Décision anticipée n° 2017.039 dd. 07.03.2017

Datum :
07-03-2017
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
7 pagina's
Sectie :
Regelgeving
Type :
Prior agreements L 24.12.2002
Subdomein :
Fiscal Discipline

Samenvatting :

Revenu mobilier - Droits d?auteu

Originele tekst :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Décision anticipée n° 2017.039 dd. 07.03.2017
Décision anticipée n° 2017.039 dd. 07.03.2017
Document
Content exists in : fr nl

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Document type : Prior agreements L 24.12.2002
Title : Décision anticipée n° 2017.039 dd. 07.03.2017
Tax year : 2017
Document date : 07/03/2017
Keywords : revenu mobilier / droits d'auteur
Document language : FR
Name : Décision anticipée n° 2017.039 dd. 07.03.2017
Version : 1

Décision anticipée n° 2017.039 dd. 07.03.2017

 

Revenu mobilier

Droits d’auteur

 

Résumé

Le pourcentage de la rémunération ou de l’indemnité brutes que la société souhaite attribuer à certains travailleurs, à savoir les travailleurs et collaborateurs indépendants dans un des profils de fonctions créatives, qui dans le cadre de leur contrat de travail avec les sociétés en question développent des œuvres protégées et cèdent contractuellement à la société en question les droits d’auteur, peut être considéré comme un revenu mobilier au sens de l’article 17, §1er, 5° du CIR92 et est en principe  imposable distinctement au taux de 15% de précompte mobilier.

 

La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.

 

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe te willen bevestigen dat:

1.1 De vergoeding betaald door X NV aan de gekwalificeerde medewerkers als vergoeding voor de overdracht van auteursrechtelijk beschermde werken, als een roerend inkomen in de zin van artikel 17, § 1, 5º, WIB 92 kan worden aangemerkt in hoofde van deze medewerkers;

1.2 De forfaitaire percentages voor de vaststelling van de waarde van de overdracht en bepaald door X NV op basis van een analyse van de individuele taken en de creativiteit per taak, als marktconform kunnen worden aangemerkt en;

1.3 De aanpassing of aanvulling van de betrokken arbeidsovereenkomsten om het toekennen van de vergoedingen voor de overdracht van auteursrechten mogelijk te maken, geen fiscaal misbruik uitmaakt in de zin van artikel 344,§1, WIB 92.

 

II. Beschrijving van de verrichting

2. De vennootschap wenst een vergoeding toe te kennen voor de overdracht van vermogensrechten op auteursrechtelijk beschermde software en andere auteursrechtelijk beschermde werken die door bepaalde medewerkers worden ontwikkeld in het kader van hun beroepsactiviteiten.

3. Deze vergoeding is vastgesteld onder vorm van een percentage van de bruto-bezoldiging, dat in functie van het creatief aandeel van de medewerkers tussen 22,5% en 5% bedraagt.

 

III. Beslissing

III.A. Algemeen

4. Overeenkomstig artikel 17, §1, 5°, WIB 92 zijn inkomsten uit roerende goederen en kapitalen alle opbrengsten van roerend vermogen aangewend uit welken hoofde ook, namelijk de inkomsten verkregen uit de cessie of de concessie van auteursrechten en naburige rechten, alsook van de wettelijke en verplichte licenties, bedoeld in boek XI van het Wetboek van Economisch Recht of in overeenkomstige bepalingen in het buitenlands recht.

5. Overeenkomstig artikel 37, eerste lid, WIB 92 worden, onverminderd de toepassing van de voorheffingen, inkomsten van onroerende goederen en van roerende goederen en kapitalen als beroepsinkomsten aangemerkt, wanneer die goederen en kapitalen worden gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid van de verkrijger van die inkomsten.

6. Overeenkomstig artikel 37, tweede lid, WIB 92 behouden, in afwijking van het eerste lid van hetzelfde artikel, de inkomsten bedoeld in artikel 17, §1, 5°, WIB 92, hun hoedanigheid van roerende inkomsten, behalve indien en in zover zij hoger liggen dan 37.500 EUR (na indexering 58.720 EUR voor aanslagjaar 2018).

7. Overeenkomstig nummer 5 van de administratieve circulaire Ci.RH.231/631.675 van 4 september 2014 heeft de Minister van Financiën op praktisch vlak verklaard dat er een beredenering in twee fases nodig is om te bepalen of de inkomsten die aan een auteur of kunstenaar worden toegekend door voormelde wet van 16 juli 2008 worden bedoeld:

7.1 is het werk waarmee hij inkomsten kon behalen een beschermd werk, d.w.z. een werk zoals bedoeld door de wet van 30.06.1994;

7.2 vloeien deze inkomsten voort uit een cessie of concessie van zijn geldelijke rechten op het werk?

8. Overeenkomstig nummer 7 van voormelde administratieve circulaire moeten op het algemene vlak, om te beoordelen of de bepalingen van artikel 17, §1, 5°, WIB 92, van toepassing zijn, vooraf de volgende elementen worden onderzocht:

8.1 heeft de geleverde prestatie aanleiding gegeven tot de productie van een "werk van letterkunde of kunst"?

8.2 zo ja, hebben de auteursrechten met betrekking tot dat werk het voorwerp uitgemaakt van een cessie of een concessie aan een derde ingevolge een (schriftelijk) contract?

8.3 tenslotte, wordt de vergoeding voor de voormelde cessie of de concessie van auteursrechten duidelijk gespecificeerd in het contract?

9. De vennootschap X NV is als ICT-bedrijf zowel actief als product – en als dienstenleverancier. De medewerkers ontwikkelen zowel software en databanken als andere auteursrechtelijk beschermde werken onder vorm van verschillende documenten.  

10. Aanvrager wil daarom de betrokken medewerkers vergoeden voor de overdracht van auteursrechten onder vorm van een percentage van de bruto-bezoldiging (of vergoeding), dat gediversifieerd wordt in functie van de creatieve bijdrage van de diverse functies.

11. Daartoe heeft aanvrager op basis van de taken van de medewerkers het creatief aandeel in deze taken geanalyseerd.

12. Uit de aanvraag blijkt dat aanvrager meer bepaald een gedeelte van de bruto-bezoldigingen (of de totale vergoeding) als een roerend inkomen in de zin van artikel 17, §1, 5°, WIB 92 wenst toe te kennen voor wat betreft de volgende functies en percentages:

12.1 Gekwalificeerde medewerkers die 80%-100% fit zijn voor Software IP : 22,5%.

12.2 Gekwalificeerde medewerkers die 50%-60% fit zijn voor Software IP : 12,5%.

12.3 Gekwalificeerde medewerkers die 20%-30% fit zijn voor Software IP : 5%.

12.4 Gekwalificeerde medewerkers die fit zijn voor overige IP : 5%.

III.B. Beschermd werk

13. Overeenkomstig artikel XI.172, § 1 WER wordt onder werken van letterkunde verstaan de geschriften van welke aard ook, alsmede lessen, voordrachten, redevoeringen, preken of andere mondelinge uitingen van de gedachte. Redevoeringen uitgesproken in vergaderingen van vertegenwoordigende lichamen, in openbare terechtzittingen van rechtscolleges of in politieke bijeenkomsten mogen evenwel vrijelijk worden gereproduceerd en aan het publiek medegedeeld; alleen de auteur heeft echter het recht om ze afzonderlijk uit te geven.

14. Overeenkomstig artikel 2.1. van de Conventie van Bern van 9 september 1886 voor de bescherming van letterkundige en kunstwerken, omvat de uitdrukking “letterkundige en kunstwerken” alle voortbrengselen op het gebied der letterkunde, wetenschap en kunst, welke ook de wijze of de vorm van uitdrukken zij, zoals boeken, brochures en andere geschriften; voordrachten, toespraken, preken en nadere werken van die aard; toneelwerken of dramatisch-muzikale werken, choreografische werken en pantomimes, waarvan de wijze van opvoering in schrift of op andere wijze is nedergelegd; muzikale composities met of zonder woorden; cinematographische werken en werken verkregen door een met de cinematographie overeenstemmend procédé; werken van teken-, schilder-, bouw-, beeldhouw-, graveer- en lithographeerkunst; photographische werken en werken verkregen door een met de photographie overeenstemmend procédé; werken van toegepaste kunsten; illustraties en aardrijkskundige kaarten; tekeningen, schetsen en plastische werken met betrekking tot de aardrijkskunde, de topographie, de bouwkunde of de wetenschappen.

15. Overeenkomstig artikel XI.165, § 1, eerste lid, WER heeft alleen de auteur van een werk van letterkunde of kunst het recht om het op welke wijze of in welke vorm ook, direct of indirect, tijdelijk of duurzaam, volledig of gedeeltelijk te reproduceren of te laten reproduceren.

16. Overeenkomstig het tweede lid van hetzelfde artikel omvat dat recht onder meer het exclusieve recht om toestemming te geven tot het bewerken of het vertalen van het werk.

17. Overeenkomstig het vijfde lid van hetzelfde artikel heeft alleen de auteur van een werk van letterkunde of kunst het recht de distributie van het origineel van het werk of van kopieën ervan aan het publiek, door verkoop of anderszins, toe te staan.

18. Overeenkomstig artikel XI.167, § 1, tweede tot en met vierde lid, WER worden ten aanzien van de auteur alle contracten schriftelijk bewezen. De contractuele bedingen met betrekking tot het auteursrecht en de exploitatiewijzen ervan moeten restrictief worden geïnterpreteerd. De overdracht van het voorwerp dat een werk omvat, leidt niet tot het recht om het werk te exploiteren; met het oog op de uitoefening van zijn vermogensrechten moet de auteur op een redelijke manier toegang tot zijn werk behouden. Voor elke exploitatiewijze moeten de vergoeding voor de auteur, de reikwijdte en de duur van de overdracht uitdrukkelijk worden bepaald.

19. Overeenkomstig artikel XI.167, § 3, eerste lid, WER kunnen, wanneer een auteur werken tot stand brengt ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst of een statuut, de vermogensrechten worden overgedragen aan de werkgever voor zover uitdrukkelijk in die overdracht van rechten is voorzien en voor zover de creatie van het werk binnen het toepassingsgebied van de overeenkomst of het statuut valt.

20. Overeenkomstig artikel XI.170, eerste lid, WER, is de oorspronkelijke auteursrechthebbende de natuurlijke persoon die het werk heeft gecreëerd.

21. Overeenkomstig artikel XI.294, WER worden, overeenkomstig het bepaalde in Richtlijn 91/250/EEG van de Raad van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma’s, computerprogramma’s beschermd en gelijkgesteld met werken van letterkunde in de zin van de Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst.

22. Overeenkomstig artikel XI.295, eerste lid, WER geniet een computerprogramma bescherming indien het oorspronkelijk is in die zin, dat het een eigen intellectuele schepping van de auteur is.

23. Overeenkomstig artikel XI.298, WER omvatten, onverminderd de artikelen 299 en 300 van die wet, de vermogensrechten :

a) de permanente of tijdelijke reproductie van een deel of het geheel van een computerprogramma, ongeacht op welke wijze en in welke vorm. Voor zover voor het laden of in beeld brengen, of de uitvoering, transmissie of opslag van een computerprogramma deze reproductie van het programma noodzakelijk is, is voor deze handelingen toestemming van de rechthebbende vereist;

b) het vertalen, bewerken, arrangeren of anderszins veranderen van een programma, en de reproductie van het resultaat daarvan, onverminderd de rechten van degene die het programma verandert;

c) elke vorm van distributie, met inbegrip van het verhuren en uitlenen, van een oorspronkelijk computerprogramma of kopieën daarvan onder het publiek. De eerste verkoop in de Europese Unie van een kopie van een programma door de rechthebbende of met diens toestemming leidt tot uitputting van het recht om controle uit te oefenen op de distributie van die kopie in de Europese Unie, met uitzondering van het recht om controle uit te oefenen op het verder verhuren en het uitlenen van het programma of een kopie daarvan.

24. De Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma’s (BS 27.7.1994 - 91/250/EG, publicatieblad L122 van 17.05.1991) bepaalt in haar consideransen dat de term “computerprogramma” alle programma’s moet omvatten in gelijk welke vorm, met inbegrip van programma’s die in de apparatuur zijn ingebouwd; deze term moet eveneens het desbetreffende voorbereidende ontwerp-materiaal omvatten dat tot het vervaardigen van een programma leidt, op voorwaarde dat dit voorbereidende materiaal van dien aard is dat het later tot zulk een programma kan leiden.

25. Voormelde richtlijn bepaalt verder nog wat onder “interfaces” en “compatibiliteit” moet worden verstaan :

25.1 “Overwegende dat een computerprogramma de communicatie en wisselwerking met andere componenten van een computersysteem en met gebruikers ervan moet verzorgen en dat hiervoor een logische en, waar nodig, fysieke koppeling en interactie is vereist, waardoor tussen alle elementen van de programmatuur en apparatuur in alle door deze te vervullen functies, enerzijds, en ander programmatuur en apparatuur, alsmede de gebruikers, anderzijds, een passende wisselwerking mogelijk is;

25.2 Overwegende dat de onderdelen van het programma die koppeling en interactie tussen componenten van een systeem verzekeren, algemeen met de term “interfaces” worden aangeduid;

25.3 Overwegende dat die functionele koppeling en interactie algemeen met de term “compatibiliteit” kan worden omschreven als het vermogen om informatie uit te wisselen en om deze uitgewisselde informatie onderling te gebruiken;”.

26. In het antwoord op de parlementaire vraag nr. 5-1265 gesteld door senator Wouter Beke op 9 februari 2011 stelt de heer Minister van Financiën onder meer “dat de computerprogramma’s niet uitgesloten worden van het toepassingsgebied van de (eerste) wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten, hoewel ze bovendien het voorwerp zijn van een bijzondere wetgeving. (…) De inkomsten uitsluiten van de inkomsten bedoeld in artikel 17, §1, 5°, WIB 92 (met als motivering dat de wet van 30 juni 1994 betreffende de computerprogramma’s daarin niet uitdrukkelijk is vermeld) is onrechtvaardig en overigens discriminerend.”.

27. Gelet op wat voorafgaat kan gesteld worden dat de software gecreëerd door de medewerkers van aanvrager kan worden aangemerkt als auteursrechtelijk beschermde software die met werken van letterkunde kan worden gelijkgesteld. Ook de door aanvrager als overige IP omschreven documenten kunnen als auteursrechtelijk beschermde werken worden aangemerkt. De werken vallen bijgevolg onder de bescherming van Boek XI, Titel 5 en 6, WER.

III.C. Inkomsten uit de cessie of concessie van het werk

28. Overeenkomstig het bericht aan de schuldenaars van auteursrechten en naburige rechten in de loop van het jaar 2008 (B.S. 9.12.2008, err. 18.12.2008) zijn, daar de wet van 30 juni 1994 voortaan integraal geldt voor fiscale aangelegenheden, “alle inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten voortaan bedoeld in de wet van 16 juli 2008. De auteursrechten en naburige rechten worden door de belastingplichtige geïnd naar aanleiding van de exploitatie van zijn intellectuele of artistieke productie (…).”.

29. Overeenkomstig artikel XI.296 WER wordt, tenzij bij overeenkomst of statutair anders is bepaald, alleen de werkgever geacht verkrijger te zijn van de vermogensrechten met betrekking tot computerprogramma’s die zijn gemaakt door een of meer werknemers of beambten bij de uitoefening van hun taken of in opdracht van hun werkgever.

30. Uit de aanvraag blijkt dat aanvrager een vergoeding wenst toe te kennen aan de medewerkers voor de creatie van auteursrechtelijk beschermde werken, onder vorm van een percentage van de bruto-bezoldiging (of van de totale contractuele vergoeding) voor de overdracht van de intellectuele rechten op de door hen geleverde werken inzake software, die als met werken van letterkunde gelijkgestelde computerprogramma’s kunnen worden beschouwd evenals voor de als overige IP omschreven documenten en werken.

31. Uit de bij de aanvraag gevoegde overeenkomsten blijkt dat reeds contractueel een exclusieve overdracht van deze rechten aan de vennootschap is voorzien, maar dat daarvoor niet expliciet in een vergoeding is voorzien.

32. Uit de aanvraag blijkt dat de vennootschap aan de betrokkenen een auteursrecht zal betalen onder vorm van een percentage van de bruto-bezoldiging (of contractuele vergoeding), bepaald per functie.

33. Er kan gesteld worden dat de toegekende vergoeding als roerende inkomsten als bedoeld in artikel 17, §1, 5°, WIB 92 wordt aangemerkt.

III.D. Inzake artikel 344, § 1, WIB 92

34. Artikel 344, §1, WIB 92 bepaalt het volgende :

“§ 1. Aan de administratie kan niet worden tegengeworpen, de rechtshandeling noch het geheel van rechtshandelingen dat een zelfde verrichting tot stand brengt, wanneer de administratie door vermoedens of andere in artikel 340 van hetzelfde wetboek vermelde bewijsmiddelen aan de hand van objectieve omstandigheden aantoont dat er sprake is van fiscaal misbruik.

Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingplichtige middels de door hem gestelde rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen één van de volgende verrichtingen tot stand brengt :

1° een verrichting waarbij hij zichzelf in strijd met de doelstellingen van een bepaling van dit Wetboek of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten buiten het toepassingsgebied van die bepaling plaatst; of

2° een verrichting waarbij aanspraak wordt gemaakt op een belastingvoordeel voorzien door een bepaling van dit Wetboek of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten en de toekenning van dit voordeel in strijd zou zijn met de doelstellingen van die bepaling en die in wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel heeft.

Het komt aan de belastingplichtige toe te bewijzen dat de keuze voor zijn rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen door andere motieven verantwoord is dan het ontwijken van inkomstenbelastingen.

Indien de belastingplichtige het tegenbewijs niet levert, dan wordt de belastbare grondslag en de belastingberekening zodanig hersteld dat de verrichting aan een belastingheffing overeenkomstig het doel van de wet wordt onderworpen alsof het misbruik niet heeft plaatsgevonden.”

35. Wat betreft de toepassing van artikel 344, §1, WIB 92 kan gesteld worden dat artikel 344, § 1, WIB 92 een algemene anti-misbruikbepaling betreft die slechts wordt toegepast als de gewone interpretatiemethode, de technische bepalingen van het Wetboek, de speciale anti-ontwijkingsbepalingen en de simulatieleer geen hulp bieden (Circ. AFZ nr. 3/2012 d.d. 4.5.2012 inzake de anti-misbruikbepaling, rubriek C.2.3.).

36. Randnr. 3 van Ci. RH. 231/605.842 van 21.05.2012 bepaalt dat, indien is aangetoond dat men zich bevindt in het geval van een overeenkomst die een clausule bevat met betrekking tot de cessie of de concessie van auteursrechten of naburige rechten, en indien daarvoor uitdrukkelijk een specifieke vergoeding is voorzien, die verschillend is van de bezoldiging als werknemer (hetgeen betekent dat de auteursrechten of naburige rechten niet gratis zijn overgedragen), deze vergoeding op het principiële vlak belastbaar is op basis van art. 17, §1, 5°, WIB 92.

37. Voor de werknemers die een werk tot stand brengen binnen het toepassingsgebied van hun arbeidsovereenkomst dient, krachtens artikel XI.167, § 3, eerste lid, WER, uitdrukkelijk in de overdracht van de rechten van de werknemers aan de werkgever te worden voorzien.

38. Ingevolge artikel XI.296, WER geldt dat, tenzij bij overeenkomst of statutair anders is bepaald, alleen de werkgever wordt geacht verkrijger te zijn van de vermogensrechten met betrekking tot computerprogramma's die zijn gemaakt door een of meer werknemers of beambten bij de uitoefening van hun taken of in opdracht van hun werkgever.

39. De bestaande overeenkomsten voorzien uitdrukkelijk in de overdracht van de intellectuele eigendomsrechten die zijn ontstaan in het kader van een arbeidsrelatie van de werknemer naar de werkgever. De overdracht wordt ook geregeld in de oudere overeenkomsten, en dit zowel voor de medewerkers als de contractors. De clausules zullen worden aangepast op basis van de voorafgaande beslissing. 

40. De voorgenomen verrichtingen zijn ingegeven teneinde de rechten van de vennootschap als werkgever te vrijwaren en rechtszekerheid te verkrijgen omtrent de bescherming van intellectuele eigendomsrechten binnen de vennootschap.

41. Gelet op wat voorafgaat is de DVB van oordeel dat de voorgenomen verrichting niet als een fiscaal misbruik in de zin van artikel 344, §1, WIB 92 kan worden aangemerkt.

42. De vergoeding, onder vorm van een percentage van de bruto-bezoldiging, van X NV aan de gekwalificeerde medewerkers, wordt als een roerend inkomen als bedoeld in artikel 17, § 1, 5°, WIB 92 aangemerkt, indien en in zover het bedrag van 37.500 EUR (te indexeren bedrag) zoals bepaald in artikel 37, tweede lid, WIB 92 niet wordt overschreden.