Décision anticipée n° 600.108 dd. 16.05.2006
- Sectie :
- Regelgeving
- Type :
- Prior agreements L 24.12.2002
- Subdomein :
- Fiscal Discipline
Samenvatting :
Précompte mobilier
Originele tekst :
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Décision anticipée n° 600.108 dd. 16.05.2006
Document
Search in text:
Properties
Document type : Prior agreements L 24.12.2002 Title : Décision anticipée n° 600.108 dd. 16.05.2006 Tax year : 0 Document date : 16/05/2006 Keywords : Précompte mobilier Document language : FR Name : 600.108
Décision anticipée n° 600.108 dd. 16.05.2006 Précompte mobilier Résumé Vu que les fonds communs de placement ne possèdent pas, d'après le droit français, de personnalité juridique et que leur objet peut être considéré comme civil, ces fonds communs de placement sont considérés comme transparents sur le plan fiscal et les revenus sont imposables au nom des investisseurs sous-jacents au moment de l'attribution des revenus au fonds de placement, sauf si les dispositions de l'article 19bis CIR 92 sont d'application. La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite. I. Voorwerp van de aanvraag 1. De aanvraag strekt ertoe te vernemen welke de fiscale behandeling is ten name van Belgische investeerders - natuurlijke personen en rechtspersonen (onderworpen aan de rechtspersonenbelasting) - van de inkomsten die door hen zouden worden gerealiseerd i.v.m. de rechten van deelneming/deelbewijzen van de door een buitenlandse beheersvennootschap X te commercialiseren gemeenschappelijke beleggingsfondsen naar Frans recht (hierna GBF). II. Omschrijving van de verrichting 2. X is een buitenlandse beheersvennootschap die een gamma van verschillende Instellingen voor Collectieve Beleggingen (ICB) aanbiedt met beleggingen in talrijke financiële markten overal ter wereld. 3. De bewaarder van de activa van de GBF is Z, een Franse financiële instelling. Z is niet de juridische eigenaar van de activa van de GBF's. Zoals ook bij Belgische GBF's het geval is, zijn de investeerders mede-eigenaar van alle activa van de fondsen. 4. Deze GBF's zullen door de CBFA worden erkend. 5. De prospectus zal vermelden dat er jaarlijks aan de Belgische investeerders een overzicht, met vermelding van de inkomsten (interesten, dividenden, meerwaarden), wordt verstrekt met het oog op het nakomen van de fiscale verplichtingen van de investeerders. III. Beslissing 6. De GBF's zijn zuiver contractuele beleggingsvehikels die geen rechtspersoonlijkheid hebben. 7. Aangezien de bewaarder niet de juridische eigenaar is van de activa van de beleggingsfondsen, zijn de investeerders gezamenlijk en in onverdeeldheid eigenaar in verhouding tot het aantal rechten van deelneming dat zij bezitten. 8. De eigenaars in het onverdeelde vermogen zijn geen vennoten die goederen in gemeenschap brengen ten einde enige exploitatie op te zetten en de winst ervan te verdelen, maar wel spaarders (investeerders) die het beheer van een gedeelte van hun vermogen aan een gespecialiseerde financiële instelling toevertrouwen. Hieruit vloeit voort dat het GBF geen burgerlijke vennootschap of vereniging zonder rechtspersoonlijkheid is die winst of baten verkrijgt in de zin van artikel 29 WIB 92. 9. Uit de afwezigheid van rechtspersoonlijkheid van het GBF volgt dat een GBF als fiscaal transparant kan worden aangemerkt en dat de inkomsten bijgevolg ten name van de achterliggende investeerders als roerende inkomsten worden aangemerkt op het ogenblik van de toekenning van de roerende inkomsten aan het beleggingsfonds. 10. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 17, § 1, 1° en 2°, WIB 92 zijn inkomsten uit roerende goederen en kapitalen alle opbrengsten van roerend vermogen aangewend uit welken hoofde ook, namelijk, dividenden en interest. 11. Ingevolge de nieuwe bepalingen van artikel 19bis, § 1, eerste lid, WIB 92 (ingevoegd door artikel 111 van de Programmawet van 27 december 2005 - Belgisch Staatsblad van 30 december 2005, 2de editie) omvat interest eveneens de rentecomponent in het bedrag verkregen ingeval van inkoop van eigen rechten van deelneming of ingeval van gehele of gedeeltelijke verdeling van het eigen vermogen van een collectieve beleggingsinstelling in effecten waarvan meer dan 40 % van het vermogen rechtstreeks of onrechtstreeks is belegd in schuldvorderingen, voor zover deze rentecomponent betrekking heeft op de periode gedurende dewelke de verkrijger houder was van de rechten van deelneming. 12. Overeenkomstig het nieuwe artikel 19bis, §1, zesde lid, WIB 92 wordt onder collectieve beleggingsinstellingen in effecten verstaan de in artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 17 mei 2004 tot omzetting in het Belgische recht van de richtlijn 2003/48/EG van 3 juni 2003 van de Raad van de Europese Unie betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling en tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 inzake de roerende voorheffing (Belgisch Staatsblad van 27 mei 2004, 2de editie), bedoelde instellingen en de collectieve belegginginstellingen gevestigd buiten het grondgebied waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap krachtens zijn artikel 299 van toepassing is. 13. Overeenkomstig artikel 3, §1, 4°, van de voormelde wet van 17 mei 2004 is een instelling voor collectieve belegging in effecten, elke instelling voor collectieve belegging in effecten waaraan vergunning is verleend overeenkomstig de richtlijn 85/611/EEG van de Raad van 20 december 1985 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve beleggingen in effecten. 14. Volgens artikel 1, 2° en 3°, van de richtlijn 85/611/EEG worden onder instellingen voor collectieve belegging in effecten (ICBE's) verstaan instellingen -waarvan het uitsluitend doel is de collectieve belegging in effecten van uit het publiek aangetrokken kapitaal, met toepassing van het beginsel van risicospreiding, en -waarvan de rechten van deelneming op verzoek van de houders ten laste van de activa van deze instellingen direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald. Deze instellingen kunnen rechtens geregeld zijn bij overeenkomst (beleggingsfondsen beheerd door een beheermaatschappij), als trust (unit trust) dan wel bij statuten (beleggingsmaatschappij). 15. Gelet op de voorgaande bepalingen en uit de Memorie van Toelichting van de voormelde Programmawet (Doc. 51 2097/001 blz. 68 en 69) blijkt dat de nieuwe bepalingen (artikel 19bis WIB 92) ook van toepassing zijn op beleggingsfondsen (die geen rechtspersoonlijkheid hebben). 16. Door de aanvulling van artikel 265 WIB 92 ingevolge artikel 114 van de voormelde Programmawet zijn de nieuwe bepalingen niet van toepassing voor investeerders onderworpen aan de rechtspersonenbelasting. 17. De fiscale transparantie als bedoeld in het nr 9 wordt doorbroken voor de in artikel 19bis WIB 92 bedoelde inkomsten verkregen door investeerders natuurlijke personen. De in artikel 19bis, § 1 WIB 92 geviseerde inkomsten zijn belastbaar op het ogenblik van inkoop van eigen rechten van deelneming of ingeval van gehele of gedeeltelijke verdeling van het eigen vermogen van een collectieve beleggingsinstelling. |
|||||||