Parlementaire vraag nr. 447 van de heer Jan Jambon dd. 05.07.2011
- Sectie :
- Regelgeving
- Type :
- Parliamentary questions
- Subdomein :
- Finance
Samenvatting :
Schatting en herschatting kadastraal inkomen ? Aangifteplicht instellingen met fiscale immuniteit ? Toekenning kadastraal inkomen
Originele tekst :
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Home >
Advanced search >
Search results > Parlementaire vraag nr. 447 van de heer Jan Jambon dd. 05.07.2011
Parlementaire vraag nr. 447 van de heer Jan Jambon dd. 05.07.2011
Document
Search in text:
Properties
Document type : Parliamentary questions Title : Parlementaire vraag nr. 447 van de heer Jan Jambon dd. 05.07.2011 Document date : 05/07/2011 Keywords : kadastraal inkomen / schatting / herschatting / onroerende voorheffing / vrijstelling / openbare instelling / ingebruikname / beëindiging / dode hand Document language : NL Name : Parlementaire vraag nr. 447 van de heer Jan Jambon dd. 05.07.2011 Version : 1 Question asked by : Jan Jambon
Parlementaire vraag nr. 447 van de heer Jan Jambon dd. 05.07.2011Vragen en Antwoorden, Kamer 2010-2011, nr. 040, p. 43 Schatting en herschatting kadastraal inkomen – Aangifteplicht instellingen met fiscale immuniteit – Toekenning kadastraal inkomen
VRAAG Een aantal instellingen genieten verdragsrechtelijk een fiscale immuniteit of een wettelijke vrijstelling van de onroerende voorheffing. 1. Indien die fiscale immuniteit betrekking heeft op de inkomstenbelastingen, strekt zij zich ook uit tot de aangifteplicht "uit eigen bewegen" van de oorzaken die aanleiding geven tot schatting of herschatting van kadastrale inkomens of is zij beperkt tot de heffing van de belastingen die het kadastrale inkomen tot grondslag aanwenden? 2. Indien geen aangifteplicht in hun hoofde bestaat, wordt er voor desbetreffende gebouwde onroerende goederen een kadastraal inkomen toegekend? 3. Geldt hetzelfde antwoord op voorgaande vragen met betrekking tot bebouwde onroerende goederen die volgens het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vrijgesteld zijn van de onroerende voorheffing? 4. a) Legt uw administratie een administratieve geldboete op in hoofde van de bij verdrag vrijgestelde instellingen of in hoofde van de eigenaars van de bij het wetboek van de onroerende voorheffing vrijgestelde bebouwde onroerende goederen indien de aangifteplicht niet wordt nageleefd? b) Zo ja, om welk bedrag gaat het? c) Zo ja, worden die boetes geïnd? 5. Als er geen kadastraal inkomen wordt toegekend of opnieuw toegekend, hoe worden de dotaties ter compensatie van de "dode hand" volgens artikel 63 van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten (BWFI) dan berekend? 6. a) Als een kadastraal inkomen wordt toegekend aan deze onroerende goederen, heeft uw administratie een achterstand bij de toekenning ervan? b) Om hoeveel gebouwde onroerende goederen gaat het? c) Hoeveel tijd verloopt er gemiddeld tussen het feit dat aanleiding geeft tot schatting of herschatting van het kadastraal inkomen en de toekenning ervan? d) Wat zijn de redenen van de vertraging bij de toekenning van kadastrale inkomens?
ANTWOORD (van minister van Financiën van 02.09.2011) 1. Als antwoord op zijn vraag kan ik het geachte lid meedelen dat overeenkomstig artikel 471 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 er een kadastraal inkomen wordt vastgesteld voor alle gebouwde of ongebouwde onroerende goederen, alsmede voor het materieel en de outillage die onroerend zijn van nature of door hun bestemming. De eigenaar, bezitter erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker van bedoelde goederen is gehouden tot een spontane aangifteplicht. De administratie van het kadaster kan van de betrokken instellingen eisen dat zij, in de door haar gestelde vorm en binnen de door haar bepaalde termijn, alle inlichtingen dienstig voor het vaststellen van het kadastraal inkomen overleggen. 2. en 3. Het antwoord op deze onderdelen van de vraag ligt besloten in het vorige punt. 4. Zoals iedere belastingplichtige in de betekenis van de bepalingen van artikel 473 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, dienen de instellingen waarvan de onroerende goederen zijn vrijgesteld van de onroerende voorheffing de ingebruikname van hun onroerende goederen of de beëindiging van de daaraan uitgevoerde werken aan te geven en kunnen zij bijgevolg een administratieve boete opgelegd krijgen in geval van niet-aangifte. Deze hypothese is evenwel theoretisch voor zover het vergunde bouwwerken betreft die steeds door de gemeenten ter kennis van de administratie worden gebracht. De schattingen of herschattingen van de kadastrale inkomens worden in dat geval steeds verricht in het kader van de opvolging van die werken. 5. Gelet op punt 1 komt dit onderdeel van de vraag te vervallen. 6. De diensten van de administratie Opmetingen en Waarderingen leggen de prioriteit op de schatting van de kadastrale inkomens van enerzijds de belastbare goederen en anderzijds de vrijgestelde goederen waarvan het kadastraal inkomen de basis vormt voor de bepaling van de dode hand. Als er al een achterstand bij de vaststelling van de kadastrale inkomens bestaat, kan er geen opdeling worden gemaakt tussen de belastbare goederen en de onbelastbare goederen. Het is bijgevolg onmogelijk om cijfers over te maken die betrekking hebben op de achterstand bij vrijgestelde goederen waarvan het kadastraal inkomen de basis vormt voor de bepaling van de dode hand.
|
|||||||