Décision anticipée n° 2015.325 dd. 08.09.2015
- Sectie :
- Regelgeving
- Type :
- Prior agreements L 24.12.2002
- Subdomein :
- Fiscal Discipline
Samenvatting :
impôt des sociétés - société d'investissement - dividende - revenu définitivement tax
Originele tekst :
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Décision anticipée n° 2015.325 dd. 08.09.2015
Document
Search in text:
Properties
Document type : Prior agreements L 24.12.2002 Title : Décision anticipée n° 2015.325 dd. 08.09.2015 Document date : 08/09/2015 Keywords : impôt des sociétés / société d'investissement / dividende / revenu définitivement taxé Document language : FR Name : Décision anticipée n° 2015.325 dd. 08.09.2015 Version : 1
Décision anticipée n° 2015.325 dd. 08.09.2015
Impôt des sociétés Société d’investissement Dividende RDT
Résumé X est qualifié de société d'investissement conformément à l’article 2, § 1er, 5°, f), du CIR92, ce qui implique en particulier qu'en ce qui concerne l'évaluation afin de savoir si les dividendes, que X alloue à des actionnaires sociétés nationales, peuvent bénéficier du régime RDT, il ne faut pas satisfaire, au nom de ces investisseurs sociétés, à la condition de participation visée à l'article 202, § 2, premier alinéa, 1°, du CIR92.
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.
I. Voorwerp van de aanvraag 1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te krijgen dat: X kwalificeert als een beleggingsvennootschap overeenkomstig artikel 2, § 1, 5°, f) van het Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 ("WIB92"), hetgeen impliceert dat inzake de beoordeling opdat de dividenden die X uitkeert aan haar Belgische vennootschappen-aandeelhouders van het DBI-regime kunnen genieten, er in hoofde van deze vennootschappen-investeerders niet moet worden voldaan aan de participatievoorwaarde van minimaal 10% (of met een aanschaffingswaarde van 2,5 miljoen EUR).
II. Omschrijving van de verrichting door de aanvrager II.A. Identiteit van de aanvrager en van de betrokken vennootschappen en de omschrijving van hun activiteiten 2. X is als private privak naar Belgisch recht een gereglementeerde Belgische vennootschap die valt onder het toepassingsgebied van de wet van 19 april 2014 betreffende alternatieve instellingen voor collectieve beleggingen en hun beheerders (BS 17 juni 2014). X is onderworpen in België aan het belastingregime conform artikel 185 bis WIB92. 3. De oprichters trachten met X een minder vertegenwoordigd segment binnen de Belgische investeringsmarkt in te vullen en zodoende deze startende ondernemingen te begeleiden. II.B. Beschrijving van de verrichting 4. X heeft tot doel, in België en in het buitenland, in eigen naam en voor eigen rekening : 4.1. Het beleggen, het intekenen op, vast overnemen, plaatsen, kopen, verkopen en verhandelen van participaties, onder de vorm van aandelen, deelbewijzen, obligaties, warrants, certificaten, schuldvorderingen, gelden en andere roerende waarden, uitgegeven door Belgische of buitenlandse niet beursgenoteerde ondernemingen en meer in het bijzonder (maar niet beperkt tot) in KMO’s die actief zijn in Z sectoren; en 4.2. het financieren van vermelde bedrijven en dochtervennootschappen door middel van het toestaan, onderschrijven, overnemen en verhandelen van leningen, obligaties, kredietopeningen, andere vormen van schuldfinanciering en zekerheden. 4.3. (…). Investeringspolitiek van de vennootschap 5. De aanvrager heeft een veelheid aan investeerders die gelden hebben gestort aan voormelde entiteit. Immers overeenkomstig artikel 5 van het koninklijk besluit met betrekking tot de private privak van 23 mei 2007 telt de vennootschap minstens zes aandeelhouders of vennoten. 6. De aanvrager investeert deze gelden hoofdzakelijk in innovatieve starters, met een hoog groeipotentieel, die actief zijn in Z sectoren. 7. De aanvrager investeert voornamelijk in vennootschappen die gevestigd zijn/of het voornaamste deel van hun activiteiten uitvoeren in landen afkomstig uit verschillende continenten. 8. In de regel investeert de aanvrager niet in andere fondsen of ‘private equity’ entiteiten. Bovendien investeert de aanvrager eveneens niet in beursgenoteerde vennootschappen. 9. De aanvrager wenst investeringen te onderschrijven hoofdzakelijk via maatschappelijk kapitaal en, slechts in de gevallen waarbij de ‘investment committee’ het opportuun acht, op bijkomstige wijze en onrechtstreeks via leningen. 10. Investeringen in nieuwe ‘doel’vennootschappen zijn enkel toegelaten gedurende de ‘commitment period’. Deze periode start vanaf de ‘first closing’ en loopt principieel ten einde op het moment dat één van volgende gebeurtenissen zich voltrekt: • Indien n jaren zijn verstreken te rekenen vanaf de ‘first closing’;of • Wanneer n% van het doelkapitaal werd volstort door de aandeelhouders. 11. Investeringen nadat de ‘commitment period’ een einde heeft genomen zijn enkel toegelaten indien het ‘follow-on investments’ betreft. 12. Daarbij is tevens van belang dat X haar investeringen in één enkele portfolio vennootschap limiteert tot maximum n% van het toegekende kapitaal. De vennootschap heeft om voormelde reden een veelheid aan investeringen. 13. De vennootschap werd slechts opgericht voor een beperkte termijn van n jaar, met ingang vanaf datum van oprichting. De statuten voorzien verder in de mogelijkheid om de duur van de vennootschap tot tweemaal toe te verlengen telkens voor een periode van één jaar. 14. De vennootschap is momenteel onderworpen in België aan het belastingregime conform artikel 185bis WIB92. Weliswaar indien de aanvrager niet langer aan de voorwaarden voldoet zal zij voor die periode onderworpen zijn aan de gewone vennootschapsbelasting.
III. Motivering door de aanvrager 15. Opdat een geldige aanvraag tot voorafgaande beslissing kan worden verkregen, dient de aanvraag een ‘voorafgaandelijk’ karakter te hebben. De Rulingcommissie heeft de positie ingenomen dat deze voorwaarde vervuld is zolang de beoogde transactie nog geen fiscale gevolgen heeft teweeggebracht, en meer specifiek in zoverre er nog geen fiscale aangifte werd ingediend waarin de gevolgen van de betreffende transactie tot uiting komen. 16. X heeft tot op heden nog geen dividenden uitgekeerd aan haar investeerders noch een inkoop eigen aandelen ondernomen. Uit het voorgaande kan worden afgeleid dat de betrokken investeerders nog geen dividend ontvangen hebben van X, en hebben daarom nog geen fiscale aftrek geclaimd voor voormelde inkomsten onder toepassing van het DBI regime (waarvan de toepassing beperkt is tot de vennootschapsbelasting) in de aangifte vennootschapsbelasting. 17. Onder beleggingsvennootschap wordt verstaan overeenkomstig artikel 2, §1, 5°, f) WIB92 enigerlei vennootschap die het gemeenschappelijk beleggen van kapitaal tot doel heeft. 18. Uit deze definitie kan worden afgeleid dat er 2 basisvoorwaarden dienen te worden vervuld opdat een vennootschap kwalificeert als een beleggingsvennootschap. Er dient met name enerzijds een meerderheid van investeerders te zijn en anderzijds een meerderheid van investeringen. Deze voorwaarden werden eveneens aangegeven in de voorafgaande beslissingen nummers 2010.061, 2010.546, 2013.554 en 2013.338. 19. Het WIB92 of de administratieve commentaar geven hierbij geen verdere duiding wat onder de notie van beleggingsvennootschap dient te worden verstaan. 20. Zulke duiding kan wel worden gevonden in de Europese Richtlijn 2011/61/EU inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010 (oftewel de “Alternative Investment Fund Directive”) waarbij een zeer ruime definitie wordt gegeven aan instellingen voor collectieve belegging enerzijds en waarbij anderzijds een duidelijke afbakening met de notie holdingvennootschap wordt aangegeven. 21. Een instelling voor collectieve belegging wordt gedefinieerd als een instelling die bij een reeks beleggers kapitaal ophaalt om dit vervolgens overeenkomstig een bepaald beleggingsbeleid in het belang van deze beleggers te beleggen. De Belgische wetgever heeft op zijn beurt een instelling voor collectieve belegging gedefinieerd als een Belgische of buitenlandse instelling waarvan het doel de collectieve belegging van financiële middelen is. 22. Een holdingvennootschap daarentegen wordt gedefinieerd als een onderneming met een aandeel in één of meerdere andere ondernemingen die als zakelijk doel heeft via haar dochterondernemingen, verbonden ondernemingen of deelnemingen, een bedrijfsstrategie of strategieën uit te voeren teneinde aan hun lange termijnwaarde bij te dragen, en een onderneming is die ofwel optreedt voor eigen rekening en genoteerd is op een gereglementeerde markt ofwel niet is opgericht met als hoofddoel voor haar beleggers rendement te genereren door haar dochterondernemingen en verbonden ondernemingen af te stoten. 23. Uit deze definities blijkt overduidelijk dat een zeer belangrijk verschil bestaat tussen een beleggingsvennootschap en een holdingvennootschap, met name de tijdhorizon van de investering. Een holdingvennootschap beoogt een meerwaarde voor haar aandeelhouders te genereren op de lange termijn terwijl een beleggingsvennootschap zulk rendement tracht te genereren op korte termijn. De omvang van de investering (minderheid of meerderheid) of de aard van de investering is, zoals blijkt uit voormelde definities, niet van belang. 24. De Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken heeft reeds verschillende voorafgaande beslissingen afgeleverd omtrent de notie van beleggingsvennootschap. 25. Er kan in het bijzonder verwezen worden naar de voorafgaande beslissingen nummers 2010.061, 2010.546, 2013.554 en 2013.338. 26. Uit voormelde voorafgaande beslissing blijkt dat de volgende elementen aanwezig dienen te zijn opdat er sprake kan zijn van een beleggingsvennootschap overeenkomstig artikel 2, §1, 5°, f) WIB92 : - Er dient sprake te zijn van een veelheid van investeerders; - Er dient sprake te zijn van een veelheid van investeringen; - Er mag geen intentie aanwezig zijn om een groep te vormen; - De vennootschap zal enkel activa aanhouden in het kader van haar statutaire beleggingsactiviteit. 27. X is een investeringsfonds. Het fonds wordt opgericht met middelen die worden aangetrokken van een veelheid van onafhankelijke investeerders met het oog op het beleggen van deze middelen gedurende de investeringsperiode en deze binnen een relatief korte periode van maximaal n jaar (beperkte bestaansduur van de vennootschap die maximum tot tweemaal toe met één jaar verlengd kan worden) dient te worden gerealiseerd en de aldus gerealiseerde opbrengsten, te samen met het oorspronkelijk geïnvesteerde kapitaal, uit te keren aan de investeerders. 28. Het maatschappelijk doel van X is dan ook bepaald in haar statuten. 29. De vennootschap heeft de status aangenomen van een private privak. De vorm van een private privak werd opgericht door de wet van 22 april 2003 met de bedoeling private investeringen, van Belgische of buitenlandse oorsprong, in kleine en middelgrote ondernemingen, meer bepaald in niet beursgenoteerde vennootschappen aan te moedigen. 30. De vennootschap heeft een beheersovereenkomst afgesloten met Y. Y werd erkend door de FSMA als een beheersvennootschap van alternatieve instellingen voor collectieve beleggingen. 31. De aanvrager meent dat X kwalificeert als een beleggingsvennootschap in de zin van artikel 2, §1, 5°, f) WIB92 en dit om de volgende redenen : - Er is een veelheid van investeerders, zowel particulieren als vennootschappen, die vermogen samenbrengen in X met het oog om deze middelen te investeren in een veelheid van Belgische of buitenlandse niet beursgenoteerde ondernemingen gedurende een beperkte investeringsperiode en vervolgens deze op de middellange termijn te realiseren met het oog op het uitkeren van het ingebrachte kapitaal en het gerealiseerde rendement aan de investeerders. Bovendien blijkt de veelheid van investeringen tevens uit het feit dat X haar investeringen in één enkele portfolio vennootschap limiteert tot maximum n% van het doelkapitaal, wat automatisch impliceert dat X een veelheid van investeringen zal hebben; - Teneinde de risico’s van de investeringen door X te spreiden over verschillende ondernemingen, dient de statutaire zaakvoerder van het fonds algemene investeringsrichtlijnen en beperkingen zoals bepaald in het Reglement van Interne Orde van X na te leven, waaronder: O Het verrichten van investeringen; O Het principieel verbod om in andere fondsen te investeren; O Het respecteren van investeringslimieten; O (…). - Daarenboven dient de aanvrager strikte regels te volgen alvorens een investering kan gebeuren, waarbij die regels ervoor moeten waken dat de hierboven uiteengezette investeringspolitiek daadwerkelijk wordt gevolgd; - Er is geenszins sprake van de intentie om een groep te vormen, mede gelet op de beperkte duurtijd van het fonds. Dit impliceert dat een rendement op relatief korte termijn zal dienen te worden gerealiseerd. De nettowinst wordt in principe niet geherinvesteerd maar dient te worden uitgekeerd aan de investeerders van X. Daarenboven zijn het niet de aandeelhouders, maar wel de statutaire zaakvoerder van de aanvrager die beslist welke investeringen gedaan worden. Dit maakt eveneens duidelijk dat er in hoofde van de aandeelhouders totaal geen intentie is om een “groep” te vormen, aangezien zij de meest elementaire beslissing binnen het vormen van een “groep”, namelijk in welke vennootschappen een participatie wordt genomen, niet zelf nemen maar overlaten aan de statutaire zaakvoerder; - X houdt enkel activa aan in het kader van haar statutaire beleggingsactiviteit. De vennootschap zal geen andere activa bezitten dan de investeringen die ze zal verrichten. Op bepaalde ogenblikken zal de aanvrager uiteraard bepaalde liquide middelen hebben, met name net (voor of) na een investering. Deze liquiditeiten dienen zo snel mogelijk te worden uitgekeerd aan de investeerders. Gelet op het feit dat de prestaties van de vennootschap zullen worden beoordeeld door haar investeerders op basis van het rendement dat die investeerders realiseren, is het inderdaad een algemene politiek voor beleggingsvennootschappen om de periode waarin zij liquide middelen aanhouden, sterk te beperken. De periode dat liquide middelen niet worden geïnvesteerd of niet worden terugbetaald aan de investeerders heeft immers een negatieve impact op het rendement van de investeerders in het fonds; - X zal principieel enkel investeren in kapitaal vertegenwoordigende instrumenten. De inkomsten die de aanvrager zal realiseren zullen dus in de eerste plaats dividenden en desgevallend meerwaarden zijn. Omdat X ook een actieve rol speelt bij de opvolging van haar investeringen, heeft de aanvrager eveneens een vertegenwoordiging binnen de bestuursorganen van de vennootschappen waarin ze investeert. Vaak neemt deze vertegenwoordiging de vorm aan van het opnemen van een mandaat als bestuurder of zaakvoerder in de vennootschappen waarin ze investeert. De effectieve opvolging van de investeringen gebeurt door de statutaire zaakvoerder (Y) die daarvoor een managementvergoeding ontvangt; - Een investeerder in X is niet volledig vrij om zijn belang in X aan een derde over te dragen. Enige overdrachten van deze aandelen zijn onderworpen aan overdrachtsbeperkingen zoals voorzien in de statuten van de aanvrager; - X kan geenszins worden gekwalificeerd als een holdingvennootschap zoals gedefinieerd door de Europese richtlijn 2011/61/EU. Immers, X is wel degelijk opgericht om op korte termijn een rendement te realiseren voor haar investeerders terwijl een holdingvennootschap een rendement op lange termijn tracht te behalen en dit niet doet via het kopen en verkopen van participaties maar door een impact te hebben op de strategie van haar verschillende dochterondernemingen en verbonden ondernemingen; - Indien de kwalificatie van X als beleggingsvennootschap niet zou worden bevestigd, dan zou dit, gelet op de investeringspolitiek van X, tot een dubbele belasting kunnen leiden. Immers X investeert in ondernemingen die onderworpen zijn aan de Belgische vennootschapsbelasting of een buitenlandse variant daarvan hetgeen impliceert dat de winst die gemaakt wordt door deze ondernemingen belast wordt hetzij in België, hetzij in het buitenland. Indien de kwalificatie als beleggingsvennootschap niet wordt weerhouden, dan betekent dat het rendement dat wordt uitgekeerd door X aan diens vennootschappen-aandeelhouders die minder dan 10% aanhouden in X (of een participatie hebben van minder dan 2,5 miljoen EUR) nogmaals wordt belast vermits dan niet van het DBI-regime kan worden genoten. De kwalificatie als beleggingsvennootschap is bijgevolg niet met het oog op het ontwijken van de belasting maar met het oog op het vermijden van economische dubbele belasting. 32. Het exclusieve doel van X bestaat er derhalve in om de middelen die het bij investeerders aantrekt gemeenschappelijk te beleggen in bepaalde vennootschappen. De hierboven beschreven talrijke bepalingen en beperkingen die de investeringspolitiek van X definiëren garanderen een grote risicospreiding, zorgen ervoor dat de aanvrager slechts gedurende een beperkte periode investeringen kan doen en beogen dat de vennootschap de middelen die ze realiseert spoedig opnieuw aan haar investeerders terugbetaalt. 33. De aanvrager meent dat uit het voorgaande blijkt dat X overduidelijk kwalificeert als een beleggingsvennootschap overeenkomstig artikel 2, §1, 5°, f) WIB92. Zulke kwalificatie impliceert dat de dividenden (inclusief de inkomsten gerealiseerd bij een inkoop van eigen aandelen en bij liquidatie) die X uitkeert aan haar Belgische vennootschappen-aandeelhouders in aanmerking kunnen komen voor het DBI-regime, zonder dat deze vennootschap-investeerders, voldoen aan de minimumparticipatiedrempel (10%). 34. De aanvrager verzoekt de Dienst Voorafgaande Beslissingen dit standpunt te willen bevestigen.
IV. Beslissing 35. X heeft blijkens de gegevens verstrekt in de aanvraag het statuut van private privak zoals bedoeld in artikel 298 en volgende van de wet van 19 april 2014 betreffende alternatieve instellingen voor collectieve beleggingen en hun beheerders (hierna : ”de wet van 19 april 2014”). 36. Ingevolge artikel 515 van de wet van 19 april 2014 is het Koninklijk besluit van 23 mei 2007 met betrekking tot de private privak nog steeds van toepassing. 37. In overeenstemming met artikel 302 van de wet van 19 april 2014 is X op DD/MM/JJJJ door de FOD Financiën ingeschreven op de lijst van de private privaks. 38. X heeft een beheersovereenkomst afgesloten met Y. Deze laatste is door de FSMA erkend als beheerder van AICB’s. 39. X is opgericht voor een duur van 10 jaar (maximaal verlengbaar tot 12 jaar) en is in beginsel onderworpen aan het belastingregime conform artikel 185bis WIB92. 40. Artikel 185bis, §1, WIB92 verwijst nominatim naar de “beleggingsvennootschappen” bedoeld in het (intussen opgeheven) artikel 140 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, waaruit zonder meer blijkt dat voor de toepassing van het WIB92 een private privak wordt aangemerkt als een beleggingsvennootschap. 41. Artikel 202, §2, eerste lid, WIB92 bepaalt dat de in § 1, 1° en 2°, vermelde inkomsten, behalve voor zover deze voortkomen uit de toepassing van artikel 211, § 2, derde lid, of van bepalingen met een gelijkaardig effect in een andere Lidstaat van de Europese Economische Ruimte, slechts aftrekbaar zijn in zoverre : 41.1. op de datum van toekenning of betaalbaarstelling van deze inkomsten, de vennootschap die de inkomsten verkrijgt in het kapitaal van de vennootschap die ze uitkeert, een deelneming bezit van ten minste 10 pct of met een aanschaffingswaarde van ten minste 2.500.000 EUR; 41.2. deze inkomsten betrekking hebben op aandelen die gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom worden of werden behouden. 42. Artikel 202, §2, derde lid, 3° WIB92 bepaalt dat de voorwaarden vermeld in het eerste lid evenwel niet van toepassing zijn op de inkomsten die worden verleend of toegekend door beleggingsvennootschappen. 43. De aandeelhouders van een « beleggingsvennootschap » kunnen, krachtens artikel 202, § 2, derde lid, 3° WIB92, bijgevolg genieten van DBI-aftrek, zonder dat aan de voorwaarden vermeld in artikel 202, § 2, eerste lid WIB92 moet zijn voldaan. 44. Aangezien in artikel 202, § 2, derde lid, WIB92 in algemene bewoordingen sprake is van « beleggingsvennootschap », heeft het begrip beleggingsvennootschap de betekenis die er aan gegeven wordt door de definitie vermeld in artikel 2, § 1, 5°, f), WIB92. 45. Gelet op de definitie zoals bedoeld in artikel 2, §1, 5°, f) WIB92, dient een beleggingsvennootschap het gemeenschappelijk beleggen van kapitaal tot doel te hebben. Het gemeenschappelijk beleggen impliceert alleszins dat er een pluraliteit van beleggers en een spreiding van risico’s is : 45.1. X zal zowel particulieren als vennootschappen aantrekken die vermogen samenbrengen om te investeren in een veelheid van ondernemingen. Er is bijgevolg een veelheid van beleggers aanwezig. 45.2. Naast een veelheid van investeerders, dient een beleggingsvennootschap ook in een veelheid aan investeringen te beleggen zodat het investeringsrisico wordt gespreid. Deze beperkingen vloeien in casu voort uit de statuten, de beheersovereenkomst en uit de bepalingen van het KB van 23 mei 2007 betreffende de private privaks. 46. Bovendien bevat de wet van 19 april 2014 een eigen definitie van “beleggingsvennootschap“ in artikel 3, 11° : het is een instelling voor collectieve belegging die bij statuten is geregeld, en die, conform de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten, opgericht is in de vorm van een vennootschap met rechtspersoonlijkheid. Als “instelling voor collectieve belegging” merkt artikel 3, 2° van die wet de instelling aan waarvan het doel de collectieve belegging van financiële middelen is. Artikel 298 van de wet van 19 april 2014 merkt een private privak uitdrukkelijk aan als een instelling voor collectieve belegging. Deze gecombineerde vereisten sluiten heel nauw aan bij de bewoordingen van artikel 2, §1, 5°, f) WIB92. 47. X voldoet, gelet op alle bovenvermelde elementen, aan alle kenmerken vereist door artikel 2, §1, 5°, f) WIB92.
|
|||||||