Décision anticipée n° 2015.629 dd. 22.03.2016

Datum :
22-03-2016
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
6 pagina's
Sectie :
Regelgeving
Type :
Prior agreements L 24.12.2002
Subdomein :
Fiscal Discipline

Samenvatting :

Principe de pleine concurrence - Avantage anormale ou bénévole - TV

Originele tekst :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Décision anticipée n° 2015.629 dd. 22.03.2016
Décision anticipée n° 2015.629 dd. 22.03.2016
Document
Content exists in : fr nl

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Document type : Prior agreements L 24.12.2002
Title : Décision anticipée n° 2015.629 dd. 22.03.2016
Document date : 22/03/2016
Keywords : principe de pleine concurrence / avantage anormal ou bénévole / prix de transfert / entreprise liée / taxe sur la valeur ajoutée / base d'imposition
Document language : FR
Name : Décision anticipée n° 2015.629 dd. 22.03.2016
Version : 1

Décision anticipée n° 2015.629 dd. 22.03.2016

 

Principe de pleine concurrence

Avantage anormale ou bénévole

TVA

 

Résumé

La demande vise à obtenir une décision anticipée qui confirme que la société X, un centre de logistique, en appliquant la politique envisagée en matière de prix de transfert (net cost plus + indemnisation des frais de financement implicites) obtient une rémunération conforme au marché au sens de l'article 185, § 2 du CIR92 et n'est pas censée attribuer ou recevoir un avantage anormal ou bénévole au sens des articles 26, 79 et 207 CIR92. Lorsque pour la livraison de biens, des adaptations doivent avoir lieu entre entreprises liées sur la base de l’application d’une méthode de prix de transfert, pour l’application de la TVA, ces adaptations doivent être traitées comme une adaptation de la base imposable des livraisons des biens qui ont eu lieu au cours de la période concernée.

 

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.

 

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe een voorafgaande beslissing te bekomen waarin wordt bevestigd dat :

1.1. de voorgestelde Net Cost Plus vergoeding die X zal ontvangen voor de uitgeoefende activiteiten in het Standaardscenario aan het at arm’s length beginsel vervat in artikel 185, §2 WIB voldoet en niet resulteert in de toekenning of de ontvangst van een abnormaal of goedgunstig voordeel door X in de zin van artikel 26 of 79 juncto 207 van het WIB;

1.2. de voorgestelde Net Cost Plus vergoeding die X, in het kader van een overeenkomst die wordt gesloten met een andere groepsvennootschap, zal ontvangen vanwege deze groepsvennootschap voor de uitgeoefende activiteiten in geval van een divestiture aan het at arm’s length beginsel vervat in artikel 185, §2 WIB voldoet en niet resulteert in de toekenning of de ontvangst van een abnormaal of goedgunstig voordeel door X in de zin van artikel 26 of 79 juncto 207 van het WIB;

1.3. de netto residuele winsten die de Sourcing Vennootschappen zullen factureren aan X in het scenario van de aankopen van derde partijen aan het at arm’s length beginsel vervat in artikel 185, §2 WIB voldoen en niet resulteren in de toekenning of de ontvangst van een abnormaal of goedgunstig voordeel door X in de zin van artikel 26 of 79 juncto 207 van het WIB;

1.4. de voorgestelde Net Cost Plus vergoeding die X zal ontvangen voor de uitgeoefende centrale diensten ten behoeve van andere groepsvennootschappen aan het at arm’s length beginsel vervat in artikel 185, §2 WIB voldoet en niet resulteert in de toekenning of de ontvangst van een abnormaal of goedgunstig voordeel door X in de zin van artikel 26 of 79 juncto 207 van het WIB;

1.5. de voorgestelde vergoedingswijze van het eigen vermogen van X gelijk aan het eigen vermogen vermenigvuldigd met een interestvoet voldoet aan het at arm’s length beginsel vervat in artikel 185, §2 WIB en resulteert niet in de toekenning of de ontvangst van een abnormaal of goedgunstig voordeel door X in de zin van artikel 26 of 79 juncto 207 van het WIB;

1.6. vanuit BTW oogpunt X wordt geacht de goederen aan te kopen en te verkopen. Enige correcties op de verkoopprijs van de goederen voor verrekenprijsdoeleinden, dienen vanuit een BTW oogpunt te worden beschouwd als een correctie op de maatstaf van heffing op de initiële levering;

1.7. de netto residuele winsten die de Sourcing Vennootschappen zullen factureren aan X in het scenario waar X goederen aankoopt van derde partijen als dienstenvergoeding zullen onderworpen zijn aan de BTW.

 

II. Beslissing

II.A. Korte omschrijving van feiten en verrichtingen die aan de basis liggen van deze beslissing

2. X maakt deel uit van de ‘supply chain’ organisatie van de Groep.

3. X’s hoofdactiviteit is opslag en distributie (het Standaardscenario). Hierbij draagt zij nauwelijks risico’s. Haar functies als het regionale distributiecentrum zijn :

3.1. goederen aankopen van de Sourcingvennootschappen en deze verkopen aan de marketingvennootschappen (X als doorgeefluik). Zij verwerft hierbij de juridische eigendom van de goederen. De economische eigendom blijft bij de sourcingvennootschappen en zij oefent geen commerciële activiteiten uit;

3.2. organiseren en vervullen van opslag- en logistieke activiteiten waarbij de routine opslagactiviteiten en de fysieke afhandeling van de goederen in onderaanneming gebeuren;

3.3. administratieve en financiële activiteiten gerelateerd aan bovenstaande activiteiten;

3.4. doorgeefluik zonder vervulling van opslag- en logistieke taken doch met vervulling van de administratieve en financiële taken;

3.5. zuiver formele tussenkomst in tenderactiviteiten waarbij X geen commerciële activiteiten uitoefent en geen commerciële risico’s draagt;

3.6. ter beschikkingstelling van toestellen. Hierbij koopt X de toestellen aan van de groepsvennootschappen en worden ze op vraag van de marketing vennootschappen ter beschikking gesteld aan de klanten.

4. In het kader van een ‘divestiture’ zal X distributie en logistieke diensten verlenen aan de derde-overnemer gedurende een bepaalde overgangsperiode (tussen 12 en maximum 36 maanden). Deze activiteiten zullen in hoofde van X steeds tijdelijk en bijkomstig zijn en vormen een klein gedeelte van de globale ‘transitional services’ die door de groep aan de derde-overnemer tijdens de overgangsperiode zullen verleend worden. De functies en risico’s van X bij deze dienstverlening zijn identiek als deze onder het standaardscenario. X zal voor deze dienstverlening vergoed worden door de groepsvennootschap die de transitional services overeenkomst heeft afgesloten.

5. Ook buiten het scenario van een divestiture zal X in uitzonderlijke gevallen rechtstreeks goederen aankopen van derde partijen. Hiertoe zullen de sourcingvennootschappen en X een overeenkomst afsluiten waarin de diensten die de sourcingvennootschappen aan X in dit kader zullen verstrekken duidelijk worden omschreven.

6. X verricht centrale diensten (opslag- en logistieke activiteiten, adminstratieve – en financiële taken), en dit zowel voor eigen gebruik als ten voordele van groepsvennootschappen.

7. In alle bovenstaande activiteiten is het functie en risicoprofiel van X identiek.

8. X heeft op heden een relatief beperkt EV.

II.B. Inkomstenbelasting – Marktconforme vergoeding voor X

9. Gelet op de hierna vermelde overwegingen / elementen kan de gebruikte verrekenprijsmethode en de voorgelegde profit level indicator aanvaard worden:

9.1. X kan worden gekenmerkt als een dienstverlener die distributie en logistieke diensten verleend aan de groepsondernemingen;

9.2. X draagt beperkte risico’s en gebruikt bij het presteren van haar diensten geen unieke immateriële vaste activa.

10. Gelet op de hiernavolgende overwegingen/elementen kan de voorgelegde benchmarkstudie aanvaard worden :

10.1. De analyse werd uitgevoerd binnen het kader van de algemeen aanvaarde OESO richtlijnen met betrekking tot verrekenprijzen en de Belgische regelgeving met betrekking tot verrekenprijzen;

10.2. De verrekenprijsstudie toont aan dat de Transactional Net Margin Method (TNMM), waarbij een “Net Cost Plus (NCP)” als profit level indicator weerhouden werd, in onderhavig geval een aanvaardbare methode is;

10.3. De verrekenprijsstudies die uitgevoerd werden d.m.v. een specifieke gegevensbank (AMADEUS), omvatten een systematisch zoekproces (‘search proces’) naar vergelijkbare onafhankelijke vennootschappen, waarbij een overzicht wordt gegeven van alle selectiestappen, met toelichting waarom bepaalde vennootschappen op basis van objectieve criteria niet weerhouden werden;

10.4. De verrekenprijsstudie is een update van de originele verrekenprijsstudie van 2009. Deze update geeft een set weer van 17 vergelijkbare vennootschappen, welke overeenstemmen met het functioneel profiel van X.

11. Gelet op de hiernavolgende overwegingen/elementen kan het vooropgestelde winstopslagpercentage aanvaard worden :

11.1. Het interkwartielinterval van de NCP voor de steekproef van vergelijkbare ondernemingen gaat van 1,9% tot 6% met een mediaan van 3,6%;

11.2. Na capital adjustments gaat het interkwartiel interval van 1,4% tot 5,8% met een mediaan van 3,4%;

11.3. De verrekenprijsstudie toont bijgevolg aan dat het vooropgestelde winstopslagpercentage van 5% een at arm’s length winstopslag is voor de activiteiten die X levert aan de groepsvennootschappen;

11.4. De voorgestelde mark-up van 5% valt tevens binnen het interkwartiel interval van de door DVB uitgevoerde studie;

11.5. De net cost plus van 5% wordt berekend op alle bedrijfskosten als bedoeld in de rekeningen 61 tot 64 van het MAR, met dien verstande dat er geen cost plus wordt toegepast op de kostprijs van de goederen, kosten met een voorschotkarakter en de financiële- en uitzonderlijke kosten1;

 

----------

(1) Ingevolge het Koninklijk besluit dd. 18 december 2015 tot omzetting van Richtlijn 2013/34/EU van 26 juni 2013 van het Europees Parlement en van de Raad betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad wordt het begrip “uitzonderlijke kosten” vervangen naargelang hun aard door hetzij niet-recurrente bedrijfskosten, hetzij niet-recurrente financiële kosten voor zover deze betrekking hebben op een boekjaar dat een aanvang neemt na 31 december 2015.

 

11.6. Als voorschotkosten kunnen worden aangemerkt de kosten welke betrekking hebben op diensten die rechtstreeks ten goede komen aan de groepsvennootschappen, waaraan X geen toegevoegde waarde bijbrengt, indien ze door de dienstverlener met een normale winstmarge aan X worden gefactureerd;

11.7. De voorschotkosten, evenals de financiële- en uitzonderlijke kosten2, worden zonder mark-up ten laste gelegd aan de begunstigden van de uitgeoefende activiteiten;

 

----------

(2) Zie voetnoot 1.

 

11.8. Bovendien wordt er naast het winstopslagpercentage een vergoeding op de impliciete financieringskost op het eigen vermogen bepaald. Dit wordt geschat als de waarde van haar EV vermenigvuldigd met het gemiddelde tarief van de OLO op tien jaar (index J) van het derde kwartaal van het voorafgaande jaar verhoogd met 12,5 bp.

II.C. BTW – aspecten

II.C.1. Met betrekking tot het Standaardscenario

12. X zal de goederen aankopen van de Sourcing vennootschappen en doorverkopen aan de Marketing Vennootschappen. Uit de overeenkomst tussen de Sourcing Vennootschappen en X blijkt ook duidelijk dat er een eigendomsoverdracht van de goederen naar X plaatsvindt (alhoewel het commercieel en productrisico volledig bij de sourcing entiteiten ligt).

13. Inzake BTW kwalificeren voormelde verrichtingen als verkopen of leveringen van goederen in de zin van artikel 10 van het BTW Wetboek en artikel 14 van de Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (de “BTW Richtlijn”).

14. Volgens artikel 73 van de BTW Richtlijn is de maatstaf van heffing voor goederenleveringen in het binnenland alles wat de leverancier als tegenprestatie verkrijgt of moet verkrijgen van de zijde van de koper.

15. Artikel 90 van de BTW Richtlijn bepaalt (om de neutraliteit van de positie van de belastingplichtige te waarborgen), dat in geval van annulering, verbreking, ontbinding, gehele of gedeeltelijke niet-betaling of in geval van prijsvermindering nadat de handeling heeft plaatsgevonden, de maatstaf van heffing dienovereenkomstig wordt verlaagd onder de voorwaarden die door de Lidstaten worden vastgesteld.

16. Wanneer een wijziging in de prijs voor een bepaalde transactie optreedt na het tijdstip van de opeisbaarheid van de BTW, dient de maatstaf van heffing te worden herzien, wat op dat ogenblik ofwel een aanvullende btw-heffing of een teruggaaf van de btw met zich meebrengt.

17. Dergelijke herziening van de maatstaf van heffing dient te gebeuren middels een aanvullende factuur of een verbeterd stuk (artikel 12 van het KB nr. 1 dd 29/12/1992), waarbij deze documenten op basis van artikel 53, §2 van het BTW Wetboek dienen te worden uitgereikt door dezelfde partij die de oorspronkelijke factuur heeft uitgereikt.

18. Wanneer in het kader van leveringen van goederen correcties dienen te gebeuren tussen verbonden ondernemingen op basis van de toepassing van de verrekenprijsmethode dienen deze correcties voor de toepassing van de BTW behandeld te worden als een correctie van de maatstaf van heffing van de leveringen van goederen die in de beschouwde periode hebben plaatsgevonden.

19. In casu zullen door de Sourcing Vennootschappen prijscorrecties worden toegestaan ten opzichte van X d.m.v. het uitreiken van creditnota’s of bijkomende facturen. Dit om tot een juiste/at arm’s length vergoeding te komen in hoofde van X.

20. Hierbij zal het mogelijk zijn om een verband aan te tonen tussen de creditnota en de aankopen van X bij de relevante Sourcing Vennootschap. De DVB kan zich akkoord verklaren met de voorgestelde werkwijze van allocatie.

21. Om deze redenen dienen de hierboven beschreven prijscorrecties die voor verrekenprijsdoeleinden worden toegestaan door de Sourcing Vennootschappen aan X voor BTW doeleinden te worden beschouwd als prijsverhogingen die een aanvullende BTW heffing met zich meebrengen, of als prijsverminderingen in de zin van artikel 77, §1, 2° en artikel 77, §1bis, 1° van het BTW Wetboek.

II.C.2. Met betrekking tot de bijkomstige activiteiten van X in het kader van een ‘divestiture’

22. De DVB doet geen onderzoek naar en uitspraak over de btw-behandeling van de bijkomstige activiteiten van X in het kader van een ‘divestiture’.

II.C.3. Met betrekking tot de aankopen van derde partijen.

23. X zal in uitzonderlijke gevallen rechtstreeks goederen aankopen van derde partijen.

24. In dergelijke situatie zullen de Sourcing Vennootschappen en X een dienstenovereenkomst sluiten.

25. Deze dienstenovereenkomst tussen X en de Sourcing Vennootschappen voorziet de volgende bepalingen :

25.1. De commerciële aankoopactiviteiten worden door de Sourcing Vennootschappen uitgeoefend. Zo bijvoorbeeld :

- prospectievoorbereiding van de aankoopcontracten;

- onderhandeling van de aankoopcontracten met derde partijen.

25.2. De Sourcing Vennootschappen dragen de commerciële en financiële risico’s, zo bijvoorbeeld :

- marktrisico;

- wisselkoersrisico.

25.3. De aankoopcontracten met derde partijen worden formeel door X in eigen naam en voor eigen rekening afgesloten. De derde partijen factureren de goederen ook rechtstreeks aan X.

25.4. De functies uitgeoefend en de risico’s gedragen door X (pass-through) blijven in dit scenario dezelfde als onder het Standaardscenario.

25.5. X wordt op basis van dezelfde methode vergoed voor haar pass-through activiteiten als onder het Standaardscenario.

25.6. Per Sourcing Vennootschap draagt X de netto residuele winsten die voortvloeien uit de aankoop en de verkoop van de goederen over aan de Sourcing vennootschappen. Deze netto residuele winsten worden per transactie vastgesteld op basis van het positieve verschil tussen enerzijds de verkoopprijs van de door X aan de Marketing Vennootschappen verkochte producten, verminderd met anderzijds de aankoopprijs van deze producten van derden, alsmede met 105% van de operationele kosten van X met betrekking tot X’s opslag-, distributie-, logistieke- en daarmee gepaard gaande administratieve activiteiten (zoals vastgesteld in het Standaardscenario), die aan deze aankoop- en verkoopactiviteiten worden toegewezen (hierna “netto residuele winsten”). Hiertoe zullen Sourcing Vennootschappen minstens op kwartaalbasis een factuur uitreiken aan X voor een bedrag gelijk aan de netto residuele winsten zoals hierboven bepaald. De onderliggende prestaties voor de aldus gefactureerde bedragen zullen als dienstenprestaties gekwalificeerd worden.

26. Overeenkomstig artikel 18, §1 van het btw-wetboek wordt als een dienst beschouwd elke handeling die geen levering van een goed is in de zin van het btw-wetboek.

27. De prestaties die de Sourcing Vennootschappen op basis van deze overeenkomst verrichten voor X kwalificeren voor btw-doeleinden dan ook als dienstprestaties.

28. Er wordt bevestigd dat X steeds netto residuele winsten overdraagt aan de Sourcing Vennootschappen. Er zal geen sprake zijn van verlies of een negatieve vergoeding voor de verrichte dienstprestatie van de Sourcing Vennootschappen aan X.