Arrest van het Hof van Beroep te Brussel dd. 23.02.2001
- Sectie :
- Regelgeving
- Type :
- Belgian justice
- Subdomein :
- Fiscal Discipline
Samenvatting :
Beroepskosten,Giften,Parlementslid,Forfait,Bezwaar,Gerechtelijke procedure
Originele tekst :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Arrest van het Hof van Beroep te Brussel dd. 23.02.2001
Document
Search in text:
Properties
Document type : Belgian justice Title : Arrest van het Hof van Beroep te Brussel dd. 23.02.2001 Tax year : 2005 Document date : 23/02/2001 Document language : NL Name : B 01/24 Version : 1 Court : appeal
ARREST B 01/24 Arrest van het Hof van Beroep te Brussel dd. 23.02.2001 Beroepskosten - Giften - Parlementslid - Forfait - Bezwaar - Gerechtelijke procedure Een volksvertegenwoordiger betaalt aan een VZW die een studiecentrum beheert een bedrag. Hij trekt die bedrag af als een gift. De administratie en het Hof stellen evenwel dat de betrokken betaling moet beschouwd worden als een bedrijfsuitgave. Geoordeeld wordt dat het niet gaat om een gift maar om een verplichte bijdrage die niet zou gedragen zijn indien het parlementair mandaat waaruit de inkomsten werden behaald niet zou zijn uitgeoefend. Gelet op het verplicht en gecontroleerd karakter, vormt de bijdrage een bedrijfslast. Met als gevolg dat deze begrepen is in het forfait van bedrijfslasten dat de belastingplichtige als parlementair geniet. Het Hof van Beroep oordeelde eerder voor andere aanslagjaren in een zelfde zin. De voorziening tegen dat arrest werd door het Hof van Cassatie verworpen. Verder oordeelt het Hof nog dat de directoriale beslissing niet nietig is. Het Arbitragehof besliste dat er geen schending is van de Grondwet indien de procedure voor de Gewestelijk Directeur als een administratief beroep wordt beschouwd. Het Hof van Beroep beslist dat derhalve de grondwettelijke uitlegging dient gevolgd te worden en dat de procedure als een administratief beroep dient te worden beschouwd. Zesde fiskale kamer Voorzitter: Dhr. K. Van Herck Raadsheer: Dhr. Y. De Ruyver Plaatsvervangend raadsheer: Dhr. B. de Clippel Partij: Vanhorenbeek Luc en Goossens Arlette t. De Belgische Staat Het hof, na beraad, spreekt in openbare terechtzitting volgend arrest uit: De fiscale voorziening werd samen met de aanzegging ervan neergelegd ter griffie van het Hof op 25 maart 1994. Zij is gericht tegen de directeursbeslissing van 22 februari 1994 waarbij uitspraak werd gedaan over het bezwaarschrift ingediend tegen de aanslag in de personenbelasting ingekohierd onder het artikel 3702405 van het aanslagjaar 1992 en voor het bedrag van 53.571 frs; Het fiscaal verhaal is ontvankelijk. De aanslagprocedure werd gevestigd overeenkomstig art 251 WIB/64. Voorwerp van het geschil Verzoekers betwisten de verwerping van de sommen die zij overgemaakt hebben aan de VZW Vlaams Nationaal Studiecentrum en die zij als aftrekbare giften wensten af te trekken van hun belastbare inkomsten. De feiten In zijn aangifte in de personenbelasting heeft verzoeker onder code 370 Giften een bedrag van 137.200 Fr. opgenomen waarin begrepen 135.000 Fr. giften aan de VZW Vlaams Nationaal Studiecentrum. De VNS leunt zeer nauw aan bij de Volksunie zoals blijkt uit haar doel, het feit dat ze op hetzelfde adres als de Volksunie is gevestigd, het feit dat haar beheerders en leiders topfiguren van de Volksunie zijn en dat de ontvangsten en uitgaven van het VNS zijn opgenomen in het financieel verslag dat aan de Minister van financiën is toegezonden in het kader van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperkingen en de controle van de verkiezingsuitgaven, de financiering en de open boekhouding van politieke partijen. De inkomsten van deze vereniging bestaan bijna uitsluitend uit de bijdragen van de parlementairs. Verzoeker was ten tijde van de giften volksvertegenwoordiger verkozen op de lijst van de VU. De sommen werden afgedragen op vraag en onder toezicht van de fractieleider van de Volksunie door middel van rechtstreekse afhoudingen door de Quaestuur op zijn parlementaire vergoedingen, vanaf zijn aanstelling als volksvertegenwoordiger. Zijn bijdrage was daarenboven afhankelijk van zijn inkomen en functie, zoals bij dander parlementairs van dezelfde fractie. De administratie is van oordeel dat deze bedragen geen aftrekbare giften zijn maar bedrijfslasten die echter dubbel gebruik uitmaken met de forfaitaire vergoeding van de bedrijfslasten die verzoeker geniet, zodat ze geen tweede maal kunnen afgetrokken worden. Het bezwaar tegen de aanslag gevestigd, ondanks protest, op de gegevens vervat in het bericht van wijziging van de aangifte, werd door de gewestelijke directeur verworpen. De discussie Wat de nietigheid van de bestreden beslissing betreft Tevergeefs stelt verzoeker dat de gewestelijke directeur een rechtsprekende functie zou uitoefenen wanneer hij uitspraak doet over een bezwaarschrift op grond van artikel 375 van het WIB/92 Het Arbitragehof besliste desbetreffend het volgende: 1.In de interpretatie volgens welke art. 366 WIB 1992 aan de directeur der belastingen een rechtsprekende opdracht toevertrouwt, schenden de art. 366 tot 377 van dat wetboek de art. 10 en 11 G.W. 1994: a)doordat zij een rechtsprekende opdracht toevertrouwen aan een overheid die niet doet blijken van de waarborgen van onafhankelijkheid en objectieve onpartijdigheid, b)doordat zij niet voorzien in een procedure van wraking. 2.In de interpretatie volgens welke art. 366 WIB 1992 een administratief beroep voor een administratieve overheid instelt, schenden de art. 366 tot 377 van dat wetboek de art. 10 en 11 G.W. 1994 niet. Arbitragehof nr. 67/98, 10 juni 1998 (prejudiciële vraag), R.W. 1998-99, 1173, noot Plets, N. ; B.S. 12 september 1998, 29.392 en http://staatsblad.be (7 januari 2000); J.L.M.B. 1998, 1117; Fiskoloog 1998 (weergave J.V.D.), afl. 666, 1; Fisc. Act. 1998 (weergave Marck, F.), afl. 25, 6; Act. fisc. 1998 (weergave Magremanne, J. ), afl. 26, 1; Fisc. Koer. 1998 (weergave), 468, noot; T.B.P. 1998, 760; J.T. 1998, 674, noot Baltus, M. ; A.A. 1998, 817; F.J.F. 1999, 132. Hieruit volgt dat de rechter die door het Arbitragehof voor de mogelijkheid wordt gesteld de artikels 366 tot 377 van het WIB/92 zo uit te leggen dat zij conform zijn aan de grondwet, de grondwettelijke uitlegging dient te volgen. Zo hij dit niet zou doen zou hij de Grondwet schenden. Het middel in zoverre het gegrond is op de rechtsprekende functie van de gewestelijke directeur is derhalve niet gegrond. Wat de grond betreft In het arrest N° 310/93 uitgesproken op 21 maart 1996 over hetzelfde geschil maar in verband met de aanslagjaren 1988, 1989 en 1990 heeft deze kamer van dit Hof geoordeeld dat uit de feitelijke elementen die worden herinnerd in de opgave van de feiten van huidig arrest dient te worden afgeleid dat de bijdrage die door verzoeker werd afgestaan geen gift is maar een verplichte bijdrage die als bedrijfslast dient te worden beschouwd die verzoeker niet zou gedragen hebben zo hij niet het parlementair mandaat van de Volksunie, waaruit hij zijn belastbare inkomsten haalde, zou hebben uitgeoefend. Geen enkel element werd aangehaald dat van aard is om de motieven van dit arrest, waartegen een voorziening in cassatie bij arrest van het Hof van Cassatie van 4 februari 2000 werd verworpen, te ontkrachten. Uit het geheel van de feiten zoals de nauwe verbondenheid tussen het VNS en de Volksunie en het verplicht en gecontroleerd karakter van de bijdrage, dient te worden afgeleid dat deze bijdrage een bedrijfslast is gekoppeld aan het mandaat van een parlementair van de Volksunie. OM DEZE REDENEN, HET HOF, rechtsprekend na tegenspraak, Gelet op art 24bis van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; Gehoord in openbare terechtzitting de heer K.Van Herck , voorzitter, in zijn verslag; Verklaart het fiscaal verhaal ontvankelijk doch ongegrond. Veroordeelt verzoeker tot de kosten van de voorziening, vereffend zoals in strafzaken op 2935 frs. |
|||||||