Commentaar van art. 15, WIB 92
- Sectie :
- Regelgeving
- Type :
- Comments
- Subdomein :
- Fiscal Discipline
Samenvatting :
personenbelasting - belastbare grondslag in de PB - onroerend inkomen - netto-inkomen - materieel en outillering - kadastraal inkomen - vermindering van het KI - onproductivitei
Originele tekst :
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||||||||
|
Commentaar van art. 15, WIB 92
Document
Search in text:
Properties
Document type : Comments Title : Commentaar van art. 15, WIB 92 Document date : 28/06/2017 Keywords : personenbelasting / belastbare grondslag in de PB / onroerend inkomen / netto-inkomen / materieel en outillering / kadastraal inkomen / vermindering van het KI / onproductiviteit Document language : NL Name : Commentaar van art. 15, WIB 92 Version : 1
Bijwerking Com.IB 92 d.d. 03.07.2017 TITEL II: PERSONENBELASTING HOOFDSTUK II: GRONDSLAG VAN DE BELASTING Afdeling II: Inkomen van onroerende goederen Onderafdeling III: Vaststelling van het netto-inkomen Art. 15, WIB 92 INHOUDSTAFELINLEIDING
INLEIDINGDeze bijwerking heeft betrekking op art. 15, WIB 92, zoals het van toepassing is voor het aj. 2017. Het is van kracht in deze versie sinds het aj. 1992 (art. 9, WIB; art. 1, KB 10.04.1992, BS 30.07.1992). [De wet van 12.04.1995, (BS 26.09.1995), werd vernietigd door het toenmalig Arbitragehof (nu Grondwettelijk Hof) bij arrest nr. 74/96 van 11.12.1996 (BS 09.01.1997)]. I. WETTEKST15/0 Art. 15. - § 1. Het kadastraal inkomen wordt proportioneel verminderd naar verhouding tot de duur en de omvang van de onproductiviteit, van het ontbreken van het genot van inkomsten of van het verlies ervan: 1° wanneer een niet gemeubileerd gebouwd onroerend goed in de loop van het jaar gedurende ten minste 90 dagen volstrekt niet in gebruik is genomen en volstrekt geen inkomsten heeft opgebracht; § 2. De voorwaarden voor de vermindering moeten worden nagegaan per kadastraal perceel of per gedeelte van kadastraal perceel wanneer dat gedeelte is ofwel een afzonderlijke huisvesting, ofwel een afdeling van de produktie of van de werkzaamheden die, of een onderdeel daarvan dat, afzonderlijk kan werken of kan worden geacht afzonderlijk te werken, ofwel een eenheid die van de andere goederen of delen die het perceel vormen kan worden afgezonderd en afzonderlijk kan worden gekadastreerd. II. ALGEMEEN15/1 De vermindering van het KI is een afwijking van art. 7, § 1, 1°, a en 2°, a, b, bbis en c, WIB 92. Zij is dus slechts van toepassing op in België gelegen onroerende goederen, en wordt toegepast op het KI van die goederen. Op die manier wordt de aanslagbasis in de PB verminderd. Voor gebouwde onroerende goederen waarvan het KI op die wijze is verminderd, wordt in voorkomend geval alleen het resterende KI verhoogd met 40 % als bedoeld in art. 7. 15/2 Een veelvuldige en vaste rechtspraak neemt aan dat de totale niet-ingebruikneming en improductiviteit van het goed moeten voortvloeien uit een uitzonderlijke en van de wil van de belastingplichtige onafhankelijke omstandigheid. Zijn dus van de vermindering van het kadastraal inkomen en dienvolgens van de vermindering van de onroerende voorheffing uitgesloten, de gebouwde onroerende goederen die wegens de wil van de belastingplichtige niet in gebruik zijn genomen (PV nr. 256, 22.01.1993, senator Vaes, Fisconet). Op dezelfde wijze vormt het te koop stellen van een onroerend goed geen beletsel voor het verlenen van de kwijtschelding of de proportionele vermindering wanneer dat goed terzelfdertijd te huur wordt aangeboden. Het te koop stellen zonder huuraanbieding brengt daarentegen de uitsluiting mede van het voordeel van voormelde wetsbepalingen, omdat de belastingschuldige aldus de vrije beschikking over zijn goed voor zichzelf behoudt, waarbij hij ongetwijfeld gebruikt maakt van een persoonlijk recht, doch meteen voor de periode van het te koop stellen vrijwillig en op eigen risico de productiviteit [sic] van het onroerend goed prijsgeeft (PV nr. 264, 03.09.1982, vertegenwoordiger Remacle, Fisconet). III. VERMINDERING VAN DE ONROERENDE VOORHEFFING15/3 De mogelijkheid van de belanghebbende om een kwijtschelding of proportionele vermindering van de onroerende voorheffing wegens onproductiviteit te vragen is een gewestmaterie geworden. Het relevante artikel 257, 4°, WIB 92, werd hiertoe door de gewesten op verschillende wijze ingevuld. A. Vlaams GewestArt. 257, WIB 92, werd afgeschaft met ingang van 01.01.2014 (zie art. 5.0.0.0.1., § 1, 1°, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13.12.2013 – BS 23.12.2013). Vanaf diezelfde datum (art. 7.0.0.0.1) is art. 1.1.0.0.2., al. 2, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van toepassing. Vanaf aj. 2014 zijn de art. 2.1.5.0.1 en 2.1.5.0.2, van dezelfde Codex van toepassing. B. Waals GewestHet Waalse Gewest heeft art. 257, 4°, WIB 92, behouden, onder specifieke voorwaarden voor een kwijtschelding of verlaging van de onroerende voorheffing in verhouding tot de duur en de omvang van de leegstand, inactiviteit of improductiviteit van het onroerend goed (art. 257, 4°, WIB 92, vervangen door art. 2, 2°, van het Decr. Waals Parl. van 10.12.2009 (BS 23.12.2009, 1ste ed., van kracht vanaf aj. 2009). C. Brussels Hoofdstedelijk GewestHet Brusselse Hoofdstedelijke Gewest heeft art. 257, 4°, WIB 92, afgeschaft door de Ord. Parl. BHG van 12.12.2016 (BS 29.12.2016, 3de ed.) van toepassing vanaf aj. 2017 (art. 42). |
|||||||||||||