Arrest van het Hof van Cassatie dd. 04.06.1998

Datum :
04-06-1998
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
2 pagina's
Sectie :
Regelgeving
Type :
Belgian justice
Subdomein :
Fiscal Discipline

Samenvatting :

Bezwaarschrift,Beslissing en macht van de directeur

Originele tekst :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Arrest van het Hof van Cassatie dd. 04.06.1998
Arrest van het Hof van Cassatie dd. 04.06.1998
Document
Content exists in : nl fr

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Document type : Belgian justice
Title : Arrest van het Hof van Cassatie dd. 04.06.1998
Tax year : 2005
Document date : 04/06/1998
Document language : NL
Name : C 98/16
Version : 1
Court : cassation

ARREST C 98/16


Arrest van het Hof van Cassatie dd. 04.06.1998



Bull. nr. 807

Bezwaarschrift - Beslissing en macht van de directeur

De directeur der belastingen, die uitspraak doet over de bezwaren die de belastingschuldige in het bezwaarschrift aanvoert, voert geen door de wet verboden compensatie door tussen een rechtmatig bevonden ontheffing en een ontoereikendheid van aanslag die zou zijn vastgesteld, wanneer hij om de eigen redenen vermeld in zijn beslissing de aanslag gedeeltelijk heeft gehandhaafd op grond van dezelfde materiële elementen die de taxatieambtenaar in aanmerking had genomen.

Het arrest dat anders beslist schendt art. 276, tweede lid WIB.



 

Het Hof,

Gehoord het verslag van afdelingsvoorzitter Forrier en op de conclusie van advocaat-generaal Goeminne;

Gelet op het bestreden arrest, op 30 januari 1995 gewezen door het Hof van beroep te Antwerpen;

Over het middel, gesteld als volgt :

schending van het artikel 276, tweede lid van het Wetboek der inkomstenbelastingen, zoals van toepassing voor de aanslagjaren 1987 en 1988,

doordat het hof beslist dat het de directeur of de door hem gedelegeerde ambtenaar, niet toegelaten is in zijn beslissing belastingsupplementen te vestigen, noch compensatie te verwezenlijken tussen een rechtmatig bevonden ontlasting en een ontoereikendheid van aanslag die zou zijn vastgesteld; dat de bestreden aanslagen nietig moeten worden verklaard daar de grondslag waarop de aanslagen werden gevestigd op een vergissing werden gevestigd; dat in de beslissing een ongeoorloofde compensatie werd verricht; dat art. 276 lid 2 van het Wetboek der inkomstenbelastingen werd geschonden en de sanctie van deze schending de nietigheid van de beslissing inhoudt,

terwijl art. 276, tweede lid, van het Wetboek der inkomstenbelastingen inderdaad bepaalt dat het de directeur of de door hem gedelegeerde ambtenaar, niet toegelaten is in zijn beslissing belastingsupplementen te vestigen, noch compensatie te verwezenlijken tussen een rechtmatig bevonden ontlasting en een ontoereikendheid van aanslag die zou zijn vastgesteld maar de directeur geen door de wet verboden compensatie doorvoert wanneer hij om eigen redenen de aanslag handhaaft op grond van de materiële elementen die de aanslagambtenaar in aanmerking heeft genomen; dat het arrest derhalve art. 276, tweede lid, van het Wetboek der inkomstenbelastingen heeft miskend :

Overwegende dat, volgens het te dezen van toepassing zijnde artikel 276, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen (1964), het de directeur van de belastingen niet geoorloofd is in zijn beslissing belastingsupplementen te vestigen, noch de compensatie te verwezenlijken tussen een rechtmatig bevonden ontheffing en een ontoereikendheid van de aanslag die zou zijn vastgesteld;

Overwegende dat het arrest vaststelt dat : 1. verweerder aanvankelijk als werkend vennoot van de BVBA G. & Zonen is belast, voor het aanslagjaar 1987 op 36.907 frank, wegens het voordeel van een renteloze lening en, voor het aanslagjaar 1988, op 305.058 frank als saldo van een rekening-courant; 2. de directeur heeft aangenomen dat die bedragen geen toekenning uitmaken aan een werkend vennoot van de genoemde vennootschap; 3. de directeur heeft beslist dat die bedragen voor verweerder een belastbaar divers inkomen zijn; 4. de directeur de daaruit volgende ontheffingen heeft verleend;

Overwegende dat de directeur zodoende geen door de wet verboden compensatie heeft doorgevoerd maar op eigen redenen de aanslag gedeeltelijk heeft gehandhaafd op grond van dezelfde materiële elementen die de taxatieambtenaar in aanmerking had genomen;

Overwegende dat het arrest dat anders beslist, de aangewezen wetsbepaling schendt;

Dat het middel gegrond is;

Om die redenen,

Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre dit de voorziening ontvankelijk verklaart.