Commentaar van art. 378, WIB 92
- Sectie :
- Regelgeving
- Type :
- Comments
- Subdomein :
- Fiscal Discipline
Samenvatting :
inkomstenbelasting - vestiging van de belasting - gerechtelijke geschillenregeling - voorziening in cassatie - antwoord op de voorziening in cassatie - advocaat
Originele tekst :
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||||||
|
Commentaar van art. 378, WIB 92
Document
Search in text:
Properties
Document type : Comments Title : Commentaar van art. 378, WIB 92 Document date : 18/03/2013 Keywords : inkomstenbelasting / vestiging van de belasting / gerechtelijke geschillenregeling / voorziening in cassatie / antwoord op de voorziening in cassatie / advocaat Document language : NL Name : Commentaar van art. 378, WIB 92 Version : 1
Bijwerking van 01.01.2010 TITEL VII: VESTIGING EN INVORDERING VAN DE BELASTINGEN HOOFDSTUK VII: Rechtsmiddelen Afdeling III: Voorziening Art. 378, WIB 92
Art. 378, WIB 92 I. WETTEKSTNummer 378/0 Art. 378. - Het verzoekschrift houdende voorziening in cassatie en het antwoord op de voorziening mag door een advocaat worden ondertekend en neergelegd. II. COMMENTAARNummer 378/1 In tegenstelling met wat artikel 1080 van het Gerechtelijk Wetboek voorschrijft, moeten het verzoekschrift waarbij cassatieberoep wordt ingesteld en de memorie van antwoord niet ondertekend zijn door een advocaat bij het Hof van Cassatie. Het Hof van Cassatie oordeelde dat inzake inkomstenbelastingen het verzoekschrift in cassatie van de belastingplichtige niet noodzakelijk door een advocaat bij het Hof van Cassatie, maar in elk geval door een advocaat moet worden ondertekend en neergelegd (Cass. 9 maart 2006, F.04.0052.N; Cass. 8.5.2009, F.07.0092.N; Cass. 14.1.2010, F.08.0101.N en F.090005.N, fisconetplus). In dezelfde zin oordeelde het Hof van Cassatie dat de memorie van antwoord van de belastingplichtige in elk geval door een advocaat moet worden ondertekend en neergelegd en dat de memorie van antwoord die niet is ondertekend door een advocaat niet ontvankelijk is (Cass. 15.10.2009, F.08.0024.N, fisconetplus).
Nummer 378/2 De Belgische Staat doet voor het gerecht zijn rechten gelden door optreden van zijn organen, de hoofden van de ministeriële departementen; in de procedures betreffende de ten behoeve van de Staat geheven belastingen handelt de Minister van Financiën "ex officio" op vervolging en ten verzoeke van de hoofden der onderscheiden takken van bestuur wie het aangaat. Inzake directe belastingen, wordt de voorziening dus regelmatig ingesteld door de Gewestelijk directeur der belastingen (Cass., 9.10.1962, VZW Klooster der Zwartzusters, Bull. 400, blz. 1813, Pas. 1963, I, 172). Artikel 378, WIB 92 laat de mogelijkheid onverkort dat de bevoegde ambtenaar zelf het verzoekschrift in cassatie ondertekent en neerlegt. Wanneer de administratie een cassatieberoep instelt is dus geen tussenkomst van een advocaat nodig (Cass., 16.11.2006, F.05.0068.F, fisconetplus). |
|||||||||||