Beslissing Btw, nr. E.T.124.417, dd. 31.07.2013

Datum :
31-07-2013
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
3 pagina's
Sectie :
Regelgeving
Type :
Decisions
Subdomein :
Fiscal Discipline

Samenvatting :

Schenking van voedseloverschotten aan de voedselbanken.

Originele tekst :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Beslissing Btw, nr. E.T.124.417, dd. 31.07.2013
Beslissing Btw, nr. E.T.124.417, dd. 31.07.2013
Document
Content exists in : nl fr

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Document type : Decisions
Title : Beslissing Btw, nr. E.T.124.417, dd. 31.07.2013
Tax year : 2013
Document date : 31/07/2013
Keywords : handelingen ten kostenloze titel / onttrekking / schenking / voedselbank
Document language : NL
Name : Beslissing Btw, nr. E.T.124.417, dd. 31.07.2013
Version : 1

Beslissing BTW, nr. E.T. 124.417, dd. 31.07.2013

 

Schenking van voedseloverschotten aan de voedselbanken. 

Handelingen ten kostenloze titel.

Onttrekking.

Niet heffen van de btw.

 

Zie ook : Beslissing BTW nr. E.T.127.958 dd. 21.05.2015

 

 

 

Wanneer een belastingplichtige aan zijn bedrijf een goed onttrekt om het gratis weg te schenken, wordt deze handeling op grond van artikel 12, § 1, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek gelijkgesteld met een belastbare levering onder bezwarende titel wanneer voor dat goed of de bestanddelen ervan recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de voorbelasting is ontstaan. De onttrekkingen verricht voor het verstrekken van handelsmonsters en handelsgeschenken van geringe waarde worden evenwel niet bedoeld.

 

Artikel 12, § 1, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek is de omzetting in het Belgische recht van artikel 16 van de richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde.

 

Wanneer een belastingplichtige gratis voedseloverschotten uitdeelt aan behoeftige personen wordt deze handeling gelijkgesteld met een levering onder bezwarende titel, als deze gift tenminste niet kan worden aanzien als een handelsgeschenk van geringe waarde.

 

Handelsgeschenken van geringe waarde zijn de voorwerpen die in een beroepsrelatie worden gegeven, die doorgaans niet van dezelfde aard zijn als de goederen die het bedrijf produceert of verkoopt en waarvan de kost in de onderneming aanvaard wordt als algemene onkosten. Volgens het Hof van Justitie van de Europese Unie hebben de lidstaten een zekere beoordelingsmarge omdat het begrip “handelsgeschenken van geringe waarde” niet wordt omschreven in de btw-richtlijn, maar volgens het Hof dienen de lidstaten wel het doel van de bepaling te respecteren. De schenking van voedsel aan de Voedselbanken kan, gelet op het globale karakter ervan en ondanks de latere verdeling onder de behoeftige personen, niet worden aangemerkt als een geschenk van geringe waarde.

 

In het licht van wat voorafgaat blijkt dus dat, wanneer een belastingplichtige gratis voedseloverschotten wegschenkt aan Voedselbanken, deze handeling in de regel wordt gelijkgesteld met een belastbare levering.

 

Gelet evenwel op het humanitair doel van de Voedselbanken en de wil van producenten en distributiebedrijven in de voedingssector om onverkoopbare voedingswaren gratis weg te schenken met het oog op de gratis verdeling ervan onder de behoeftige personen, zal de btw-administratie de heffing van btw over de onttrekkingen die hiermee gepaard gaan niet eisen mits voldaan is aan de hierna bepaalde omstandigheden, modaliteiten en voorwaarden.

 

De heffing van btw wordt prijsgegeven voor de onttrekkingen verricht door de belastingplichtigen die onder kosteloze titel onverkoopbare voedingsmiddelen verstrekken aan door de overheid erkende Voedselbanken met het oog op de gratis verdeling ervan uitsluitend onder de behoeftige personen in België.

 

Bedoelde belastingplichtigen

 

Producenten en distributiebedrijven in de voedingssector die onverkoopbare voedingsmiddelen aan de Voedselbanken wensen te schenken.

 

Bedoelde Voedselbanken

 

De erkende provinciale Voedselbanken die onder de vorm van een vzw actief zijn en die zich hebben verenigd in de Belgische Federatie van Voedselbanken.

 

Bedoelde goederen

 

Deze beslissing heeft uitsluitend betrekking op voedingsproducten voor menselijke consumptie. Het betreft de goederen die overeenkomstig de rubrieken II tot X van tabel A en rubriek VI van tabel B van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 inzake btw-tarieven onderworpen zijn aan het verlaagd btw-tarief van 6% of 12%. Het betreft de door een belastingplichtige aangekochte of zelf geproduceerde voedingsproducten die nog geschikt zijn voor menselijke consumptie maar wegens commerciële redenen onverkoopbaar zijn geworden in normale commerciële omstandigheden, gelet op de handelsfase waarin de betreffende belastingplichtige opereert en rekening houdend met de exploitatieomstandigheden waarin hij actief is. Het kan onder meer gaan om overtollige voorraden, producten die binnen een korte periode de vervaldatum zullen bereiken of producten waarvan de verpakking ernstige gebreken vertoont.

 

Andere giften in natura die niet voldoen aan de in het voorgaande lid bedoelde voorwaarden, zoals onder meer goederen die de belastingplichtige normaal nog in het gewone handelscircuit zou kunnen brengen, worden niet beoogd.

 

De voedingswaren die overeenkomstig rubriek III, tweede lid, a), b) en c) van tabel A van voormeld koninklijk besluit uitdrukkelijk zijn uitgesloten van het btw-tarief van 6% (kaviaar, langoesten, kreeften, krabben en oesters) zijn van onderhavige regeling uitgesloten, evenals de bieren met een effectief alcoholvolumegehalte van meer dan 0,5% vol. en andere dranken met een effectief alcoholvolumegehalte van meer dan 1,2% vol..

 

Om niet verstrekken

 

Als bewijs dat de belastingplichtige de voedingsmiddelen gratis heeft geschonken aan de Voedselbank zal tussen de schenker en de Voedselbank een document worden opgesteld waarin de aard en de hoeveelheid van de goederen worden vermeld en waarin de Voedselbank bevestigt dat zij betreffende goeden gratis heeft ontvangen. Dit document weerlegt tevens het wettelijk vermoeden van artikel 64 van het Btw-Wetboek.

 

Gratis verdeling onder de behoeftige personen in België.

 

De Voedselbank verbindt er zich in voormeld document tevens toe de gekregen voedingswaren niet voor commerciële doeleinden te gebruiken en de ontvangen goederen gratis te verdelen onder de behoeftige personen in België.

 

De Voedselbanken delen niet zelf, rechtstreeks, de voedingsmiddelen uit aan de behoeftige personen. Zij stellen de voedingsmiddelen gratis ter beschikking van door hen erkende liefdadigheidsorganisaties, die de voedselhulp onder de vorm van voedselpakketten of eetmalen laten samengaan met sociale begeleiding van de behoeftige personen.

 

Om te garanderen dat de gekregen voedingswaren in een latere fase niet voor commerciële doeleinden zullen worden gebruikt zullen de Voedselbanken met elk van de bij hen aangesloten liefdadigheidsorganisatie een overeenkomst afsluiten waarbij deze laatste zich er eveneens toe verbindt om de gratis verkregen voedingsmiddelen niet met commercieel oogmerk te gebruiken onder welke vorm ook (voedselpakketten, maaltijden,…) en enkel gratis te verdelen aan behoeftige personen in België, binnen het bestek van een maatschappelijke actie.

 

Stuk dat de onttrekking vaststelt

 

Overeenkomstig artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde moet de belastingplichtige schenker een stuk opmaken dat de handeling vaststelt. Dit stuk kan vervangen worden door het document dat wordt opgemaakt tussen de schenker en de Voedselbank indien het alle gegevens bevat die ingevolge artikel 5, § 2 van voormeld koninklijk besluit vereist zijn. De gegevens bedoeld in artikel 5, § 2, 5°, zullen vervangen worden door de verwijzing naar onderhavige beslissing.

 

Uiteraard behoudt de belastingplichtige het recht op aftrek van de btw geheven van de aankoop van de betreffende goederen of de bestanddelen ervan.

 

Deze beslissing, die uitsluitend betrekking heeft op de schenking van voedseloverschotten aan de Voedselbanken, heeft uitwerking vanaf heden.