Parlementaire vraag nr. 1231 van de heer De Grauwe dd. 29.03.2001
- Sectie :
- Regelgeving
- Type :
- Parliamentary questions
- Subdomein :
- Fiscal Discipline
Samenvatting :
Begrip niet-rijksinwone
Originele tekst :
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Home >
Advanced search >
Search results > Parlementaire vraag nr. 1231 van de heer De Grauwe dd. 29.03.2001
Parlementaire vraag nr. 1231 van de heer De Grauwe dd. 29.03.2001
Document
Search in text:
Properties
Document type : Parliamentary questions Title : Parlementaire vraag nr. 1231 van de heer De Grauwe dd. 29.03.2001 Document date : 29/03/2001 Keywords : rijksinwoner / niet-rijksinwoner Document language : NL Version : 1 Question asked by : De Grauwe
Parlementaire vraag nr. 1231 van de heer De Grauwe dd. 29.03.2001Vragen en Antwoorden, Senaat, 2001-2002, nr. 2-46, blz. 2409 Begrip niet-rijksinwoner VRAAG Artikel 3 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bepaalt dat aan de personenbelasting de rijksinwoners onderworpen zijn, en geeft een opsomming van de personen die aan deze definitie voldoen. Anderzijds zijn op grond van artikel 227 van hetzelfde Wetboek de niet-rijksbewoners onderworpen aan de belasting van niet-inwoners. Voor bepaalde buitenlandse leiders, specialisten, bestuurders met werkelijke en vaste functies en vorsers is een speciaal aanslagstelsel van toepassing. Om dit aanslagstelsel te kunnen genieten, moet vaststaan dat het betrokken personeelslid niet-inwoner is en dat zijn detachering of tewerkstelling in België van tijdelijke aard is. Daarbij zal zowel de persoonlijke toestand van het buitenlandse personeelslid als de aard van de uitgeoefende functie doorslaggevend zijn. Het speciale aanslagstelsel geldt voor onbepaalde tijd, zolang de uitgeoefende beroepswerkzaamheid van tijdelijke aard blijft. Graag vernam ik van de geachte minister of, ingeval een buitenlands kaderlid op wie het speciale aanslagstelsel van toepassing is en dus aanzien wordt als niet-inwoner, in België overlijdt, hij voor de berekening van de erfenisrechten automatisch ook als niet-bewoner wordt aanzien. In voorkomend geval is op zijn nalatenschap immers niet het successierecht, maar wel het recht van overgang bij overlijden verschuldigd.
ANTWOORD De vraag of de overledene al dan niet als rijksinwoner dient te worden beschouwd voor de heffing van de successierechten, zal moeten beantwoord worden rekening houdend met een geheel van feitelijke elementen ten dage van het overlijden. De bedoeling van deze beoordeling is na te gaan waar de overledene zijn werkelijke, effectieve en voortdurende woonplaats had gevestigd en waar hij zijn familie, het centrum van zijn bedrijvigheid en de zetel van zijn zaken of zijn bezigheden had op de dag van zijn overlijden. Hoewel dus ook de toestand met betrekking tot de personenbelasting (die enkel rekening houdt met de professionele toestand van de betrokkene) daarbij een rol zal spelen, liggen de criteria inzake de successierechten ruimer omdat daarbij het werkelijke domicilie van de overledene wordt afgeleid uit een aantal feitelijke gegevens (die zowel betrekking hebben op de professionele als op de administratieve, financiële, fiscale en familiale toestand van de betrokkene). Uit het enkel feit dat de overledene als buitenlands kaderlid onderworpen was aan een speciaal aanslagstelsel inzake de personenbelasting, mag dus niet zonder meer worden besloten dat hij inzake successierechten dient beschouwd te worden als niet-rijksinwoner.
|
|||||||