Jugement du Tribunal de Première Instance d'Anvers dd. 14.06.2006

Datum :
14-06-2006
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
4 pagina's
Sectie :
Regelgeving
Type :
Belgian justice
Subdomein :
Fiscal Discipline

Samenvatting :

Remise ou la réduction proportionnelle du précompte immobilier,Improductivité

Originele tekst :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Jugement du Tribunal de Première Instance d'Anvers dd. 14.06.2006
Jugement du Tribunal de Première Instance d'Anvers dd. 14.06.2006
Document
Content exists in : fr nl

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Document type : Belgian justice
Title : Jugement du Tribunal de Première Instance d'Anvers dd. 14.06.2006
Tax year : 0
Document date : 14/06/2006
Keywords : précompte immobilier / remise du Pr.I / réduction du Pr.I / improductivité / condition d'improductivité
Document language : FR
Modification date : 05/12/2006 09:07:22
Name : A1 06/2
Version : 1

ARRET A1 06/2


Jugement du Tribunal de Première Instance d'Anvers dd. 14.06.2006



Remise ou la réduction proportionnelle du précompte immobilier - Improductivité

    Pour pouvoir revendiquer la remise ou la réduction du précompte immobilier, l'improductivité doit être involontaire; elle doit découler de circonstances indépendantes de la volonté du propriétaire.

    Les demandeurs ont été contraints d'effectuer une rénovation approfondie par les pouvoirs publics et il est établi que les habitations ont été inoccupées du fait de cette rénovation imposée et donc, pour des raisons qui sont indépendantes de la volonté des demandeurs.

    Par conséquent, il a été prouvé que l'improductivité de ces habitations a bien été involontaire de sorte que la remise ou la réduction proportionnelle du précompte immobilier doit être accordée
   



 

V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op veertien juni tweeduizend en zes
in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden:

P.W., enig rechter,
N.D., adjunct-griffier.

In zake: A.R.Nr. 00/7343/A

C.V.B.A. A.,
ingeschreven in het register der burgerlijke vennootschappen die de vorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen te Antwerpen onder het nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …

EISENDE PARTIJ
- verschijnende bij meester E.D.B. loco meester M.V.B., advocaat,
kantoorhoudende te …

tegen:

DE BELGISCHE STAAT,
Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie der Directe Belastingen. Gewestelijke Directie Antwerpen 1, vertegenwoordigd door de Gewestelijk Directeur der Directe Belastingen Antwerpen 1, wiens kantoren gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, ltaliëlei 4 bus 2.

VERWERENDE PARTIJ
- verschijnende bij meester I.V. loco meester M.V.H., advocaat,
kantoorhoudende te ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging. onder meer:

- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 13 december 2000.
- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1993 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer ... van 03 mei 1998 en nummer ... van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 4 mei 2006.

* * *

Gelet op de aanslag in de onroerende voorheffing voor het aanslagjaar 1996. kohierartikel ..., uitvoerbaar verklaard op 9 september 1996 en verzonden aan de belastingplichtige op 13 september 1996.

Gelet op het bezwaarschrift tijdig toegekomen bij de bevoegde directeur der directe belastingen op 24 september 1996.

Gelet op de bestreden beslissing van de ambtenaar gedelegeerd door de gewestelijke directeur der directe belastingen te Antwerpen I van 14 september 2000 en op dezelfde datum aangetekend verzonden aan de belastingplichtige, waarbij het bezwaarschrift slechts gedeeltelijk werd ingewilligd.

Gelet op het verzoekschrift tijdig neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 13 december 2000 waarbij een afschrift van de bestreden beslissing was gevoegd.

De vordering beoogt de directorale beslissing teniet te doen in de mate het bezwaarschrift werd afgewezen, dienvolgens de bestreden aanslag te vernietigen, eiseres te ontslaan van de ten onrechte ingekohierde belastingen en in voorkomend geval de terugbetaling te bevelen van de eventueel door eiseres reeds betaalde bedragen en / of de doorverweerder ten onrechte ingehouden bedragen, vermeerderd met de moratoriumintresten overeenkomstig artikel 418 WIB92 en de kosten van het geding.

Relevante feiten

Eiseres is een vennootschap die erkend werd door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij en verhuurt sociale woningen.

Op 15 april 1993 heeft eiseres een aantal woningen gekocht van de Stad Antwerpen met het oog op de verwezenlijking van haar maatschappelijk doel en de renovatie van de woningen.

Gelet op de voorziene renovatiewerken heeft eiseres de leegkomende woningen niet meer herverhuurd.

Eiseres verzoekt om vrijstelling van de onroerende voorheffing voor de woningen die in 1996 niet meer betrokken waren.

Beoordeling

Krachtens artikel 257,4° WIB92 wordt kwijtschelding of proportionele vermindering van de onroerende voorheffing verleend voor zover het belastbare kadastraal inkomen ingevolge artikel 15 kan worden verminderd.

Artikel 15§ 1,1 ° WIB92 bepaalt dat het kadastraal inkomen proportioneel wordt verminderd naar verhouding tot de duur en de omvang van de onproductiviteit, van het ontbreken van het genot van inkomsten of van het verlies ervan wanneer een niet gemeubileerd gebouwd onroerend goed in de loop van het jaar gedurende ten minste 90 dagen volstrekt niet in gebruik is genomen en volstrekt geen inkomsten heeft opgebracht.

Een belastingplichtige, die een vrijstelling of vermindering inroept, dient het bewijs te leveren dat hij zich in de vereiste voorwaarden bevindt om het voordeel van de vrijstelling of vermindering te kunnen genieten.

Op grond van artikel 172 Gec.G.W. kan slechts een vrijstelling of vermindering van belasting worden ingevoerd door een wet en dient alles wat essentieel is voor de vrijstelling of de vermindering door de wet te worden geregeld; individuele vrijstellingen of verminderingen zijn immers verboden.

Bovendien dienen de door wet ingevoerde vrijstellingen en verminderingen, op grond van het gelijkheidsbeginsel. restrictief geïnterpreteerd te worden.

De belastingplichtige dient dan ook het bewijs te leveren dat hij voldoet aan alle voorwaarden van de vrijstelling of de vermindering, bij gebreke waaraan de belasting verschuldigd is.

Verder zijn de belastingwetten van openbare orde zodat het niet toegelaten is om hiervan af te wijken.

Om kwijtschelding of proportionele vermindering te bekomen moet eiseres dan ook bewijzen dat zij voldoet aan de gestelde voorwaarden.

Om aanspraak te kunnen maken op de kwijtschelding of vermindering van de onroerende voorheffing dient de onproductiviteit onvrijwillig te zijn; de onproductiviteit dient te blijken uit omstandigheden welke van de wil van de eigenaar onafhankelijk zijn (Cass. 1 december 1959, Pas. 1960. I, 295).

Huidige betwisting heeft uitsluitend betrekking op de vraag of de onproductiviteit al dan niet onvrijwillig was.

Op de openbare zitting van 30 september 1992 van de gemeenteraad van de Stad Antwerpen werd onder meer kennis genomen van het feit dat:
- voornoemde woningen verouderd waren en niet meer voldeden aan de huidige woonnormen,
- een grondige renovatie zich opdrong waarvoor de Stad echter niet over de voldoende budgettaire middelen beschikte.
- de erkende huisvestingsmaatschappijen beter geplaatst waren om dergelijke volledige renovatie uit te voeren,
- de betrokken huisvestingsmaatschappijen zich verbonden niet alleen de renovatie door te voeren, maar ook de bewoners te herhuisvesten, bij voorrang in de wooncomplexen zelf;
                          
op voornoemde zitting werd dan ook beslist om
- voornoemde woningen met het oog op de verplicht uit te voeren grondige renovatie te verkopen aan eiseres,
- de eigendommen ter beschikking van eiseres te stellen voor het uitvoeren van de renovatiewerken,
- voor de bewoners, indien noodzakelijk tijdens de uit te voeren werken, een behoorlijke wederhuisvesting dient gewaarborgd te worden door eiseres en na sanering en aanpassing de beschikbare woongelegenheden bij voorkeur aan deze bewoners dienen toegewezen te worden door eiseres.

Op 15 april 1993 werden deze woningen verkocht aan eiseres.

Hieruit volgt dat eiseres door de overheid, zijnde de Stad Antwerpen, verplicht werd een grondige renovatie uit te voeren zodat het dan ook vaststaat dat voornoemde woningen ingevolge deze verplichte renovatie leegstonden om redenen die onafhankelijk waren van de wil van eiseres.

Bijgevolg is het bewezen dat de onproductiviteit van deze woningen onvrijwillig was zodat aldus kwijtschelding of proportionele vermindering van de onroerende voorheffing dient verleend te worden.
   

OM DIE REDENEN

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de vordering toelaatbaar en als volgt gegrond.

Wijzigt de bestreden beslissing en opnieuw beslissende,

Verleent ontheffing van de bestreden aanslag in de mate dat conform de artikelen 15§1.1° en 257,4° WIB92 geen kwijtschelding of proportionele verhindering van de onroerende voorheffing werd verleend voor de woningen die in 1996 leegstonden.

Beveelt de herberekening van de bestreden aanslag.

Veroordeelt verweerder tot terugbetaling van alle dientengevolge geïnde bedragen, vermeerderd met de moratoriumintresten overeenkomstig artikel 418 WIB92.

Veroordeelt verweerder tot de kosten van het geding tot op heden door eiseres begroot op 356.98 EUR rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op 182.20 EUR rechtsplegingsvergoeding.

Wijst het meer en / of anders gevorderde af.