Arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen dd. 01.12.1999
- Sectie :
- Regelgeving
- Type :
- Belgian justice
- Subdomein :
- Fiscal Discipline
Samenvatting :
Invordering,Uitvoerend beslag op roerend goed
Originele tekst :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen dd. 01.12.1999
Document
Search in text:
Properties
Document type : Belgian justice Title : Arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen dd. 01.12.1999 Tax year : 2005 Document date : 01/12/1999 Document language : NL Name : A 99/55 Version : 1 Court : appeal
ARREST A 99/55 Arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen dd. 01.12.1999 Bull. nr. 813, pag. 776 Invordering - Uitvoerend beslag op roerend goed De Rechter heeft ten onrechte de nietigheid van het beslagexploot omwille van de onleesbaarheid van het eensluidend verklaard afschrift van het proces-verbaal opgeworpen, te meer daar de verzetdoende partij (geïntimeerde in beroep) een nauwelijks leesbare fotokopie neerlegt terwijl die partij over het origineel beslagexploot beschikt, doch nalaat dit neer te leggen. Het Hof oordeelt dat de eerste Rechter ambtshalve de heropening der debatten had moeten bevelen indien hij achtte dat bepaalde van de essentiële stukken die voorgelegd werden, niet leesbaar waren. Het kohier maakt de wettelijke titel uit voor de invordering van de belastingschuld. Geen enkele wetsbepaling legt het bestuur op voorafgaandelijk een aanmaning te sturen. Noch het dwangbevel noch het uitvoerend beslag moeten gemotiveerd zijn bij toepassing van de wet van 29.7.1991 op de motivering van overheidshandelingen. Ingestelde vervolgingen en de voorgaande beslissingen van de ontvanger om op die wijze uit te voeren, zijn uitvoeringsdaden die rechtstreeks uit de wet voortspruiten en zijn geen bestuurshandelingen in de zin van art. 1 van de wet van 29.7.1991 die uitdrukkelijk moeten worden gemotiveerd. Gelet op de door de wet vereiste processtukken, in behoorlijke vorm overgelegd waaronder de bestreden beschikking, waarvan geen akte-betekening wordt voorgelegd en het verzoekschrift, neergelegd op 1 april 1997 waarmee een naar vorm en termijn regelmatig en ontvankelijk hoger beroep werd ingesteld; Overwegende dat appellants hoger beroep ertoe strekt de oorspronkelijke vordering van geïntimeerde tot nietigverklaring, minstens opheffing van het uitvoerend beslag op roerend goed, gelegd op 5 juni 1996, ontvankelijk doch ongegrond te horen verklaren en te horen zeggen voor recht dat het beslagexploot van 5 juni 1996 voldoet aan alle wettelijke bepalingen; Dat geïntimeerde concludeert tot de afwijzing van het hoger beroep en de bevestiging van de bestreden beschikking; Overwegende dat de bestreden beschikking ambtshalve, en zonder de heropening van de debatten te bevelen, het uitvoerend beslag op roerend goed nietig heeft verklaard omdat het eensluidend verklaard afschrift van het proces-verbaal onleesbaar zou zijn en appellant het origineel niet zou hebben voorgelegd; Overwegende dat de bestreden beschikking deze nietigheid ten onrechte heeft opgeworpen daar een akte niet nietig is omdat door één van de gedingvoerende partijen (in casu dan nog wel de verzetdoende partij) een niet of nauwelijks leesbare fotokopie van de akte wordt neergelegd terwijl die partij over een origineel door de gerechtsdeurwaarder afgeleverd exemplaar beschikt; Dat bovendien uit het door geïntimeerde voorgelegd stuk (nog steeds niet het origineel aan hemzelf betekend exemplaar maar een fotokopie) blijkt dat alle wettelijk voorziene vermeldingen opgenomen werden; Dat de beschrijving van de in beslag genomen goederen weliswaar onleesbaar is omdat bij het typen onvoldoende hard is doorgeslagen doch duidelijk blijkt dat verschillende goederen beslagen werden; Overwegende dat appellant het proces-verbaal van uitvoerend beslag op roerend goed op de inventaris gevoegd bij zijn conclusie in eerste aanleg heeft vermeld doch niet te achterhalen is of dit een origineel dan wel een fotokopie was; Dat appellant thans het origineel van het proces-verbaal van uitvoerend roerend beslag voorlegt en op pagina twee onderaan duidelijk vermeld wordt welke goederen in beslag werden genomen; Dat geïntimeerde nog steeds een fotokopie voorlegt van datzelfde stuk waarop inderdaad de onderaan getypte tekst onleesbaar is; Dat het echter niet dat stuk is dat door de optredende gerechtsdeurwaarder aan geïntimeerde werd betekend en geïntimeerde nalaat het stuk voor te leggen dat hem in persoon werd betekend en overhandigd; Overwegende dat de eerste rechter bij toepassing van art. 774 Ger. W. ambtshalve de heropening der debatten had moeten bevelen indien hij de mening was toegedaan dat bepaalde essentiële stukken hem niet, of niet leesbaar, werden voorgelegd en dat hij op grond daarvan de vordering geheel of gedeeltelijk zou moeten afwijzen; Dat immers de exceptie van nietigheid van de beweerde onleesbaarheid van het beslagexploot niet door partijen voor hem was ingeroepen geworden, nu integendeel geïntimeerde als oorspronkelijk verzetdoende partij totaal andere middelen inriep, waarover verder; Dat de bestreden beschikking dan ook om die reden moet worden vernietigd; Overwegende dat geïntimeerde doet gelden dat geen beslag mocht worden gelegd omdat hij voordien niet was aangemaand geworden; Dat uit het dossier van appellant nochtans blijkt dat geïntimeerde aangemaand werd bij (weliswaar niet aangetekende) brief van gerechtsdeurwaarder V. van 27 maart 1996 en dat hem bovendien bij aangetekende brief van 29 april 1996 werd medegedeeld dat het totaal bedrag van de aanslag als onbetwistbaar gedeelte werd beschouwd, niettegenstaande het ingediend bezwaar, en dus opeisbaar was, zodat de bewering van geïntimeerde onjuist is; Overwegende dat geen andere aanmaning meer vereist was nu het kohier de wettelijke titel uitmaakt voor de invordering van de belas-tingschuld en bovendien geen enkele wetsbepaling aan het bestuur oplegt voorafgaandelijk een aanmaning te sturen aan de belastingplichtige die niet tijdig heeft betaald (Cass. 25 april 1997, R.W. 1997-1998, 464); Dat dienvolgens ook geen wettelijke bepaling noch een regel van behoorlijk bestuur werden geschonden; Overwegende dat geïntimeerde verder ten onrechte stelt dat zowel het uitvoerend beslag als het dwangbevel gemotiveerd hadden moeten zijn bij toepassing van de wet van 29 juli 1991 (wet Cerexhe) op de motivering van overheidshandelingen; Overwegende dat ingestelde vervolgingen en de voorafgaande beslissing van de ontvanger om op die wijze uit te voeren, uitvoeringsdaden zijn die rechtstreeks voortspruiten uit de wet en geen bestuurshandelingen zijn in de zin van art. 1 van de wet van 29 juli 1991 die uitdrukkelijk moeten worden gemotiveerd (idem); Overwegende tenslotte dat de bedenkingen die geïntimeerde formuleert betreffende het opvorderbaar karakter van de belastingschuld ter zake niet dienstig zijn vermits de beslagrechter niet bevoegd is om uitspraak te doen over het door geïntimeerde ingediend bezwaar maar enkel gehouden is na te gaan of de titel op grond waarvan uitgevoerd wordt, regelmatig is; Dat uit de voorliggende stukken blijkt dat de aanslag gevestigd werd op basis van de laattijdige aangifte, die geïntimeerde zelf, weliswaar door toedoen van zijn boekhouder, heeft ingediend zodat, niettegenstaande het ondertussen aangetekend bezwaar, de ontvanger tot ten uitvoerlegging mocht laten overgaan; Dat de oorspronkelijke vordering van geïntimeerde dan ook door de eerste rechter als ongegrond had moeten worden afgewezen; Overwegende dat het hoger beroep van appellant dienvolgens gegrond is en de bestreden beschikking vernietigd moet worden en het verzet afgewezen; Om die redenen : Het Hof, na beraad, Rechtdoende op tegenspraak; Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935; Ontvangt het hoger beroep en verklaart het gegrond; Vernietigt de bestreden beschikking en opnieuw recht doende : Verklaart het oorspronkelijk verzet ontvankelijk doch ongegrond; Wijst geïntimeerde, oorspronkelijk verzetdoende partij, ervan af; Zegt voor recht dat de akte van uitvoerend roerend beslag van 5 juni 1996 rechtsgeldig is; Verwijst geïntimeerde in de kosten van beide aanleggen. |
|||||||