Parlementaire vraag nr. 458 van mevrouw Burgeon dd. 06.08.2004
- Sectie :
- Regelgeving
- Type :
- Parliamentary questions
- Subdomein :
- Finance
Samenvatting :
Inkomstenbelasting
Originele tekst :
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Home >
Advanced search >
Search results > Parlementaire vraag nr. 458 van mevrouw Burgeon dd. 06.08.2004
Parlementaire vraag nr. 458 van mevrouw Burgeon dd. 06.08.2004
Document
Search in text:
Properties
Document type : Parliamentary questions Title : Parlementaire vraag nr. 458 van mevrouw Burgeon dd. 06.08.2004 Tax year : 0 Document date : 06/08/2004 Keywords : onroerende voorheffing / aanslagbiljet / inkohiering / betaling / bijkomende betaaltermijn Document language : NL Version : 1 Question asked by : Burgeon
Parlementaire vraag nr. 458 van mevrouw Burgeon dd. 06.08.2004Vragen en Antwoorden, Kamer, 2004-2005, nr. 50, blz. 7558 Inkomstenbelasting - Onroerende voorheffing - Aanslagbiljet
VRAAG Verschillende inwoners uit mijn kieskring die onlangs hun aanslagbiljet voor de onroerende voorheffing ontvingen doen er hun beklag over dat ze deze belasting steeds vroeger moeten betalen. Zo stellen ze vast dat de uiterste betalingsdata elkaar steeds sneller opvolgen (25 december 2002, 5 november 2003 en 7 september 2004). Het gevolg is dat ze drie aanslagbiljetten in ongeveer 20 in plaats van in 24 maanden moeten betalen. Voor 2002, 2003 en 2004 moeten de belastingplichtigen hun belastingen tweemaal in de loop van hetzelfde jaar betalen, waardoor de kleine eigenaars in moeilijkheden komen. Waarom wordt deze belasting versneld geïnd? Een mogelijke oplossing zou erin bestaan de uiterste betalingsdatum voor 2004 met twee maanden uit te stellen.
ANTWOORD (van minister van Financiën van 13.10.2004) De werkzaamheden inzake de inkohiering van de onroerende voorheffing door de diensten van de Directe Belastingen zijn inderdaad op significante wijze versneld gedurende de laatste twee aanslagjaren. Hierdoor is voldaan aan het verzoek van de betrokken machten om deze belasting op een efficiënte manier te vestigen, te innen en door te storten. Deze belasting wordt trouwens door de federale overheid nog uitsluitend geïnd voor rekening van het Brusselse en het Waalse Gewest. Deze snellere behandeling kon worden gerealiseerd dankzij de volgende bijkomende factoren: 1. de administratie van het Kadaster (Patrimoniumdocumentatie) verschaft enerzijds veel sneller en op een volledig geautomatiseerde wijze de inlichtingen die nodig zijn voor het uitvoeren van de werkzaamheden die de berekening van de onroerende voorheffing voorafgaan (kadastrale wijzigingen); 2. een toepassing waarvan de automatisering is aangevat in 2003 biedt aan de ontvangkantoren der directe belastingen een nog sterker performant werkinstrument voor het beheer van de nog altijd plaatselijk te onderzoeken verminderingen, waardoor ondertussen reeds bepaalde manuele taken konden worden afgeschaft; 3. de combinatie van deze twee belangrijke factoren maakt het mogelijk de onroerende voorheffing voor het Brusselse en het Waalse Gewest voornamelijk in te kohieren tijdens de maanden juni tot en met september. De termijn binnen welke de onroerende voorheffing moet betaald worden is bepaald in artikel 413 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. Gezien deze wettelijke bepaling van openbare orde is, kan hiervan onmogelijk op algemene wijze afgeweken worden door het verlenen van een bijkomende betaaltermijn. Evenwel kunnen belastingschuldigen die aantonen dat zij omwille van bijzondere en ernstige omstandigheden onmogelijk hun fiscale verplichtingen binnen de wettelijke termijn kunnen nakomen steeds om een bijkomende termijn verzoeken. Hiertoe volstaat het een gemotiveerd verzoekschrift te richten aan de ontvanger, die gelet op zijn persoonlijke geldelijke aansprakelijkheid, terzake uitsluitend bevoegd is. |
|||||||