Nummer S141/01-15

Datum :
27-02-2008
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Regelgeving
Type :
Comments
Subdomein :
Fiscal Discipline

Samenvatting :

Rep. RJ - Boek II - Titel I : Rechten van successie en van overgang bij overlijden

Originele tekst :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Nummer S141/01-15
Nummer S141/01-15
Document
Content exists in : nl fr

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Document type : Comments
Title : Nummer S141/01-15
Tax year : 2008
Document date : 27/02/2008
Document language : NL
Name : S141/01-15
Version : 1
Next document   Show list of documents

Nummer S141/01-15

01. Bevoegdheid van de rechtbanken - Macht van de rechter - Kwijtschelding van boeten.

 

15. - De huidige rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is dusdanig dat men moet aannemen dat de fiscale boeten een strafrechtelijk karakter vertonen aangezien ze niet het geldelijk herstel van een schade beogen, maar in wezen een ontradend en bestraffend karakter hebben. Het Hof van Cassatie heeft dit strafrechtelijk karakter aanvaard.

Uit het strafrechtelijk karakter vloeit voort dat de rechtbanken ten volle een rechterlijk toezicht moeten kunnen uitoefenen, niet enkel op de proportionaliteit tussen de begane fout en de sanctie, maar ook dat de rechter beschikt over dezelfde bevoegdheid als de administratie.

De rechtbank is dus van oordeel dat ze bevoegd is om, in voorkomend geval, de boeten voorzien door het Wetboek der successierechten aan te passen, ook als de belastingplichtige gehandeld heeft met het opzet de rechten te ontduiken of te trachten ontduiken, evenals om het overschrijden te beteugelen van de redelijke termijn binnen dewelke iedere persoon het recht heeft om gehoord te worden.

Hoezeer ook de handelswijze van de belastingplichtige bekritiseerbaar is, oordeelt de rechtbank dat het overdreven is van een in overtreding verkerende belastingplichtige een boete te eisen die de waarde van de belastbare grondslag zelf overschrijdt, en herleidt ze de boete tot beloop van het totaal bedrag der rechten en boeten dat de waarde van de belastbare grondslag overschrijdt, onverminderd de reeds vervallen en nog te vervallen intresten en de invorderingskosten.

 

(Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Namen, dd. 27 februari 2008. - bl. nr. E E./100.297.)

----------

OKTOBER 2008 - 501/10-2-5