden :
Overwegende dat, naar luid van artikel 1068 van het Gerechtelijk Wetboek, het hoger beroep tegen een eindvonnis of tegen een vonnis alvorens recht te doen, het geschil zelf aanhangig maakt bij de rechter in hoger beroep, en deze alleen dan de zaak verwijst naar de eerste rechter, indien hij, zelfs gedeeltelijk, een in het aangevochten vonnis bevolen onderzoeksmaatregel bevestigt;
Overwegende dat de eerste rechter, alvorens uitspraak te doen over de vordering tot echtscheiding van verweerder tegen eiseres, vaststelde dat een op 3 november 1982 door de Correctionele Rechtbank te Leuven tegen eiseres uitgesproken "veroordeling (...) ten zeerste beledigend is voor (verweerder)", maar dat verweerder naliet het bewijs bij te brengen dat dat vonnis in kracht van gewijsde was gegaan; dat hij besliste : "Heropent van ambtswege de debatten ten einde (verweerder) toe te laten het bewijs bij te brengen dat het vonnis (...) kracht van gewijsde heeft bekomen, stelt de zaak hiertoe in voortzetting";
Overwegende dat, wanneer de rechter de overlegging van een stuk beveelt, hij een onderzoeksmaatregel in de zin van artikel 1068, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek beveelt;
Dat het arrest, dat de beslissing van het beroepen vonnis betreffende die onderzoeksmaatregel bevestigt, een juiste toepassing van artikel 1068 van het Gerechtelijk Wetboek maakt door de zaak naar de eerste rechter te verwijzen;
Dat het middel niet kan worden aangenomen;
Om die redenen, verwerpt de voorziening; veroordeelt eiseres in de kosten.
Over het middel, gesteld als volgt : schending van artikel 1068, inzonderheid tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek,
doordat het bestreden arrest, na te hebben vastgesteld dat "waar het vonnis van 3 november 1982 dus mogelijk tot bewijs van beledigend gedrag kan aangevoerd worden, echter nergens blijkt dat dit vonnis kracht van gewijsde heeft bekomen en de eerste rechter terecht de heropening der debatten beval ten einde bewijs te bekomen van dit kracht van gewijsde", de zaak naar de eerste rechter verwijst voor verder gevolg,
terwijl de rechter die de heropening van de debatten beveelt ten einde een partij toe te laten het bewijs bij te brengen dat een correctioneel vonnis kracht van gewijsde heeft bekomen, geen onderzoeksmaatregel neemt als bedoeld in artikel 1068, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, zodat de rechter in beroep, die na bevestiging van het vonnis a quo, de zaak verwijst naar de eerste rechter die onder gezegde omstandigheden de heropening van de debatten had bevolen, niet een in het vonnis a quo bevolen onderzoeksmaatregel bevestigt en derhalve ten onrechte de zaak naar de eerste rechter verwijst (schending van artikel 1068, inzonderheid tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek), zodat het aangevochten arrest door de zaak naar de eerste rechter terug te wijzen, hoewel deze geen onderzoeksmaatregel maar enkel de heropening van de debatten had bevolen, artikel 1068, inzonderheid tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek heeft geschonden :
Overwegende dat, naar luid van artikel 1068 van het Gerechtelijk Wetboek, het hoger beroep tegen een eindvonnis of tegen een vonnis alvorens recht te doen, het geschil zelf aanhangig maakt bij de rechter in hoger beroep, en deze alleen dan de zaak verwijst naar de eerste rechter, indien hij, zelfs gedeeltelijk, een in het aangevochten vonnis bevolen onderzoeksmaatregel bevestigt;
Overwegende dat de eerste rechter, alvorens uitspraak te doen over de vordering tot echtscheiding van verweerder tegen eiseres, vaststelde dat een op 3 november 1982 door de Correctionele Rechtbank te Leuven tegen eiseres uitgesproken "veroordeling (...) ten zeerste beledigend is voor (verweerder)", maar dat verweerder naliet het bewijs bij te brengen dat dat vonnis in kracht van gewijsde was gegaan; dat hij besliste : "Heropent van ambtswege de debatten ten einde (verweerder) toe te laten het bewijs bij te brengen dat het vonnis (...) kracht van gewijsde heeft bekomen, stelt de zaak hiertoe in voortzetting";
Overwegende dat, wanneer de rechter de overlegging van een stuk beveelt, hij een onderzoeksmaatregel in de zin van artikel 1068, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek beveelt;
Dat het arrest, dat de beslissing van het beroepen vonnis betreffende die onderzoeksmaatregel bevestigt, een juiste toepassing van artikel 1068 van het Gerechtelijk Wetboek maakt door de zaak naar de eerste rechter te verwijzen;
Dat het middel niet kan worden aangenomen;
Om die redenen, verwerpt de voorziening; veroordeelt eiseres in de kosten.