06.03.2014 - Ministerieel besluit tot vaststelling van de rentevoet van de vanaf mei 2012 uit te keren intresten voor de bij de Deposito- en Consignatiekas in bewaring gegeven consignaties, vrijwillige deposito's en borgtochten

Datum :
06-03-2014
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
2 pagina's
Sectie :
Regelgeving
Type :
Ministerial decrees
Subdomein :
Fiscal Discipline

Samenvatting :

Rentevoet - Deposito- en Consignatiekas

Originele tekst :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > 06.03.2014 - Ministerieel besluit tot vaststelling van de rentevoet van de vanaf mei 2012 uit te ker...
06.03.2014 - Ministerieel besluit tot vaststelling van de rentevoet van de vanaf mei 2012 uit te ker...
Document
Content exists in : nl fr

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Effective date : 01/05/2012
Document type : Ministerial decrees
Title : 06.03.2014 - Ministerieel besluit tot vaststelling van de rentevoet van de vanaf mei 2012 uit te keren intresten voor de bij de Deposito- en Consignatiekas in bewaring gegeven consignaties, vrijwillige deposito's en borgtochten
Document date : 06/03/2014
Keywords : intresten / uit te keren intresten / consignatie / vrijwillige deposito / borgtocht / deposito- en consignatiekas
Document language : NL
Name : Ministerieel besluit tot vaststelling van de rentevoet van de vanaf mei 2012 uit te keren intresten voor de bij de Deposito- en Consignatiekas in bewaring gegeven consignaties, vrijwillige deposito's en borgtochten
Version : 1

06.03.2014 - Ministerieel besluit tot vaststelling van de rentevoet van de vanaf mei 2012 uit te keren intresten voor de bij de Deposito- en Consignatiekas in bewaring gegeven consignaties, vrijwillige deposito's en borgtochten

(B.S., 04.04.2014, p. 29281)

 

De Minister van Financiën,

Gelet op artikel 17 van het koninklijk besluit nr 150 van 18 maart 1935 tot samenschakeling van de wetten betreffende de inrichting en de werking van de Deposito- en Consignatiekas en tot aanbrenging van wijzigingen daarin krachtens de wet van 31 juli 1934 en zoals gewijzigd door artikel 61 van de programmawet van 22 juni 2012, laatst aangevuld door art 114 van de wet van 17 juni 2013 houdende fiscale en financiële bepalingen en bepalingen betreffende de duurzame ontwikkeling;

Gelet op artikel 11, tweede lid, van de wet van 26 maart 2003 houdende oprichting van een Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring en houdende bepalingen inzake het waardevast beheer van in beslag genomen goederen en de uitvoering van bepaalde vermogenssancties;

Gelet op de artikelen 28, eerste lid en 41, eerste lid van de wet van 24 juli 2008 houdende diverse bepalingen (I);

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 16 juli 2013;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 12 februari 2014,

Besluit :

Artikel 1. De consignaties, de vrijwillige bewaargevingen en alle categorieën van borgtochten, met inbegrip van bewaargevingen in euro zoals bedoeld in het eerste lid van artikel 28 van de wet van 24 juli 2008 houdende diverse bepalingen (I) die aan de Deposito- en Consignatiekas worden toevertrouwd genieten van een rentevoet die gelijk is aan het rendement van de OLO met een vaste looptijd van één jaar zoals berekend door het Rentenfonds, verhoogd met 25 basispunten.

De sommen ontvangen bij toepassing van de artikelen 3 en 5 van het koninklijk besluit van 10 januari 2002 betreffende het beheer van de door een notaris ontvangen sommen, effecten en geldswaardige papieren aan toonder en betreffende het toezicht op de boekhouding van de notarissen genieten van een rentevoet die gelijk is aan het rendement van de OLO met een vaste looptijd van één jaar zoals berekend door het Rentenfonds, verhoogd met 75 basispunten.

De sommen ontvangen van het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring, genieten van een rentevoet die gelijk is aan het rendement van de OLO met een vaste looptijd van één jaar zoals berekend door het Rentenfonds, verhoogd met 75 basispunten.

De sommen die geconsigneerd zijn of geconsigneerd blijven ingevolge minderjarigheid, onbekwaamheid of krankzinnigheid van de rechthebbende, of in geval van het bestaan van een vruchtgebruik en de in geld gegeven borgtochten door de hypotheekbewaarders ter garantie van hun verplichtingen ten opzichte van derden (wet van 21 ventôse, jaar VII, gewijzigd door de wet van 24 december 1906) genieten van een rentevoet die gelijk is aan het rendement van de OLO met een vaste looptijd van 3 jaar zoals berekend door het Rentenfonds.

Art. 2. De sommen die geconsigneerd zijn of geconsigneerd blijven in toepassing van artikel 51 van de faillissementswet van 8 augustus 1997, genieten van een rentevoet die gelijk is aan het rendement van de OLO met een vaste looptijd van 5 jaar zoals berekend door het Rentenfonds.

Art. 3. De rentevoet zoals bedoeld in de artikelen 1 en 2 wordt als volgt berekend:

  • de berekening heeft elke maand plaats op de vijfde laatste bankwerkdag van de betreffende maand en op basis van het rendement van een lineaire obligatie met vaste looptijd zoals berekend door het Rentenfonds en bekend gemaakt op zijn internetsite;
  • een gemiddelde rente wordt iedere maand berekend op basis van de dagelijks op bankwerkdagen door het Rentenfonds gepubliceerde rendementen, waarvan de eerste deze van de vijfde laatste bankwerkdag is van de vorige maand en de laatste deze van de zesde laatste bankwerkdag van de lopende maand;
  • een nieuwe intrestvoet wordt bepaald indien de aldus berekende gemiddelde rente met minstens 50 basispunten verschilt van de vorige berekende rentevoet. De nieuwe intrestvoet is gelijk aan de gemiddelde rente afgerond op 0,10%. »

Art. 4. Indien bij de toepassing van het vorige artikel een nieuwe rentevoet moet worden aangenomen, wordt de rentevoet voor de sommen bepaald in artikel 1 van kracht op de eerst volgende maand na deze berekening.

Indien bij de toepassing van het vorige artikel een nieuwe rentevoet moet worden aangenomen, wordt de rentevoet voor de sommen bepaald in artikel 2 van kracht op de tweede volgende maand na de berekening.

Art. 5. De sommen die aan de Deposito- en Consignatiekas worden toevertrouwd bij toepassing van het eerste lid van artikel 28 van de wet van 24 juli 2008 houdende diverse bepalingen (I) en die uitgedrukt zijn in een andere munt dan de euro genieten van een rentevoet die gelijk is aan de gemiddelde maandelijkse rentevoet die de beheerder van de deviezen aan de D.C.K. uitkeert voor deze sommen, verminderd met 0,50 % maar zonder dat de toegekende intrestvoet evenwel lager mag zijn dan 0,10 %.

Art. 6. Dit besluit treedt in werking op 1 mei 2012, met uitzondering van het derde lid van artikel 1 dat in werking treedt op de eerste dag van de maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Brussel, 6 maart 2014.

K. GEENS